Berichten

Sterre zat op de keukentafel met haar benen te zwaaien. Ze zei tegen haar moeder:
‘Als ik jouw prinsesje ben, ben jij dan de koningin?’

Mama leunde op haar bezem en zei: ‘Ja. Ik ben de koningin.’

[…] toen Sterre er helemaal klaar voor was, keek mama naar de lucht.
Ze zette haar handen aan weerszijden van haar mond en fluisterde:

‘Kom maar omhoog, mijn zon, kom maar, kom maar omhoog, mijn zon…’
En Sterre keek verbaasd naar haar moeder, maar even later deed ze haar na.
Ze fluisterde: ‘Kom maar, kom maar omhoog, mijn zon…’
[…]
En wat zagen ze toen, midden in de grote donkerte?
Een bleek splintertje, aan de rand van de lucht.
David Grosman. Uit; De zonneprinses. Illustraties Michal Rovner. Vertaald door Edward van de Vendel. Cossee, 2016.
Tegelijkertijd sprookjesachtig mooi, indrukwekkend, nuchter en teder schrijven over hoe de zon opgaat en weer ondergaat is maar weinigen gegeven. David Grosman is het gelukt. Het verhaal over Sterre en haar moeder bevat geen woord te veel of te weinig en vertelt alles wat er te vertellen valt over dit onderwerp. Feestboek met kleine, lieftallige tekeningen in een sublieme vertaling van grootmeester Edward van de Vendel. 

In die tijd kon de zon nog praten,

toen had hij een gezicht,
met ogen en een mond:
’s morgens ging hij open,
en ’s avonds ging hij dicht.
Roze was hij soms,
bijvoorbeeld in de winter,
of wit, maar meestal geel.
Kleur mij vandaag maar geel, zei hij
met een knipoog. En met vetkrijt
kleurde ik hem dan helemaal geel.
Ik deed dat met veel plezier
en hij straalde en lachte en hij glom
breeduit op mijn papier.
(Wat viel er eigenlijk te lachen?
Niet veel, 
maar daar gaat het nu niet om.)
Wim Hofman. Uit: Zwemmen met je kleren aan, Scheurkalender Jeugdpoëzie 2011. Samenstelling Karel Eykman en Ineke Holzhaus. Van Gennep, 2011.