Berichten

‘Zal ik je eens een levensgevaarlijke kus geven?’
Ze ging op haar tenen staan, legde haar hand in mijn nek
en gaf mij een levensgevaarlijke kus,
zo’n kus die aan een zijden draadje hangt
en heen en weer zwiept, om zijn as tolt en wegschiet –

ik kon hem niet tegenhouden, ik riep, zwaaide met mijn armen,
holde hem achterna –

zo’n kus die zich omdraait
en aanlegt, iets hoger, iets lager,
zo’n dodelijke kus.
Toon Tellegen. Uit: Zoen me tot ik spin. Ill. Wolf Erlbruch. Querido, 2011.
Bovenstaand gedicht is geplaatst met toestemming vooraf van uitgeverij Querido.

Soms moet ik je opeens
zoenen geven,
dat gaat gewoon vanzelf.
Voordat ik het weet,
is het al gebeurd
en heb je weer een zoen
en nóg een zoen.
Moet je maar niet zo lief zijn.
Ik kan er niks aan doen!
Goed nieuws voor jeugdpoëzie- en Theo Olthuisliefhebbers : zijn nieuwste dichtbundel ‘Hoera, ik ben weer wakker’ is uit. 
Achtenveertig huis-, tuin- en schoolgedichten voor kinderen van ongeveer 5-8, in de van Olthuis bekende minieme, onderkoelde stijl, heel geschikt om met je kind uit het hoofd te leren in de file of tijdens lange, saaie autoritten.
Met als intrigerend grapje dat, net zoals in zijn vorige bundel ‘Lampje voor de nacht’ het  gedicht ‘Toverbril’ uit de eerste bundel (In je hoofd kun je alles) werd herhaald, hier het gedicht ‘Op slot’ uit ‘Lampje voor de nacht’, weliswaar iets gewijzigd, staat.
Theo Olthuis. Uit: Hoera, ik ben weer wakker. Illustratties Charlotte Dematons. Holland, 2011.
Website Theo Olthuis