Berichten

Onder het kalme geklots en  geklater
van rollende golven, heel diep onder water,
tussen wat traag heen en weer wiegend wier,
dobberde Wilbert, een tobberig dier.

Wilbert werd wakker. Hij slaakte een zucht
die het zeewater vulde met bubbeltjes lucht.

Iedere morgen als Wilbert ontwaakte
voelde hij iets wat hem tobberig maakte:
een gapende LEEGTE, een levensgroot GAT.
Ik MIS iets, dacht Wilbert voortdurend,  maar wat?
[…]
Rachel Bright. Uit: Wilbert wilde meer. Illustraties Jim Field. Vertaling Bette Westera. Gottmer, 2021.
Sprankelend prentenboek op rijm van gouden koppel Bright-Field, dit keer  over een walvis die zijn innerlijk gemis probeert te vullen met mooie hebbedingen uit zee.  Dankzij een krabbetje ontdekt hij hoe fijn het is om het lied dat zijn moeder vroeger voor hem zong voor de andere zeewezens te zingen, die daardoor weer ophouden met elkaar ruzie te maken. De teksten zijn raak en smetteloos vertaald, de prenten van de walvis en het leven onder de zeespiegel adembenemend mooi. Fijn boek!
Leeftijd: 1-5

Tij
Het stormt,
we steken scheppen in de woeste waterbek.
Dat maakt niet uit – de oceaan wordt
langzaamaan schuimend gek.
Kon hij de vloed niet aan?
Kreeg hij hoofdpijn van de maan?
Met waterige tanden
spuugt hij golven op het land:
het zand pakt alles samen,
knijpt zijn korrels tot een strand
en hoopt dat het gaat ebben.
En wij?
Wij willen nog niet gaan,
wij hebben een kasteel
om naast te blijven staan.
Edward van de Vendel. Uit: Betrap me. Querido, 1996.

Liefdeslied
Als je het gezang van een walvis
in de lente, veertien maal versnelt
hoor je een lieflijke vogel.

Bij normale snelheid klinkt
zijn liefdeslied zoals je nooit hoorde
droevig en gelukkig tegelijk.

Elke week veranderen de vissen
een kleinigheid en de volgende lente
zingen ze een totaal nieuw lied.

Mensen vingen het geluid onder water
weerkaatst door onderzeese bergen.
Zij hesen het omhoog en legden het vast

op een slap plastic plaatje dat ik vond
in een tweedehands boek.
Het was oud en de naald ruiste

maar ik hoorde het gezang
van verliefde reuzen
tussen biologisch commentaar.

Ook stuurden ze de klanken
die eeuwen diep in de zeeën
hadden geklonken hoog in de ruimte.

Over honderdduizend jaar vindt
een intelligente krekel de platina plaat.
Hij zoekt de sleutel en verstaat het

in zijn eigen digitale taal.
Hij wordt verliefd op een walvis
verdwenen in tijd en ruimte.
Remco Ekkers. Uit: Haringen in de sneeuw, Leopold, 1984. 
Bovenstaande gedichten komen uit: Zot van Zee. Poëzie tussen eb en vloed. Verzameld door Jan van Coillie, geïllustreerd door Sabien Clement, Korneel Detailleur, Esther Platteeuw, Pieter van Eenoge en Kaas Verplancke. Exclusieve uitgave van de Maatschappij van de Brugse Zeehaven, 2017.

Een verzamelbundel met gedichten over de zee als een vlammende prima donna, de duinen als ridders van zand, een storm in de afwasbak, zeemeerminnen en dansende kwalletjes geschreven door een stoet van ruim veertig dichters, waaronder grote namen als Lucebert, Guillame van der Graft, Mensje van Keulen en Hans Andreus zie je niet vaak.
Selectiecriterium van samensteller Jan van Coillie was om de allermooiste en fantasierijkste gedichten te vinden over zee en strand: “een kinderlijke blik van verwondering en bewondering”schrijft van Coillie in zijn nawoord “waardoor de zon een mannequin wordt, de zee buldert van het lachen en de blauwe kwalletjes dansen op de schitterende muziek van de zee… een taalspel… een ode aan de verbeelding.”
Het resultaat is een waar feest voor liefhebbers van zowel poëzie als de zee. Gedichten gaan bondjes met elkaar aan, reageren of botsen op elkaar, nergens wordt het voorspelbaar, niks is saai of ‘gewoon’.
De dichters, waarvan velen ook of alleen maar voor kinderen schrijven, zijn prachtig bij elkaar gezocht, vaak met  oude of onbekendere gedichten die gelukkig zijn opgediept uit lang geleden uitgegeven boeken. De illlustraties door een keur van Vlaamse tekenaars zijn ronduit fantastisch. Zo moet (jeugd)poëzie zijn.
Dit is, gok ik, wat Thomas de Veen van NRC in zijn artikel  ‘Sorry maar kinderpoëzie moet echt beter’ bedoelt.

Helaas is het boek niet in de winkel te koop. De uitgave is bedoeld om jongeren te inspireren over het onderwerp haven en zee en om de Zeehaven van Brugge onder hun aandacht te brengen.

Als ik de zee was, zou ik aan komen rollen
dat lijkt me wel geinig als  ik zo begin.
En net voordat je voor mij weg wilde hollen
trok ik me weer terug, de branding in.

Als ik de zee was, liet ik schelpen aanspoelen
speciaal voor jou, zoek de mooiste maar uit
die jij wilt bewaren en in je hand wilt voelen.
Ik zorgde daarbij voor zacht ruisend geluid.

Als ik de zee was maakte ik zandribbels met water
die ’s avonds glimmeren bij de ondergaande zon.
En dan herinner jij je veel en veel later
hoe jij daar uren naar kijken kon.
Karel Eykman. Uit: Was ik zee. De mooiste liedjes en gedichten. Tekeningen Sylvia Weve. De Harmonie, 2014.
Een verzamelbundel van de gedichten en liedjes van Karel Eykman: die was er nog niet. Best raar als je bedenkt dat hij de afgelopen 50 jaar meer dan 1000 teksten schreef voor radio, tv en jeugdtheater. Gedichten en liedjes in nuchtere of heel fysieke taal, verstaanbaar, poëtisch of zachtmoedig, soms in rauw straatdialect, altijd hoopvol.
Leeftijd: 6-18 (staat er officieel). Maar met hetzelfde gemak zeg je: 6-99.

 

Alles in de wind, alles in de wind.
Daar liep een schipperskind.
Alles in de wind, alles in de wind.
Daar liep een schipperskind.

Kom hier Rosa,
je bent mijn zusje, je bent mijn zusje.
Kom hier Rosa,
je bent mijn zusje, ja, ja.
Mies van Hout. Uit: Alles in de wind. Liedjes over varen en de zee. Lemniscaat, 2013.
Mies van Hout is dit jaar 25 jaar illustrator. Aan de, meestentijds bekende, zee- en vaarliedjes in dit liedjesprentenboek zie je Nederlands geschiedenis als zeevarende natie mooi terug. De platen nodigen uit tot kijken, de liedjes tot meezingen. De bijgeleverde cd helpt die ouders en leerkrachten die de melodie vergeten zijn, of nooit hebben gekend.
Leeftijd: 0-99.