Berichten

…zag jij misschien dat ik naar jou,
dat ik je zag en dat ik zag hoe jij
naar mij te kijken zoals ik naar jou
en dat ik hoe dat heet zo steels,
zo en passant en ook zo zijdelings –
dat ik je net zo lang bekeek tot ik
naar je staarde en dat ik staren bleef.
Ik zag je toen en ik wist in te zien
dat in mij leven zoveel is gezien
zonder dat ik het ooit eerder zag:
dat kijken zoveel liefs vermag.
Joost Zwagerman. Uit: Zoen me tot ik spin. Gedichten over de liefde. Illustraties Wolf Erlbruch. Querido, 2011.
Achttien gedichten over liefde: bekende, onbekende, zonnige, feestelijke gedichten over liefde. Niet over de loopgraven, de jaloezie, de woede of de angst maar over de verrukking, de magie en zoetheid. Alle illustraties gaan over verliefde dieren. Dat is een beetje raar in een bundel over mensenliefde. Het zijn wel mooie, warme, sterke tekeningen.
Dit gedicht is geplaatst met toestemming vooraf van uitgeverij Querido.

In het begin waren we nooit alleen. We 
stonden met onze blote voeten midden
in de overvloed, en als we gingen liggen,
dan was het alsof we in het leven verdronken.
Dan zochten de vrouw en ik elkaars hand en 
trokken we elkaar als het ware op het droge.
‘Gaat het?’zei zij dan tegen mij, of ik tegen
haar.
En dan ging het weer.
In het begin voelden we ons nooit alleen.
Bart Moeyaert. Het Paradijs. Tekeningen Wolf Erlbruch. Querido, 2010.

Het wat omineuze begin luidt het langzaam bergafwaarts gaan in van de eerste man en de eerste vrouw in hun nieuwe omgeving. Breekbare diertjes gaan kapot, poelen veranderen in veldjes van zout en de vrouw mist nogal wat, ook al werkt de man zich in het zweet om uitdijende hazelaars, woekerende braamstruiken en manshoge berenklauw in te tomen. En de zon brandt maar, brandt maar.

In prachtige taal, huppelende zinnen en zintuigenstrelende beelden schetst Bart Moeyaert de teloorgang van een droom, al wordt het nergens een echt verhaal. Op de bijgeleverde cd leest Moeyaert betoverend mooi voor. Van de bijbehorende muziek van het Nederlands Blazers Ensemble moet je houden. 
Jammer dat de tekeningen van Wolf Erlbruch zo lelijk zijn. Waar hij in het leukste kinderboek aller tijden, ‘Over een kleine mol die wil weten wie er  op zijn kop gepoept heeft’, nog sterke, grappige en kleurrijke beelden tovert, scheept hij ons nu af met modderige, onplezierige schetsen van een bozige man en vrouw. Hoezo is dit een kinderboek?