Berichten

Zo’n egeltje, dat in november slapen gaat

en dromend alles mist: de Sint als kreupelrijmer,
de kerstcommercie en het oudejaarsgemijmer,
de nieuwjaarsborrels en de nieuwjaarsleuterpraat,
fantastisch toch? En wat hem verder blijft bespaard:
sneeuw, ijs en hagelbuien, bibberen en rillen
en carnaval…Zoiets zou u toch ook wel willen?
Pas als de lente terugkomt in de loop van maart
ontwaakt hij fit en fris na bijna twintig weken.
En daarna gaat hij een verkeersweg oversteken.

Jan Boerstoel. Uit: Een beetje wees. Bert Bakker, 1990.

Winter,
je bent nu lang genoeg opgebleven!
Hop! Hop! De trap op!
Pyama aan en tandenpoetsen!
Kruip maar in de onderste lade van mijn bed,
toegedekt door wollen truien, sjaals en wanten.
Denk nog maar even aan hoe koud je was,
hoe wit en hoe streng je was
en hoe je iedereen – zelfs in hun allerdikste jassen –
rillen liet.
Heel goed!
Zing nog maar zacht van dat schaap met witte voeten.
Hoe zoet!
En droom dan
terwijl wij de lente begroeten,
zo mooi, zo diep en zo lang als je kan.
Linda Vogelesang in: Ik wil een naam van chocola, Querido 2009.

Dit gedicht is geplaatst met toestemming vooraf van uitgeverij Querido.