Berichten

eergister
zag ik op het strand
1 dode witte kip
en 1 dode zwart-witgevlekte hond
met een strakke dikke buik
1 plastic viskist
met erop in blauw de woorden
VISMIJN VLISSINGEN
1 bamboestok van wel 2 meter
en 1 nat en donker kledingstuk
met een schroeivlek
een jas de zakken vol zeezand

kip en hond
zijn ergens op de Westerschelde
te water geraakt
hun schip vloog eerst in brand
brak toen in de storm en zonk
ze probeerden zich te redden
met die viskist van de vismijn ze gebruikten
de bamboestok als mast maakten
er de jas als vlag aan vast
maar niemand
die hen zag
of hoorde
het werd nacht en de storm nam toe
windkracht acht negen tien
het water was ijskoud
ze werden bang en maakten in paniek
harde geluiden (gekakel en geblaf)
ze kregen ruzie en werden ziek
van angst de kist kipte en de kip
viel eraf
en verdronk terstond de hond
zwom eerst nog wat rond
maar dronk jankend steeds meer water
later vond ik ze
kip
hond
kist
stok
jas

in die volgorde
en niet anders
zodat ik precies wist
wat er voorgevallen was

(dat van die harde storm
en van die brand
heb ik uit de krant)
Vanmiddag gaat het weer hard waaien. Maar nu is het stil. Eventjes.
Wim Hofman. Uit: Na de storm. Querido, 2005.
Dit gedicht is geplaatst met toestemming vooraf van uitgeverij Querido.

In die tijd kon de zon nog praten,

toen had hij een gezicht,
met ogen en een mond:
’s morgens ging hij open,
en ’s avonds ging hij dicht.
Roze was hij soms,
bijvoorbeeld in de winter,
of wit, maar meestal geel.
Kleur mij vandaag maar geel, zei hij
met een knipoog. En met vetkrijt
kleurde ik hem dan helemaal geel.
Ik deed dat met veel plezier
en hij straalde en lachte en hij glom
breeduit op mijn papier.
(Wat viel er eigenlijk te lachen?
Niet veel, 
maar daar gaat het nu niet om.)
Wim Hofman. Uit: Zwemmen met je kleren aan, Scheurkalender Jeugdpoëzie 2011. Samenstelling Karel Eykman en Ineke Holzhaus. Van Gennep, 2011.

Vogels vliegen bij duizenden naar de lamp duizenden vliegen zich te pletter, duizenden storten neer
duizenden zijn verblind, bij duizenden botsen ze
duizenden vogels vallen dood

De vuurtorenwachter houdt het niet langer uit
hij houdt te veel van vogels
en hij zegt: oké ik kap ermee!

Hij doet het licht uit.

In de verte vergaat een schip
een vrachtschip van de eilanden
een vrachtschip vol met vogels
duizenden vogels van de eilanden
duizenden vogels verdrinken.
Jacques Prévert. Uit: We schilderen een vogel. Vertaald door Wim Hofman. Querido, 2001.

Le gardien du phare aime trop les oiseaux
Des oiseax par milliers volent vers les feux
par milliers ils tombent par milliers ils se cognent
par miliers aveuglés par milliers assommés
par  milliers ils meurent

Le gardien ne peut supporter des choses pareilles
les oiseaux il les aime trop
alors il dit Tant pis je m’en fous!

Et il éteint tout

Au loin un cargo fait naufrage
un cargo venant des ïles
un cargo chargé d’oiseaux
des milliers d’oiseaux des ïles
des milliers d’oiseaux noyés.
Jacques Prévert. Uit: Histoires et autres histoires. Éditions Gallimard, Paris 1963.

Middenin de winternacht
holt een dikke witte man
holt een dikke witte man

Het is een dikke sneeuwman
met zijn pijpje van hout
een dikke dikke sneeuwman
achtervolgd door de kou

Hij komt aan in een dorpje
hij komt aan in een dorpje
hij voelt zich opgelucht
want daar brandt nog licht

Een van de huizen
gaat hij binnen zonder kloppen
Een van de huizen
gaat hij binnen zonder kloppen
en om zich te verwarmen
en om zich te verwarmen
gaat hij op de hete kachel zitten
en plotseling is hij verdwenen
en ligt middenin een waterplas
alleen nog zijn pijpje
alleen nog zijn pijpje
en zijn oude jas…
De Franse dichter Jacques Prévert heeft het gedicht geschreven, Wim Hofman heeft het vertaald. In: We schilderen een vogel. Querido 2001.
Dit gedicht is geplaatst met toestemming vooraf van uitgeverij Querido.