Berichten

Een vis in een vijver.
Zijn gladde huid glinstert,
hij zwemt naar links, hij zwemt naar rechts.
Hij hapt hapt stukjes uit de lucht
en stofjes die op het water liggen.
Kleine Marilou staat bij de vijver.
Haar huid is glad, ze rent naar links, ze rent naar rechts.
Ze lacht, ze hapt hapt stukjes uit de lucht.
‘Dag, vis.’
‘Dag, kleine Marilou.’
‘Wat doe jij, vis?’

Vera Marynissen. Uit: Ben ik dan een vogel. Illustraties Sylvia Weve. Querido Kinderboeken, 2018.
Elk kind vraagt het zich van tijd tot tijd af: wat of wie ben je eigenlijk? Op wie lijk je? Wat moet je allemaal doen om jou te zijn?
Als je dan  een vogel of een vis, een bloem of een schaap in de buurt hebt kun je zomaar denken dat jij er ook een bent. Marynissen werkt dit gegeven subliem uit in glasheldere, korte poëtische teksten. In opvallende, grote stripachtige tekeningen verbeeldt Weve dit, even helder, iets minder poëtisch, maar zeer aansprekend. Fijn voorleesboek.
Leeftijd: 3+

Alles gaat mis op de boerderij:
de boer zoekt eieren bij de varkens,
hij wil de koe scheren, hij probeert de kip te melken.
De dieren snappen er niets van. De boer is toch niet ziek?

Pim Lammers. Tekeningen Milja Praagman. De Eenhoorn, 2018.
Dat staat nog te bezien of de boer niet ziek is. Want hij kan de hele dag maar aan één iemand denken. Gelukkig is het een hele vrolijke ziekte, waar ook de dierenarts last van heeft. Het duurt alleen even voor de boer dat doorheeft.
Vrolijk prentenboek over een verliefde boer die gekke dingen doet, zoals verliefde mensen dat doen. De dieren op de boerderij kunnen het niet langer aanzien en besluiten hem een handje te helpen.
Na het succes van ‘Het lammetje dat een varken is’ van het duo Lammers-Praagman, dat heel onopvallend over (trans)gender ging, is hier een kleuterboek over twee verliefde mensen, die toevallig allebei man zijn zonder dat dat een thema is.
Prima gedaan, korte duidelijke teksten en ongekunstelde tekeningen, al zullen echte boeren en dierenartsen misschien een beetje lachen om de inhoud, omdat een boer natuurlijk nooit een dierenarts zou roepen als al zijn dieren in een boom zitten. Maar dat geeft niet, voor  ouders en kleuters is dit een fijn voorleesboek.
Leeftijd 4+

‘Ik heb jeuk, meneer. En ik krijg een lamme arm.’
‘Nog even.’
‘De was moet van het bleekveld af.’
‘De kunst gaat voor de was.’
‘Voor u, meneer, niet voor mij. Ik krijg een stijve nek ook.’
…Tanneke wipt van het ene been op het andere. ‘Ooo… hoe overleef ik zo lang stilstaan?’
Francine Oomen bij Het melkmeisje van Vermeer. Uit: Het Grote Rijksmuseum Voorleesboek. Rubinstein, 2013.
Bij een nieuw museum hoort een nieuw boek voor kinderen. In het grote Rijksmuseum voorleesboek hebben Nederlandse kinderboekenschrijvers hun fantasie de vrije loop gelaten.
Er zijn verhalen bij Rembrands Nachtwacht, Isaac Israels Ezeltje rijden langs het strand, Jan Steens Vrolijke huisgezin en Jan Asselijns De bedreigde zwaan.
Joke van Leeuwen, Bibi Dumon Tak, Ted van Lieshout, Edward van de Vendel, Imme Dros, Hans Hagen: de keurtroepen van de Nederlandse jeugdliteratuur geven ons een ander kijkje op schilderijen die we al te vaak hebben gezien, de meeste 17e-eeuws. Daardoor kijk je opnieuw en scherper, dat is leuk.
In een deel van de verhalen wekken de schrijvers de personages op het schilderij tot leven, in andere zien we het doek vanuit de ogen van latere generaties.
Mijn persoonlijke favoriet is ‘Toch vind ik kleine beestjes lief’ van Daan Remmerts de Vries bij het schilderij De traankokerij van de Amsterdamse Kamer der Groenlandse Compagnie op Amsterdam Eiland bij Spitsbergen, van Cornelis de Man.
Remmerts de Vries zet zachtzinnig, maar daarom des te scherper, dier en mens tegenover elkaar.
Het zou leuk zijn om te weten of de gekozen schilderijen door de schrijvers zelf zijn uitgekozen of dat ze simpelweg zijn toegewezen.
Charlotte Dematons, bekend van ‘Sinterklaas’ en ‘Nederland’, tekende het omslag van het boek zoals we van haar gewend zijn, met veel grappige details.