Berichten

De kreeft klopte op de deur van de muis.
‘Ja?’ zei de muis.
De kreeft stapte naar binnen. Hij had een koffer bij zich, die hij op tafel zette.
‘Ik ben de kreeft’ zei hij. ‘Wilt u wat boosheid?’
‘Boosheid?’ vroeg de muis, die de kreeft wel kende.
‘Ja,’ zei de kreeft korzelig. ‘Boosheid. U wilt toch wel eens boos zijn?’
‘Ja,’ zei de muis. ‘Maar als ik boos wil zijn, dan ben ik ook boos. Dat gaat vanzelf.
‘Maar wel altijd met de goede boosheid?’ vroeg de kreet terwijl hij de muis onderzoekend aankeek.
De muis aarzelde.
‘Nee,’ zei de kreeft. ‘Niet met de goede boosheid dus.’
Hij maakte de koffer open.
‘Ik zal u laten zien wat ik allemaal heb.’
Toon Tellegen. Uit: Is er dan niemand boos. Illustraties Marc Boutavant. Querido, 2014.
‘Is er ergens wel iets wat luistert?’ vraagt de klipdas zich af, die dag in dag uit woedend tegen de zon roept dat hij niet onder moet gaan. Het nijlpaard en de neushoorn gaan onder geen beding voor elkaar aan de kant als ze elkaar op een smal bospaadje tegenkomen. Ze eten samen gesuikerd gras en dansen om elkaar heen. Maar aan de kant gaan, nee.
In deze prachtige, nieuw uitgegeven Toon Tellegen (oorspronkelijke uitgave 2002 met tekeningen van Annemarie van Haeringen) zijn de dieren verontwaardigd, geïrriteerd, kwaad of woedend, verdrietig of in de war. Ze vertellen elkaar hoe je heel boos kunt worden of daar juist mee kunt ophouden.
Ze eten samen taart. Ze sturen briefjes aan de wind. Heerlijke typische Toon Tellegenverhalen. Je houdt er van of niet. De  paginagrote, retromoderne, weemoedig zachtaardige tekeningen van Fransman Marc Boutavan, kleurig en vol lieflijke details, kleuren de verhalen net even anders dan anders in.
Leeftijd: 5+.
De tekst hierboven is overgenomen met toestemming vooraf van uitgeverij Querido. 

‘Zal ik je eens een levensgevaarlijke kus geven?’
Ze ging op haar tenen staan, legde haar hand in mijn nek
en gaf mij een levensgevaarlijke kus,
zo’n kus die aan een zijden draadje hangt
en heen en weer zwiept, om zijn as tolt en wegschiet –

ik kon hem niet tegenhouden, ik riep, zwaaide met mijn armen,
holde hem achterna –

zo’n kus die zich omdraait
en aanlegt, iets hoger, iets lager,
zo’n dodelijke kus.
Toon Tellegen. Uit: Zoen me tot ik spin. Ill. Wolf Erlbruch. Querido, 2011.
Bovenstaand gedicht is geplaatst met toestemming vooraf van uitgeverij Querido.

Dieren,
Wie viert er vandaag zijn verjaardag?
Als dat niemand is, wie wil hem dan alsnog vooruit vieren?
Als dat ook niemand is, wie wil er dan iets anders vieren en mij uitnodigen voor taart en gebak?
Als dat nog steeds niemand is, wie wil er dan zomaar een taart bakken (wel met honing en room en zoete gelei en gesmolten suiker) en vragen of ik langskom om hem op te eten?
Als dat niemand is, wat dan?
Weten jullie wat te gronde is? Dat ga ik.
Help mij.
De beer
Toon Tellegen. Uit: Brieven aan niemand anders. Illustraties Mance Post. Querido, 1997.
Dit gedicht is geplaatst met toestemming vooraf van uitgeverij Querido.

‘Wees niet boos!’

De een schreeuwt het, fluistert het,
snikt het, sms’t het,
krast het in tafels,
schrijft het op muren en op spiegels
en met zijn tenen in het zand
en de ander schreeuwt terug, fluistert terug,
snikt terug, sms’t terug,
krast in tafels terug,
schrijft op muren en op spiegels
en met zijn tenen in het zand terug:
‘Ik ben niet boos! Ik ben nooit boos!’

Toon Tellegen. Uit: Wie heeft hier met verf lopen smijten? Querido, 2010.
Dit gedicht is geplaatst met toestemming vooraf van uitgeverij Querido.

Ik wil in een gedicht kunnen plaatsnemen
als in een rijtuig.
Ik wil ‘Vort!’ kunnen zeggen of ‘Ik ben zo ver!’.

De zon moet schijnen
en omstanders moeten blijven staan en naar mij roepen:
‘Met wat voor bestemming rijdt u daar weg?’

Modder moet opspatten
en ik moet door elkaar worden geslingerd als een bejaarde prelaat,
terwijl ik iets grijp om mij aan vast te houden
en terugroep:

‘Een onbekende!’
Toon Tellegen. Uit: Gedichten 1977-1999. Querido, 2000.

Dit gedicht is geplaatst met toestemming vooraf van uitgeverij Querido.

Weet je wat, dacht een man
ik ga medelijden hebben met mijzelf,
een medelijden zo groot als een steen,
als een rots, als een wolkenkrabber!
En als ik eenmaal zoveel medelijden heb met mijzelf
dan ga ik mijzelf troosten.

Hij wreef zich in zijn handen,
floot een liedje,
liep door zijn kamer heen en weer.
De zon scheen door de ramen.
Dat ga ik doen, dacht hij,
en hij ging zitten
en boog zijn hoofd.
Toon Tellegen. Uit: Over liefde en over niets anders. Querido, 1999.
Dit gedicht is geplaatst met toestemming vooraf van uitgeverij Querido.