Berichten

Het juffertje
De hele dag was ze bezig met bezemen en koken, maar maandags deed ze de was in een oude schoen, die naast haar huisje lag. Daar tochtte het verschrikkelijk op winderige dagen, want de zool had helemaal losgelaten en maakte overal kieren, waar de spijkers als tralies voor zaten. Zo leefde dat juffertje daar ’s zomers en ’s winters, in de lente en in de herfst, het ene jaar na het andere.
Elk voorjaar kookte ze dottersoep, elke zomer bakte ze wilde wikketaart, in het najaar maakte ze bramen in en ’s winters stoofde ze watergruwel. Maar als er ijs lag, leed ze honger.
‘Waarom gaat u nooit wandelen over de weilanden?’ vroegen de karekieten haar eens.
’t Is hier zo mooi tussen het riet,’ antwoordde het juffertje.
‘Maar hebt u de wei weleens gezien?’ vroegen de vogeltjes.
‘Nee,’ antwoordde het juffertje.
‘De wei begint tien passen hiervandaan. Hij is groen van gras, geel van boterbloemen, blauw van vergeet-mij-nieten, rood van klaver en wit van madelieven’, riepen de karekieten. ‘Ga toch zien.’
‘Het riet ruist zo mooi,’ antwoordde het juffertje en ze bezemde haar plompenhuisje schoon, ging voor het venster zitten en keek naar de blauwe lucht tussen de wiegende stengels.
[…]
Paul Biegel. Uit: Groot Biegel Sprookjesboek. Illustraties Charlotte Dematons. Gottmer, 2021. 
Hoe fijnzinnig, raadselachtig, origineel en markant wil je het hebben? Samen met de erven Biegel heeft uitgeverij Gottmer dertig Biegelverhalen gekozen voor dit heerlijke boek, stevig en luxe uitgevoerd. Zijn het echt sprookjes? Daar kun je over twisten. Zeker, er komen kabouters in voor en er wordt soms getoverd, maar het zijn eerst en vooral Biegelverhalen waarin  de fantasie in Biegels altijd ritmische en muzikale taal hoogtij viert. Neem het verhaal hierboven,  een wonderschone ode aan al het moois dicht om je heen. De tekeningen die Charlotte Dematons speciaal voor deze uitgave maakte zijn raak, voegen zich naar de verhalen maar prikkelen ondertussen ook je verbeelding. Elk verhaal heeft bovendien een minitekeningetje als herkenningsteken gekregen, boven het verhaal en in de inhoudsopgave. Heerlijk, zo’n goed verzorgd, mooi boek. Heerlijk om elkaar uit voor te lezen.
Leeftijd: tijdloos

De rover Hoepsika had geen moeder meer. Daar moest hij wel eens om huilen – als rover – want toen zijn moeder nog leefde, was hij een braaf jongetje. Een heel braaf jongetje op keurig gepoetste schoentjes en in witte sokjes waar nooit een vlek op kwam.
Maar de dag waarop zijn moeder stierf was Hoepsika rover geworden, ineens. Hij kocht een paard en laarzen met zilveren sporen en galoppeerde luid zingend de landweg op, bang voor niks en niemand. ‘Ik ben rover!’ riep hij, en nam beleefd zijn hoed af voor iedereen die hij tegenkwam. Behalve wanneer het een koets vol rijke mensen was. Dan wierp Hoepsika een lasso over de kop van de koetsier, trok hem van de bok in het zand, sprong in volle galop van zijn eigen paard op het voorste paard van de koets en leidde het hele span naar een stille plek. Daar hield hij halt, opende de deur van de koets, nam beleefd zijn hoed af en zei: ‘Goedemiddag dames en heren, uw geld alstublieft.’
[…]
Paul Biegel. Uit: De rover Hoepsika. Tekeningen Carl Hollander. Gottmer, 2021. 
Onsterfelijk begin van een onsterfelijk boek, dat opnieuw voor alle nieuwe lezers van nu is uitgegeven. Het verhaal over de beleefde bandiet die, als een eigentijdse Robin Hood, alleen van de rijken steelt verveelt nooit en de tekeningen van Carl Hollander zijn al even onsterfelijk als het verhaal. Sommige grote platen zijn speciaal voor deze heruitgave ingekleurd.
Leeftijd 6+

Er was eens…
Een mooi en lief meisje.
Ze was nog klein.
Haar moeder stierf.
Haar vader trouwde nog eens.
Die vrouw had al twee dochters.
Zij laten Assepoester hard werken.

Assepoester veegt.
Ze schrobt.
Ze wast.
Vaak zit ze aan de haard.
Ze is zwart van de as.
Zo krijgt ze haar naam.

Op een dag is er een brief.
De prins zoekt een vrouw.
Er komt een bal.
Voor alle meisjes.
[…]
Er was eens… sprookjes voor prille lezers. Sprookjesbundel Assepoester|Pinokkio|Hans & Grietje. Vrij naar Carlo Collodi en de gebroeders Grimm. Vertaling en lestips Elly Simoens. Illustraties Valeria Docampo en anderen. De Eenhoorn, 2020.
Goed idee van uitgeverij De Eenhoorn om in deze serie met fijne harde kaft (10 delen) onze bekendste sprookjes te hervertellen voor beginnende lezers en ze zo bovendien toegankelijk te maken voor nieuwelingen in ons taalgebied.
De tekeningen zijn groot en grappig en kunnen een verduidelijking van de tekst geven als iemand een woord niet kent. Na de sprookjes vind je tips voor thuis en in de klas en opdrachten bij de sprookjes.
Leeftijd: 5+

 

Het wittebroodskind
Een man en een vrouw zagen elkaar zo graag dat ze samen een kind wilden. Een wittebroodskind.
Maar een kind krijg je niet op een, twee, drie. Ook niet tijdens de wittebroodsweken.
Ze wachtten dagen, weken, maanden en jaren. Hun verlangen naar een kind werd iedere zucht groter.
Tot hun geduld op was.
‘Ik maak zelf een kind,’ zei de vrouw.
‘Goed idee,’ zei de man.
De vrouw knoopte haar schort voor en begon eraan.
[…]
Kristien Dieltiens. Uit: De boze Billenbijter en andere verhalen voor grote en kleine mensen. Illustraties Leriette Desir van Bergen. De Eenhoorn, 2019.
Volksverhalen gaan over de grote thema’s van het leven: leven en dood, onderdrukking, moed, hebzucht, verleiding, het oude loslaten en het nieuwe veroveren. Ze worden wereldwijd al verteld sinds het begin van de mensheid en geven waarden en normen door. Alles kan, rijm, cadans en herhalingen spelen een grote rol en dieren komen vaak voor.
Diltiens geeft  in dit boek in haar heldere, frisse stijl  de oude verhalen een heel nieuw leven, bij uitstek geschikt om voor te lezen.
Leeftijd 3+/5+

De 3 spinsters
‘Ik wil niet!’ roept Lies.
‘Je moet!’ gilt mama.
‘Spinnen zal je!’
‘Nee!’ roept het meisje weer.
Mama is woest.
Ze trekt Lies naar zich toe
en geeft haar een tik.
Lies brult en tiert.
Net dan komt de koning langs.
‘Wat is hier aan de hand?’ vraagt hij.
Mama schaamt zich voor haar kind.
‘Ze spint de hele tijd,’ liegt ze.
‘Spinnen, spinnen, spinnen.
Lies stopt nooit.
En ik kan niet genoeg vlas kopen,
daar ben ik te arm voor.
Lies staart haar mama aan,
maar ze houdt haar mond.
De koning lacht:
‘Weet je waar ik dol op ben?
Bij het spinnen snort het wiel zo mooi.|
Het is net een lied.
Weet je wat?
Ik neem Lies mee naar mijn paleis.
[…]’
Uit: Troon zoekt kroon. Sprookjes voor jonge lezers. Riet Wille & Riske Lemmens. De Eenhoorn, 2018.
Oeroude sprookjes in korte, eenvoudige taal: wat een goede vondst van Riet Wille.
Klein Duimpje, Vrouw Holle, Hans en Grietje en Blauwbaard, allemaal worden ze herverteld door meesterverteller-kortetaal Wille die weliswaar sommige gruwelijke maar onontkoombare details even aanstipt maar nergens enorm uitdiept waardoor de sprookjes ook voor jongere kinderen geschikt zijn. Jammer van de nadrukkelijke UITsmijter aan het eind van elk verhaal. Voegt niets toe en bederft een beetje de voorgaande leeservaring. Riske Lemmens maakte royale, sfeervolle tekeningen bij de sprookjes, in prettige, heldere kleuren.
Verhalen zijn inclusief korte verwerkingsopdrachten, soms wat kinderachtig.
Geschikt voor beginnende lezers, jonge kinderen en nieuwe Nederlanders en Vlamingen.
Leeftijd 4+

Het Piekermannetje
Klaas Vaak klom uit een raam. Hij was moe, want hij had de hele avond hard gewerkt. Het leek wel of steeds meer kinderen tegenwoordig hulp nodig hadden bij het in slaap vallen.
Daarom droeg Klaas Vaak over zijn schouder een knapzakje vol met slaapzand.
Behendig klom hij via de uitsteeksels op de muren naar beneden. Hij was op weg naar een plekje om zelf te gaan slapen, maar iets deed hem stilstaan.
Al een tijdje had hij het gevoel dat hij niet alleen was. Hij keek om zich heen, maar de nacht was donker en stil. Er was zelfs geen poes op straat.
[…]
‘Wie is daar?’
Een piepklein mannetje stapte uit een donkere nis. Hij was net als Klaas Vaak niet veel groter dan een grotemensenduim.
[…]
Janneke Schotveld. Uit: De kikkerbilletjes van de koning en andere sprookjes. Illustraties van o.a. Thé Tjong-Khing, Annet Schaap, Milja Praagman, Martijn van der Linden ea. Van Holkema & Warendorf, 2018. 
Een sprookjesboek met moderne sprookjes, wat een goede vondst van Janneke Schotveld, die bij kinderen vooral bekend is met haar Superjuffieboeken.
Het zijn sprookjes waarin kinderen zich kunnen herkennen terwijl de vijftien verhalen toch echt over prinsen en prinsessen, koningen en heksen gaan.  Twee koningen adopteren samen een kindje, een prinses kiest in plaats van een prins uit de 1000 die haar ouders voor haar hebben uitgezocht, liever een prinses, en het piekermannetje en Klaas Vaak hebben het hardstikke druk met al die kinderen die zich suf piekeren over citotoetsen, hun dode poes, stoer zijn of hun drukke weekschema’s zoals hockey, bijles en kinderyoga. En prins Max wordt gered door een dappere ridster.
Er is ook een computervrouwtje ‘zo klein als een vlo, zo dun als een haar en zo soepel als een elastiek’ waarvan er in elke computer een woont.
Schotveld vertelt de sprookjes vrolijk en met vaart, zonder veel poespas of omhaal. Dat pakt meestal goed uit. Soms mis je de onderlaag waar sprookjes van oudsher in uitblinken. De tekeningen, voor elk verhaal van een andere illustrator, zijn van hoog niveau en maken er een echt sprookjesboek van.  Want daar horen nu eenmaal tekeningen in.
Leeftijd: 6+

Roodkapje was een toffe meid en volgens de boeken
droeg ze om haar hoofd altijd mooie rooie doeken.
Ze had een zieke oma, dus die ging ze bezoeken,
met een joekel van een rugzak met appelpannenkoeken.
Zo stapte Roodkapje relaxed door het bos.
Ze plukte bloemen in het mos en ze zong erop los.
Toen kwam er een wolf en die zei: ‘Im the boss!
Jij loopt fout, ach gos.’ Hij was sluw als een vos.
Dus Roodkapje liep om en die wolf ondertussen
verkleedde zich haastig als een van haar zussen.
Zo ging hij die oma in slaap zitten sussen.
Toen vrat hij haar op en hij dook op haar kussen.
Na een half uurtje kwam Roodkapje binnenwippen.
Ze zei; ‘Hoi oma, je moet je haar eens laten knippen.’
De wolf zei: ‘Ha kipje,’ en hij likte zijn lippen.
Hij slokte haar op, voor ze kon ontglippen.
Toen viel hij in slaap, maar langs het huis liep een Turk.
Die stampte naar binnen, want hij hoorde gesnurk.
Hij dacht: dat is maf, een wolf in een jurk.
Ik snij ‘m ’s open, die vieze vuile schurk.’
Roodkapje was verkreukeld, maar ze had geen centje pijn.
De Turk vroeg haar ten huwelijk en het werd een festijn.
Ze kreeg een jurk van satijn en een ring met een robijn.
En de wolf moest voor straf bruidsmeisje zijn.
Marjet Huibers. Uit: Roodkapje was een toffe meid, stoere sprookjes om te rappen. Illustraties Wendy Panders, cd van rapper Benaïssa Linger. Gottmer, 2010.
Oerbekend sprookje in hippe straattaal, een soortgelijke Sneeuwwitje, Hans en Grietje, Doornroosje, Repelsteeltje, Assepoester en De wolf en de zeven geitjes: ze staan allemaal in het boek ‘Roodkapje was een toffe meid’.
Sneeuwwitje trouwt niet met de prins, Assepoester gaat met de fee naar een villa in Spanje en Hans en Grietje beginnen een snoepwinkel in het huis van de heks.
De bij de teksten passende tekeningen, rebusgrappen in de sprookjes en een cd met de raps op muziek inclusief karaokeversie maken er een vrolijk geheel van.