Berichten

‘Ik heb jeuk, meneer. En ik krijg een lamme arm.’
‘Nog even.’
‘De was moet van het bleekveld af.’
‘De kunst gaat voor de was.’
‘Voor u, meneer, niet voor mij. Ik krijg een stijve nek ook.’
…Tanneke wipt van het ene been op het andere. ‘Ooo… hoe overleef ik zo lang stilstaan?’
Francine Oomen bij Het melkmeisje van Vermeer. Uit: Het Grote Rijksmuseum Voorleesboek. Rubinstein, 2013.
Bij een nieuw museum hoort een nieuw boek voor kinderen. In het grote Rijksmuseum voorleesboek hebben Nederlandse kinderboekenschrijvers hun fantasie de vrije loop gelaten.
Er zijn verhalen bij Rembrands Nachtwacht, Isaac Israels Ezeltje rijden langs het strand, Jan Steens Vrolijke huisgezin en Jan Asselijns De bedreigde zwaan.
Joke van Leeuwen, Bibi Dumon Tak, Ted van Lieshout, Edward van de Vendel, Imme Dros, Hans Hagen: de keurtroepen van de Nederlandse jeugdliteratuur geven ons een ander kijkje op schilderijen die we al te vaak hebben gezien, de meeste 17e-eeuws. Daardoor kijk je opnieuw en scherper, dat is leuk.
In een deel van de verhalen wekken de schrijvers de personages op het schilderij tot leven, in andere zien we het doek vanuit de ogen van latere generaties.
Mijn persoonlijke favoriet is ‘Toch vind ik kleine beestjes lief’ van Daan Remmerts de Vries bij het schilderij De traankokerij van de Amsterdamse Kamer der Groenlandse Compagnie op Amsterdam Eiland bij Spitsbergen, van Cornelis de Man.
Remmerts de Vries zet zachtzinnig, maar daarom des te scherper, dier en mens tegenover elkaar.
Het zou leuk zijn om te weten of de gekozen schilderijen door de schrijvers zelf zijn uitgekozen of dat ze simpelweg zijn toegewezen.
Charlotte Dematons, bekend van ‘Sinterklaas’ en ‘Nederland’, tekende het omslag van het boek zoals we van haar gewend zijn, met veel grappige details.