Berichten

Ben je verdrietig?
‘Ik ben verdrietig,’ zeg je dan huilend.

Ben je dolblij?
‘Ik ben zo verschrikkelijk blij,’ jubel je misschien.

Ben je verliefd?
‘Eh…echt niet,’ stamel je (met een rood hoofd)
Begrijpen hoe mensen zich voelen, is soms knap lastig. Maar wie geduldig slimme vragen stelt, krijgt er vast een paar woorden uit.
Wat zijn woorden geweldig. Of je ze nou schreeuwt, fluistert of opschrijft. Je kunt er zoveel mee vertellen. Maar wat als je een orka in de rouw bent? Een jaloerse aap? Of een doodsbange hond? heel lang dachten mensen dat alleen onze soort emoties heeft, en dat dieren een soort levende machines zijn. Maar na jaren staren naar raven, olifanten, apen, honden en zelfs vissen weten we wel beter: en óf dieren meer zijn dan machines. Van een dolfijn in de Noordzee tot een Afrikaanse olifant, van een koe in de stal tot de papegaai van de overbuurman – ook in hun hoofd is het hartstikke druk.
Lotte Stegeman. Uit: Ik voel ik voel wat jij niet ziet. Over jaloerse apen, bange honden en schatten van ratten. Met een voorwoord van Jane Goodall. Illustraties Mark Janssen. Luiting-Sijthoff, 2022.
Heerlijk boek over dieren. Apen, koeien, kauwen, octopussen, ratten, orka’s, parkieten, leeuwen. Dieren die kunnen VOELEN. Die EMOTIES hebben. Jeetje, dat dat nog steeds niet tot sommige mensen is doorgedrongen mag wel een wonder heten, maar in dit boek legt Lotte Stegeman op indrukwekkende manier uit hoe dat gaat: rouw, verdriet, boosheid, blijdschap, jaloezie, liefde, pijn, empathie en nog veel meer. Ze laat ook dierendeskundigen aan het woord. Alles in een fijne, begrijpelijke en leesbare stijl.
Jane Goodall schrijft in haar voorwoord: “Dit belangrijke boek dat je nu vasthoudt, helpt je om meer te ontdekken over al die bijzondere dieren waarmee wij de planeet delen…Hoe beter wij dieren begrijpen, hoe meer we ons realiseren dat ze vaak slecht behandeld worden door mensen die zich gewoon niet realiseren dat dieren gevoelens hebben, net als wij.”
Zo is het. Mark Janssen verbeeldde al die emoties meesterlijk in grote, emoties opwekkende prenten waardoor je nooit, nooit meer een dier slecht wilt behandelen.
Leeftijd: 7+

Het einde van de zomer
De adem van de zomer koelt langzaam af.
De inkt van de nacht komt steeds vroeger.
En vanuit het niets
kondigt mijn moeder aan dat Tippi en ik
niet langer thuis les zullen krijgen.
´In september
gaan jullie naar school
zoals iedereen,´ zegt ze.

Ik reageer nauwelijks.

Ik luister
en knik
en trek aan een los draadje in mijn trui
tot er een knoop

op de grond valt.

Maar Tippi blijft niet rustig.

Ze ontploft:
´Dat méén je niet!
Zijn jullie gek geworden?´ schreeuwt ze.
En ze maakt urenlang ruzie met onze ouders.
Ik luister
en knik
en bijt op de velletjes van mijn nagels
tot ze

bloeden.

Uiteindelijk wrijft mijn moeder over haar slapen
en zegt dan ronduit:
´De bijdragen van alle weldoeners zijn op
en we hebben geen geld voor thuisonderwijs.
Jullie weten dat je vader nog geen werk heeft
en oma´s pensioen
is niet eens genoeg om de kabel-tv van te betalen.´

´Jullie zijn niet goedkoop,´ voegt mijn vader eraan toe.
Sarah Crossan. Uit: Een. Twee levens. Twee zussen. Een keuze. Pepperbooks, 2016.
Grace en Tippi zijn een Siamese tweeling van bijna zeventien. Ze weten niet beter dan dat ze altijd samen zijn. Als ze op een dag naar school moeten verandert hun leven ingrijpend. Maar dat is niet het enige dat er verandert.
Zelden las ik een boek dat me zo meenam, me zo de adem benam, me zo dichtbij de personages bracht. Dit boek laat je tot in je haarvaten voelen hoe het is om een Siamese tweeling te zijn, te worden aangestaard, te voelen dat je twee personen in een lichaam bent. Maar ook wat het betekent om een individu te zijn, het belang van vriendschap, hoe liefde voor een zus voelt, en diepe rouw.
Intelligent, poëtisch en indringend relaas.
Leeftijd 12+

Ik noem je naam,
vandaag, morgen,
volgend jaar.

Ik roep je vaak, zo hard
ik wil. Ik schreeuw je
van de daken.

Ik huil, raas, fluister,
aarzel, stotter, stamel,
schater, zoen en zing je naam.

Vallende blaadjes wapperen
je naam. Vogelveertjes
ritselen je naam.

Wolken zwiepen hem mee. In leeuwenkuilen,
muizenholen, op de bodem van de  zee:
je naam.

Regendruppels drinken hem op weg
naar de oceaan. Ook de maan knipoogt
‘s avonds laat jouw naam.

En door het raam, tegen vergeten,
schijnt als een nieuwe ster in neonletters
aan de lucht hoe je altijd zult heten.

Diet Groothuis, Uit: Waar ik ben. Gedichten voor kinderen en anderen. Illustraties
Merel Eyckerman. De Eenhoorn, 2012.

 

Ik mis je achter op de fiets,
ik mis je in de trein.
Ik mis je bij de H&M
en bij de Albert Heijn.

Ik mis je onder rekenen,
ik mis je onder lezen.
Ik mis je in de winter,
bij het voeren van de mezen.

Ik mis je als ik jarig ben
en als de oma’s komen.
Ik mis je als ik wakker lig,
ik mis je in mijn dromen.

Ik mis je zonder woorden,
elke dag en elke nacht.
Ik mis je als ik grapjes maak
en niemand om me lacht.

Ik mis je in de kamer,
als ik naar je foto kijk.
Ik mis je als we – ik en papa –
fietsen op de dijk.

Ik mis je op vakantie,
in ons huisje op de hei
en als we door de regen lopen
zonder jou erbij.

Ik mis je elke dag opnieuw
wanneer ik wakker word.
Ik mis je schoenen in de gang,
je beker naast je bord.

Ik mis jouw tandenborstel
naast de mijne in het glas.
Ik mis je voeten op de trap.
Ik mis je blauwe jas.

Ik mis jouw kleren in de kast,
je broeken en je truien.
Ik mis je geur, ik mis je stem,
ik mis je boze buien.

Ik mis je bij je graf
als ik je naam zie op de steen.
Ik mis je als ik samen ben
met papa, en alleen.

Ik mis je als ik ijsjes eet,
en appels en bananen.
Ik mis je als ik huilen moet,
ik mis je zonder tranen.

Ik mis je als je jarig was
en iedereen er is.
Ik mis je als ik eventjes
niet merk dat ik je mis.

Ik mis je als ik keelpijn heb,
ik mis je als ik val.
Ik mis je nergens echt het ergst,
maar altijd overal.
Bette Westera. Uit: Doodgewoon. Illustraties Sylvia Weve. Gottmer, 2014.
Dichters grossieren in gedichten over de dood. Maar over die onontkoombare gast schrijven zoals Bette Westera in dit boek doet is weinigen gegeven.
Onopgesmukt, treffend en onomwonden, nergens kinderachtig, lichtvoetig zoals in het slotvers ‘Hier lig ik dan/begraven in een grazig stukje groen/en denk wat ik al eerder dacht:/de dood is goed te doen’, maar in andere verzen zoals hierboven knijpt het door.
Westera gaat niets uit de weg, ook een ongemakkelijk onderwerp als zelfdoding niet, en doet dat met fijnzinnige precisie: ‘Ze kon niet meer ontvangen/wat wij haar wilden geven/Ze trok de stoute schoenen aan/en stapte uit het leven.’
Er is een te vroeg geboren baby, er zijn dode grootouders en huisdieren en er is een overleden klasgenootje. Er is tante An die haar tiran van een echtgenoot in een vaas op de kast heeft staan en er is een gedicht over Fiesta de los Muertos, het Feest van de Doden, begin november: ‘Vanavond gaan we dansen op de graven/vanavond is het feest voor iedereen/We plukken wilde bloemen, we versieren oma’s steen/we maken lekker eten klaar en brengen het erheen.’
Nergens wordt het soepele eindrijm irritant, metrisch kloppen de gedichten als een bus. Vormgeving en illustraties zijn meer dan bijzonder, vertellen hun eigen verhaal en voegen daarmee iets toe aan de gedichten.
De dood zal niet plotseling een gewenste gast zijn, maar dit boek maakt hem in elk geval gewoner. Het verdient een groot publiek, van kinderen zowel als volwassenen.
Leeftijd 5+