Berichten

Sara Snufje liet haar hersenen kraken
om een jassenrepareermachine te maken, toen
KLING
KLENG
KLANG
KLOINK!
de deurbel ging
en Superkraai een gouden brief opving.

Juffrouw Snufje
Ik heb gehoord dat u uitvinder bent
en maak u graag op onze wedstrijd attent.
Die is donderdagmiddag
en wordt heel bijzonder.
Ik hoop dat u kunt, hoogachtend, Wim Wonder.

Sara zuchtte (en haar machine brak in stukken):
‘Ik ga niet. Mijn uitvindingen mislukken!’
Larie,’ zei Grootvader.

Dus pakte Sara wat dingen,
laadde een kar vol, en ja hoor, ze gingen!

Over velden…en heuvels…
en de zee…tot het strand
van het indrukwekkende
TECH-EILAND!
[…]
Pip Jones & Sara Ogilvie. Uit: Sara Snufje en de uitvindwedstrijd. Lemniscaat, 2020.
Sara, die in het voorgaande boek, Sara Snufje, haar kraai al van nieuwe vleugels voorzag, moet het op Tech-eiland opnemen tegen andere uitvinders als Willy Schep, Maximiliaan Prop, Abbie Rijkaard en Juliette Linnen.
De winnende uitvinder mag lid worden van de Bolleboosbond. Sara wordt flink tegengewerkt maar samen met haar Superkraai weet ze alle moeilijkheden te overwinnen en gaan ze voor de Hoofdprijs.
Dit verhaal op rijm met felle, expressieve tekeningen over een hyperactief, creatief meisje en haar kraai maakt vast veel indruk op soortgelijke meisjes. Dat Sara een kleurtje heeft speelt gelukkig geen enkele rol in het boek.
Jammer dat de  – vertaalde – teksten zo houterig zijn.
Leeftijd 6+

Het wittebroodskind
Een man en een vrouw zagen elkaar zo graag dat ze samen een kind wilden. Een wittebroodskind.
Maar een kind krijg je niet op een, twee, drie. Ook niet tijdens de wittebroodsweken.
Ze wachtten dagen, weken, maanden en jaren. Hun verlangen naar een kind werd iedere zucht groter.
Tot hun geduld op was.
‘Ik maak zelf een kind,’ zei de vrouw.
‘Goed idee,’ zei de man.
De vrouw knoopte haar schort voor en begon eraan.
[…]
Kristien Dieltiens. Uit: De boze Billenbijter en andere verhalen voor grote en kleine mensen. Illustraties Leriette Desir van Bergen. De Eenhoorn, 2019.
Volksverhalen gaan over de grote thema’s van het leven: leven en dood, onderdrukking, moed, hebzucht, verleiding, het oude loslaten en het nieuwe veroveren. Ze worden wereldwijd al verteld sinds het begin van de mensheid en geven waarden en normen door. Alles kan, rijm, cadans en herhalingen spelen een grote rol en dieren komen vaak voor.
Diltiens geeft  in dit boek in haar heldere, frisse stijl  de oude verhalen een heel nieuw leven, bij uitstek geschikt om voor te lezen.
Leeftijd 3+/5+

Prinsesje Pomtidom
stond op het dak van haar kasteel.
Ze tuurde in de verte,
maar daar zag ze niet zoveel.
Ja, kreupelhout, konijntjes
en een vieze, oude geit,
maar niet wat ze graag wilde zien.
Dat had ze nou altijd.

Pom wachtte al sinds ’s ochtends vroeg,
ze rilde van de kou.
Ze stampvoette en mompelde:
‘Waar blijft die gozer nou?’
Vandaag was heel belangrijk,
want vandaag kreeg ze bezoek
van Tobias de Blonde,
uit het rijk links om de hoek.
Kim van Kooten. Illustraties Noëlle Smit. Gottmer, 2019. 
Wat doe je als verlegen prinsje als een bazig prinsesje je steeds de les wil lezen? Prins Tobias verstopt zich in de kamer van Pom om met haar poppen te spelen.
Vindt Pom dat niet erg?
Dat actrice en schrijfster Kim van Kooten veel scenario’s schrijft is te merken in dit rijmende prentenboek voor peuters en kleuters. De grappige dialogen en beeldende situatieschetsen over het brutale prinsesje Pom springen je ritmisch tegemoet tijdens het voorlezen. De veelkleurige, duidelijke prenten maken het voorleesfeestje compleet.
Leeftijd 3+

Denk maar niet
ik denk
niet aan een olifant
niet aan zijn slurf
zijn poten
niet aan zijn ruwe
grijze huid

ik denk
niet aan een olifant
ik denk
aan een trompet
aan een oude boom
en aan een koning
op zijn troon
die woont
in een heel ver land
hij knikt deftig naar de mensen
die staan te kijken langs de kant
de koning wuift ze toe
vanaf de rug
van een grote

NEE!
Miriam Bruijstens. Uit: Ik huppel naar je lach. Illustraties Iris Boter. Van Goor, 2019.
Herkenbare situaties in eenvoudige,  rijmende versjes over te veel nadenken, schaatsen, verstoppen of boos zijn. Het leven van alledag, geportretteerd met het hoofd van een kind van 7, 8, 9 jaar. Afwisselende tekeningen, sfeervol, dromerig of juist uitbundig.
Leeftijd 6+

 

 

Kindjes, kindjes, zet jullie rond mij.
Pyamaatjes aan, de knuffels erbij.
Tandjes gepoetst en pipi gedaan?
Gordijntjes toe, nachtlampje aan.

De volgende versjes over foute figuurtjes,
duiveltjes klein vol duiveltjeskuurtjes.
Vijf vreemde duivels vol duiveltjesgrillen,
zijn vaak dichterbij dan je zou willen.

We beginnen meteen met Duiveltje Een.
Dit klein rood geval, herken je meteen:
hij houdt zonder blozen van heel boze kindjes,
blazende, razende, heel slecht-gezindjes.

Van vuistjes die knijpen, van knarsende tandjes,
van stampende voetjes en kletsende handjes.
Van kindjes die brullen, die grommen of gillen,
die niet netjes vragen, maar moeten en willen.

Zelf heeft hij geen vriendjes, is altijd alleen.
Hij plaagt en hij pest en hij is heel gemeen.
Hij wil steeds de baas zijn, alles bevelen,
is vals en oneerlijk, zo mag je niet spelen.
[…]
Robin Aerts. Uit: Duivelsversjes. Illustraties Xavier Mariën. De Eenhoorn, 2019.
Duiveltjes die van kinderen houden die niks lusten, zich niet willen wassen en overal troep maken in de hoop dat je kinderen het tegenovergestelde gaan doen: dat leest lekker voor aan je kroost.
De boodschap in deze ritmische, strak rijmende versjes over vijf duiveltjes wordt er luidkeels ingewreven, met her en der al te nadrukkelijke rijmdwang: blijf rustig, eet veel groente, ruim je kamer op, was je goed met zeep en vooral: laat je niet bang maken.
Nogal braaf dus maar door het zingende karakter van de tekst stoort dat minder dan je zou denken. De schrijver is dan ook bassist van de Vlaamse rockgroep Het Zesde Metaal, zijn muzikale achtergrond sijpelt door in dit boek.
Ook de illustraties zijn flink rock & roll, met zichtbare invloeden uit de stripboeken- en popcultuur. De duiveltjes hebben lange tanden en horentjes, bijten en spuwen vuur in aardekleuren als rood, grijs, bruingeel en zwart.
Dit niet-lievige maar wel brave prentenboek is niet voor ieder kind maar voor sommigen vast heel geweldig.
Leeftijd5+

Zie je wel, ik pas erin,
maar die schoenen hebben geen zin.
Ze willen maar niet snappen
dat ik oefen voor reuzenstappen.

Spetter spatter spetter spat
mijn voetjes worden toch niet nat.
Dus zingen ze van ras, ras, ras,
twee laarsjes dansen in een plas.

[…]
Riet Wille. Uit: Van je ras, ras, ras twee voetjes in een plas. Illustraties Ingrid Godon, De Eenhoorn, 2019. 
Lief kartonnen peuterboekje met vierregelige rijmpjes over wat je allemaal aan je voeten zou kunnen doen. Zachte, kleurrijke en beeldende tekeningen, fijn voor deze doelgroep.
Leeftijd 2+

Vandaag wordt oma heel veel jaar.
Thomas heeft zijn cadeau al klaar.
Wat erin zit, is geheim.
Nu puzzelt hij op een verjaardagsrijm.

Hij oefent: ‘Hiep hiep hoera,
lang zal ze leven…’
Maar hé, wat ligt daar?
Wat gaan we nu beleven?

Wat rijmt er op stoep…?
Het is een tas vol…
SNOEP!
Het water loopt Thomas in de mond.
Maar o jee, wat doet die hond?
Harmen van Straaten. Uit: Wat rijmt er op stoep? Leopold, 2019.
Rijmend ritmisch verhaal over Thomas die onderweg is naar zijn jarige oma en onderweg van alles beleeft. Steeds als je denkt dat een schuttingwoord het enige mogelijke rijmwoord kan zijn, volgt er een onverwachte tekst.
Vrolijk, grappig taalspelverhaal waar kinderen met veel plezier hun eigen rijmwoorden aan toe zullen voegen en expressieve, kleurige tekeningen in de bekende Harmen van Straatenstijl.
Leeftijd: 2+

Leto
Vluchten moest ze
met haar tweeling
die maar net
geboren was.
Zij verborg de
beide baby’s
in de plooien
van haar jas.

Op haar tocht
had godin Leto
zelf verschrikkelijke
dorst.
En de kleintjes
dronken tot
de laatste druppel
uit haar borst.

Onverdraaglijk
was de hitte.
En de zon verschroeide
’t veld.
Dit houd ik
niet vol,
dacht Leto bitter.
Ze was uitgeteld.
[…]
Maria van Donkelaar. Uit: Zo kreeg Midas ezelsoren. De mooiste Metamorfosen van Ovidius. Prenten van Sylvia Weve. Gottmer, 2019.
Al de bekende verhalen uit de klassieke oudheid, van Orpheus en Eurydice, Narcissus,  Europa, Daedalus en koning Midas, maar ook de minder bekende, van Leto, Andromeda en Battus, heeft Maria van Donkelaar  herverteld op ritme en rijm, met verrassende vondsen en in zeer eigentijdse taal (‘Heb jij soms wat aan je oren?’ vroeg Apollo gepikeerd).

Knap gedaan, af en toe licht geforceerd, maar voor jongere lezers een perfecte manier om kennis te maken met deze mythes en personages.
Voor oudere lezers handig en plezierig om zo mogelijk weggezakte kennis op te vijzelen.
Van de tekeningen van Sylvia Weve moet je houden, maar ze zijn uiterst grappig, eigenzinnig en beeldend.
Boek is  groot, luxe uitgevoerd, met full colour illustraties en leeslint.
Leeftijd: 7+