Berichten

Kindjes, kindjes, zet jullie rond mij.
Pyamaatjes aan, de knuffels erbij.
Tandjes gepoetst en pipi gedaan?
Gordijntjes toe, nachtlampje aan.

De volgende versjes over foute figuurtjes,
duiveltjes klein vol duiveltjeskuurtjes.
Vijf vreemde duivels vol duiveltjesgrillen,
zijn vaak dichterbij dan je zou willen.

We beginnen meteen met Duiveltje Een.
Dit klein rood geval, herken je meteen:
hij houdt zonder blozen van heel boze kindjes,
blazende, razende, heel slecht-gezindjes.

Van vuistjes die knijpen, van knarsende tandjes,
van stampende voetjes en kletsende handjes.
Van kindjes die brullen, die grommen of gillen,
die niet netjes vragen, maar moeten en willen.

Zelf heeft hij geen vriendjes, is altijd alleen.
Hij plaagt en hij pest en hij is heel gemeen.
Hij wil steeds de baas zijn, alles bevelen,
is vals en oneerlijk, zo mag je niet spelen.
[…]
Robin Aerts. Uit: Duivelsversjes. Illustraties Xavier Mariën. De Eenhoorn, 2019.
Duiveltjes die van kinderen houden die niks lusten, zich niet willen wassen en overal troep maken in de hoop dat je kinderen het tegenovergestelde gaan doen: dat leest lekker voor aan je kroost.
De boodschap in deze ritmische, strak rijmende versjes over vijf duiveltjes wordt er luidkeels ingewreven, met her en der al te nadrukkelijke rijmdwang: blijf rustig, eet veel groente, ruim je kamer op, was je goed met zeep en vooral: laat je niet bang maken.
Nogal braaf dus maar door het zingende karakter van de tekst stoort dat minder dan je zou denken. De schrijver is dan ook bassist van de Vlaamse rockgroep Het Zesde Metaal, zijn muzikale achtergrond sijpelt door in dit boek.
Ook de illustraties zijn flink rock & roll, met zichtbare invloeden uit de stripboeken- en popcultuur. De duiveltjes hebben lange tanden en horentjes, bijten en spuwen vuur in aardekleuren als rood, grijs, bruingeel en zwart.
Dit niet-lievige maar wel brave prentenboek is niet voor ieder kind maar voor sommigen vast heel geweldig.
Leeftijd5+

De dag kan beginnen
want Bobbie is jarig.
Ze heeft al een poosje
een wens met een staart…
Niet een hamster of kat.
Ook geen hond of een rat.
Nee, Bobbie weet: ik wil een paard.

Nu gaat het gebeuren,
ze krijgt haar cadeautje…
‘Om fijn op te rijden,’
zegt papa erbij.
Bobbie huppelt en springt,
doet een dansje en zingt.
‘O pap, mam! Een paard? Echt? Voor mij?’
Gideon Samson. Uit: Ik wil een paard. Tekeningen Milja Praagman. Gottmer, 2019.
Bovenstaande tekst lijkt heel alledaags, meisje wil een paard voor haar verjaardag, meisje krijgt een paard voor haar verjaardag.
Maar op de tekening springt Bobby níet op de rug van een paard.
Geestig spel met verwachtingen in dit boek. Peuters zullen zich verkneukelen over wat er allemaal kan met een cadeau en hoe Bobby uiteindelijk – natuurlijk – toch aan een paard komt. Prettige samenwerking tussen Zilveren Griffelwinnaar Gideon Samson en Zilveren Penseelwinnaar Milja Praagman.
Leeftijd: 2+

 

Vandaag wordt oma heel veel jaar.
Thomas heeft zijn cadeau al klaar.
Wat erin zit, is geheim.
Nu puzzelt hij op een verjaardagsrijm.

Hij oefent: ‘Hiep hiep hoera,
lang zal ze leven…’
Maar hé, wat ligt daar?
Wat gaan we nu beleven?

Wat rijmt er op stoep…?
Het is een tas vol…
SNOEP!
Het water loopt Thomas in de mond.
Maar o jee, wat doet die hond?
Harmen van Straaten. Uit: Wat rijmt er op stoep? Leopold, 2019.
Rijmend ritmisch verhaal over Thomas die onderweg is naar zijn jarige oma en onderweg van alles beleeft. Steeds als je denkt dat een schuttingwoord het enige mogelijke rijmwoord kan zijn, volgt er een onverwachte tekst.
Vrolijk, grappig taalspelverhaal waar kinderen met veel plezier hun eigen rijmwoorden aan toe zullen voegen en expressieve, kleurige tekeningen in de bekende Harmen van Straatenstijl.
Leeftijd: 2+

Mijn rug lijkt op een twijgje,
heel bruin en lang en fijn.
Mijn kaken zijn heel krachtig,
maar mijn kopje is erg klein.

Mijn uitgestrekte poten
zijn tenger, maar niet zwak.
Ik kan niet heel veel spelletjes.
Maar verstoppen? Met gemak.
(Ritsel ritsel. Is het een… ? wandelende tak)
Alex Scheffer. Uit: Flip Flap Huisdieren. Giechelplezier met geinige rijmpjes en grappige dieren. Vertaling Edward van de Vendel. Volt, 2019.
Ingenieus voorlees-prentenboekje van stevig karton voor peuters en kleuters waarbij alle dieren in tweeën kunnen worden geklapt en zo gecombineerd met een ander dier. Op die manier ontstaan er hilarische combinaties waarbij kinderen ondertussen met woordcombinaties kunnen spelen. Fijn gedaan. De subtiele vertalingen van Edward van de Vendel verdienen een extra vermelding. Ook vormgeving en tekeningen zijn meer dan in orde. 
Leeftijd 2+

Het begon allemaal met een ei.
Een ongedacht groot ei.

Je kon het niet missen.
Behalve dat er nergens ogen waren.

Geen armen, staarten, huid of haar
adem, wortels of wind.

Geen regen of rots.
Niks was er. Behalve het ei.
[…]
Diet Groothuis. Uit: Het ei. Illustraties: Ingrid & Dieter Schubert. Hoogland & Van Klaveren, 2019. 
Hoe alles ooit is begonnen, daar kunnen kinderen heel goed over nadenken. 
Leeftijd 5+

’s Nachts lag er,
in het maanlicht,
een eitje op een blad.

Op een mooie zondagmorgen ging de zon stralend en warm op
en uit het eitje kroop – plop! – een piepklein hongerig rupsje.
Eric Carle. Uit: Rupsje Nooitgenoeg, 50 jaar. Gottmer, 2019.

Zo begint al 50 jaar een van de bekendste kinderboeken ter wereld. Welk kind onder de 50 is er niet mee groot geworden?
Dat is een prestatie van formaat die weinig boekpersonages te beurt valt en deze feestelijke jubileumuitgave, mét linnen rug en een brief van Eric Carle aan al zijn lezers, meer dan rechtvaardigt.
Op naar de volgende 50 jaar Rupsje Nooitgenoeg.

‘Nog eventjes stilstaan,’
fluistert Suzie tegen Hond.

‘Kan je rechterpootje iets omhoog?
En past er ook een appel in je mond?’

Hond staat hier al uren!
Maar Suzie is nu bijna klaar,
dus ’t kan niet lang meer duren.
[…]
‘Ik zat niet te slapen hoor’
zegt opa suffig.
Hij wrijft de rimpels
uit zijn gezicht.

‘Ik had alleen heel even
mijn oude ogen dicht.’

‘Dat is mooi geworden!’ roept opa
wanneer hij de tekening ziet.
‘Alleen ehhh…zo’n drakenstaart
heb ik in het echt toch niet?’
Jaap Robben. Uit: Suzie Ruzie gaat tekenen. Tekeningen Benjamin Leroy. Gottmer, 2018. 
Het is weer een dolle boel in dit vierde deel over de eigenzinnige, energieke peuter Suzie van wie de fantasie alle kanten opvliegt. Laat Suzie maar schuiven.
Leeftijd: 2+

 

ADA! ADA! ADA MARIE!
Ze praatte nog niet en toch was ze al drie.
Terwijl ze in haar bedje te trappelen stond,
zei ze geen woord en keek in het rond.

Met een slinger van spulletjes achter zich aan
stoof ze door het huis om op verkenning te gaan
naar alles wat ze hoorde en alles wat ze zag,
totdat ze in slaap viel aan het eind van de dag.

Haar ouders waren niet helemaal op hun gemak,
toen Ada na een tijdje nog altijd niet sprak.
Maar ach, zeiden ze, het komt vast wel goed,
ze zal heus gaan praten als ze vindt dat het moet.

Precies dat gebeurde toen ze drie was geworden.
Ada, die weer nieuwe spullen opsnorde,
klom op de klok heel behendig en snel.

Maar toen riepen haar ouders:
‘NIET DOEN!’
(Logisch wel).

Ada’s lip trilde even,
en misschien was het daarom
dat ze diep ademhaalde
en toen vroeg:
‘WAAROM?’
[…]
Ada deed wetenschappelijk wat je moet doen:
ze begon met één vraagje, maar dat splitste zich toen.
Van elk van die vragen kwamen er meer,
en zo ging het verder, iedere keer.
Want denken is graven. Je duikt ergens in.
Ze noteerde haar vragen en tikte op haar kin.
Ze begon met Waarom? en toen Hoe? Wat? Wanneer?
En aan het eind van de hal was Waarom?  er dan weer.
[…]
Andrea Beaty. Uit Ada Dapper Wetenschapper. Illustraties David Roberts. Vertaling Edward van de Vendel. Uitgeverij Nieuwezijds, 2018. 
Een vrolijk, grappig en inspirerend prentenboek, belangrijk ook, dat er nog niet was over een meisje van drie dat alles maar dan ook alles diepgravend onderzoekt en haar ouders en later haar leerkrachten regelmatig tot wanhoop drijft maar niet anders kan dan zich keer op keer afvragen hoe   de wereld en alles wat ze om zich heen ziet in elkaar steekt.

Het boekidee is geïnspireerd door en personage Ada losjes gebaseerd op twee beroemde vrouwelijke wetenschappers: de wiskundige en eerste computerprogrammeur Ada Lovelace en onderzoeker Marie Curie, die de elementen polonium en radium ontdekte, en wier werk leidde tot het uitvinden van röntgenstraling.

Leuk voor meisjes en jongens, met mooi ritmisch en helder vertaalde rijmende teksten door ons aller Edward van de Vendel en met duidelijke, kleurige en strakke hippe tekeningen in waterverf, penseel en inkt, soms  pen
Leeftijd 3+.

Boer Boris is vroeg opgestaan
Hij heeft alvast de was gedaan.
Hemden, broeken hangen fijn
droog te waaien aan de lijn.

Wat schijnt daar door het laken heen?
Boer Boris ziet het al meteen!
[…]
Ted van Lieshout. Uit: Boer Boris en de olifant. Tekeningen Philip Hopman. Gottmer,  2018
Er komt geen eind aan de Boer Borisreeks van Ted van Lieshout en Philip Hopman. Niet alleen kinderen zijn dol op de belevenissen van de kleine boer en zijn vrienden en familieleden, ook de schrijver en tekenaar hebben zo te zien nog steeds plezier in hun creaties.
Dit is het tiende deel van de serie en veel peuters en kleuters kennen alle voorgaande delen uit hun hoofd. Lang leve Boer Boris.
Leeftijd: 3+

Niets

In het leven van een beer
gebeurt niet veel bijzonders.

Vaak doet Björn helemaal niks.
Maar hij verveelt zich nooit.

Soms zit hij gewoon een beetje.
Op een lauw stuk steen bijvoorbeeld.
Of op een mossig hoopje gras.
Er komt iemand langs. De eekhoorn of zo.

‘Wat ben je aan het doen Björn?’
‘Ik kijk naar hoe de bomen groeien.’ |
‘Maar daar zie je toch niks van?’
‘Ik zie de blaadjes.’
‘Maar die groeien niet!’
‘Ach, laat ze toch.’

En hij gaat verder met kijken.
Vervolgens gaapt hij zo hard dat de koolmees
denkt dat ze de wind hoort opsteken.

Delphine Perret. Uit: Björn. Zes berenverhalen. Vertaling Edward van de Vendel. Davidsfonds/Infodok, 2018.
Een blije, honing etende, dikke beer, die samen met andere dieren als eekhoorn en uil in het bos woont, waar kennen we dat van? Winnie de Poeh dringt zich onweerstaanbaar op zodra je Björn begint te lezen, net als de dierenverhalen van Toon Tellegen.
Maar de verhaaltjes van Björn kunnen heel goed op zichzelf staan en zijn grappig, lief en verhalend genoeg om A.A. Milne en Tellegen tijdelijk te kunnen vergeten.
Björn en de andere dieren maken van alles mee, zoals een namaakcarnaval, waarbij ze de verkleedkleren gewoon even van de waslijn van kampeerders in het bos halen en daarna weer terughangen; en een in de lotto gewonnen nieuwe driezitsbank voor Björns huis, die veel beter in het bos past. Het leven van alledag: dat is voor Björn (en Perret) inspiratie genoeg.
De teksten zijn erg goed vertaald, wat de leeservaring heel aangenaam maakt. Af en toe schiet ik zelfs hardop in de lach:
‘De vos vraagt wat dat voor ding is. Björn laat zien hoe je de vork moet gebruiken. Zo fantastisch. Je kunt er beter mee krabben dan met de krabbigste krabboom.’
De summiere pentekeningen voegen precies voldoende details en gezichtsuitdrukkingen toe om je een beeld te kunnen vormen van de personages en hun belevenissen.
Het boekje is met zorg uitgegeven in een limekleurige harde kaft en fijn mintgroene pagina’s, wat zowel rustgevend als heel vrolijk leest. Heerlijk boekje.
Leeftijd: 4+

Portfolio Items