Berichten

[…]
Dat was me een ruzie, tussen Vlinder en Beer.
Het was al mis overdag…
…en in de nacht nog veel meer.
Maar het eindigde toen Beer
op zijn rug lag – verslagen
en Vlinder heel zoetjes en liefjes
kwam vragen:
‘Neem je ooit nog iets van
mijn ontbijtbordje mee?’
Beer keek naar de maan
en fluisterde:
‘Nee.’
Marije Tolman & Margaret Wise Brown. Vertaald door Edward van de Vendel. Uit: Heerlijke honing. Querido 2022.
Heerlijk zonnig prentenboek over Vlinder die samen met haar soortgenoten Beer een lesje leert dat hij niet licht zal vergeten. Spreads vol kleur en tover, vlinders in geel, blauw, groen en oranje, met als meest iconische plaat de rechtomhoogstekende knalgroene krokodillenbekken waarop Beer zich in balans houdt tijdens een vlinderaanval. Edward van de Vendel vertaalde de oorspronkelijke tekst uit het Engels, die als strooigoed door de pagina’s danst.
Leeftijd 2+

witte panters
witte panters
met
bruine vleugels
vliegen
boven het bos

witte panters
met
bruine vleugels
landen
in de boom

witte panters
met
bruine vleugels
hebben
hoogtevrees
Brecht Mulder, groep 3

[…]

Buitenspelen
Mijn vrienden
Soms net de Etna
Vuurspuwen uit de vulkaanmond
Stoom uit de oorkrater
Knetterend vuur van woede
Gloeiende lavastroom van woorden
We koelen af
We luisteren
We praten
Lava wordt vruchtbaar gesteente
Jens Weermaes, groep 7
Uit: Ga je mee in mijn gedachtenzee? De mooiste gedichten van Kinderen & Poëzie 2021-2022, 31e editie. Illustraties Noorderpoort Kunst & Media. Stichting Poëziepaleis, 2022. 
Een van de mooiste initiatieven op poëziegebied is toch nog steeds de jaarlijkse gedichtenwedstrijd van Kinderen & Poëzie. Aangespoord door het magische vooruitzicht misschien met hun gedicht in een heuse dichtbundel te komen, gaan kinderen  uit groep 3 tot en met 8 in heel Nederland en ook in België met hun leerkrachten aan de slag met taal en  verbeelding, fantasie, metaforen, rijm en ritme. Dat levert geweldige gedichten op, zoals hierboven. In de bundel staan 80 van dit soort mooie gedichten, treffend geïllustreerd door kunst- en mediastudenten uit Groningen.
Leeftijd 6+

Uit vrije wil
Ik ben uit vrije wil vertrokken
er kwam geen engel aan te pas.
Van mijn vader kreeg ik geld mee
mijn moeder schonk een jas.

Het kan daarbuiten koud zijn, zei ze
en toen gaf ze me een zoen.
Mijn vader hield het bij een handdruk
de bomen juichten van het groen.

Zonder kaart en zonder route
begon ik hoopvol aan mijn reis
met de wereld aan mijn voeten
in mijn rug het Paradijs.
Koos Meinderts. Uit: Voor altijd vandaag. Sjabloondrukken Annette Fienieg. Hoogland & van Klaveren, 2022
Weemoedige bundel voor volwassenen van schrijver Koos Meinderts die tot toe vooral gedichten voor kinderen publiceerde. Meinderts lijkt hier, in korte, soms rijmende strofes, de balans van zijn leven op te maken. Hij kijkt terug op zijn jeugd, op de liefde voor die ene vrouw, geeft zijn kind leeftips mee om de wereld tegemoet te treden en gaat soms een stap verder. Dan is het of hij zichzelf en zijn verlangens overziet en zich afvraagt wat daarvan rest. Hoe het eindigt, hoewel de gedichten nergens zwaar worden, de toon altijd licht blijft: ‘kom dichterbij/op je knieën zie je/in het klein wat je straks zult zijn/ogentroost voor overlevenden.’
Fieniegs prenten passen daar wonderwel bij, de lichte, meestentijds abstracte landschappen met heel soms een mens daarin, verluchtigen de teksten op een fijne manier. De sjabloondrukken zijn in een kleine oplage gedrukt en te koop.
Leeftijd 18+

Oorwimpers
omdat een oor
geen wimpers heeft
om het geluid te dimmen

heeft iemand ooit
voor elke stem
het fluisteren bedacht.

De maan en de zon
gisteren lag de dag te dromen
de zon scheen in de tuin
en de maan keek om de hoek

ze kennen elkaar al eeuwen
en zwaaien naar elkaar

de zon nodigde de maan uit
voor een kop thee
en ze spraken over sterren
en ze keken naar de aarde

over een maand bezoekt
de zon de maan en dan krijgt hij
limonade en zandgebak

je kunt dan de zon zien glimmen
in het midden van de aarde
Kasper Peters. Uit: Kapitein  in hangmat. Illustraties en ontwerp Anne Caesar van Wieren. Loopvis, 2022. 
 En opeens ploft er een nieuwe dichtbundel op de mat. Lekker dik, met een harde  en opvallende kaft. Hij is van Kasper Peters, ex-stadsdichter van Groningen en poeziëdocent, en volslagen origineel. Peters heeft een geheel eigen taal om de wereld te bezingen, een levendige dwaaltaal vol verwondering, vrolijkheid en oorspronkelijke beelden waarin wind en wolken met elkaar praten, oma’s hoofd een verzameling van verhalen is waar geen nieuwe meer bij passen en bomen uit wandelen gaan. Geweldige poëzie die iedereen moet lezen. De strakke illustraties  gaan een mooi samenspel aan met de teksten, de vormgeving vertelt welke gedichten bij elkaar horen. Topbundel van uitgeverij Loopvis, die bekend staat om zijn creatieve en verrassende uitgaven.
Leeftijd 7-177

[…]
Ik haalde mijn hart uit mijn borstkas en reikte het je aan.
Alles wou ik je geven.
Je brak mijn hart niet, vertrapte het niet, maar je had het ook niet lief.
Je liet het gewoon in mijn handpalm liggen, zoals een verjaardagscadeau dat je eigenlijk niet wilt, en dat je laat rondslingeren in huis, de verpakking er nog rond.
Misschien was dat het probleem. Je behandelde mijn hart met dezelfde onverschilligheid waarmee je kleren soms behandelt. Als er een gat in je sok zit, gooi je die in de prullebak. Als je broek te krap zit, koop je een nieuwe.
[…]
Ik ben meer dan genoeg.
mijn mantra
[…]
Roxanne Wellens. Uit: De dingen die ik nooit kon zeggen. Van Halewijck (Pelckmans) 2021.
De moderne dichtvorm uit De dingen die ik nooit kon zeggen is bijzonder effectief. De eigentijdse, maar persoonlijke en originele opmaak, de combinatie van woord en beeld, grijpt aan en kan daarmee bovendien een inspirerend voorbeeld zijn voor andere jonge schrijver-tekenaars”
schrijft de Vlag en Wimpel Griffeljury in zijn  juryrapport 2021 over dit boek.
In drie hoofdstukken, Het skelet opvissen, De botten horen rammelen en Trommelen op het hart, doet Wellens op een originele en schrijnende manier verslag van een uiterst pijnlijk proces van verliefdheid op, een relatie met en uiteindelijk het loslaten van iemand met een gameverslaving. Soms gebruikt ze prozatekst, soms een- of tweeregelige zinnen, soms rijmloze gedichten. Oorspronkelijk en indringend boek van deze jonge, veelbelovende schrijfster.

 

De versiertruc
Hij moet een kadootje meebrengen, een lekker hapje
verpakt in spinnenzijde, maar hij heeft honger
heeft al dagen niets gegeten. Een hapje
dan maar, net als Winnie the Pooh, één hapje?

Twee kan ook wel, of drie en dan is plotseling
het hapje weg. Wat te doen? Het harde jasje
van de vlieg maar goed inpakken en hopen
dat ze niet goed kijkt, bedwelmd door de geur

van zijn spinnenparfum. Ze gaat door de poten
en pas na de paring loopt ze weg met het pakje.
Dat is leeg. De geur is een loze belofte. Mannenë
Remco Ekkers. Uit: De secretarisvogel schrijft. Alle diergedichten. Uitgeverij Kleine Uil, 2019.
Afgelopen zaterdag is dichter, schrijver, docent, recensent en onvermoeibaar poëziepromotor Remco Ekkers onverwacht op 79-jarige leeftijd gestorven in zijn woonplaats Zuidhorn. April 2021 verscheen zijn laatste bundel Hop over de sofa. Wat een verlies voor de poëzie.

Waarom het nooit bananen regent
Oma zegt: ‘Het regent pijpenstelen.’
Mijn grootmoeder zei: ‘Het regent koorden.’

Mama kijkt nu ook naar buiten en zegt:
‘Niet in Engeland, daar regent het katten
en honden.’ Papa kijkt op en zegt:

‘In Roemenië regent het soms ook
fel, emmers. En in Spanje goot het eens
padden en slangen.

Ik zeg: ‘Het kan soms ook stijve mannen
regenen met bolhoeden en een paraplu.’

Alle drie kijken ze me hoofdschuddend aan.
Net of ik zonet zei dat de zee op visite komt.
Oma zegt: ‘Droom jij maar verder, straks
regent het nog blauwe bananen. In je dromen.’
Daniel Billiet. Uit: Waarom het nooit bananen regent. Prenten Paul Verrept. De Eenhoorn, 2020. 
Een verzamelbundel met bijna 100 van Daniel Billiets gedichten van de afgelopen veertig jaar, dat is nog eens een fijn en gedurfd initiatief van uitgeverij De Eenhoorn. Billiets gedichten, over dagelijkse onderwerpen als opa’s en oma’s, school, voetbal, verjaardagen en vriendjes, verrassen altijd, lepelen de taal als nieuw gerecht op, zijn persoonlijk dan wel geëngageerd en worden nergens voorspelbaar, saai of kinderachtig. Heerlijke bundel voor iedereen die van (jeugd)poëzie houdt. De sfeervolle, bijna grafische, kleurprenten van kunstenaar Paul Verrept passen er wonderwel bij.
Leeftijd: 9+

Daar ben je
zo lief
zo zacht
zo klein

je kunt al iets
je kunt te mooi
voor woorden zijn
Hans en Monique Hagen. Uit: Daar ben je. Tekeningen Charlotte Dematons. Querido, 2020.
Twaalf gedichten, twaalf tekeningen voor de eerste twaalf maanden van een versgeboren baby staan er in dit lieve poëzieprentenboek.  Zoiets kun je rustig aan Hans en Monique Hagen overlaten, die eerder met vergelijkbare poëzieprentenboeken kwamen. De gedichten zijn grappig, ontroerend, speels en uiterst herkenbaar voor jonge ouders en grootouders.
Dematons blijft in haar tekeningen niet steken in de warme, kleine binnenwereld die vaak hoort bij de komst van een kind, maar zoomt regelmatig uit, soms zelfs tot op wereldniveau.
Geen woord teveel in de gedichten, geen beeld teveel in de tekeningen, een goede match, deze dichters met deze illustrator.
Leeftijd: 0+

Zeg me
Zeg me dat de avond valt,
Zeg me dat de maan schijnt,

Zeg me dat alles tussen dag en nacht,
Zeg me dat het licht na de nacht.

Zeg me hoe het licht te bevatten,
Zeg me hoe de onrust te benutten.

Zeg me de gebroken stukjes stucwerk,
Zeg me de schitteringen in de ruit,

Zeg me wanneer de bussen rijden,
Zeg me wanneer de straten golven.

Zeg me de overbodige lampen,
Zeg me de geïnteresseerde touwen.

Zeg me waar je de mooiste kersen haalt,
Zeg me waar je de zachtste schaduw laat,

Zeg me de vingers voor het stopwerk,
Zeg me alles in de buiging van wat open is.
Arjen Duinker. Uit: Woorden temmen van kop tot teen. Poëzie ontdekken zelf gedichten schrijven met Charlotte van den Broeck en Jeroen Dera (redactie Kila van der Starre). Grange Fontaine, 2020.
Poëzie bij jonge lezers (14+)  brengen zonder al te veel uit te leggen, maar wel met lees-, denk- en doe-opdrachten. Dat is in het kort de missie van dit boek, net als het voorgaande Woorden temmen, 24 uur in het licht van Kila & Babsie uit 2018, eveneens van deze uitgever.
De samenstellers, zelf dichter en literatuurwetenschapper, schrijven in hun voorwoord dat ze samen met de lezer op zoek willen naar het ‘iets’ en ‘alles’ dat in poëzie tot uitdrukking kan komen. Niet om een gedicht te kraken, ‘een gedicht is geen cryptogram’, maar om te ontdekken ‘hoeveel kanten je met een gedicht uit kunt.’ Ze vertellen waarom een gedicht hen persoonlijk raakt, stellen vragen over de taal en de gebruikte begrippen in het gedicht en geven een toelichting. Ze moedigen de lezer ook aan zelf gedichten te schrijven en geven daar tips en voorzetjes voor.
Dat zijn fantastische doelen en elke poging daartoe verdient steun en enthousiasme.
Vraagtekens kun je hebben bij de dit keer gekozen gedichten. Er zijn legio eenvoudiger gedichten denkbaar waarmee het doel mogelijk beter bereikt wordt, de gedichten in deze Woorden temmen zijn stuk voor stuk behoorlijk lastig te doorgronden en dat werkt mogelijk niet uitnodigend. Maar voor schrijfdocenten is dit een ongelooflijk fijn boek.
Leeftijd officieel 14+

Kijk, wie vliegt daar in een rondje?
Muggemietje zonder mondje.
Muggemietje heeft een rietje
en dat steekt ze, als ze dorst heeft,
in je arm of in je knietje,
omdat kleine Muggemietje
niet van kaas en niet van worst leeft,
maar van bloed via een wondje,
ook al vind je dat niet goed,
want ze zegt: ‘Wat moet dat moet.
Ik kan niet leven zonder bloed.

Heerlijk,’ zegt ze, ‘dank je wel
voor de druppels uit je vel.
Is er nog een kind dichtbij
dat geen prikje kreeg van mij?
O,’ zoemt ze, ‘wat is het fijn
om een blije mug te zijn.’

En zo vliegt ze verder rond,
op zoek naar kin of kuit of kont.
Misschien komt ze op bladzij negen
wel iets overheerlijks tegen.

BAM!
[…]
Ted van Lieshout. Uit: De gemene moord op Muggemietje. Leopold, 2020.
Wie na dit citaat denkt te weten wat dit voor boek is, wordt verrast tijdens het verder lezen, hoewel  lezers van Ted van Lieshout altijd enigszins verdacht zijn op onverwachte wendingen.  De vraag blijft: is dit een (soort) prentenboek,  poëzie, een whodunnit, een rechttoe rechtaan verhaal?

Op de pagina na bovenstaand citaat staan de letters Muggemietje, rondgestrooid naast, onder en in een enorme bloedvlek. De kinderen in de klas geven het boek de schuld van de moord op Muggemietje en verbannen het naar de kast.  Maar dan klagen de letters van het boek het boek  zelf aan:
‘O, hadden wij maar in een ander boek gestaan! Duizenden boeken op de wereld, en waar staan wij in? Juist, in een boek dat een moordenaar is! En het ergste is: wíj zijn onschuldig. Wij hebben niks gedaan. Maar omdat wij in Boek staan, hebben wij óók straf!’
Lijkt dit op van Lieshouts vorige boek ‘Ze gaan er met je neus vandoor’, hier gaat van Lieshout een stap verder. Niet de letters zijn schuldig, maar het boek zelf. Dat levert merkwaardige en grappige situaties op.
Er valt sowieso bovengemiddeld veel te genieten. Allereerst van de heerlijke vormgeving, de contrasterende kleuren, gulle letters en typografie, de ingenieuze, gekke plot- en verhaalwendingen. Maar lezers van dit boek zullen zich toch vooral laven aan de taal, die royaal en aanschouwelijk is, onverbloemd, grappig en smeuiig.  Er staat geen woord, of letter, te weinig of te veel in het boek (hoewel op pagina 65  onbedoeld  een letter r mist).
Ritme en rijm zijn vernuftig en vlekkeloos, de alfabetisch allitererende scheldkannonades hilarisch, de onderliggende woordgrapjes wrang (Muggemietje, in de kast, uit de kast), de ondertoon schurend.
Fijn boek voor fijnproevers.
Leeftijd 9+.