Berichten

Het was zo’n gedicht
waarvan ik dacht

daar heeft de dichter
maanden over nagedacht

maar maandagochtend
halfzeven is hij even
opgestaan

heeft wat woorden
opgeschreven en is weer
terug naar bed gegaan.
Erik van Os. Uit: Koe en daarmee koe. Illustraties Piet Grobler. Lemniscaat, 2008.

Was de Griekse fabelverteller Aesopus (ca. 620 – ca. 560 voor Christus) een Afrikaan? De Zuid-Afrikaanse schrijfster Beverley Naidoo denkt van wel.
“Zijn naam en zijn verhalen leven nog altijd voort” schrijft ze in het voorwoord van ‘De hond, de haan en de jakhals’. “Nog steeds wordt er naar geluisterd en van genoten en zijn er mensen die ze opnieuw willen vertellen. Dit keer was het mijn beurt…Wie volgt?”
Er was eens een oude leeuw die te oud en te zwak was om zelf op jacht naar voedsel te gaan. Vroeger deden zijn wijfjes dat voor hem en paste hij op de kleintjes. Maar die tijd was voorbij. Zijn wijfjes waren gestorven, en de kleintjes waren volwassen en gingen allemaal hun eigen gang.
De oude, eenzame leeuw ging op zoek naar een grot en toen hij die gevonden had ging hij in een hoekje liggen en deed alsof hij vreselijk ziek was.
‘Ooooh,’ kreunde hij. ‘Mijn arme oude botten, ooooh.’
Tussen het kreunen door luisterde hij goed of hij iets hoorde bij de ingang van de grot. Maar helaas, het bleef doodstil.
‘Aaah,’ kreunde hij, een stuk harder nu, en veel zieliger. ‘Mijn arme botten, aaah.’
Bij Herodotus is Aesopus een slaaf uit Thracië bij de Zwarte Zee. Wat, oppert Naidoo, als de geschiedschrijver het niet bij het rechte eind had en hij een Afrikaanse slaaf was? Waarom lijkt zijn naam anders zo op het oude Griekse woord voor een zwarte Afrikaan: ‘Aithiops’?  Waarom komen in zijn fabels zoveel Afrikaanse dieren voor en hebben die zo vaak een moraal, net als andere Afrikaanse volksverhalen? 
Naidoo plaatst de – veelal klassieke – fabels in een Afrikaans landschap, maakt van het everzwijn een wrattenzwijn en van de vos een jakhals. Haar droge vertelstijl, de kleurige, karakteristieke, humoristische tekeningen van Piet Grobler en de soepele vertalingen van Koos Meinderts doen de rest en zorgen voor een prachtig verhalenboek. 
De hond, de haan en de jakhals. Beverley Naidoo. Illustr. Piet Grobler. Vertaling Koos Meinderts. Lemniscaat 2011.

De dood, wie kent – en vervloekt-  hem niet? In hun ‘Ballade van de Dood’ – lied, sprookje, gedicht -wordt door Koos Meinderts en Harie Jekkers helemaal niets vervloekt. Op lichte toon veranderen ze de ongenode gast, nadat hij gevangen wordt gezet, in een welkome bezoeker.
Er was eens een koning, machtig en groot,
die had slechts één vijand, en dat was de Dood.
Waarom moest de Dood toch zijn leven bederven,
waarom was hij zo bang, zo bang om te sterven?
De Dood wordt gevangen. Iedereen gelukkig. Voor een poosje.
Men sprong van torens in diepe ravijnen,
men stoeide met leeuwen en wilde zwijnen.
Men dronk liters en liters vergiftigde wijn
en voerde wat oorlog, gewoon voor de gein.

Mooie vertolking door Klein Orkest op Youtube met tekeningen van kinderen van de Singel uit Willemstad. In het prachtige prentenboek met de inventieve illustraties van Piet Grobler wordt deze ode aan het leven en de dood een kijkfeest. Als het volk genoeg heeft van de drukte en het feesten toch alleen maar gaat vervelen, laat de koning de Dood los uit zijn kooi.
”Leve de Dood!’ riep het volk dolgelukkig,
en ze leefden nog lang en stierven… gelukkig!’
Het verhaal verscheen in 1983 voor het eerst in de bundel ‘Mooi Meegenomen’. Twee jaar later werd het door Koos Meinderts en Harrie Jekkers voor hun cd ‘Roltrap naar de Maan’ op rijm gezet. ‘Ballade van de dood’ kreeg in 2009 een Zilveren Griffel voor de tekst en een Vlag en Wimpel voor de illustraties.
Koos Meinderts en Harrie Jekkers. Uit: Ballade van de Dood.  Illustraties Piet Grobler. Lemniscaat, 2009.

Kudde koeien
in een wei

geen eentje droevig
geen eentje kwaad
geen een jaloers
geen eentje blij

geen enkel
emotioneel
gedoe

koe
en daarmee
koe
Behalve nu! Koeien die nu de wei ingaan na een lange winter op stal zijn HEEL blij! Ze springen als gekken in het rond. Dat heet ‘koeiendans’.

Erik van Os. Uit: Koe en daarmee koe. Ill. Piet Grobler. Lemniscaat, 2008.

Het is de woensdag van de verkiezingen in Nederland en het gaat bijna nergens anders meer over. Behalve hier!
Het is nog geen woensdag.
Het is nog lang geen woensdag.

Op woensdag blijf ik bij oma eten.
En wat – dat mag ik zelf weten.

Maar het is nog geen woensdag.
Het is nog lang geen woensdag.

Het is pas donderdag.
Dichter: Erik van Os. Zijn dichtbundel Koe en daarmee koe staat vol met dit soort ogenschijnlijk simpele,  prachtige overpeinzingen. De tekeningen van Piet Grobler passen daar enorm goed bij, zijn net zo ogenschijnlijk simpel en net zo raak.
Voor kinderen vanaf een jaar of tien. Hoewel op de achterkant staat: ‘De gedichten en beelden in deze bundel zijn uitsluitend bedoeld voor iedereen.’ Lemniscaat, 2008.