Berichten

Waarheen waarheen, waar ga ik heen?
Mijn ene been en mijn andere been
die weten het alleen!
[…]
De kattenpoes van Jantje,
die kan niet in zijn mandje,
want kijk, zijn nicht Elisabeth,
die heeft er kuikens in gezet.

– – –

Als een pissebed, nu eens
als een pissebed, nu eens
met een kakkerlak tezamen zou gaan wonen.
En ze hadden lak, aan ’t bed
en ze hadden lak, aan ’t bed
wat zou dáár dan voor smerig woord uit komen?
[…]
Paul Biegel. Uit: Pak ‘m bij zijn staart! 25 voorleesversjes. Tekeningen Jeska Verstegen. Gottmer, 2021.
Een prentenboek vol grappige, fantasierijke voorleesversjes van Paul Biegel, zo veel jaar na zijn dood, weer helemaal fris en bij de tijd gemaakt door de paginagrote, droomachtige kleurplaten van Jeska Verstegen, die opnieuw uit een heel ander vaatje tapt dan in eerdere door haar geïllustreerde boeken. Heerlijk om hardop voor te lezen, om zo ritme en klanken tot bloei te laten komen.
Leeftijd 1+

De rover Hoepsika had geen moeder meer. Daar moest hij wel eens om huilen – als rover – want toen zijn moeder nog leefde, was hij een braaf jongetje. Een heel braaf jongetje op keurig gepoetste schoentjes en in witte sokjes waar nooit een vlek op kwam.
Maar de dag waarop zijn moeder stierf was Hoepsika rover geworden, ineens. Hij kocht een paard en laarzen met zilveren sporen en galoppeerde luid zingend de landweg op, bang voor niks en niemand. ‘Ik ben rover!’ riep hij, en nam beleefd zijn hoed af voor iedereen die hij tegenkwam. Behalve wanneer het een koets vol rijke mensen was. Dan wierp Hoepsika een lasso over de kop van de koetsier, trok hem van de bok in het zand, sprong in volle galop van zijn eigen paard op het voorste paard van de koets en leidde het hele span naar een stille plek. Daar hield hij halt, opende de deur van de koets, nam beleefd zijn hoed af en zei: ‘Goedemiddag dames en heren, uw geld alstublieft.’
[…]
Paul Biegel. Uit: De rover Hoepsika. Tekeningen Carl Hollander. Gottmer, 2021. 
Onsterfelijk begin van een onsterfelijk boek, dat opnieuw voor alle nieuwe lezers van nu is uitgegeven. Het verhaal over de beleefde bandiet die, als een eigentijdse Robin Hood, alleen van de rijken steelt verveelt nooit en de tekeningen van Carl Hollander zijn al even onsterfelijk als het verhaal. Sommige grote platen zijn speciaal voor deze heruitgave ingekleurd.
Leeftijd 6+

De dwergjes van Tuil woonden op de hei. Het waren er niet twee of vijf, maar wel honderd, een heel dwergenvolk bij elkaar.
Als de hei bloeide riepen ze: ‘Paars, paars, mooi paars!’ en ze knepen de honing uit de paarse bloemetjes, want de dwergjes van Tuil waren dol op honing.
Maar op een dag kwam er een zwerm bijen aanvliegen. Een grote bruin-gele wolk, die zoemde als een motor en die zoemend aan de tak van een knoestige dennenboom bleef hangen.
‘Wat is dat, wat is dat?’ vroeg Kleine Pier van Tuil. Hij was de jongste en vroeg alles twee keer.
‘Dat zijn bijen, dat zijn bijen,’ antwoordde Kromme Dieder van Tuil. Hij antwoordde twee keer, want hij hield van plagen. ‘Nou krijgen we gedonder,’ zei Kromme Dieder.
En zo was het.
[…]
Paul Biegel. Uit: De dwergjes van Tuil. Tekeningen Mies van Hout. Gottmer, 2021.
Het blijft bijzonder om te merken hoe goed, fris en leesbaar de boeken van Paul Biegel na al die jaren nog steeds zijn. Ook deze klassieker,  met losse verhalen over een dwergenvolk op de hei die samen een groot verhaal vormen, is een waar feest om te lezen. Slimme Kleine Pier steelt het hart van elke lezer met zijn dappere, vrolijke acties en wat extra aandacht voor bijen komt in deze tijd, waarin bijen dreigen uit te sterven aan gif en vervuiling, als geroepen.
Top dat uitgeverij Gottmer de boeken van Biegel opnieuw uitgeeft en in een ander jasje.
Leeftijd: 6+

Als je ver naar het zuiden reist, kom je aan de blauwe zee. Die is er niet altijd geweest, want vroeger lagen daar de koperen bergen, die overdag zo fel in de zon schitterden dat je er niet naar kon kijken. In die bergen was een deur die toegang gaf tot een burcht vol koperen gangen en zalen en in die burcht woonde de oude koning Mansolein.
[…]
Paul Biegel. Uit: Het sleutelkruid. Illustraties Linde Faas. Gottmer, 2020. 
Een heerlijk begin van raamvertelling Het Sleutelkruid  van meesterverteller Paul Biegel, dat hij voor het eerst uitbracht in 1964 en dat meteen een Gouden Griffel won.
Uitgeverij Gottmer bracht het, samen met twee andere Gouden Griffel Biegeltitels, dit jaar opnieuw uit, vers  getekend door Linde Faas, om zo een nieuwe generatie lezers enthousiast te maken voor de grote verbeeldingskracht van deze schrijver.
Het allerverrassendste is dat er geen versleten woorden in de boeken staan. Elk woord past precies en past ook in deze tijd. Dan kun je schrijven! Faas’ dromerige tekeningen roepen precies de juiste sfeer op bij de magie van de sprookjesachtige verhalen.

De gedichten op dit blog zijn meestal voor oudere kinderen. Vandaag eens versjes voor peuters en kleuters.
Pan met water,
schepje zand,
en een blaadje
van een plant.
Even roeren
met mijn stok.
En nou proeven
slok, slok, slok.
Juffrouw wil je

ook een hap?
Nou, heel graag,
ik lust wel pap!
’t Is geen pap
maar soep met ballen!
Kom maar eten
met zijn allen!
Mieke van Hooft in Stamp stamp olifant. Tekeningen van Tineke Meirink. Uitgeverij Holland, 2002.

In dezelfde serie: Een schelp aan je oor van Harriet Laurey en Eén been stokkebeen van Paul Biegel, bekend van heel andere kinderboeken, boordevol grappige versjes zoals:
Zeg zwaluw, waar kom jij vandaan?
zeg zwaluw, kom jij van de maan?
Het volgend jaar dan koop ik vleugels
om met jou eens mee te gaan.