Berichten

Snormachientje
heeft heel weinig nodig
een haartje onderhoud

een dosis snorbenzinebrok
wat slokken water, soms een vis

elke dag
royaal veel aai

en hop, spontaan
schiet Snormachientje aan

jouw warme hand
haar zachte vacht

tevreden kijkt ze op
onmetelijke snorrekopjeskracht.
Diet Groothuis. Uit: Dichter. nr 15, De toekomst is nu. Tekening Irma van Osch. Plint, 2020.

NU
Ik adem niet, ik zing.
zelfs als ik zucht, klinkt het
per ongeluk alsof ik
een paar noten neurie
die me vannacht, terwijl
ik sliep, zijn voorgezongen.
Het is alsof de lucht
mijn deken is en ik
mijn hoofd het liefst
te rusten leg op het kussen
van mijn longen, de plek
waar ik mijn hartslag hoor
in vierkwartsmaat:
dat ik besta, dat ik besta.
Bart Moeyaert. Uit: Gedichten voor gelukkige mensen. Querido, Amsterdam, 2008
Dit gedicht is geplaatst met toestemming vooraf van uitgeverij Querido.