Berichten

[…]
Als je wilt praten over geslachtsdelen kun je het beestje maar het beste gewoon bij de naam noemen. Maar bij welke naam? Er is zoveel keuze!
Artsen en wetenschappers hebben het over vagina’s en penissen. Dat klinkt keurig, maar wel een tikje saai.
[…]
De vagina
Een gewoon woord vinden voor vagina is lastiger. Kut klinkt misschien best goed, maar het wordt ook als een scheldwoord gebruikt, en dat is jammer. Spleetje klopt niet, want een vagina is veel meer dan alleen een spleetje in de onderkant van een meisjeslijf. Doos klopt ook niet. Een doos is interessant om iets in te doen, en een vagina is ook interessant zonder iets erin. Een voorbips? Dat klinkt pas echt raar!
Pubers hebben geen moeite met het bedenken van namen voor de vagina: poes of muis, oester of mossel, genotsgleuf of brievenbus. Maar als ze groot zijn en zelf kinderen krijgen begint het zoeken naar een geschikte naam weer van voorbips af aan.
[…]
Seks is niks geks.
het is fijn om te doen:
dat zachte gezucht
en dat zwoele gezoen,

dat spelen, dat strelen,
dat dingen proberen,
dat voelen van vel
zonder veel te veel kleren,

dat warme, dat natte,
dat klamme, dat kleffe,
dat hijgen, dat zuigen,
dat likken, dat beffen…

Seks is niks geks.
In het licht van de maan
of op klaarlichte dag;
zo gezegd, zo gedaan!
Bette Westera. Uit: Seks is niks geks. Tekeningen Sylvia Weve. Samsara, 2021. 
Wat is een orgasme? Wat is een clitoris? Wat is anti-conceptie, een erectie, menstrueren?
Dit boek voor opgroeiende kinderen en jongeren die willen weten hoe het allemaal nou precies zit met hun eigen lijf en dat van anderen, vertelt het klip en klaar, in normale mensentaal en zonder gene, aangevuld met soms wat lullige quizjes en gedichten.
We lezen verschillende woorden die je kunt gebruiken voor je lichaam, we horen over allerlei mogelijkheden om seks met elkaar te hebben, hoe seks bij dieren er uit ziet, dat je lichaamshaar scheren, in kleurtjes verven of lekker laten zitten allemaal oké is, zolang je je er zelf maar goed bij voelt.
En we vernemen wat je moet doen als je seks tegen je zin hebt gehad. Dat dit onderwerp pas helemaal aan het eind van het boek aan bod komt en bovendien wordt behandeld aan de hand van een meisje dat onvrijwillig is gevingerd door een vrouw, is een gemiste kans. De meeste verkrachtingen van vrouwen gebeuren toch echt door mannen.
Jammer ook dat dit boek niet wat royaler is opgezet. Nu komen Weve’s stripachtige tekeningen slecht tot hun recht op de overvolle pagina’s.
Je gunt elk kind een boek als dit, maar waarom Westera en Weve het niet hebben uitgebracht bij de uitgever van hun succesvolle boeken als Doodgewoon en Uit elkaar is een raadsel.
Leeftijd: 10+

[…]
Ze opende haar ogen.
‘JIE!’ hoorde ze weer.
Daar, buiten, zat het zwaluwtje dat haar al eerder had gered.
‘Jie,’ piepte het, ‘ik help je wel.’
Jie, die Nayotake no Kaguya-hime werd genoemd, kon weer ademhalen! Ze zei: ‘O vogeltje, o ja, ik heb je hulp nodig!’
Ze opende het grote raam en stak haar arm uit.
Het zwaluwtje vloog weg – niet ver, niet ver. Alsof het haar liet zien waar ze naartoe moest gaan.
Nayotake no Kaguya-hime stapte uit het raam, over de rand van de veranda, tot in de achtertuin.
‘O vogeltje,’ zei ze, en trok haar blauwe jurk recht.
‘Waar ben je, vogeltje?’ […]
Edward van de Vendel. Uit: Het bamboemeisje. Illustraties Mattias De Leeuw. Querido, 2021.
Het predikaat ‘graphic novel’ klinkt trendy en is correct maar doet dit boek ook te weinig recht. Het verhaal is namelijk ook een sprookje, over liefde, en trouw, van 250 pagina’s lang in de fijnste, zachtzinnigste woorden die onze taal kent, en  de liefste, sprekendste beelden die je maar kunt oproepen, gelardeerd met geraffineerde, veelal groene en blauwe, waterverfprenten die aan kalligrafie doen denken.
Edward van de Vendel vertelt het verhaal van het mooie, kleine meisje tussen de bamboe op meesterlijke wijze in korte, herhalende zinnen met af en toe rijm, waarin het wonderlijke verhaal prachtig kan openbloeien. Mattias De Leeuw voegt zijn prenten moeiteloos in, in een sfeervolle, zachte beeldentaal.
Dit is zo’n boek dat maar af en toe eens verschijnt, om te koesteren, om bij je te dragen en om vaak open te slaan.
Leeftijd: 10+

Beschermpje
‘Je moet gaan liggen,’ zegt ze
‘op de bank.’ Maakt kussens
van truien, dekt me toe
met haar moeders omslagdoek
geeft me een hond voor op mijn borst.

‘Hij zal je beschermen,’ zegt ze.

Haar handen strelen een boog
van mijn hoofd tot mijn voeten.
‘Ik zet,’ legt ze uit, ‘een beschermpje
over je heen.Dat houdt nare dromen tegen
maar laat de mooie door.’

Kees Spiering. Uit: Jij begint. Tekeningen Alette Straathof. Luiting-Sijthoff, 2018.
Bijna tachtig gedichten telt de nieuwe bundel van Kees Spiering, een bundel waar we vijftien jaar op hebben moeten wachten.
En wat voor bundel. Een hartstochtelijke ode aan het leven en de liefde, voor mens en dier met als kernthema: hoe zeer het ook doet: heb lief, heb lief.
Missen, verrukking, pijn en verdriet om verlies van liefde of geliefde, melancholie, verwarring, ongemak: het komt allemaal voorbij, in een taal die zowel onopvallend als uiterst soepel, compact en heerlijk vanzelfsprekend is, ritmisch en boordevol klankfeestjes.
Met een paar pennestreken schildert Spiering een schilderij aan gebeurtenissen en gevoelens en trekt je het tafereel  binnen met messcherpe observaties (‘Oude mensen kussen…Haar wang/was dun en slap, boog van je/ lippen weg, als kuste je/een theedoek aan de lijn.’), de tergende eerste kus (‘Lippen aan elkaar met open mond…./Zo stonden we te wachten/op wat niet gebeurde’), sterke metaforen (opa’s armen van ijzerdraad en met splinters van baard in je wang), en zinnen die als een stomp in de maag binnen komen. (‘Hamsters zijn meestal dood’: ‘Dan een nieuwe hamster./Of een konijn. Die zijn/ook vaak dood, konijnen.’)
“Oh, auw!” denk je dan.
Geen schaamte of herinnering zo erg of Kees Spiering schrijft er over, de pestgedichten in de bundel zullen bij sommige lezers pijnlijke beelden oproepen, de kommer van een verloren liefde zal menigeen bekend voorkomen en veel gedichten bevatten zo’n zinnetje dat even doorknijpt, zoals ‘vaders zijn weg voor je het weet’.
De tekeningen van Alette Straathof, in enkel zwart, wit en blauw, zijn van een zelfde fijnzinnige scherpte en doelgerichtheid als de gedichten.
Deze dikke bundel is als een wintertrui op een kille herfstdag. Beklemming en grote thema’s in gewone, kleine woorden: Kees Spiering heeft zich zo langzamerhand ontwikkeld tot de Wislawa Szymborska van de Nederlandse jeugdpoëzie. Hopelijk volgen er nog veel bundels.

 

 

In de kast
Soms kan ik de kast niet in
is ze gekaapt door mijn zus.

Soms zitten we allebei een potje
te zwijgen tegenover elkaar

en luisteren en ademen de kleren
van papa in en uit. En soms zeggen we

een woord en lachen even donker.
Soms ben ik verdrietig als ik uit de kast

Mama zal me nooit storen als ik
bij papa want soms hoor ik haar

in de kast.

Daniël Billiet. Vlinders in het mijnenveld. Uitgeverij De Draak, 2018.
Deze nieuwste dichtbundel van Daniël Billiet opent met een Waarschuwing!: 
Deze gedichten zijn niet bestemd
voor overgevoelige jongeren.
Of ouderen.
Ook de meest fantasierijke gedichten
zijn gebaseerd op ware feiten.
Het is geen overbodige raad. Billiet dicht over, en voor,  jongeren die flink wat te verstouwen hebben: armoede, huiselijk geweld, tienerzwangerschappen, anorexia, eenzaamheid en ga zo maar door. Kinderrechtencommissaris Bruno Vanobbergen (is dat net zo iets als de Nederlandse Kinderombudsman?) heeft het voorwoord geschreven en soms staan er statistische gegevens onder de gedichten, zoals bijv. dat in Vlaanderen 1 op de 5 kinderen onder de armoedegrens leeft.
Ook al kunnen sommige gedichten daardoor zwaar op de maag komen te liggen, dit is geen zware bundel. Billiet houdt de toon licht, vlecht vakkundig humor door de gedichten en schrijft ook vrolijke flierefluitverzen als De meeneemzeemeermin die leeft tussen ‘dansjes van zeewier en het gezang van vele kleuren’ en ‘Nu en dan’ over verliefd zijn.
De titel ‘Vlinder in het mijnenveld’ is dan ook helemaal raak en taalvaardigheid en -plezier spatten van de pagina’s.
Fijn, deze nieuwe bundel van Billiet, bij een onbekende uitgever notabene, die hem de ruimte gaf te sprankelen als vanouds.

Alles gaat mis op de boerderij:
de boer zoekt eieren bij de varkens,
hij wil de koe scheren, hij probeert de kip te melken.
De dieren snappen er niets van. De boer is toch niet ziek?

Pim Lammers. Tekeningen Milja Praagman. De Eenhoorn, 2018.
Dat staat nog te bezien of de boer niet ziek is. Want hij kan de hele dag maar aan één iemand denken. Gelukkig is het een hele vrolijke ziekte, waar ook de dierenarts last van heeft. Het duurt alleen even voor de boer dat doorheeft.
Vrolijk prentenboek over een verliefde boer die gekke dingen doet, zoals verliefde mensen dat doen. De dieren op de boerderij kunnen het niet langer aanzien en besluiten hem een handje te helpen.
Na het succes van ‘Het lammetje dat een varken is’ van het duo Lammers-Praagman, dat heel onopvallend over (trans)gender ging, is hier een kleuterboek over twee verliefde mensen, die toevallig allebei man zijn zonder dat dat een thema is.
Prima gedaan, korte duidelijke teksten en ongekunstelde tekeningen, al zullen echte boeren en dierenartsen misschien een beetje lachen om de inhoud, omdat een boer natuurlijk nooit een dierenarts zou roepen als al zijn dieren in een boom zitten. Maar dat geeft niet, voor  ouders en kleuters is dit een fijn voorleesboek.
Leeftijd 4+

…zag jij misschien dat ik naar jou,
dat ik je zag en dat ik zag hoe jij
naar mij te kijken zoals ik naar jou
en dat ik hoe dat heet zo steels,
zo en passant en ook zo zijdelings –
dat ik je net zo lang bekeek tot ik
naar je staarde en dat ik staren bleef.
Ik zag je toen en ik wist in te zien
dat in mij leven zoveel is gezien
zonder dat ik het ooit eerder zag:
dat kijken zoveel liefs vermag.
Joost Zwagerman. Uit: Zoen me tot ik spin. Gedichten over de liefde. Illustraties Wolf Erlbruch. Querido, 2011.
Achttien gedichten over liefde: bekende, onbekende, zonnige, feestelijke gedichten over liefde. Niet over de loopgraven, de jaloezie, de woede of de angst maar over de verrukking, de magie en zoetheid. Alle illustraties gaan over verliefde dieren. Dat is een beetje raar in een bundel over mensenliefde. Het zijn wel mooie, warme, sterke tekeningen.
Dit gedicht is geplaatst met toestemming vooraf van uitgeverij Querido.

De lucht hing als een blok op het land,
onzichtbaar en massief.

Je gaat gekleed in de kleur van je haar,
in je ogen, je passen en je woorden.
Je bent hier en elders. Ik draag je me na

en huiver. Je bent te groot misschien,
of te dichtbij. Je onbereikbaarheid
is onvergeeflijk. Kon ik een vogel zijn –

maar de nauwkeurigheid ontbreekt me
zoals het vertrouwen. Ik kijk naar je

en huiver. Spreek me aan, want ik zwijg,
verdraag mijn wurggreep, verdraag
de onbeholpenheid, verdraag mij, liefde.
Mark Boog. Uit: Ik wil je. Selectie Dirk Terryn, illustraties Sabien Clement. De Eenhoorn, 2007. Leeftijd 14+.
Gedicht Mark Boog oorspronkelijk in: De encyclopedie van de grote woorden. Cossee, 2005.
‘Ik wil je’ is een bloemlezing, eerste in een serie van vijf, over de liefde. ‘Ik wil je’ gaat over passie, die vleugels geeft maar ze ook kan schroeien. Er staan gedichten in van bekende schrijvers als Tom Lanoye en Hugo Claus, jeugdauteurs als Edward van de Vendel en Joke van Leeuwen maar ook muziekteksten van Spinvis. Door deze gedichtenkeus is er geen duidelijke grens tussen jeugdpoëzie en gedichten voor volwassenen, al moet je wel wat ervaring in de liefde hebben om dit plezierig te kunnen lezen. Gedichten verschillen sterk van toon en stijl.