Berichten

Kijk, daar heb je de kleine groenling. Wat een leuk vogeltje.
Maar waarom kijkt hij zo ongelukkig?
Dat is eigenlijk best gek, want het is de mooiste dag van de lente. Alle vogels zijn druk in de weer met hun nest.
[…]
Alle vogels zingen, kirren, koeren, gillen, gieren, tjilpen, snateren, krassen, klepperen en tjotteren. Maar de kleine groenling zingt niet mee.
[…]
Jan Paul Schutten. Uit: Het verlegen vogeltje. Tekeningen Liset Celie.
Erg grappig en mooi uitgevoerd prentenboek over de oudste geschreven zin in ons taalgebied: ‘Hebban olla vogala nestas hagunnan hinase hic anda thu, wat unbidan we nu?’ (zijn alle vogels nesten begonnen behalve jij en ik, wat wachten we nu?)
De kleine groenling is te verlegen om het groenlingvrouwtje te vragen of zij een nestje met hem wil maken en vraagt de merel of zij het voor hem wil vragen. Door het gefluit van al die lentevogels hoort de merel niet goed wat hij wil en ze vliegt meteen naar de kauw om te vragen of die op het hoofd van een ekster wil springen. Daar herhaalt de verhaallijn zich, en de kauw vliegt naar de roek, die naar de spreeuw vliegt, die naar de groene pauw vliegt en zo verder, steeds opnieuw met een verkeerd verstane nieuwe vraag. En dat arme groenlingmannetje vliegt overal maar hijgend achteraan, tot ze bij het groenlingvrouwtje komen en hij alsnog zijn moed bij elkaar raapt. Eind goed, al goed.
Fijn boek over taal, over vogels, over natuur en over liefde, om steeds opnieuw voor te lezen en heel goed te bekijken.
Leeftijd 4+

[…]
Ik haalde mijn hart uit mijn borstkas en reikte het je aan.
Alles wou ik je geven.
Je brak mijn hart niet, vertrapte het niet, maar je had het ook niet lief.
Je liet het gewoon in mijn handpalm liggen, zoals een verjaardagscadeau dat je eigenlijk niet wilt, en dat je laat rondslingeren in huis, de verpakking er nog rond.
Misschien was dat het probleem. Je behandelde mijn hart met dezelfde onverschilligheid waarmee je kleren soms behandelt. Als er een gat in je sok zit, gooi je die in de prullebak. Als je broek te krap zit, koop je een nieuwe.
[…]
Ik ben meer dan genoeg.
mijn mantra
[…]
Roxanne Wellens. Uit: De dingen die ik nooit kon zeggen. Van Halewijck (Pelckmans) 2021.
De moderne dichtvorm uit De dingen die ik nooit kon zeggen is bijzonder effectief. De eigentijdse, maar persoonlijke en originele opmaak, de combinatie van woord en beeld, grijpt aan en kan daarmee bovendien een inspirerend voorbeeld zijn voor andere jonge schrijver-tekenaars”
schrijft de Vlag en Wimpel Griffeljury in zijn  juryrapport 2021 over dit boek.
In drie hoofdstukken, Het skelet opvissen, De botten horen rammelen en Trommelen op het hart, doet Wellens op een originele en schrijnende manier verslag van een uiterst pijnlijk proces van verliefdheid op, een relatie met en uiteindelijk het loslaten van iemand met een gameverslaving. Soms gebruikt ze prozatekst, soms een- of tweeregelige zinnen, soms rijmloze gedichten. Oorspronkelijk en indringend boek van deze jonge, veelbelovende schrijfster.

 

[…]
Als je wilt praten over geslachtsdelen kun je het beestje maar het beste gewoon bij de naam noemen. Maar bij welke naam? Er is zoveel keuze!
Artsen en wetenschappers hebben het over vagina’s en penissen. Dat klinkt keurig, maar wel een tikje saai.
[…]
De vagina
Een gewoon woord vinden voor vagina is lastiger. Kut klinkt misschien best goed, maar het wordt ook als een scheldwoord gebruikt, en dat is jammer. Spleetje klopt niet, want een vagina is veel meer dan alleen een spleetje in de onderkant van een meisjeslijf. Doos klopt ook niet. Een doos is interessant om iets in te doen, en een vagina is ook interessant zonder iets erin. Een voorbips? Dat klinkt pas echt raar!
Pubers hebben geen moeite met het bedenken van namen voor de vagina: poes of muis, oester of mossel, genotsgleuf of brievenbus. Maar als ze groot zijn en zelf kinderen krijgen begint het zoeken naar een geschikte naam weer van voorbips af aan.
[…]
Seks is niks geks.
het is fijn om te doen:
dat zachte gezucht
en dat zwoele gezoen,

dat spelen, dat strelen,
dat dingen proberen,
dat voelen van vel
zonder veel te veel kleren,

dat warme, dat natte,
dat klamme, dat kleffe,
dat hijgen, dat zuigen,
dat likken, dat beffen…

Seks is niks geks.
In het licht van de maan
of op klaarlichte dag;
zo gezegd, zo gedaan!
Bette Westera. Uit: Seks is niks geks. Tekeningen Sylvia Weve. Samsara, 2021. 
Wat is een orgasme? Wat is een clitoris? Wat is anti-conceptie, een erectie, menstrueren?
Dit boek voor opgroeiende kinderen en jongeren die willen weten hoe het allemaal nou precies zit met hun eigen lijf en dat van anderen, vertelt het klip en klaar, in normale mensentaal en zonder gene, aangevuld met soms wat lullige quizjes en gedichten.
We lezen verschillende woorden die je kunt gebruiken voor je lichaam, we horen over allerlei mogelijkheden om seks met elkaar te hebben, hoe seks bij dieren er uit ziet, dat je lichaamshaar scheren, in kleurtjes verven of lekker laten zitten allemaal oké is, zolang je je er zelf maar goed bij voelt.
En we vernemen wat je moet doen als je seks tegen je zin hebt gehad. Dat dit onderwerp pas helemaal aan het eind van het boek aan bod komt en bovendien wordt behandeld aan de hand van een meisje dat onvrijwillig is gevingerd door een vrouw, is een gemiste kans. De meeste verkrachtingen van vrouwen gebeuren toch echt door mannen.
Jammer ook dat dit boek niet wat royaler is opgezet. Nu komen Weve’s stripachtige tekeningen slecht tot hun recht op de overvolle pagina’s.
Je gunt elk kind een boek als dit, maar waarom Westera en Weve het niet hebben uitgebracht bij de uitgever van hun succesvolle boeken als Doodgewoon en Uit elkaar is een raadsel.
Leeftijd: 10+

[…]
Ze opende haar ogen.
‘JIE!’ hoorde ze weer.
Daar, buiten, zat het zwaluwtje dat haar al eerder had gered.
‘Jie,’ piepte het, ‘ik help je wel.’
Jie, die Nayotake no Kaguya-hime werd genoemd, kon weer ademhalen! Ze zei: ‘O vogeltje, o ja, ik heb je hulp nodig!’
Ze opende het grote raam en stak haar arm uit.
Het zwaluwtje vloog weg – niet ver, niet ver. Alsof het haar liet zien waar ze naartoe moest gaan.
Nayotake no Kaguya-hime stapte uit het raam, over de rand van de veranda, tot in de achtertuin.
‘O vogeltje,’ zei ze, en trok haar blauwe jurk recht.
‘Waar ben je, vogeltje?’ […]
Edward van de Vendel. Uit: Het bamboemeisje. Illustraties Mattias De Leeuw. Querido, 2021.
Het predikaat ‘graphic novel’ klinkt trendy en is correct maar doet dit boek ook te weinig recht. Het verhaal is namelijk ook een sprookje, over liefde, en trouw, van 250 pagina’s lang in de fijnste, zachtzinnigste woorden die onze taal kent, en  de liefste, sprekendste beelden die je maar kunt oproepen, gelardeerd met geraffineerde, veelal groene en blauwe, waterverfprenten die aan kalligrafie doen denken.
Edward van de Vendel vertelt het verhaal van het mooie, kleine meisje tussen de bamboe op meesterlijke wijze in korte, herhalende zinnen met af en toe rijm, waarin het wonderlijke verhaal prachtig kan openbloeien. Mattias De Leeuw voegt zijn prenten moeiteloos in, in een sfeervolle, zachte beeldentaal.
Dit is zo’n boek dat maar af en toe eens verschijnt, om te koesteren, om bij je te dragen en om vaak open te slaan.
Leeftijd: 10+

Beschermpje
‘Je moet gaan liggen,’ zegt ze
‘op de bank.’ Maakt kussens
van truien, dekt me toe
met haar moeders omslagdoek
geeft me een hond voor op mijn borst.

‘Hij zal je beschermen,’ zegt ze.

Haar handen strelen een boog
van mijn hoofd tot mijn voeten.
‘Ik zet,’ legt ze uit, ‘een beschermpje
over je heen.Dat houdt nare dromen tegen
maar laat de mooie door.’

Kees Spiering. Uit: Jij begint. Tekeningen Alette Straathof. Luiting-Sijthoff, 2018.
Bijna tachtig gedichten telt de nieuwe bundel van Kees Spiering, een bundel waar we vijftien jaar op hebben moeten wachten.
En wat voor bundel. Een hartstochtelijke ode aan het leven en de liefde, voor mens en dier met als kernthema: hoe zeer het ook doet: heb lief, heb lief.
Missen, verrukking, pijn en verdriet om verlies van liefde of geliefde, melancholie, verwarring, ongemak: het komt allemaal voorbij, in een taal die zowel onopvallend als uiterst soepel, compact en heerlijk vanzelfsprekend is, ritmisch en boordevol klankfeestjes.
Met een paar pennestreken schildert Spiering een schilderij aan gebeurtenissen en gevoelens en trekt je het tafereel  binnen met messcherpe observaties (‘Oude mensen kussen…Haar wang/was dun en slap, boog van je/ lippen weg, als kuste je/een theedoek aan de lijn.’), de tergende eerste kus (‘Lippen aan elkaar met open mond…./Zo stonden we te wachten/op wat niet gebeurde’), sterke metaforen (opa’s armen van ijzerdraad en met splinters van baard in je wang), en zinnen die als een stomp in de maag binnen komen. (‘Hamsters zijn meestal dood’: ‘Dan een nieuwe hamster./Of een konijn. Die zijn/ook vaak dood, konijnen.’)
“Oh, auw!” denk je dan.
Geen schaamte of herinnering zo erg of Kees Spiering schrijft er over, de pestgedichten in de bundel zullen bij sommige lezers pijnlijke beelden oproepen, de kommer van een verloren liefde zal menigeen bekend voorkomen en veel gedichten bevatten zo’n zinnetje dat even doorknijpt, zoals ‘vaders zijn weg voor je het weet’.
De tekeningen van Alette Straathof, in enkel zwart, wit en blauw, zijn van een zelfde fijnzinnige scherpte en doelgerichtheid als de gedichten.
Deze dikke bundel is als een wintertrui op een kille herfstdag. Beklemming en grote thema’s in gewone, kleine woorden: Kees Spiering heeft zich zo langzamerhand ontwikkeld tot de Wislawa Szymborska van de Nederlandse jeugdpoëzie. Hopelijk volgen er nog veel bundels.

 

 

In de kast
Soms kan ik de kast niet in
is ze gekaapt door mijn zus.

Soms zitten we allebei een potje
te zwijgen tegenover elkaar

en luisteren en ademen de kleren
van papa in en uit. En soms zeggen we

een woord en lachen even donker.
Soms ben ik verdrietig als ik uit de kast

Mama zal me nooit storen als ik
bij papa want soms hoor ik haar

in de kast.

Daniël Billiet. Vlinders in het mijnenveld. Uitgeverij De Draak, 2018.
Deze nieuwste dichtbundel van Daniël Billiet opent met een Waarschuwing!: 
Deze gedichten zijn niet bestemd
voor overgevoelige jongeren.
Of ouderen.
Ook de meest fantasierijke gedichten
zijn gebaseerd op ware feiten.
Het is geen overbodige raad. Billiet dicht over, en voor,  jongeren die flink wat te verstouwen hebben: armoede, huiselijk geweld, tienerzwangerschappen, anorexia, eenzaamheid en ga zo maar door. Kinderrechtencommissaris Bruno Vanobbergen (is dat net zo iets als de Nederlandse Kinderombudsman?) heeft het voorwoord geschreven en soms staan er statistische gegevens onder de gedichten, zoals bijv. dat in Vlaanderen 1 op de 5 kinderen onder de armoedegrens leeft.
Ook al kunnen sommige gedichten daardoor zwaar op de maag komen te liggen, dit is geen zware bundel. Billiet houdt de toon licht, vlecht vakkundig humor door de gedichten en schrijft ook vrolijke flierefluitverzen als De meeneemzeemeermin die leeft tussen ‘dansjes van zeewier en het gezang van vele kleuren’ en ‘Nu en dan’ over verliefd zijn.
De titel ‘Vlinder in het mijnenveld’ is dan ook helemaal raak en taalvaardigheid en -plezier spatten van de pagina’s.
Fijn, deze nieuwe bundel van Billiet, bij een onbekende uitgever notabene, die hem de ruimte gaf te sprankelen als vanouds.

Alles gaat mis op de boerderij:
de boer zoekt eieren bij de varkens,
hij wil de koe scheren, hij probeert de kip te melken.
De dieren snappen er niets van. De boer is toch niet ziek?

Pim Lammers. Tekeningen Milja Praagman. De Eenhoorn, 2018.
Dat staat nog te bezien of de boer niet ziek is. Want hij kan de hele dag maar aan één iemand denken. Gelukkig is het een hele vrolijke ziekte, waar ook de dierenarts last van heeft. Het duurt alleen even voor de boer dat doorheeft.
Vrolijk prentenboek over een verliefde boer die gekke dingen doet, zoals verliefde mensen dat doen. De dieren op de boerderij kunnen het niet langer aanzien en besluiten hem een handje te helpen.
Na het succes van ‘Het lammetje dat een varken is’ van het duo Lammers-Praagman, dat heel onopvallend over (trans)gender ging, is hier een kleuterboek over twee verliefde mensen, die toevallig allebei man zijn zonder dat dat een thema is.
Prima gedaan, korte duidelijke teksten en ongekunstelde tekeningen, al zullen echte boeren en dierenartsen misschien een beetje lachen om de inhoud, omdat een boer natuurlijk nooit een dierenarts zou roepen als al zijn dieren in een boom zitten. Maar dat geeft niet, voor  ouders en kleuters is dit een fijn voorleesboek.
Leeftijd 4+

Het einde van de zomer
De adem van de zomer koelt langzaam af.
De inkt van de nacht komt steeds vroeger.
En vanuit het niets
kondigt mijn moeder aan dat Tippi en ik
niet langer thuis les zullen krijgen.
´In september
gaan jullie naar school
zoals iedereen,´ zegt ze.

Ik reageer nauwelijks.

Ik luister
en knik
en trek aan een los draadje in mijn trui
tot er een knoop

op de grond valt.

Maar Tippi blijft niet rustig.

Ze ontploft:
´Dat méén je niet!
Zijn jullie gek geworden?´ schreeuwt ze.
En ze maakt urenlang ruzie met onze ouders.
Ik luister
en knik
en bijt op de velletjes van mijn nagels
tot ze

bloeden.

Uiteindelijk wrijft mijn moeder over haar slapen
en zegt dan ronduit:
´De bijdragen van alle weldoeners zijn op
en we hebben geen geld voor thuisonderwijs.
Jullie weten dat je vader nog geen werk heeft
en oma´s pensioen
is niet eens genoeg om de kabel-tv van te betalen.´

´Jullie zijn niet goedkoop,´ voegt mijn vader eraan toe.
Sarah Crossan. Uit: Een. Twee levens. Twee zussen. Een keuze. Pepperbooks, 2016.
Grace en Tippi zijn een Siamese tweeling van bijna zeventien. Ze weten niet beter dan dat ze altijd samen zijn. Als ze op een dag naar school moeten verandert hun leven ingrijpend. Maar dat is niet het enige dat er verandert.
Zelden las ik een boek dat me zo meenam, me zo de adem benam, me zo dichtbij de personages bracht. Dit boek laat je tot in je haarvaten voelen hoe het is om een Siamese tweeling te zijn, te worden aangestaard, te voelen dat je twee personen in een lichaam bent. Maar ook wat het betekent om een individu te zijn, het belang van vriendschap, hoe liefde voor een zus voelt, en diepe rouw.
Intelligent, poëtisch en indringend relaas.
Leeftijd 12+

Soms,
het gebeurt weleens,
worden gedachten zwarte vissen.
Ze botsen tegen de glazen muren
van mijn hoofd.

Maar ik laat het er niet bij.
Ik wrijf ze op tot blinkende vogels,
doe het raam open
en wuif ze eruit.

Een veer zweeft na.
Een zwarte.
Maar de vogels zijn verdwenen.
Gil vander Heyden. Uit: Liefde zat je als gegoten. Clavis, 2008.

…zag jij misschien dat ik naar jou,
dat ik je zag en dat ik zag hoe jij
naar mij te kijken zoals ik naar jou
en dat ik hoe dat heet zo steels,
zo en passant en ook zo zijdelings –
dat ik je net zo lang bekeek tot ik
naar je staarde en dat ik staren bleef.
Ik zag je toen en ik wist in te zien
dat in mij leven zoveel is gezien
zonder dat ik het ooit eerder zag:
dat kijken zoveel liefs vermag.
Joost Zwagerman. Uit: Zoen me tot ik spin. Gedichten over de liefde. Illustraties Wolf Erlbruch. Querido, 2011.
Achttien gedichten over liefde: bekende, onbekende, zonnige, feestelijke gedichten over liefde. Niet over de loopgraven, de jaloezie, de woede of de angst maar over de verrukking, de magie en zoetheid. Alle illustraties gaan over verliefde dieren. Dat is een beetje raar in een bundel over mensenliefde. Het zijn wel mooie, warme, sterke tekeningen.
Dit gedicht is geplaatst met toestemming vooraf van uitgeverij Querido.