Berichten

Een tulpenbol met tulp en al
ligt weerloos op het pad.

Een egel rustig ritselend
onder stapels eikenblad.

Kiemen doen hun stinkende best
tussen keutels paardenmest.

Een hommel op een goudsbloem
voert zoemend zijn gesprek.

Een worm stribbelt tegen
in een hongerige bek.

Drie slakken laten gaten na
in alle blaadjes babysla.

Een virus is op oorlogspad
gaat grenzeloos zijn gang.

De lente komt en is en blijft
voor niets en niemand bang.
Elle van Lieshout. Uit: Dichter. Gedichten voor kinderen van 6-106. Corona, de wereld staat stil en op zijn kop. Plint, 2020. 

Ik weet dat de lente komt,
ik weet het nu heel zeker.
Ik weet dat de lente komt.
Waarom? Waarom? Waarom?
Wie heeft je dat verteld?

De lammetjes, de lammetjes.
Wie heeft je dat verteld?
De lammetjes in het veld.

Ik weet dat de lente komt.
Ik weet het nu heel zeker.
Ik weet dat de lente komt.
O ja? O ja? O ja?
Wie heeft je dat gezegd?
De bloemetjes, de bloemetjes.
Wie heeft je dat gezegd?
De bloemetjes langs de weg.

Ik weet dat de lente komt,
ik weet het nu heel zeker.
Ik weet dat de lente komt.
Echt waar? Echt waar? Echt waar?
Wie kwam met dat gerucht?

De vogeltjes, de vogeltjes.
Wie kwam met dat gerucht?
De vogeltjes in de lucht.
Koos Meinderts. Uit: De liedjesalmanak. Lente & zomer. Ill. Annette Fienieg. Rubinstein, 2014.
Eindelijk is de lente- en zomerversie van de Liedjesalmanak er dan ook. Heerlijk boek, met veel nieuwe seizoensliedjes van de hand van de meester van de liedjespoëzie, wederom prachtig dromerige tekeningen van Annette Fienieg en een cd met liedjes gezongen door Peer de Graaf en Leine op muziek van Thijs Borsten.

het is lente, de dakpannen
drogen in de zon
we hebben lang gewacht
terwijl we in de auto zaten
en de regen hoorden op het dak
(ook dat was tijd die wij
genomen hebben)

het is lente, in het bos
ontkrullen zich de varens
als de halzen van violen
en aan de palen hangen
groene druppels isolatieglas
te glinsteren

het is goed om nu te wachten,
te kijken en te luisteren

en te weten dat er dingen zijn
om het zonlicht op te vangen
ze deden dat al voor wij
hier verschenen, en ook als wij
er niet meer zijn, het licht
zal niet verloren gaan.
Mirjam van Hee. Uit: De bramenpluk. De Bezige Bij, 2002.