Tag Archief van: kunst

Er bestaat een postbode die haar werk in stilte doet. Elke dag haalt ze de bus van ‘Postkantoor 00/00/00’ leeg. Er zitten brieven in van verliefden en partners, van moeders en vaders, van broers en zussen. Mensen die op verhaal willen komen, die zoeken naar een vorm voor hun verlies. Ze schrijven een boodschap naar een overleden geliefde, als een afscheid over de dood heen.

Elke briefschrijver ontvangt een interpretatie van de brief in een beeld. Enkel de postbode en een van de twaalf kunstenaars lezen de brief en koesteren de woorden….Het zijn allemaal zoektochten om troost te bieden in droeve dagen.
[…]
Ik zou je willen schrijven hoeveel sporen je achterlaat. Onuitwisbare tekens van leven die mij bij jou brengen, steeds opnieuw, maar die mij ook verwarren. Je bent me er eentje. Eentje die indruk nalaat. Soms, als ik heel verdrietig ben, vraag ik me wel eens af of het echt niet met wat minder kon. Minder liefde, minder samen, minder bewondering ook voor wie je bent. Geweest.
Daar ga ik weer: een spoor van leven, een spoor van hoop brengt ons weer bijeen. Laat me af en toe de weg verliezen. Vergeten.
Laat me jou ontrouw zijn.
Dirk Terryn.
Uit: Meer troost. Van Tine Marie  Van Damme. Postbode Postkantoor 00/00/00 . De Eenhoorn, 2023
Wat een – soms letterlijk – adembenemend fijn boek is dit. Kunstenaars verbeelden op een diep ontroerende manier verlies, gemis, dood, verlangen in kleurrijke, inventieve beelden, met hier en daar een tekst. Dit is een zacht boek, voor iedereen die weet heeft van verlies, voor iedereen die nood heeft aan wat troost in de donkerste dagen van een mensenleven.

Ik ben een kunstenaar.
Mijn moeder ook!

Maar op een TOTAAL andere manier.
Waar ik ook kijk, zie ik KUNST.
Maar mijn moeder ziet dat anders.
[…]
Ik heb ZOVEEL talent.
Ik kan het gewoon niet helpen.
ALLES inspireert me.
Martha Altés. Uit: Ik ben een kunstenaar. Lemniscaat, 2016.
Een jongetje dat zegt: ‘Ik zie: Uitzicht op de wereld. Mijn moeder ziet: Een gat in de muur. (Ik geloof niet dat ze me begrijpt.)’
Een jongetje dat de muren in huis gebruikt als schildersdoek, de eetkamerstoelen blauw verft, en zichzelf ook.
Dat de badkamerspiegel aan stukjes slaat omdat je dan zo mooi veel spiegelbeelden ziet.
Een jongetje dat de koelkast tjokvol plantjes zet en de oorspronkelijke inhoud van de koelkast over de keukenvloer uitspreidt en vervolgens met wc-rollen in bad gaat, zo’n jongetje bedenkt natuurlijk dat hij zijn moeder wil verrassen met een fantastisch kunstwerk.
Het vervolg laat zich raden.
Heerlijk gek prentenboek met sterke, vrolijke tekeningen in eigentijdse stijl met een knipoog naar bekende kunstenaars en veel grappige details.
Het bijbehorende stickerdoeboek ‘Jij bent een kunstenaar. (Nee, dat ben je NOG niet)’  is een groot feest voor alle creatieve kinderen (en hun ouders).
Kinderen kunnen zelf aan de slag,  met het maken van zelfportretten en verschillende gezichtsuitdrukkingen, met gezichten zoeken en tekenen, vormen en patronen uitproberen en tenslotte vrij werk maken aan de hand van simpele opdrachten.
Leeftijd 5+ .

‘Ik heb jeuk, meneer. En ik krijg een lamme arm.’
‘Nog even.’
‘De was moet van het bleekveld af.’
‘De kunst gaat voor de was.’
‘Voor u, meneer, niet voor mij. Ik krijg een stijve nek ook.’
…Tanneke wipt van het ene been op het andere. ‘Ooo… hoe overleef ik zo lang stilstaan?’
Francine Oomen bij Het melkmeisje van Vermeer. Uit: Het Grote Rijksmuseum Voorleesboek. Rubinstein, 2013.
Bij een nieuw museum hoort een nieuw boek voor kinderen. In het grote Rijksmuseum voorleesboek hebben Nederlandse kinderboekenschrijvers hun fantasie de vrije loop gelaten.
Er zijn verhalen bij Rembrands Nachtwacht, Isaac Israels Ezeltje rijden langs het strand, Jan Steens Vrolijke huisgezin en Jan Asselijns De bedreigde zwaan.
Joke van Leeuwen, Bibi Dumon Tak, Ted van Lieshout, Edward van de Vendel, Imme Dros, Hans Hagen: de keurtroepen van de Nederlandse jeugdliteratuur geven ons een ander kijkje op schilderijen die we al te vaak hebben gezien, de meeste 17e-eeuws. Daardoor kijk je opnieuw en scherper, dat is leuk.
In een deel van de verhalen wekken de schrijvers de personages op het schilderij tot leven, in andere zien we het doek vanuit de ogen van latere generaties.
Mijn persoonlijke favoriet is ‘Toch vind ik kleine beestjes lief’ van Daan Remmerts de Vries bij het schilderij De traankokerij van de Amsterdamse Kamer der Groenlandse Compagnie op Amsterdam Eiland bij Spitsbergen, van Cornelis de Man.
Remmerts de Vries zet zachtzinnig, maar daarom des te scherper, dier en mens tegenover elkaar.
Het zou leuk zijn om te weten of de gekozen schilderijen door de schrijvers zelf zijn uitgekozen of dat ze simpelweg zijn toegewezen.
Charlotte Dematons, bekend van ‘Sinterklaas’ en ‘Nederland’, tekende het omslag van het boek zoals we van haar gewend zijn, met veel grappige details.