Berichten

Ik ben een kunstenaar.
Mijn moeder ook!

Maar op een TOTAAL andere manier.
Waar ik ook kijk, zie ik KUNST.
Maar mijn moeder ziet dat anders.
[…]
Ik heb ZOVEEL talent.
Ik kan het gewoon niet helpen.
ALLES inspireert me.
Martha Altés. Uit: Ik ben een kunstenaar. Lemniscaat, 2016.
Een jongetje dat zegt: ‘Ik zie: Uitzicht op de wereld. Mijn moeder ziet: Een gat in de muur. (Ik geloof niet dat ze me begrijpt.)’
Een jongetje dat de muren in huis gebruikt als schildersdoek, de eetkamerstoelen blauw verft, en zichzelf ook.
Dat de badkamerspiegel aan stukjes slaat omdat je dan zo mooi veel spiegelbeelden ziet.
Een jongetje dat de koelkast tjokvol plantjes zet en de oorspronkelijke inhoud van de koelkast over de keukenvloer uitspreidt en vervolgens met wc-rollen in bad gaat, zo’n jongetje bedenkt natuurlijk dat hij zijn moeder wil verrassen met een fantastisch kunstwerk.
Het vervolg laat zich raden.
Heerlijk gek prentenboek met sterke, vrolijke tekeningen in eigentijdse stijl met een knipoog naar bekende kunstenaars en veel grappige details.
Het bijbehorende stickerdoeboek ‘Jij bent een kunstenaar. (Nee, dat ben je NOG niet)’  is een groot feest voor alle creatieve kinderen (en hun ouders).
Kinderen kunnen zelf aan de slag,  met het maken van zelfportretten en verschillende gezichtsuitdrukkingen, met gezichten zoeken en tekenen, vormen en patronen uitproberen en tenslotte vrij werk maken aan de hand van simpele opdrachten.
Leeftijd 5+ .

‘Ik heb jeuk, meneer. En ik krijg een lamme arm.’
‘Nog even.’
‘De was moet van het bleekveld af.’
‘De kunst gaat voor de was.’
‘Voor u, meneer, niet voor mij. Ik krijg een stijve nek ook.’
…Tanneke wipt van het ene been op het andere. ‘Ooo… hoe overleef ik zo lang stilstaan?’
Francine Oomen bij Het melkmeisje van Vermeer. Uit: Het Grote Rijksmuseum Voorleesboek. Rubinstein, 2013.
Bij een nieuw museum hoort een nieuw boek voor kinderen. In het grote Rijksmuseum voorleesboek hebben Nederlandse kinderboekenschrijvers hun fantasie de vrije loop gelaten.
Er zijn verhalen bij Rembrands Nachtwacht, Isaac Israels Ezeltje rijden langs het strand, Jan Steens Vrolijke huisgezin en Jan Asselijns De bedreigde zwaan.
Joke van Leeuwen, Bibi Dumon Tak, Ted van Lieshout, Edward van de Vendel, Imme Dros, Hans Hagen: de keurtroepen van de Nederlandse jeugdliteratuur geven ons een ander kijkje op schilderijen die we al te vaak hebben gezien, de meeste 17e-eeuws. Daardoor kijk je opnieuw en scherper, dat is leuk.
In een deel van de verhalen wekken de schrijvers de personages op het schilderij tot leven, in andere zien we het doek vanuit de ogen van latere generaties.
Mijn persoonlijke favoriet is ‘Toch vind ik kleine beestjes lief’ van Daan Remmerts de Vries bij het schilderij De traankokerij van de Amsterdamse Kamer der Groenlandse Compagnie op Amsterdam Eiland bij Spitsbergen, van Cornelis de Man.
Remmerts de Vries zet zachtzinnig, maar daarom des te scherper, dier en mens tegenover elkaar.
Het zou leuk zijn om te weten of de gekozen schilderijen door de schrijvers zelf zijn uitgekozen of dat ze simpelweg zijn toegewezen.
Charlotte Dematons, bekend van ‘Sinterklaas’ en ‘Nederland’, tekende het omslag van het boek zoals we van haar gewend zijn, met veel grappige details.