Berichten

Waar is Reinaert? 
Waarin Reinaert de Vos beschuldigd wordt van het stoken in een goed huwelijk
Terwijl Reinaert de Vos tijdens het monopoly-spelen
met zijn kinderen stiekem een briefje van duizend
uit de bank jatte en zich te goed deed aan een kipkluifje, verklaarde Koning Nobel in de paleistuin
de jaarlijkse Hofdag voor geopend.
‘Fijn dat jullie er allemaal zijn,’ sprak hij.
‘Ik mis anders mijn oom,’ zei Grimbeert de Das.
‘Reinaert de Vos.’
‘Die mis ik ook,’ zei het hondje Courtois. ‘Als kiespijn!’
[…]
Koos Meinderts. Uit: De schelmenstreken van Reinaert de Vos.
Tekeningen: Carel Cneut, Charlotte Dematons, Annette Fienieg, Piet Gröbler, Annemarie van Haeringen, Alice Hoogstad, Mies van Hout, Martijn van der Linden, Sanne te Loo, Daan Remmerts de Vries, Ingrid Schubert, Dieter Schubert, Hanneke Siemensma, Noëlle Smit, Harmen van Straaten, Thé Tjong-Khing, Marije Tolman, Ludwig Volbeda, Fleur van der Weel, Sylvia Weve.
Hoogland & Van Klaveren, 2018. 

Puur leesplezier in deze meesterlijke hervertelling van het epische Middelnederlandse dierdicht Van den vos Reynaerde, uit de 2e helft van de 13e eeuw. Het was een van de hoogtepunten van de Middeleeuwse Nederlandse literatuur,  zelf weer gebaseerd op het Latijnse dierenepos Ysengrim.
Koos Meinderts vertelt de verhalen fris en smakelijk, hier en daar volks, soms grappig, soms plechtig en  in elk geval zo dat je voortdurend wilt doorlezen. Elk woord staat op zijn plaats, nergens doet Meinderts een knieval voor kinderlijk of braaf en aangepast taalgebruik.
Naast de titelpagina vindt de lezer dan ook de volgende tekst:  ‘Waarschuwing: Het lezen van de schelmenstreken van Reinaert de Vos kan ernstige schade toebrengen aan de tere kinderziel.’
Een gewaarschuwd lezer weet wat haar/hem te wachten staat.
Elk van de 18 paginagrote verhalen is levendig geïllustreerd door telkens een andere topillustrator. Daardoor ziet Reinaert er steeds anders uit maar blijft duidelijk herkenbaar en de verhalen krijgen zo een aparte dynamiek. Onovertroffen, deze hervertelling.
Voor werkelijk elke leeftijd.

 

Meneer Max houdt van wandelen. Niet om ergens
te komen, maar om ergens te zijn en goed om zich
heen te kijken.
Zo nu en dan blijft hij staan en haalt hij zijn
schetsboek tevoorschijn om te tekenen wat hij ziet.
Meneer Max ziet veel.
[…]
Koos Meinderts & Annette Fienieg. Leopold & Gemeentemuseum Den Haag, 2018.
Zo begint het nieuwste deel in de serie kunstprentenboeken van uitgeverij Leopold  over de Duitse impressionistische schilder Max Liebermann (1847-1935) bij de tentoonstelling van zijn werk in het Haags Gemeentemuseum (tot 24 juni 2018).
Eerdere delen in deze kunstboekenreeks, die kunst dichtbij de leefwereld van kinderen brengt, waren stuk voor stuk prachtig en dit boek is opnieuw een parel.
Het begint meteen met de fraaie potloodtekeningen in de stijl van Liebermann op het schutblad, die je in de sfeer brengen zodra je het boek openslaat.
De teksten zijn, zoals we gewend zijn van Koos Meinderts, kort, krachtig en uiterst sfeerrijk en met het weesmeisje Martha als personage naast Liebermann voor kinderen heel inleefbaar.
In de illustraties zien we Liebermanns ontwikkeling van realistisch naar impressionisch schilder als het ware weerspiegeld, de tekeningen worden steeds minder gedetailleerd en alsmaar losser van sfeer. Mooi hoe Fienieg de warme toon van het verhaal en de zomer van Liebermann in Nederland in haar prenten tot uitdrukking brengt in een voor haar heel andere stijl dan we gewend zijn. Haar altijd overal herkenbare neusjes zijn er nog, maar deze losheid van tekenen vraagt om een vervolg.
Leeftijd: 7+

© Annette Fienieg

Alle vogels zijn bezig
een nestje te bouwen,
behalve jij en ik,
waar wachten we nog op?

Hebban olla vogala
nestas hagunnan
hinase hic anda thu,
wat unbidan we nu?

Alle vogels zijn bezig
een nestje te bouwen,
behalve jij en ik,
waar wachten we nog op?
Koos Meinderts. Uit: De liedjesalmanak, lente en zomer. Ill. Annette Fienieg. Rubinstein, 2014.

Meisje, mijn meisje, wees maar niet bang,
ik ben bij je, dicht bij je, wang tegen wang
Ik beloof je, geloof me, alles, echt alles
komt altijd weer helemaal goed.
Koos Meinderts. Uit: Het sneeuwmeisje. Tekeningen van Annette Fienieg. Lemniscaat, 2012.
Engel is een sneeuwmeisje . ’s Avonds in bed is ze bang. Dan zingt haar moeder  de winterkoningin dit liedje voor haar. Maar Engel wordt ontvoerd door de sneeuwgeest. Wie zal haar redden?
Wintersprookje van 

Op Youtube leest Koos Meinderts zelf het boek voor. Lekker om bij in slaap te vallen.

Het heeft vannacht zo hard gevrorenDat het ijs nu eindelijk houdt.

Dus trek je trui aan, pak je noren
Je muts over je oren, dan heb je het niet koud
schaatsen, schaatsen, schaatsen.

Kris, kras over de plas, glijden over het ijs
Kop over kop, om beurten voorop,
Rijden door een wit paradijs
Over het kanaal, linksaf allemaal
Pootje over door de bocht
Handen op je rug, bukken bij de brug
Wat een schitterende tocht!
Ik zou het allerliefste voor eeuwig blijven schaatsen
Schaatsen, iets mooiers is er niet
Dan lange slagen maken en het ijs horen kraken
Midden op de plas, of scheuren langs het riet
Schaatsen, schaatsen, schaatsen.
Voor mijn part gaat het zo hard vriezen
Dat morgen op het weerbericht
Erwin Krol de kijker waarschuwt:
Morgen vriest de Noordzee dicht
Schaatsen, schaatsen, schaatsen.
Vlug terug, wind in de rug, nog even er hard tegenaan
De zon staat al laag, genoeg voor vandaag tijd om naar huis toe te gaan
Mooi als allerlaatste in de schemer schaatsen
In een langgerekte rij
Nog tien minuten rijden, nog effe lekker glijden
En dan is het weer voorbij
Morgen ga ik lekker de hele dag weer schaatsen
Schaatsen,  ik hou mijn schaatsen aan
Ik ga ermee naar bed,  ik heb de wekker al gezet
Om morgen weer als eerste op het ijs te staan!
Schaatsen, schaatsen, schaatsen.
© Harrie Jekkers en Koos Meinderts. Van de cd: Wind tegen, wind mee. Lied uit de musical De winterkoningin (Hofplein Rotterdam 2008)

Op zondag 25 september is de feestelijke opening van ‘Het regent zonlicht’, een tentoonstelling van de originele illustraties uit de gelijknamige dichtbundel van Koos Meinderts en Annette Fienieg. Koos Meinderts leest voor en er is livemuziek van Leine en Thijs Borsten, die ook de cd maakten. De opening is aan de A.Mayerlaan 23 in Utrecht, vanaf 16:00 uur. Kijk voor meer info op de website van Koos Meinderts en Annette Fienieg.
De dag loopt op zijn einde
hier en daar gaan lichten aan.
Je hoort een kind pianospelen,
iemand met de deuren slaan.

Al die huizen
al die ramen
al die mensen
van wie je de naam niet kent.

Je hoort het vloeken van een vader,
ergens valt een glas kapot.
Iemand roept de poes naar binnen,
iemand doet alvast de deur op slot.

Een etage hoger staat een man
eenzaam voor het raam te staan.
In het huis ernaast zie je zijn buren
dansend door de kamer gaan.

Al die huizen
al die ramen
al die mensen
van wie jij er eentje bent.
‘Al die huizen’ van Koos Meinderts. Uit: Het regent zonlicht. Illustraties Annette Fienieg. Lemniscaat, 2010.

Was de Griekse fabelverteller Aesopus (ca. 620 – ca. 560 voor Christus) een Afrikaan? De Zuid-Afrikaanse schrijfster Beverley Naidoo denkt van wel.
“Zijn naam en zijn verhalen leven nog altijd voort” schrijft ze in het voorwoord van ‘De hond, de haan en de jakhals’. “Nog steeds wordt er naar geluisterd en van genoten en zijn er mensen die ze opnieuw willen vertellen. Dit keer was het mijn beurt…Wie volgt?”
Er was eens een oude leeuw die te oud en te zwak was om zelf op jacht naar voedsel te gaan. Vroeger deden zijn wijfjes dat voor hem en paste hij op de kleintjes. Maar die tijd was voorbij. Zijn wijfjes waren gestorven, en de kleintjes waren volwassen en gingen allemaal hun eigen gang.
De oude, eenzame leeuw ging op zoek naar een grot en toen hij die gevonden had ging hij in een hoekje liggen en deed alsof hij vreselijk ziek was.
‘Ooooh,’ kreunde hij. ‘Mijn arme oude botten, ooooh.’
Tussen het kreunen door luisterde hij goed of hij iets hoorde bij de ingang van de grot. Maar helaas, het bleef doodstil.
‘Aaah,’ kreunde hij, een stuk harder nu, en veel zieliger. ‘Mijn arme botten, aaah.’
Bij Herodotus is Aesopus een slaaf uit Thracië bij de Zwarte Zee. Wat, oppert Naidoo, als de geschiedschrijver het niet bij het rechte eind had en hij een Afrikaanse slaaf was? Waarom lijkt zijn naam anders zo op het oude Griekse woord voor een zwarte Afrikaan: ‘Aithiops’?  Waarom komen in zijn fabels zoveel Afrikaanse dieren voor en hebben die zo vaak een moraal, net als andere Afrikaanse volksverhalen? 
Naidoo plaatst de – veelal klassieke – fabels in een Afrikaans landschap, maakt van het everzwijn een wrattenzwijn en van de vos een jakhals. Haar droge vertelstijl, de kleurige, karakteristieke, humoristische tekeningen van Piet Grobler en de soepele vertalingen van Koos Meinderts doen de rest en zorgen voor een prachtig verhalenboek. 
De hond, de haan en de jakhals. Beverley Naidoo. Illustr. Piet Grobler. Vertaling Koos Meinderts. Lemniscaat 2011.

De dood, wie kent – en vervloekt-  hem niet? In hun ‘Ballade van de Dood’ – lied, sprookje, gedicht -wordt door Koos Meinderts en Harie Jekkers helemaal niets vervloekt. Op lichte toon veranderen ze de ongenode gast, nadat hij gevangen wordt gezet, in een welkome bezoeker.
Er was eens een koning, machtig en groot,
die had slechts één vijand, en dat was de Dood.
Waarom moest de Dood toch zijn leven bederven,
waarom was hij zo bang, zo bang om te sterven?
De Dood wordt gevangen. Iedereen gelukkig. Voor een poosje.
Men sprong van torens in diepe ravijnen,
men stoeide met leeuwen en wilde zwijnen.
Men dronk liters en liters vergiftigde wijn
en voerde wat oorlog, gewoon voor de gein.

Mooie vertolking door Klein Orkest op Youtube met tekeningen van kinderen van de Singel uit Willemstad. In het prachtige prentenboek met de inventieve illustraties van Piet Grobler wordt deze ode aan het leven en de dood een kijkfeest. Als het volk genoeg heeft van de drukte en het feesten toch alleen maar gaat vervelen, laat de koning de Dood los uit zijn kooi.
”Leve de Dood!’ riep het volk dolgelukkig,
en ze leefden nog lang en stierven… gelukkig!’
Het verhaal verscheen in 1983 voor het eerst in de bundel ‘Mooi Meegenomen’. Twee jaar later werd het door Koos Meinderts en Harrie Jekkers voor hun cd ‘Roltrap naar de Maan’ op rijm gezet. ‘Ballade van de dood’ kreeg in 2009 een Zilveren Griffel voor de tekst en een Vlag en Wimpel voor de illustraties.
Koos Meinderts en Harrie Jekkers. Uit: Ballade van de Dood.  Illustraties Piet Grobler. Lemniscaat, 2009.

De weg naar school is vol gevaren,
om de hoek gaat het al mis,
want daar staat een hond te grommen
dat hij dol op kinderen is.
Eerst begint hij hard te blaffen,
dan laat hij zijn kaken zien.
Een valse bek vol scherpe tanden,
ik tel er zo een stuk of tien.

De weg naar school is vol gevaren,
na de hoek dan komt de straat
met die enge hoge huizen
waar het oude pakhuis staat.
Uit het pakhuis komen armen
die je wurgen tot je stikt
en al smeek je om genade,
je wordt gepakt en ingeblikt.

De weg naar school is vol gevaren,
na de straat dan komt de sloot
met het water dat kan praten
met de stem van Broertje Dood.
Eerst begint hij lief te smeken,
maar algauw dan wordt hij boos.
Dan verschijnt zijn bleke handje
in het water bij het kroos.

Het is maar elf minuten lopen
en als ik hard hol hooguit vijf.
Vijf minuten hardop hopen
hou die griezels van mijn lijf.

Vijf minuten en dan veilig?
Nee, op school begint het pas,
want de school is vol gevaren
met dat monster voor de klas.
Geen wonder dat ouders hun kinderen massaal met de auto naar school brengen. Al helpt dat natuurlijk niks. Geweldig gedicht van Koos Meinderts met een heerlijke cadans.
Koos Meinderts. Uit: Verdriet is drie sokken. Illustraties Annette Fienieg. Lemniscaat, 2008. Er hoort een cd bij met liedjes van Thijs Borsten, gezongen door Harrie Jekkers&Fay Lovsky, met o.a. Eric Vaarzon Morel (flamencogitaar) en Eric Vloeimans (trompet).

Kijk eens wie daar vliegt,
het is Vliegensvlugge Vlieg!
Vliegensvlugge Vlieg
zoemt wat in het rond
en ziet een grote grijze kont.

‘Grote Grijze Olifant,
kijk eens wat ik durf,
ik ga zitten op je slurf!’

Grote Grijze Olifant
voelt, er kriebelt wat.
‘Het is Vlieg,
ik stamp hem plat!’

Grote Grijze Olifant
houdt hem heel goed in het oog.
STAMP! VOET! STAMP!
Maar wie vliegt daar vlug omhoog?
Zo gaat vliegensvlugge Vlieg  nog meer Grote Dikke Dieren langs, maar of ze hem te pakken krijgen? 
Prachtig uitgevoerd prentenboek voor peuters en kleuters, met grote kleurrijke platen en door Koos Meinderts vertaalde, lekker lopende rijmpjes. Een fijn vastpakboek.
Toch krijgt het nergens de swing en vrolijkheid van het vergelijkbare ‘Over een kleine mol die wil weten wie er op zijn kop gepoept heeft’.  Ook daar de lol van net-over-de-grens-woorden en een klein dier tegen grote, maar origineler in tekst en beeld. De personages in  ‘Kleine mol’ krijgen ook veel meer een eigen karakter toebedeeld dan in ‘Vliegensvlugge Vlieg’.
Het leeft gewoon niet lekker mee met Vlugge Vlieg, Olifant, Nijlpaard en Tijger, en daardoor beklijft het boek niet.
Vliegensvlugge Vlieg.Tekst Michael Rosen, ill. Kevin Waldron. Vertaling Koos Meinderts. Lemniscaat, 2010.