Berichten

kamperen
krekel in mijn slaapzak
zandvlo in mijn badpak
zweefvlieg op mijn nachthemd
adder in de voortent
kikker op het tentdoek
sprinkhaan in mijn tuinbroek

met de tent op de hei –
veel te veel natuur voor mij
Suzanne Weterings. Uit: Een krekel in mijn slaapzak. Versjes over de natuur. Tekeningen Annette Fienieg. Querido, 2021.
Vierentwintig versjes over een blaasbloem, de sterrenhemel, een zingende merel en  blote voeten in het zand. Over kevers en blubberpaadjes en een bootjesblaadje met een mier erop. Met zonnige tekeningen erbij van een paddenstoel,  paardenbloemenpluis en mensen die blij of verwonderd rondstappen tussen al dat moois, met steeds de brede lucht als verbindende factor.
De, soms flink in het ritme haperende, versjes roepen kinderen op goed om zich heen te kijken, aandachtig te luisteren en te voelen wat er allemaal  beweegt en gebeurt, in het klein en in het groot. En vooral, om daar met volle teugen van te genieten.
Leeftijd: 4+

Slaap
‘Je hoeft alleen maar te liggen
met je ogen dicht,’ zegt de das
‘dan kunnen we overal naartoe

waar slaap precies van gemaakt is weet ik niet
maar slapen bestaat uit wolken kleurige waterverf
avonturen in een dassenburcht
eilanden in de vorm van draken
het is de glans van libellevleugels in de zon

‘ik breng je naar huis’, fluistert de das

ik trek de sok van mijn hand
leg hem naast mijn kussen

‘je mag nu weer mensendingen gaan doen
in een echt mensenbed
dan doe ik dassendingen in een dassenburcht
maar je bent niet alleen
doe je ogen maar dicht, ga lekker liggen
want in je hoofd kunnen we overal samen heen’

Hanneke van Eijken. Uit: Waar slaap van gemaakt is. Illustraties Pauline Phoa. Uitgeverij crU, 2021.
Dit jaar was er opnieuw een alternatief poëziegeschenk van uitgeverij crU voor in de poëzieweek.  Het officiële geschenk werd geschreven door Maud Vanhauwaert en Rodaan al Galidi, maar ook dit alternatieve bundeltje is een origineel feest voor oog en oor. Heel bijzonder: de gedichten zijn speciaal (maar niet alleen) voor kinderen die niet kunnen slapen. Ze  voeren ons, in diverse stadia van wakker liggen  en in het gezelschap van een das, mee op een zintuiglijke reis naar een strand, een eiland, over mistige velden en langs een zingende wind en werkelijk overal zijn dieren. Fijne, rustige, kalme dieren zoals schelpdieren, maar ook schreeuwende papegaaiduikers en meeuwen. Totdat we tenslotte in de dassenburcht, opgerold tegen een rustig ademende dassenbuik,  in slaap mogen vallen.
Heerlijke gedichten om op je nachtkastje te leggen of aan elkaar voor te lezen voor het slapen gaan. De vrolijke, speelse tekeningen verhogen zondermeer het rustgevende karakter van dit boekje.

Kwukel
Ik ben niet bijzonder,
daar ben ik aan gewend.

Ik kan geen truc
die niemand kent.

In de stilte van mijn hoofd
bewaar ik geen geheim
dat mij de moeite maakt.

Voor mij bestaat zelfs geen recept
omdat mijn vlees naar lucht en water smaakt.

Misschien moet ik maar hopen
dat een mensenhand na duizend jaar
een paar botjes van me vindt en zegt:
‘Ik weet niet wat het is geweest,
maar dit was zo te zien
een heel bijzonder beest.’
Jaap Robben. Uit: Een stukje van de regenboog. De mooiste kindergedichten uit het afgelopen decennium. Samenstelling Jan van Coillie. Illustraties Sassefras De Bruyn. DavidsfondsInfodok/Standaarduitgeverij 2020. 
De honderd allermooiste kindergedichten kiezen uit tien jaar jeugdpoëzie klinkt als een lastige klus. Er is zo veel mooie en goede jeugdpoëzie. Poëzieliefhebbers zullen het over de 100 mooiste niet snel met elkaar eens zijn.
Maar emeritus hoogleraar kinder- en jeugdpoezie Jan van Coillie, die dit elke pakweg tien jaar opnieuw doet, legt in het voorwoord helder uit wat zijn selectiecriteria waren: hij heeft gezocht naar originele en authentieke (gevoelsmatig ware) gedichten die met vakmanschap en de ‘juiste’ spanning (tussen herkenbaarheid en en wat er niet staat in) zijn gemaakt.
Het resultaat is een fijne verzameling jeugdpoëzie van vooral veelvuldig gepubliceerde, maar gelukkig ook van wat minder vaak geciteerde dichters, zoals Kate Schlingemann met maar liefst vijf en Linda Vogelesang met vier sterke gedichten.
Er zijn gedichten over letters, woorden en boeken, gedichten over de wijde wereld, dieren en natuur, over straffe verhalen en familie.  Onder elk gedicht staat meteen in welk boek of tijdschrift Van Coillie het gedicht heeft gevonden.
De zachte, vaak paginagrote tekeningen van Sassefras De Bruyn vormen een aparte mix van nostalgische en vervreemdende beelden, vooral doordat alle personages als dieren zijn getekend die de gedichten net  even in een ander licht zetten.
Leeftijd: 6+

Waarom het nooit bananen regent
Oma zegt: ‘Het regent pijpenstelen.’
Mijn grootmoeder zei: ‘Het regent koorden.’

Mama kijkt nu ook naar buiten en zegt:
‘Niet in Engeland, daar regent het katten
en honden.’ Papa kijkt op en zegt:

‘In Roemenië regent het soms ook
fel, emmers. En in Spanje goot het eens
padden en slangen.

Ik zeg: ‘Het kan soms ook stijve mannen
regenen met bolhoeden en een paraplu.’

Alle drie kijken ze me hoofdschuddend aan.
Net of ik zonet zei dat de zee op visite komt.
Oma zegt: ‘Droom jij maar verder, straks
regent het nog blauwe bananen. In je dromen.’
Daniel Billiet. Uit: Waarom het nooit bananen regent. Prenten Paul Verrept. De Eenhoorn, 2020. 
Een verzamelbundel met bijna 100 van Daniel Billiets gedichten van de afgelopen veertig jaar, dat is nog eens een fijn en gedurfd initiatief van uitgeverij De Eenhoorn. Billiets gedichten, over dagelijkse onderwerpen als opa’s en oma’s, school, voetbal, verjaardagen en vriendjes, verrassen altijd, lepelen de taal als nieuw gerecht op, zijn persoonlijk dan wel geëngageerd en worden nergens voorspelbaar, saai of kinderachtig. Heerlijke bundel voor iedereen die van (jeugd)poëzie houdt. De sfeervolle, bijna grafische, kleurprenten van kunstenaar Paul Verrept passen er wonderwel bij.
Leeftijd: 9+

Dode goudvis
Mijn goudvis lag vanmorgen naast zijn kom.
Hij zwom in rondjes plots het hoekje om.
Daar lag hij op de afgetrapte mat
met kieuwen happend in zijn eigen nat.
Zijn vinnen vinnig maaiend in het rond
alsof hij vliegen amusanter vond.
Toen schudde hij voor ’t laatst zijn schubbenjas
en…
Wist ik dat mijn goudv-is nu een goudv-was was.
Karin Jacobs. Uit: Bibbervlees. Bangelijke gedichten voor koelbloedige kinderen. Illustraties Harmen van Straaten. Davidsfonds/Infodok, 2019. 
Willen kinderen dat wel, gedichten lezen over Charlotje die tijdens het zwemmen in zee door een haai een been, een arm en een oog verliest?
Over een opa die zo hardhandig de haren van zijn kleinkind knipt dat dat kind bloedend en helemaal aan stukjes geknipt op de grond beland? Of over Adolf, de Duitse barbaar die in het circus met leeuwen vecht maar daarbij uiteindelijk smakelijk door diezelfde wordt opgegeten?
Ik betwijfel het. Gedichten om je te helpen nooit meer bang te zijn of nooit meer gepest te worden: graag.
Maar deze gedichten, in strakke rijmschema’s en traditionele versvormen, gaan verder dan dat: ze zijn soms ronduit smerig of grof, tot vloekend toe. Benieuwd welke doelgroep de uitgever met deze bundel op het oog heeft. De sfeerrijke tekeningen van Harmen van Straaten laten mooi zien wat er gebeurt, maar voegen weinig aan de teksten toe.
Leeftijd:?

 

Wat je moet doen
als je een andere taal wilt leren
Ik spreek een beetje Noors.
Maar roep nou niet: ‘Wat knap!’
want ik leer het jou hier ook –
in een stap
of vier.
Veel plezier.

Stap één:
de woorden van de Noren
wijken over het algemeen
maar weinig af
van die uit onze taal.
Zo klinken bijvoorbeeld hun v’s allemaal
als onze w.
Dus: vil is ‘wil’.
Piepklein verschil.
En bij en (dat is ons lidwoord ‘een’)
scheelt het één letter e.
Of: med.
Dat betekent ‘met’,
en je spreekt het uit als ‘mee’.
Zie je?
zelfde idee.

Stap twee:
IK
Ja, dat is even schrikken,
want het Noorse woord voor ‘ik’ is ‘jij’.
Wat? Echt waar?
Ja, het lijkt raar,
maar het is zoals ik het zeg.
Al schrijf je het anders,
je schrijft het als jeg.
Maar je spreekt het dus uit als ‘jij’.
Zoals jeg al zei.

Stap drie.
Nu begint de idioterie.
Het Noorse woord voor ‘praten’
is snakke.
Dat klinkt een beetje als smakken,
maar vergeet dat.
Praten = snakke.
Weet dat.

Stap vier.
Even denken, op welke manier
leg ik dit nu weer uit?
We gaan het  hebben over groente & fruit:
over een slangeaugurk
om precies te wezen.
Dit Noorse woord
laat zich in twee delen lezen:
augurk = augurk
en slange is slang,
en nu snap je misschien allang
dat het hier om komkommer gaat.
Je hoeft het alleen maar voor je te zien:
een augurkje in megaformaat.

Mooi toch?
En als je al deze stappen combineert
heb jij een vreemde taal geleerd.
roep het vandaag nog
in Oslo door de straten:
Jeg vil snakke med en slangeaugurk!
Jeg vil snakke med en slangeaugurk!
En de Noren krijgen dan vanzelf in de gaten
dat jij supergraag
met een komkommer wilt praten.
Edward van de Vendel. Uit: Wat je moet doen als je over een nijlpaard struikelt. Poëzie waar je wat aan hebt. Tekeningen Martijn van der Linden. Querido, 2019.
Wat moet je doen als er iemand dood is gegaan die je niet zo goed kent? Of als je je verveelt of juist superblij bent?  Verliefd bent op een jongen? Of op een meisje? Van eenhoorns houdt?
De antwoorden die Edward van de Vendel in deze bundel op deze en andere dringende vragen geeft zullen je verbazen. Ze toveren zonder twijfel ook een brede glimlach op je gezicht, want de gedichten in deze bundel zijn behalve, zoals vrijwel al van de Vendels poëzie, verrassend, fantasierijk en prettig ritmisch, ook erg grappig.
Ze zijn ook erg leuk voor kinderen die niet van lezen houden maar wel van lachen en vrolijke, niet te moeilijke teksten. De tekeningen van Martijn van  der Linden zijn adembenemend goed, vertellen  bij elk gedicht een eigen verhaal, steeds in een andere sfeer en met verschillende materialen gemaakt.
De gedichten zijn ook erg leuk voor technische kinderen. Ga maar na, in het gedicht Wat je moet doen als je van auto’s houdt (en je vader niet) legt een kind zijn vader uit waar een bougie en zuigers en cilinders voor zijn: ‘Pap,’ zeg jij, ‘stap drie! De bougie!/Die heb je nodig voor de echte energie’.
Leeftijd:  7+

Leto
Vluchten moest ze
met haar tweeling
die maar net
geboren was.
Zij verborg de
beide baby’s
in de plooien
van haar jas.

Op haar tocht
had godin Leto
zelf verschrikkelijke
dorst.
En de kleintjes
dronken tot
de laatste druppel
uit haar borst.

Onverdraaglijk
was de hitte.
En de zon verschroeide
’t veld.
Dit houd ik
niet vol,
dacht Leto bitter.
Ze was uitgeteld.
[…]
Maria van Donkelaar. Uit: Zo kreeg Midas ezelsoren. De mooiste Metamorfosen van Ovidius. Prenten van Sylvia Weve. Gottmer, 2019.
Al de bekende verhalen uit de klassieke oudheid, van Orpheus en Eurydice, Narcissus,  Europa, Daedalus en koning Midas, maar ook de minder bekende, van Leto, Andromeda en Battus, heeft Maria van Donkelaar  herverteld op ritme en rijm, met verrassende vondsen en in zeer eigentijdse taal (‘Heb jij soms wat aan je oren?’ vroeg Apollo gepikeerd).

Knap gedaan, af en toe licht geforceerd, maar voor jongere lezers een perfecte manier om kennis te maken met deze mythes en personages.
Voor oudere lezers handig en plezierig om zo mogelijk weggezakte kennis op te vijzelen.
Van de tekeningen van Sylvia Weve moet je houden, maar ze zijn uiterst grappig, eigenzinnig en beeldend.
Boek is  groot, luxe uitgevoerd, met full colour illustraties en leeslint.
Leeftijd: 7+

Sorry juf, we moeten even
klieren, stieren, giechelgieren,
pennentikken, grinnikhikken,
wiebelstoelen, juichen, joelen.

Sorry juf, we zijn daarnet
allemaal stuk voor stuk besmet
met de gekke giebelgriep.
Pillen of drankjes helpen ons niet.

Laat ons daarom springen, schreeuwen, razen.
Laat ons maar raar en gek doen, dwazen.
Laat ons even rennen, hollen, sjezen.
Dan zijn wij het snelst genezen.
Linda Vogelesang. Uit: Gekke giebelgriep. Illustraties Natascha Stenvert. Zwijssen, 2018.
Wat gebeurt er allemaal in de klas, op zomaar een willekeurige schooldag? Iemand maakt alvast spiekbriefjes voor de toets van morgen, twee kinderen krijgen hevige ruzie maar vinden elkaar eigenlijk heel leuk, een kind vindt trefbal met gym hartstikke eng, een ander kind maakt zich zorgen over zijn zieke opa en kan dus niet opletten, iemand heeft een spreekbeurt maar is zo verlegen dat ze nauwelijks uit haar woorden komt en als juf voorleest is de hele klas betoverd.
Linda Vogelesang brengt met haar verzen de drukte en emoties van elke dag in een klas mooi tot leven. Natascha Stenvert maakt er stripboekachtige tekeningen bij.

Leeftijd: 7+

A
Vaak ben ik alleen
een kat die dwaalt in een flat,
maar met de dingen om me heen
beleef ik altijd wat.

bloemen
Een vaas vol kleur
is wat ik op de tafel zie.
Een tuin vol geur
is wat ik ruik. Hatsjie!

[…]
Reine de Pelseneer. Uit: Alleen Zacht. Een dag in de flat van Kat. Illustraties Leen de Pelseneer. De Eenhoorn, 2018.
Een A-B-C-boekje met versjes voor jonge lezers over alledaagse dingen en gebeurtenissen.
Leeftijd: 5+

 

De oude eik
Elke keer, als ik hem zie,
dan zwaait hij al van verre.
De oude eik
in het vergeten
stukje bos.
Met aan z’n voet
het zachte mos.
Ik streel hem
over zijn gekloofde bast,
spreid mijn armen
en houd hem even vast.
Zo praten we weer wat bij.
En als dan weer
de stilte valt,
dan voel ik hem.
En hij voelt,
denk ik, mij.
Willem Wilmink. Uit : Jij & ik en al het moois om ons heen. Samenstelling: Riet Wille. Illustraties Martijn van der Linden. Davidsfonds/Infodok.
Een verzamelbundel kindergedichten over de natuur: die was er nog niet. Terwijl het thema meer dan voor de hand ligt. Kinderen houden van buiten en van dieren, de verpopping van rups naar vlinder is voor hen nog een prachtig wonder en spelen met kastanjes, blaadjes en zand spannender dan met raceauto of barbie.
In hoofdstukken met titels als ‘Zijn bloemen gelukkiger als ze bloeien?’ en ‘Ademt een zee in en uit’? staan gedichten vol parachutebloemen en bomen in hun blootje,  roerend eb en vloed, stervende bergen en vlinders, zwaluwen als noten en bloeiende koeien.
Een keur aan heel verschillende  dichters, oud en jong en  uit verschillende periodes staan in het boek zoals Joke van Leeuwen, Linda Vogelesang, Leendert Witvliet, Erik van Os, Edward van de Vendel en Mies Bouhuys,  Jaap Robben,  Bette Westera en heel veel anderen.
Martijn van der Linden tekende de sfeervolle, soms melancholieke maar even zo vaak grappige beelden erbij. Een bundel om vaak te herlezen en bekijken.
Leeftijd 5+