Berichten

‘Zeg hoor ‘s,’ zegt Boer Boris,
‘er moet een kerstboom komen.
Het is al bijna Kerstmis en we hebben er nog geen.
We moeten naar het bos.
Daar staan wel honderd bomen!
Kom, trek je jas en wanten aan, dan rijden we erheen.’

‘Dit is een leuke boom,’ zegt Sam, ‘al is-ie iets te klein.
Maar met een grote piek erop zal hij de mooiste zijn.’
[…]
Ted van Lieshout. Uit: Kerstmis met Boer Boris. Tekeningen Philip Hofman. Gottmer, 2018.
Aan de fijne BoerBoris-formule is ook in dit elfde deel niets veranderd: de kleine boer beleeft alledaagse avonturen met zijn zus, broer en boerderijdieren, De teksten zijn nog steeds even heerlijk om voor te lezen: rijmend, ritmisch en soms vrolijk onvoorspelbaar en de verrukkelijke tekeningen blijven een feest om te bekijken.
Vast terugkerende pagina-elementen muis, vogel, kat en hond zorgen als vanouds voor veel zoekplezier bij jonge lezers/kijkers. En Boer Boris zou Boer Boris niet zijn als er niet een fijne kersttwist aan het eind komt.
Leeftijd 2+

 

Het sneeuwt traag. Zo op het oog valt alles omhoog,
gewichtloosheid in. (Zo val ik in mijn lettergrepen,
zo word ik een beetje omhooggezeten in de fauteuils
van mijn regels.) Iemand, god, houdt adem in

en daarin sneeuwt het. Oerwit is ontploft
en de ontploffing blijft hangen. Kale kandelaarboom heeft
op takken van één centimeter dik, vijf centimeter sneeuw.
Het is zoals onderstrepen: bovenstrepen.

Het is nacht, melkweg en dansante.
Mijn tuin ligt zich wit te luisteren
zoals een pointillistisch schilderij nog altijd hoort
wat er destijds op werd aangebracht:

afwezigheid van zwaartekracht.
Herman de Coninck. Uit: De gedichten. Arbeiderspers, 1998.