Berichten

Beschermpje
‘Je moet gaan liggen,’ zegt ze
‘op de bank.’ Maakt kussens
van truien, dekt me toe
met haar moeders omslagdoek
geeft me een hond voor op mijn borst.

‘Hij zal je beschermen,’ zegt ze.

Haar handen strelen een boog
van mijn hoofd tot mijn voeten.
‘Ik zet,’ legt ze uit, ‘een beschermpje
over je heen.Dat houdt nare dromen tegen
maar laat de mooie door.’

Kees Spiering. Uit: Jij begint. Tekeningen Alette Straathof. Luiting-Sijthoff, 2018.
Bijna tachtig gedichten telt de nieuwe bundel van Kees Spiering, een bundel waar we vijftien jaar op hebben moeten wachten.
En wat voor bundel. Een hartstochtelijke ode aan het leven en de liefde, voor mens en dier met als kernthema: hoe zeer het ook doet: heb lief, heb lief.
Missen, verrukking, pijn en verdriet om verlies van liefde of geliefde, melancholie, verwarring, ongemak: het komt allemaal voorbij, in een taal die zowel onopvallend als uiterst soepel, compact en heerlijk vanzelfsprekend is, ritmisch en boordevol klankfeestjes.
Met een paar pennestreken schildert Spiering een schilderij aan gebeurtenissen en gevoelens en trekt je het tafereel  binnen met messcherpe observaties (‘Oude mensen kussen…Haar wang/was dun en slap, boog van je/ lippen weg, als kuste je/een theedoek aan de lijn.’), de tergende eerste kus (‘Lippen aan elkaar met open mond…./Zo stonden we te wachten/op wat niet gebeurde’), sterke metaforen (opa’s armen van ijzerdraad en met splinters van baard in je wang), en zinnen die als een stomp in de maag binnen komen. (‘Hamsters zijn meestal dood’: ‘Dan een nieuwe hamster./Of een konijn. Die zijn/ook vaak dood, konijnen.’)
“Oh, auw!” denk je dan.
Geen schaamte of herinnering zo erg of Kees Spiering schrijft er over, de pestgedichten in de bundel zullen bij sommige lezers pijnlijke beelden oproepen, de kommer van een verloren liefde zal menigeen bekend voorkomen en veel gedichten bevatten zo’n zinnetje dat even doorknijpt, zoals ‘vaders zijn weg voor je het weet’.
De tekeningen van Alette Straathof, in enkel zwart, wit en blauw, zijn van een zelfde fijnzinnige scherpte en doelgerichtheid als de gedichten.
Deze dikke bundel is als een wintertrui op een kille herfstdag. Beklemming en grote thema’s in gewone, kleine woorden: Kees Spiering heeft zich zo langzamerhand ontwikkeld tot de Wislawa Szymborska van de Nederlandse jeugdpoëzie. Hopelijk volgen er nog veel bundels.

 

 

Shit
Ik heb hem slecht gemaakt
De Test. Nu moet ik misschien
naar een andere school dan de rest.

Mijn beugel klemt zelfs mijn hersens
recht. Met succes: ik vergeet de pijn
geen tel. Hem uit te nemen, weg te smijten
mijn tanden weer laten bewegen.

Ik ben te dik, maar anderen snoepen meer
dan ik. Iedereen vindt mijn haar het mooist
anders geknipt dan ik wil.

Is hij er niet bij dan speelt vaders vriendin
de baas over mij. Ik mag van haar nog minder
dan van moeder, die beweert dat ik bang ben
voor paarden, en mensen die ik niet ken.

Eigenlijk kan ik niets
behalve schrijven
wat niemand lezen mag.

Kees Spiering. Uit: Geen houden aan. Illustraties Olivia Ettema. Querido, 2004
Jammer dat deze bundel niet meer verkrijgbaar is. Talige, precieze, ritmische en aandoenlijke gedichten van een beginnend puber over de sores van alledag. Kees Spiering moet maar snel weer eens een nieuwe bundel uitbrengen.

 

Opnieuw
Eén gedicht is nooit genoeg –
tienduizend evenmin.
Het moet opnieuw, opnieuw,
opnieuw moet iemand schrijven
hoe verliefd, verdrietig, blij
hij – steeds opnieuw moet iemand
daar woorden voor zoeken en
die moeten bij elkaar zoals
ze nog nooit hebben gestaan.

Iemand moet dit lezen.
Steeds opnieuw
voor het eerst.
Kees Spiering. Uit: Wat je ziet zit in je hoofd. Samenstelling Jan van Coillie. Illustraties Kristien Aertssen. Davidsfonds/Infodok, 2011.
Ondertitel van dit boek: ‘De 100 mooiste kindergedichten van nu’. Samensteller Jan van Coillie heeft, zegt hij in het voorwoord, “de mooiste en leukste gedichten voor kinderen die verschenen tussen 2000 en 2010”,  voor deze bloemlezing uitgekozen. Criteria: “originaliteit, authenticiteit, de juiste spanning en vakmanschap”.
Het is echt een heerlijk gedichtenboek geworden waar je elke dag in wilt lezen, met een harde kaft, lekker dik papier, veel prikkelende fullcolour tekeningen en gedichten van bijna alle bekende Nederlandstalige kinderdichters van nu. Gedichten van Edward van de Vendel, Ted van Lieshout, Eva Gerlach, Hans en Monique Hagen, Jos van Hest, Jaap Robben, Gil Vander Heyden, Bette Westera, Leendert Witvliet, Johanna Kruit, Erik van Os & Elle van Lieshout, Riet Wille, Andre Sollie, mijzelf en nog meer. 
Ik mis alleen Imme Dros.  

Leeuw
De zon schijnt streepjes
Ik zie een kop tussen de struiken
Het is een loerende, lenige leeuw
Bruin en gelig van kleur
Soepel kruipt hij in het rond
De zon schijnt streepjes
Ik zie een kop tussen de struiken
Wegrennen.
Ruud Boels, 9 jaar, groep 6.
Dit gedicht is één van de 100 winnaars van de gedichtenwedstrijd Kinderen en Poëzie 2010-2011 en staat in de bundel ‘De zon schijnt streepjes’.
Duizenden kinderen van 6-12 doen elk jaar mee. Ze schrijven, thuis of na een poëzieles in de klas, een gedicht en sturen dat op. Het is een bonte verzameling van lange, korte, rijmende, grappige en stoere gedichten, uitgekozen door een vakjury onder leiding van dichter Kees Spiering.
De hoofdprijs was voor het gedicht ‘Einde’ van Lukas Schaap,  10 jaar uit groep 7:
Einde
Hij kwam achter me aan
te groot  te sterk  te snel
voor mij en ik struikelde
over mijn woorden

Hij was vlak achter me
zijn hete adem in mijn nek
ik schreef mijn zwaard door zijn hart
liet rood bloed gutsen…gutsen
want dat klinkt zo lekker, gutsen

Hij lag toen daar, doodstil zo stil
en ik had geen woorden meer
ik keek
een rilling door zijn lijf…mijn lijf

Ik heb hem vermoord
met mijn lievelingspen
in drie woorden was hij dood
Lukas Schaap, 10 jaar, groep 7.
Uit: De zon schijnt streepjes, bundel Kinderen en Poëzie 2010-2011. Stichting Poëziepaleis 2011.
Je kunt de bundel hier bestellen: http://www.poeziepaleis.nl/webshop
Informatie over Kinderen en Poëzie: http://www.poeziepaleis.nl/projecten/kinderen-en-poezie/start.
Je kunt hier ook vast je gedicht voor de wedstrijd van volgend jaar opsturen.

Wat is een woordkok? Nou?? Een dichter natuurlijk! Die maakt mooie, lekkere dingen van woorden. Er is een heel grappig boek verschenen over chef-kok Woordkok en zijn koksmaatje Kees die in hun restaurant de heerlijkste dingen maken. Maar als ze Rijmsma als nieuwe overbuurman krijgen, die De Hippe Hap, een snackbar in “kleine ‘hap slik weg rijmpjes’ begint, gaat hun restaurant steeds slechter lopen. 

Woordkok begint te twijfelen. “Misschien was het afgelopen met de poëzie, dacht hij. Wie weet…hingen gedichten straks alleen nog in de glazen vitrines van een stoffig museum.” Maar gelukkig worden de gasten van de Hippe Hap getroffen door het blablavirus en komt het helemaal goed met Woordkok, Kees en hun versjesrestaurant. Door het verhaal heen vind je veel mooie gedichten gevlochten. Deze bijvoorbeeld, van Kees Spiering:
Eén gedicht is nooit genoeg-
tienduizend evenmin.
Het moet opnieuw, opnieuw
opnieuw moet iemand schrijven
hoe verliefd, verdrietig, blij
hij -steeds opnieuw moet iemand
daar woorden voor zoeken en
die moeten bij elkaar zoals
ze nog nooit hebben gestaan

Iemand moet dit lezen.
Steeds op nieuw
voor het eerst.
Woordkok kan alleen doorgaan met zijn werk als er steeds nieuwe dichters bijkomen. Misschien ben jij dat wel! Op www.woordkok.nl kun je je gedichten achterlaten, tips vinden en gedichten van anderen lezen.
Woordkok, Ton Honig, illustraties Sophie van Boven. Bakermat, 2009.

Heb je de Vleeswijzer al ? Gisteren op het jeugdjournaal kon je hem zien. Er staat op welke dieren wel en niet een goed leven hebben gehad en ook welk vlees en welke vleesvervangers niet slecht zijn voor het milieu. Als je het gemist hebt: op www.vleeswijzer.nl staat alle informatie!
Als je dit gedicht hebt gelezen, ga je er vast op letten!
Flat of living dead
We zaten in de auto, wachtend op groen
toen naast ons een flatgebouw stopte.

Ik geloofde mijn ogen
maar zag niet meteen wat ik zag.

Tien breed, acht hoog, 80 laden
kip. Niet opeengepakt, welnee

er konden vingers tussen.
Laden te laag om in te staan.
Ze keken me niet aan, hun ogen

achter vliesjes, soms langzaam
opengaand: het ooglid van een zieke
vóór hij zijn slaap in daalt.

De wind tastte door de tralies, plukte
aan veertjes, geen kip keek nog op.
Groen. Het duurde lang voor ik
mijn hoofd weer naar voren toe kon doen.
Akelig hè? Je kunt er zelf iets aan doen! Bestel die Vleeswijzer. Download ook de Supermarktmonitor en stuur een bericht aan jullie supermarkt dat ze meer en betaalbaar biologisch vlees gaan verkopen. Want kippen moeten lekker buiten kunnen scharrelen.
Kees Spiering. Uit: Kwam dat zien! Kwam dat zien! Querido, 2008.
Dit gedicht is geplaatst met toestemming vooraf van uitgeverij Querido.