Tag Archief van: jeugdpoëzie

In een dikke, dichte mist,
niet ver van de kust vandaan,
dobberde een circusschip,
op de donkere oceaan.

Vijftien dieren en hun baas
bevonden zich aan boord,
op weg naar weer een circusshow
in een of ander oord.

De kapitein, de heer van Spruit,
zei zorgelijk: ‘Meneer,
we werpen nú het anker uit.
Ik wacht op beter weer.’

De circusbaas, meneer Venijn,
een ongelooflijk stuk chagrijn,
riep razend in zijn oor:
‘Mooi niet, Van Spruit!
Wij stoppen niet!
De show gaat voor!
De show gaat door!
En daarmee uit!
[…het schip vergaat en de kapitein moet van meneer Venijn niet de dieren, maar hém, de circusbaas, redden. De olifant, leeuw, python, krokodil, tijger, gorilla, giraffe, zebra, beer, aapje, kameel, cheeta, nijlpaard, antilope en struisvogel zwemmen met moeite naar de wal.]
De dieren zwommen urenlang
op zoek naar ’t vaste land.
Toen eindelijk de zon opkwam,
bereikten ze het strand.

Verkleumd, doorweekt en zout en ziek,
op poten, slap als elastiek,
van kop tot staart doodop,
sjokten de dieren in een rij
naar het dorpje verderop…
Het circusschip. Chris van Dusen. Vertaling: Erik van Os en Elle van Lieshout. Gottmer, 2009.
In het dorp beleven de dieren allerlei avonturen. Gelukkig loopt het goed met ze af. Jongetje van Acht, nu Jongetje van Negen, vindt dit een leuk boek: “De tekeningen zijn leuk en het verhaal en de gedichtjes zijn grappig.”

 

Eén gedicht is nooit genoeg-
tienduizend evenmin.
Het moet opnieuw, opnieuw
opnieuw moet iemand schrijven
hoe verliefd, verdrietig, blij
hij -steeds opnieuw moet iemand
daar woorden voor zoeken en
die moeten bij elkaar zoals
ze nog nooit hebben gestaan

Iemand moet dit lezen.
Steeds op nieuw
voor het eerst.
Kees Spiering. Uit: Woordkok, Ton Honig. Illustraties Sophie van Boven. Bakermat, 2009.
Wat is een woordkok?
Nou?? Een dichter natuurlijk! Die maakt mooie, lekkere dingen van woorden. Er is een heel grappig boek verschenen over chef-kok Woordkok en zijn koksmaatje Kees die in hun restaurant de heerlijkste dingen maken. Maar als ze Rijmsma als nieuwe overbuurman krijgen, die De Hippe Hap, een snackbar in “kleine ‘hap slik weg rijmpjes’ begint, gaat hun restaurant steeds slechter lopen.
Woordkok begint te twijfelen. “Misschien was het afgelopen met de poëzie, dacht hij. Wie weet…hingen gedichten straks alleen nog in de glazen vitrines van een stoffig museum.” Maar gelukkig worden de gasten van de Hippe Hap getroffen door het blablavirus en komt het helemaal goed met Woordkok, Kees en hun versjesrestaurant. Door het verhaal heen vind je veel mooie gedichten gevlochten.
Woordkok kan alleen doorgaan met zijn werk als er steeds nieuwe dichters bijkomen. Misschien ben jij dat wel! Op www.woordkok.nl kun je je gedichten achterlaten, tips vinden en gedichten van anderen lezen.

Wachten
Zit ik weer
op de stoep

te wachten tot ik wegloop
of terug naar binnen ga.

Soms kijkt mijn zusje
om de hoek, ben ik er nog?

Altijd krijg ik zo
een hekel aan mezelf.

Ook al méén ik
dat ik hier zit

en zo meteen
echt wegloop,

echt eindelijk wegloop,
nooit meer terugkom

toch heb ik liever
een zusje dan niemand.
Diet Groothuis. Uit: Waar ik ben, ill. Merel Eyckerman. De Eenhoorn, 2012.

Ik ben Bram!  (zegt Bram)
Wat Ik-ben-Bram! (zegt hond)
Wie Ik-ben-Bram! (hond)
Ga weg, ik wil geen
Ik-ben-Bram!

Bram: En groene eieren met ham?
Hond: Groene eieren met ham? Nee, Ik-ben-Bram, daar houd ik niet van.
Bram: Je vindt ze heerlijk, dat zul je zien. Boven in een boom misschien?
Hond: Hou toch op. Wees toch stil. Ik zeg toch dat ik ze niet wil. Niet in het bos. Niet met een vos.
Niet in mijn huis. Niet met een muis.
Ik wil ze niet hier. Ik wil ze niet daar.
Ik lust ze niet. Neem jij ze maar.
Ik wil ze nergens, Ik-ben-Bram, jouw groene eieren met ham.
Dr. Seus. Uit:  Groene eieren met ham, vertaling Bette Westera. Gottmer 2004.
Dr. Seuss. Green eggs and ham, Random House 1960.
Dr. Seuss. Oh, the Thinks you can think!, Random House 1975.
De lol van Dr. Seussboeken: korte teksten, woordgrappen, vrolijke tekeningen. Nog een superleuk Dr. Seuss-boekje: Oh, the Thinks you can Think. Jammer, maar ik kan hem niet in het Nederlands vinden:
You can think about red
you can think about pink.
Oh, the Thinks
you can think up
if only you try!
If you try,
you can think up
a GUFF going by.
And you don’t have to stop.
You can think about SCHLOPP.
Schlopp. Schlopp. Beautiful schlopp.
Beautiful schlopp
with a cherry on top.
Enzovoort. Fantastische onzin.  Dr. Seussboekjes zijn al hardstikke oud maar nog steeds geweldig. Je vindt ze in de bibliotheek of via internet.
Leeftijd 2+

Papa en ik zongen
in een groen, groen knollenland
toe we jou
– heel parmant – zagen zitten
langs de kant van de weg.
Hoorden je lange oren niets?
En wat zagen je ogen?
Speelde je soms haasje-over
met de banden van onze wagen?
Na de klap
waren wij stil.
Ik keek naar papa.
Die leek ineens
op een verdrietige jager.
Linda Vogelesang. Uit: Fluit zoals je bent. Samenstelling: Edward van de Vendel. Tekeningen Carll Cneut. De Eenhoorn, 2009.

In je hoofd
kun je alles.
Fietsen naar de maan,
boven op de wolken staan.
Strelen met je handen los,
lopen door een donker bos.
Vechten als een tijger,
dansen met een elf.
Afscheid nemen
zonder tranen,
alles gaat vanzelf.
Theo Olthuis. Uit: In je hoofd kun je alles, Uitgeverij Holland, 2007.
De Nobelprijs voor literatuur is de grootste prijs die een schrijver kan winnen. Deze week kreeg de schrijfster Herta Müller in Duitsland hem. Ze zegt: “poëzie is niet iets aangenaams. Je houdt er geen goed gevoel aan over”. Toch helpt poëzie soms- echte poëzie, niet zomaar een versje – juist wel. Dan word je warm als je het koud hebt, ga je lachen als je huilt en krijg je nieuwe ideeën als je hersens vastlopen.
Leeftijd 8+