Berichten

Wit als een wat. Robbert-Jan Henkes

Egeltjes verjaardag
We hadden gespaard
Met zegeltjes
Voor een taart
Voor egeltjes
Verjaardag.

Maar we hadden
Op de kaart
Maar anderhalf zegeltje:
Veel te weinig
Voor een taart
Voor egeltje.

Wat te doen?
‘Kom, niet kniezen,’
Zei de bakker toen,
‘Je kan ook kiezen
Voor een tegeltje.’

Een tegeltje!
Dat is een goed idee!
En dan zetten we er iets op,
Zoveel als we mogen
Voor anderhalf zegeltje!

O wat mooi!
O wat lief!
Zei egeltje
Met in zijn hand
Het tegeltje,
En hij las
Het ene regeltje:
‘Er is er één ja’

En toen riepen we allemaal:
‘Er is er één ja!
Er is er één ja!
Er is er één ja, hoera!’
Robbert-Jan Henkes. Uit: Wit als een wat. Illustraties van Charles Michels. Querido, 2018. 
“Alles begint met een A’ , zo begint deze bundel met gedichten voor kinderen en inderdaad spat het taalplezier van de pagina’s met een enorme variatie aan gedichten als kleine sprookjes, nonsensversjes, taalspelletjes en liedjes, alles in een feestelijk ritme en rijk van klank.
Oké, er staan ook flauwe versjes bij, maar evenzeer ingenieuze gedichten als ‘Komt dat zien’ en  de ‘Paddenconferentie’: “De padden gingen praten/Maar het bleek algauw/Dat iedereen in hoge mate/Heel iets anders wou./’Ik wil een paard’ zei Ruiterpad./’Ik wil een fiets,’ zei Rijwielpad.’Ik wil een zwaard,’ zei Oorlogspad./’En ik wil niets,’ zei Hazepad”.
De gedichten richten zich expliciet op kinderen, maar worden nergens simplistisch of kinderachtig en er staan gerust onbekende woorden als ‘zwerk’ en ‘gespuis’  in het boek.

 

 

 

Woorden temmen. Gedichten schrijven met Kila en Babsie

Flamingo
Ik slaap zoals flamingo’s staan:
met één been gestrekt, het andere
bij de knie geknakt tegen de onderbuik
als een opgeplooide blindenstok.

Op dit donzen bed, wankel in donkerroze
toen nog uitgestrekt nek aan nek
werden we langzaam twee verstrengelde
worsten, snakkend naar adem.

Flamingo’s veroveren elkaar synchroon
een hoofse paringsdans, minstens twaalf
wimperblikken een monogaam leven lang.

Een steekspel, dat we vooral kennen van televisieprogramma’s.

Eerst waren we nog grijs
nu zijn we bijna piloten
bijna een ode aan vogels.
Charlotte Van Den Broeck. Uit: Woorden temmen. 24 uur in het licht van Kila en Babsie. Grange Fontaine, 2018. 
De ondertitel van dit ingenieus vormgegeven boekje is:
poëzie ontdekken
zelf gedichten schrijven
met Kila & Babsie
op elk moment
waar dan ook
Kila & Babsie, een dichtersduo dat optreedt op literaire avonden, slams en festivals, houden zo veel van poëzie dat ze die aan iedereen gunnen. Ze koppelen  in dit boek  hun 24 lievelingsgedichten aan een tijd en een locatie “zodat je altijd overal met poëzie bezig kunt zijn”  zoals ze op hun website schrijven.
Bovenstaand gedicht van Charlotte Van Den Broek hoort bij 2 uur ’s nachts, locatie ‘in bed’  en krijgt als  toelichting van Kila en Babsie: ‘De houding van de flamingo zie je direct voor je’ ‘en die slaaphouding ook’.
Elk gedicht wordt gevolgd door verwerkingsopdrachten, simpele en minder eenvoudige, waardoor het boek voor verschillende lees- en schrijfniveaus bruikbaar is: ‘Welke dingen worden met elkaar vergeleken in het gedicht? Er bestaan ook vergelijkingen zonder de woorden ‘als’ en ‘zoals’. Kun je een voorbeeld vinden in het gedicht?

Klokrond 24 heel verschillende gedichten voor allerlei locaties zoals bijvoorbeeld ‘in het ziekenhuis’, ‘in je onderbewustzijn’, ‘op straat’, ‘in huis’, op een ‘dinsdag’ en ‘onder een appelboom’. Leuk is dat dat heel achteloze momenten kunnen zijn,  niet persé de grote zaken van het leven, die veel mensen toch vooral met gedichten associëren.
Ondertussen leggen de twee dichters ook poëtische begrippen als metrum, personificatie en enjambement uit en stimuleren de lezer tot fantasierijke denkexperimenten over de gedichten. Origineel, grappig, prachtig vormgegeven en buitengewoon bruikbaar bij het voorbereiden van een poëzieles.

 

 

Laat een boodschap achter in het zand. Bibi Dumon Tak

Wanneer de nacht
het licht uitdoet
en de duisternis
het land bedekt
dat is de tijd dat hij tevoorschijn komt
en uit zijn sluimering wordt gewekt.

Zijn ogen gitzwart in zijn kop
sterrenlicht weerkaatst erop.
Zo struint met vlammetjes aan weerszij
het hert van de taiga rond.
Schattig?
Valt mee:
er steken twee vampiertanden uit zijn mond.

Om mee te doden?
Bloed te zuigen?
Angst te zaaien?
Af te tuigen?
Welnee.
Om zich in te vechten bij een dame.
Want op kracht komt het aan
– denken de mannen –
maar hun vrouwen letten met name
op iets anders.

Struinen de bokken door pikdonker land,
hun wapens altijd bij de hand,
wordt er door de dames flink gesnuffeld:
de geur van aarde die is omgewoeld,
mossen die zijn afgekoeld,
de geur van het doven van de dag
voortgebracht door een vleugelslag
een vermoeden van poep
een vermoeden van plas
de avonddauw op het voorjaarsgras,
de wind door een broeierig berkenwoud,
dat is het parfum waar een hinde van houdt.
Pure muskus uit een klier
van een lekker mannetjesdier.

Die geur en niets anders wil ze in haar neus.
En terwijl die macho’s met hun tanden blinken
hoor je die vrouwtjes allemaal denken:
jongens, hou die wapens nou eens op zak,
geen interesse in.
Wat we dan wel willen?
Dat jullie voor eeuwig en altijd
verrukkelijk stinken!
Bibi Dumon Tak. Uit: Laat een boodschap achter in het zand. Illustraties Annemarie van Haeringen. Querido, 2018.
Vindt Bibi Dumon Tak daar zomaar opeens een nieuw genre uit: non-fictiepoëzie. Gedichten over dieren en hun opvallende eigenschappen en bijzondere kenmerken.
Alleen evenhoevigen – dieren met twee of vier tenen –  mogen in dit boek een eigen pagina, al is de okapi het daar niet mee eens en schrijft hij een mail aan de redactie om te protesteren tegen deze vorm van discriminatie. Want “Waar zijn de neushoorn, de zebra, de tapir? […] Een hoefdier is toch een hoefdier.” Hoewel de redactie deze klacht niet ontvankelijk verklaart, staat even verderop in het boek toch een spreekbeurt van de tapir die aan het eind de hoop uitspreekt dat er ook nog eens een boek komt over de ónevenhoevigen, zoals hijzelf.
Behalve deze speelse tekstvormen staan er een contactadvertentie (van de wilde kameel), een In memoriam (voor de Pyrenese steenbok), een radio-interview (tussen de dikdik en het nijlpaard) en een oproep aan Bambi (het witstaarthert) om eindelijk eens op te groeien, in het boek. Oh en een chatgesprek tussen het wilde zwijn en haar tamme zus. En een ingezonden mededeling van de Kaapse buffel aan de toeristen die een safari plannen.
Plus een heleboel gedichten over andere evenhoevigen, die stuk voor stuk onverwachte inkijkjes in hun leven en karakter bieden.
Een rijk geschakeerd, modern, uiterst grappig en informatief boek in heerlijke DumonTaktaal en indrukwekkend passende tekeningen van Annemarie van Haeringen. Met als kers op de taart twee kleine rode laarsjes op de rug van de giraf.

Ze gaan er met je neus vandoor. Ted van Lieshout.

Er heeft vannacht een sneeuwman
in de tuin gestaan. Een konijn kwam
tevoorschijn en keek zo lief

dat de sneeuwman ervan smolt.
Hij boog zich voorover om het konijn
teder te kussen en plotseling beet

het beest hem in zijn neus. Het rende weg
met in zijn bek de wortel die hij uit
het gezicht van de sneeuwman getrokken had.

Zo is de liefde. Je dénkt dat er
van je gehouden wordt, maar
ze gaan er met je neus vandoor.
Ted van Lieshout. Uit:  Ze gaan er met je neus vandoor. Illustraties en vormgeving Ted van Lieshout. Leopold, 2018.
Met bovenstaand gedicht begint dit weer uiterst bijzondere boek van Ted van Lieshout. Meteen erna twee witte pagina’s, gevolgd door een bezorgde doch hilarische dialoog tussen de letters zelf die deze bundel graag willen maken maar constateren dat de dichter onder de tafel ligt.
Als ze hem vragen waarom is het antwoord: liefdesverdriet. Hij wil niet meer schrijven. Zorgelijk, aldus de letters, hoe kunnen ze nou een boek maken zonder de dichter? Trouwens, waarom ligt hij eigenlijk onder de tafel en niet gewoon in bed? “Hij zegt dat hij een bijzonder mens is en zo iemand doet het anders dan gewone mensen”  krijgen ze als antwoord.
Als het verhaal in dit boek net zo waar en autobiografisch is als deze zin, heeft van Lieshout zijn pijn op briljante wijze omgezet.
De (zwarte) letters raken na wat plichtplegingen in oorlog met (rode) letters van een andere  dichter, Hilda Steunvoet, die ze eigenlijk als partner voor hun eigen dichter hadden bedacht, behalve dat hun dichter van mannen houdt en ouder is.
Na wat gehakketak duwen de rode de zwarte letters van de pagina’s – let wel, alles in een spectaculaire, volkomen originele en geniale vormgeving – , er volgen een paar gedichten van deze onbekende dichter, over Ieper en de Eerste Wereldoorlog, maar uiteindelijk winnen de zwarte letters de strijd, al zijn er wat casualties: “..jn we er allemaal nog wel? Er       jn gaten in ons ge allen. W e jn er nog?”
Volgt een laatste gedicht over een berg die wilde groeien met als slotregel “Je tranen zijn warm. O, vergeet dat toch niet!”, al mist de i het puntje, want die is in de letteroorlog gesneuveld.
Niet alleen weet van Lieshout weer een boek te maken dat niemand voor hem heeft gemaakt, ook mengt hij op onnavolgbare wijze vorm en inhoud tot een zinvol geheel, waar maar een paar gedichten in staan, maar de achterliggende gedachte luid en duidelijk over het voetlicht komt. Een bijzondere dichter en vormgever, dat is zeker.

 

Jij begint. Nieuwe gedichten van Kees Spiering

Beschermpje
‘Je moet gaan liggen,’ zegt ze
‘op de bank.’ Maakt kussens
van truien, dekt me toe
met haar moeders omslagdoek
geeft me een hond voor op mijn borst.

‘Hij zal je beschermen,’ zegt ze.

Haar handen strelen een boog
van mijn hoofd tot mijn voeten.
‘Ik zet,’ legt ze uit, ‘een beschermpje
over je heen.Dat houdt nare dromen tegen
maar laat de mooie door.’

Kees Spiering. Uit: Jij begint. Tekeningen Alette Straathof. Luiting-Sijthoff, 2018.
Bijna tachtig gedichten telt de nieuwe bundel van Kees Spiering, een bundel waar we vijftien jaar op hebben moeten wachten.
En wat voor bundel. Een hartstochtelijke ode aan het leven en de liefde, voor mens en dier met als kernthema: hoe zeer het ook doet: heb lief, heb lief.
Missen, verrukking, pijn en verdriet om verlies van liefde of geliefde, melancholie, verwarring, ongemak: het komt allemaal voorbij, in een taal die zowel onopvallend als uiterst soepel, compact en heerlijk vanzelfsprekend is, ritmisch en boordevol klankfeestjes.
Met een paar pennestreken schildert Spiering een schilderij aan gebeurtenissen en gevoelens en trekt je het tafereel  binnen met messcherpe observaties (‘Oude mensen kussen…Haar wang/was dun en slap, boog van je/ lippen weg, als kuste je/een theedoek aan de lijn.’), de tergende eerste kus (‘Lippen aan elkaar met open mond…./Zo stonden we te wachten/op wat niet gebeurde’), sterke metaforen (opa’s armen van ijzerdraad en met splinters van baard in je wang), en zinnen die als een stomp in de maag binnen komen. (‘Hamsters zijn meestal dood’: ‘Dan een nieuwe hamster./Of een konijn. Die zijn/ook vaak dood, konijnen.’)
“Oh, auw!” denk je dan.
Geen schaamte of herinnering zo erg of Kees Spiering schrijft er over, de pestgedichten in de bundel zullen bij sommige lezers pijnlijke beelden oproepen, de kommer van een verloren liefde zal menigeen bekend voorkomen en veel gedichten bevatten zo’n zinnetje dat even doorknijpt, zoals ‘vaders zijn weg voor je het weet’.
De tekeningen van Alette Straathof, in enkel zwart, wit en blauw, zijn van een zelfde fijnzinnige scherpte en doelgerichtheid als de gedichten.
Deze dikke bundel is als een wintertrui op een kille herfstdag. Beklemming en grote thema’s in gewone, kleine woorden: Kees Spiering heeft zich zo langzamerhand ontwikkeld tot de Wislawa Szymborska van de Nederlandse jeugdpoëzie. Hopelijk volgen er nog veel bundels.

 

 

Zeven mannetjes

Vanmorgen over de Maliebaan
zag ik zeven mannetjes gaan,
ze liepen allemaal achter elkaar
met grote strikken in hun haar,
met grote strikken op hun schoen.
Wat zouden die mannetjes daar toch doen?
Wat liepen die mannetjes daar toch raar
met al die strikken in hun haar.
Ik vroeg het aan Jan en Alleman
maar niemand wist er het fijne van.
Je moet zo vanavond eens kijken gaan,
vanavond laat op de Maliebaan,
je moet maar eens kijken, en laten we hopen,
dat die mannetjes daar nog altijd lopen!

Annie M.G. Schmidt. Uit: Ziezo. De 347 kinderversjes. Verschillende tekenaars. Querido, 2004.
20 mei was de verjaardag van Annie M.G. Schmidt. Je kunt hier  allerlei lessuggesties voor in het onderwijs downloaden.

Dit gedicht is geplaatst met toestemming vooraf van uitgeverij Querido.

Droomdag

In vlekken valt nacht
uit elkaar en aarzelend
wordt ochtend zichtbaar

de horizon trekt aan
een lijntje voorzichtig
het hotel uit het zand

De Zeven Uitzichten
genaamd en de kamers
behangen met blauw

je mag komen logeren
wanneer je van uitkijken
en dagdromen houdt.

Bas Rompa. Uit: Kwam dat zien! Kwam dat zien! Querido’s Poëziespektakel 1. Querido, 2008. 

Bovenstaand gedicht is geplaatst met toestemming vooraf van uitgeverij Querido.

Vlinders in het mijnenveld

In de kast
Soms kan ik de kast niet in
is ze gekaapt door mijn zus.

Soms zitten we allebei een potje
te zwijgen tegenover elkaar

en luisteren en ademen de kleren
van papa in en uit. En soms zeggen we

een woord en lachen even donker.
Soms ben ik verdrietig als ik uit de kast

Mama zal me nooit storen als ik
bij papa want soms hoor ik haar

in de kast.

Daniël Billiet. Vlinders in het mijnenveld. Uitgeverij De Draak, 2018.
Deze nieuwste dichtbundel van Daniël Billiet opent met een Waarschuwing!: 
Deze gedichten zijn niet bestemd
voor overgevoelige jongeren.
Of ouderen.
Ook de meest fantasierijke gedichten
zijn gebaseerd op ware feiten.
Het is geen overbodige raad. Billiet dicht over, en voor,  jongeren die flink wat te verstouwen hebben: armoede, huiselijk geweld, tienerzwangerschappen, anorexia, eenzaamheid en ga zo maar door. Kinderrechtencommissaris Bruno Vanobbergen (is dat net zo iets als de Nederlandse Kinderombudsman?) heeft het voorwoord geschreven en soms staan er statistische gegevens onder de gedichten, zoals bijv. dat in Vlaanderen 1 op de 5 kinderen onder de armoedegrens leeft.
Ook al kunnen sommige gedichten daardoor zwaar op de maag komen te liggen, dit is geen zware bundel. Billiet houdt de toon licht, vlecht vakkundig humor door de gedichten en schrijft ook vrolijke flierefluitverzen als De meeneemzeemeermin die leeft tussen ‘dansjes van zeewier en het gezang van vele kleuren’ en ‘Nu en dan’ over verliefd zijn.
De titel ‘Vlinder in het mijnenveld’ is dan ook helemaal raak en taalvaardigheid en -plezier spatten van de pagina’s.
Fijn, deze nieuwe bundel van Billiet, bij een onbekende uitgever notabene, die hem de ruimte gaf te sprankelen als vanouds.

Kees Spiering Geen houden aan

Shit
Ik heb hem slecht gemaakt
De Test. Nu moet ik misschien
naar een andere school dan de rest.

Mijn beugel klemt zelfs mijn hersens
recht. Met succes: ik vergeet de pijn
geen tel. Hem uit te nemen, weg te smijten
mijn tanden weer laten bewegen.

Ik ben te dik, maar anderen snoepen meer
dan ik. Iedereen vindt mijn haar het mooist
anders geknipt dan ik wil.

Is hij er niet bij dan speelt vaders vriendin
de baas over mij. Ik mag van haar nog minder
dan van moeder, die beweert dat ik bang ben
voor paarden, en mensen die ik niet ken.

Eigenlijk kan ik niets
behalve schrijven
wat niemand lezen mag.

Kees Spiering. Uit: Geen houden aan. Illustraties Olivia Ettema. Querido, 2004
Jammer dat deze bundel niet meer verkrijgbaar is. Talige, precieze, ritmische en aandoenlijke gedichten van een beginnend puber over de sores van alledag. Kees Spiering moet maar snel weer eens een nieuwe bundel uitbrengen.

 

In bad met Boer Boris

Kletter spetter spat,
wie zit er in het bad?
Boer Boris in zijn blote gat.
Waarom zit Boris in het bad?

Hij heeft een poepje vastgehad
omdat het aan zijn laars vastzat.
Hè bah, wat vies, Boer Boris!
Je weet toch dat dat goor is?
[…]
Ted van Lieshout. Tekeningen Philip Hopman. Gottmer, 2018.
Juist als je denkt dat het duo van Lieshout – Hopman onmogelijk nog iets nieuws kan bedenken voor een vervolg op de succesrijke Boer Boris-serie komen de twee met een onvoorziene verrassing: een plastic badboekje over Boer Boris, met weer zulke grappige, originele gedichten dat ik al lezend een schaterlach niet kan onderdrukken. De rijmen zijn strak van vorm en als altijd prettig inhoudelijk, de tekeningen van al die beesten in het bad subliem. De duizenden fans van Boer Boris zullen hun geluk niet op kunnen met dit boekje.

Ik hoop dat de twee mannen tot het eind der dagen doorgaan met het maken van Boer Borisboeken. Leuker kun je het niet krijgen, voor peuters en kleuters én voor hun ouders.
Leeftijd: 1+