Berichten

Gele dingendag
Het is vandaag heel officieel
de dag van gele dingen.

Het startsignaal was
gisteren op het jeugdjournaal.

Met schuiftrompetten, vlindernetten,
zonnebloem en bijgezoem.

Trompetvissen, natuurlijk narcissen,
veel jonge eendjes, een kanariepiet.

De volle maan, een gele appel,
een banaan en brood met omelet.

Ik wil vanavond friet
met mayonaise en kroket.
Diet Groothuis. Winnaar Poëziester tweede graad, 2014. Uit: Bergen bergen slagroomsoezen. 5 edities gouden Poëziemedailles en Poëziesterren basisonderwijs. Poëziecentrum & CANON Cultuurcel. Samengebracht door meer dan 200.000 kinderen, 2022.
Ruim tien jaar geleden bedacht een stel Vlaamse poëzie-enthousiastelingen het project Gouden Poëziemedaille en Poëziesterren, om kinderen in het basisonderwijs aan te steken met hun liefde voor gedichten, ‘het genre waarin taal volop speels en mooi mag zijn’. Zo willen ze de kinderen in aanraking brengen met hoogwaardige hedendaagse kinder- en jeugdpoëzie en tegelijkertijd deze vorm van literatuur zichtbaarder maken voor een groter publiek.
Dat gaat zo: een vakjury kiest uit de kinder- en jeugdpoëzie van de voorbije twee jaar per graad (in Vlaanderen heet het graad, in Nederland onderbouw, middenbouw en bovenbouw)  vijf gedichten waaruit de leerlingen na een week lang ermee te hebben gewerkt hun favoriet mogen kiezen. Het vers met de meeste stemmen krijgt een Poëziester en er wordt een mooi geïllustreerde poster van gemaakt die de scholen tegelijk met lestips krijgen.
Daarnaast krijgt de – volgens de vakjury – beste kinder- of jeugdpoëziebundel van de afgelopen twee jaar de Poëziemedaille en wordt een gedicht uit die bundel bewerkt tot een liedje met een videoclip.
In 2014 deden ruim 2200 leerlingen van 22 scholen mee aan het project, voor de 5e editie waren dat al ruim 10.000 kinderen van 6000 klassen.
In het voorwoord van Bergen bergen slagroomsoezen schrijven Dirk Terryn van CANON Cultuurcel, Carl De Strycker van het Poëziecentrum en Katrien Van Der Perre van deAuteurs: ’tot de winnaars van de Poëziemedaille mogen we de belangrijkste hedendaagse jeugddichters rekenen: Edward van de Vendel (twee maal), Bette Westera (eveneens twee keer) en Rian Visser. De kinderen reikten sterren uit aan gedichten van…Erik van Os en Elle van Lieshout, Diet Groothuis, Ted van Lieshout, Geert de Kockere, Joke van Leeuwen, Floortje de Backer, Bette Westera, Edward van de Vendel, Kasper Peters, Stijn De Paepe en Ine De Volder. Dat is een erelijstje dat klinkt als een hedendaagse canon van de kinderpoëzie.’
In deze bundel vind je alle prijswinnaars ‘en dus grote namen’ bij elkaar, ‘voorgeproefd door meer dan 200.000 leerlingen met een uitstekende smaak.’
Leeftijd: 5+

Voicemail
Ik ben op dit moment niet in de gelegenheid
gelukkig te zijn. Probeer het later nog eens.

Of spreek een schouderklopje in, zing
een liedje over lammetjes met een lange lente
voor zich, maak me warm voor de zon
aan een met jou overgoten strand, wijs me
op de ideale openingstijden van je
lievelingsgedicht. En/en/en/en
is ook mogelijk.

Wacht af. Met wat geluk
bel ik terug.
Erik van Os. Tekeningen Jan Jutte. Querido, 2022.
Erik van Os leeft zich uit in deze kloeke bundel van ruim 50 gedichten, waarvan sommigen ook als liedje op Spotify te beluisteren zijn. Het ‘ik-personage’ in de gedichten heeft niet de leukste jeugd, getuige bijv. het gedicht Oorlog aan tafel dat begint met de regels ‘Mijn vader werpt woorden/als bommen over mijn moeder’ of het gedicht Wat is er veel dat zeer doet.  Op luchthartige, vaak wrange toon schetst van Os een leven vol voetangels en klemmen, valse vrienden en neuspeuterende mooie meisjes in de trein ‘(En het nog opeet ook.)’ en ook al snijdt hij pittige thema’s aan, de toon blijft licht en spottend of juist grappig en relativerend.  Jongeren zullen zich vaak herkennen in deze inventieve, talige en heldere poëzie. Jan Juttes sterke, kleurige beelden, soms haast stripachtig, werken uiterst uitnodigend om de gedichten meermaals te lezen.
Leeftijd 10+

Oorwimpers
omdat een oor
geen wimpers heeft
om het geluid te dimmen

heeft iemand ooit
voor elke stem
het fluisteren bedacht.

De maan en de zon
gisteren lag de dag te dromen
de zon scheen in de tuin
en de maan keek om de hoek

ze kennen elkaar al eeuwen
en zwaaien naar elkaar

de zon nodigde de maan uit
voor een kop thee
en ze spraken over sterren
en ze keken naar de aarde

over een maand bezoekt
de zon de maan en dan krijgt hij
limonade en zandgebak

je kunt dan de zon zien glimmen
in het midden van de aarde
Kasper Peters. Uit: Kapitein  in hangmat. Illustraties en ontwerp Anne Caesar van Wieren. Loopvis, 2022. 
 En opeens ploft er een nieuwe dichtbundel op de mat. Lekker dik, met een harde  en opvallende kaft. Hij is van Kasper Peters, ex-stadsdichter van Groningen en poeziëdocent, en volslagen origineel. Peters heeft een geheel eigen taal om de wereld te bezingen, een levendige dwaaltaal vol verwondering, vrolijkheid en oorspronkelijke beelden waarin wind en wolken met elkaar praten, oma’s hoofd een verzameling van verhalen is waar geen nieuwe meer bij passen en bomen uit wandelen gaan. Geweldige poëzie die iedereen moet lezen. De strakke illustraties  gaan een mooi samenspel aan met de teksten, de vormgeving vertelt welke gedichten bij elkaar horen. Topbundel van uitgeverij Loopvis, die bekend staat om zijn creatieve en verrassende uitgaven.
Leeftijd 7-177

Alles
Op een dag bestond ik. Zat in de boom, het was warm
en er landde een mug op mijn hand, ik liet mijn bril zakken
om hem beter te zien. Ogen met sprieten, waarvoor?

Stekeltjes. Klauwen. Haar overal. Uit zijn mond hing
een boor. Hij probeerde me leeg te zuigen,
kriebelde vreselijk. Ik

wachtte kalm op het eind. Volhouden jongen. Je bent
een held of niks, dat duurt zolang je leeft.
Er kwam geen vogel die hem kon gebruiken.

Toen in één keer, omdat hij daar zat met zijn mond
in mijn vel, wist ik dat ik bestond. Ineens leek de zon veel groter,
dichtbijer, lichter dan eerst en de boom was nog nooit

zo vol takken geweest en ik kon
elk blad apart horen waaien en alles bestond.

Weet niet waarom ik zo blij werd van er gewoon
te zijn net als alles, ik moest keihard lachen, ik viel
zowat uit die boom (dag mug) en mijn moeder riep door het raam

Is er iets schat? En ik
zei zonder geluid Ja ma.
Het is feest vandaag. Ik besta.
Eva Gerlach. Uit: Altijd wat te vieren. Gedichten om gelukkig van te worden.  Diverse dichters. Illustraties Carll Cneut. Querido, 2021.
Hoera, alweer een nieuwe dichtbundel, opnieuw van Querido, dit keer rond het thema vieren. Negenveertig gedichten van eenentwintig dichters, ouder en jonger, bekend of iets minder, met zowaar een prachtig nieuw gedicht van Eva Gerlach. Het is jaren geleden dat die een bundel met jeugdpoëzie uitbracht, hopelijk is dit gedicht het begin van een nieuwe, compleet eigen bundel van deze eigenzinnige, originele dichter met haar heel eigen stem. De gekozen gedichten verhalen van vreugde en melancholie, zijn licht van toon, soms haast versachtig, en het merendeel kennen we uit eerdere bundels. Maar er zijn ook wat minder bekende teksten bij. De dieren van Carll Cneut ogen vertrouwd en vreemd, helder en stevig en heel passend bij het thema.
Leeftijd 6+

Bijna
Zonnestralen kietelen
maar ik hou mijn ogen dicht

ik hoor gerommel op de gang
ik weet, ik weet:
straks speciaal voor mij een lied
straks komen de cadeaus, de taart
maar nu nog niet

ik kruip onder mijn giecheldekens
tintelvlinders overal
even gluren…

dit doe ik het allerliefst:
liggen in een bed vol bijna

het mag nog uren duren.
Simon van der Geest. Uit: Tintelvlinders en pantoffelhelden. Dichters: Simon van der Geest, Hans en Monique Hagen, Joke van Leeuwen, Pim Lammers, Erik en Elle van Os, Bette Westera. Illustraties Sanne te Loo. Querido, 2021.
Zowaar, een bundel met 24 gloednieuwe kindergedichten, van acht dichters (waaronder twee duo’s) over angst, vreugde, boosheid en verdriet. Emoties die herkenbaar en soms grappig of indringend worden verwoord. Sterke gedichten zitten er bij, vooral van Joke van Leeuwen en Simon van der Geest. Tekenaar Sanne te Loo verbeeldt de gedichten geweldig, met sterke, kleurige platen vol geestige details en prachtige gezichtsuitdrukkingen van de betreffende emotie.
Kunnen uitgevers nu ook weer eens gedichten voor wat oudere kinderen uitbrengen en ook van meer en andere, minder voor de hand liggende, jeugddichters waarvan we in Nederland een heleboel goede hebben? De tijd is er rijp voor.
Leeftijd 5+

Slaap
‘Je hoeft alleen maar te liggen
met je ogen dicht,’ zegt de das
‘dan kunnen we overal naartoe

waar slaap precies van gemaakt is weet ik niet
maar slapen bestaat uit wolken kleurige waterverf
avonturen in een dassenburcht
eilanden in de vorm van draken
het is de glans van libellevleugels in de zon

‘ik breng je naar huis’, fluistert de das

ik trek de sok van mijn hand
leg hem naast mijn kussen

‘je mag nu weer mensendingen gaan doen
in een echt mensenbed
dan doe ik dassendingen in een dassenburcht
maar je bent niet alleen
doe je ogen maar dicht, ga lekker liggen
want in je hoofd kunnen we overal samen heen’

Hanneke van Eijken. Uit: Waar slaap van gemaakt is. Illustraties Pauline Phoa. Uitgeverij crU, 2021.
Dit jaar was er opnieuw een alternatief poëziegeschenk van uitgeverij crU voor in de poëzieweek.  Het officiële geschenk werd geschreven door Maud Vanhauwaert en Rodaan al Galidi, maar ook dit alternatieve bundeltje is een origineel feest voor oog en oor. Heel bijzonder: de gedichten zijn speciaal (maar niet alleen) voor kinderen die niet kunnen slapen. Ze  voeren ons, in diverse stadia van wakker liggen  en in het gezelschap van een das, mee op een zintuiglijke reis naar een strand, een eiland, over mistige velden en langs een zingende wind en werkelijk overal zijn dieren. Fijne, rustige, kalme dieren zoals schelpdieren, maar ook schreeuwende papegaaiduikers en meeuwen. Totdat we tenslotte in de dassenburcht, opgerold tegen een rustig ademende dassenbuik,  in slaap mogen vallen.
Heerlijke gedichten om op je nachtkastje te leggen of aan elkaar voor te lezen voor het slapen gaan. De vrolijke, speelse tekeningen verhogen zondermeer het rustgevende karakter van dit boekje.

Kwukel
Ik ben niet bijzonder,
daar ben ik aan gewend.

Ik kan geen truc
die niemand kent.

In de stilte van mijn hoofd
bewaar ik geen geheim
dat mij de moeite maakt.

Voor mij bestaat zelfs geen recept
omdat mijn vlees naar lucht en water smaakt.

Misschien moet ik maar hopen
dat een mensenhand na duizend jaar
een paar botjes van me vindt en zegt:
‘Ik weet niet wat het is geweest,
maar dit was zo te zien
een heel bijzonder beest.’
Jaap Robben. Uit: Een stukje van de regenboog. De mooiste kindergedichten uit het afgelopen decennium. Samenstelling Jan van Coillie. Illustraties Sassefras De Bruyn. DavidsfondsInfodok/Standaarduitgeverij 2020. 
De honderd allermooiste kindergedichten kiezen uit tien jaar jeugdpoëzie klinkt als een lastige klus. Er is zo veel mooie en goede jeugdpoëzie. Poëzieliefhebbers zullen het over de 100 mooiste niet snel met elkaar eens zijn.
Maar emeritus hoogleraar kinder- en jeugdpoezie Jan van Coillie, die dit elke pakweg tien jaar opnieuw doet, legt in het voorwoord helder uit wat zijn selectiecriteria waren: hij heeft gezocht naar originele en authentieke (gevoelsmatig ware) gedichten die met vakmanschap en de ‘juiste’ spanning (tussen herkenbaarheid en en wat er niet staat in) zijn gemaakt.
Het resultaat is een fijne verzameling jeugdpoëzie van vooral veelvuldig gepubliceerde, maar gelukkig ook van wat minder vaak geciteerde dichters, zoals Kate Schlingemann met maar liefst vijf en Linda Vogelesang met vier sterke gedichten.
Er zijn gedichten over letters, woorden en boeken, gedichten over de wijde wereld, dieren en natuur, over straffe verhalen en familie.  Onder elk gedicht staat meteen in welk boek of tijdschrift Van Coillie het gedicht heeft gevonden.
De zachte, vaak paginagrote tekeningen van Sassefras De Bruyn vormen een aparte mix van nostalgische en vervreemdende beelden, vooral doordat alle personages als dieren zijn getekend die de gedichten net  even in een ander licht zetten.
Leeftijd: 6+

Waarom het nooit bananen regent
Oma zegt: ‘Het regent pijpenstelen.’
Mijn grootmoeder zei: ‘Het regent koorden.’

Mama kijkt nu ook naar buiten en zegt:
‘Niet in Engeland, daar regent het katten
en honden.’ Papa kijkt op en zegt:

‘In Roemenië regent het soms ook
fel, emmers. En in Spanje goot het eens
padden en slangen.

Ik zeg: ‘Het kan soms ook stijve mannen
regenen met bolhoeden en een paraplu.’

Alle drie kijken ze me hoofdschuddend aan.
Net of ik zonet zei dat de zee op visite komt.
Oma zegt: ‘Droom jij maar verder, straks
regent het nog blauwe bananen. In je dromen.’
Daniel Billiet. Uit: Waarom het nooit bananen regent. Prenten Paul Verrept. De Eenhoorn, 2020. 
Een verzamelbundel met bijna 100 van Daniel Billiets gedichten van de afgelopen veertig jaar, dat is nog eens een fijn en gedurfd initiatief van uitgeverij De Eenhoorn. Billiets gedichten, over dagelijkse onderwerpen als opa’s en oma’s, school, voetbal, verjaardagen en vriendjes, verrassen altijd, lepelen de taal als nieuw gerecht op, zijn persoonlijk dan wel geëngageerd en worden nergens voorspelbaar, saai of kinderachtig. Heerlijke bundel voor iedereen die van (jeugd)poëzie houdt. De sfeervolle, bijna grafische, kleurprenten van kunstenaar Paul Verrept passen er wonderwel bij.
Leeftijd: 9+

Een tulpenbol met tulp en al
ligt weerloos op het pad.

Een egel rustig ritselend
onder stapels eikenblad.

Kiemen doen hun stinkende best
tussen keutels paardenmest.

Een hommel op een goudsbloem
voert zoemend zijn gesprek.

Een worm stribbelt tegen
in een hongerige bek.

Drie slakken laten gaten na
in alle blaadjes babysla.

Een virus is op oorlogspad
gaat grenzeloos zijn gang.

De lente komt en is en blijft
voor niets en niemand bang.
Elle van Lieshout. Uit: Dichter. Gedichten voor kinderen van 6-106. Corona, de wereld staat stil en op zijn kop. Tekeningen Leandra du Pau. Plint, 2020.
Leeftijd 6+

Opnieuw
Eén gedicht is nooit genoeg –
tienduizend evenmin.
Het moet opnieuw, opnieuw
opnieuw moet iemand schrijven
hoe verliefd, verdrietig, blij
hij – steeds opnieuw moet iemand
daar woorden voor zoeken en
die moeten bij elkaar zoals
ze nog nooit hebben gestaan.
Iemand moet dit lezen.
Steeds opnieuw
voor het eerst.
Kees Spiering. Uit: Langs de lange Lindelaan. Samenstelling Arie & Romy Boomsma. Tekeningen Margot Holtman. Prometheus, 2019. 
Je moet een behoorlijk bekende BN-er zijn om zomaar een dichtbundel te kunnen samenstellen, zonder thema of aanleiding, gewoon omdat het kan.
Arie  Boomsma is zo’n BN-er en samen met zijn vrouw Romy heeft hij voor uitgeverij Prometheus, die normaal gesproken geen jeugdpoëzie uitbrengt, de gedichten in deze bundel bij elkaar gebracht.
Achterin het boek lichten ze hun keuzes toe: gedichten en versjes die ze graag aan elkaar en aan hun (jonge) kinderen voorlezen. Oudere en nieuwe gedichten, voornamelijk van bekende dichters, op een enkele uitzondering na. Stuk voor stuk fijne teksten, maar het gebrek aan samenhang, los van het feit dat een zeker echtpaar deze gedichten graag leest, is spijtig. De tekeningen voegen weinig toe, de nostalgische titel lijkt vooral gekozen om aandacht te genereren. Misschien kan Prometheus eens een dichtbundel met de nieuwste jeugdpoëzie uitbrengen?
Leeftijd: 3+