Berichten

ABC
De kat loopt mee.
De hond blijft thuis.
Piep, zei de muis in ’t vogelhuis.
[…]
Berend Botje ging uit varen
met zijn scheepje naar Zuid-Laren.
[…]
Hansje Pansje Kevertje
die klom eens op een hek.
Neer viel de regen
die spoelde alles weg.
Op kwam de zon
die maakte alles droog.
Hansje Pansje kevertje
die klom toen weer omhoog.
[…]
In een klein stationnetje
’s morgens in de vroegte,
stonden zeven wagentjes netjes op een rij.
‘k Zag het machinistje
draaien aan het wieleke.
Ake ake tuut tuut, weg zijn wij!
[…]
Klaas Verplancke – Jan Van Coillie. Uit: Ozewiezewoze. Het ABC van de kinderliedjes. A—–J. De Eenhoorn, 2020. 
Wie graag zingt met zijn of haar kinderen, wil dit boek echt meteen aanschaffen. Al die vrolijke kinderliedjes waarmee we ooit zijn grootgebracht staan er in, althans als ze beginnen met een A tot en met een J.  Het tweede deel met kinderliedjes op K – Z volgt binnen afzienbare tijd.
Deze twee delen  zijn een heruitgave van deze fijne bundel, met een nieuwe vormgeving en ook met nieuwe, werkelijk  prachtige en erg vrolijke tekeningen van veelbekroond illustrator Klaas Verplancke.
Er blijken hier en daar wat kleine verschillen in de liedjesteksten te zijn tussen Vlaanderen en Nederland. Zo ken ik bijvoorbeeld het eerste liedje hierboven met een muis in een voorhuis in plaats van een vogelhuis. Maar dat stoort nergens.
En, o wat handig!, mocht je een melodie vergeten zijn of misschien wel voor het eerst leren kennen, je kunt via www.ozewiezewoze.be alle liedjes meezingen!
Leeftijd: 1+

Tij
Het stormt,
we steken scheppen in de woeste waterbek.
Dat maakt niet uit – de oceaan wordt
langzaamaan schuimend gek.
Kon hij de vloed niet aan?
Kreeg hij hoofdpijn van de maan?
Met waterige tanden
spuugt hij golven op het land:
het zand pakt alles samen,
knijpt zijn korrels tot een strand
en hoopt dat het gaat ebben.
En wij?
Wij willen nog niet gaan,
wij hebben een kasteel
om naast te blijven staan.
Edward van de Vendel. Uit: Betrap me. Querido, 1996.

Liefdeslied
Als je het gezang van een walvis
in de lente, veertien maal versnelt
hoor je een lieflijke vogel.

Bij normale snelheid klinkt
zijn liefdeslied zoals je nooit hoorde
droevig en gelukkig tegelijk.

Elke week veranderen de vissen
een kleinigheid en de volgende lente
zingen ze een totaal nieuw lied.

Mensen vingen het geluid onder water
weerkaatst door onderzeese bergen.
Zij hesen het omhoog en legden het vast

op een slap plastic plaatje dat ik vond
in een tweedehands boek.
Het was oud en de naald ruiste

maar ik hoorde het gezang
van verliefde reuzen
tussen biologisch commentaar.

Ook stuurden ze de klanken
die eeuwen diep in de zeeën
hadden geklonken hoog in de ruimte.

Over honderdduizend jaar vindt
een intelligente krekel de platina plaat.
Hij zoekt de sleutel en verstaat het

in zijn eigen digitale taal.
Hij wordt verliefd op een walvis
verdwenen in tijd en ruimte.
Remco Ekkers. Uit: Haringen in de sneeuw, Leopold, 1984. 
Bovenstaande gedichten komen uit: Zot van Zee. Poëzie tussen eb en vloed. Verzameld door Jan van Coillie, geïllustreerd door Sabien Clement, Korneel Detailleur, Esther Platteeuw, Pieter van Eenoge en Kaas Verplancke. Exclusieve uitgave van de Maatschappij van de Brugse Zeehaven, 2017.

Een verzamelbundel met gedichten over de zee als een vlammende prima donna, de duinen als ridders van zand, een storm in de afwasbak, zeemeerminnen en dansende kwalletjes geschreven door een stoet van ruim veertig dichters, waaronder grote namen als Lucebert, Guillame van der Graft, Mensje van Keulen en Hans Andreus zie je niet vaak.
Selectiecriterium van samensteller Jan van Coillie was, om de allermooiste en fantasierijkste gedichten te vinden over zee en strand: “een kinderlijke blik van verwondering en bewondering” schrijft van Coillie in zijn nawoord “waardoor de zon een mannequin wordt, de zee buldert van het lachen en de blauwe kwalletjes dansen op de schitterende muziek van de zee… een taalspel… een ode aan de verbeelding.”
Het resultaat is een waar feest voor liefhebbers van zowel poëzie als de zee. Gedichten gaan bondjes met elkaar aan, reageren of botsen op elkaar, nergens wordt het voorspelbaar, niks is saai of ‘gewoon’.
De dichters, waarvan velen ook of alleen maar voor kinderen schrijven, zijn prachtig bij elkaar gezocht, vaak met  oude of onbekendere gedichten die gelukkig zijn opgediept uit lang geleden uitgegeven boeken. De illlustraties door een keur van Vlaamse tekenaars zijn ronduit fantastisch. Zo moet (jeugd)poëzie zijn.
Dit is, gok ik, wat Thomas de Veen van NRC in zijn artikel  ‘Sorry maar kinderpoëzie moet echt beter’ bedoelt.
Helaas is het boek niet in de winkel te koop. De uitgave is bedoeld om jongeren te inspireren over het onderwerp haven en zee en om de Zeehaven van Brugge onder hun aandacht te brengen.

Opnieuw
Eén gedicht is nooit genoeg –
tienduizend evenmin.
Het moet opnieuw, opnieuw,
opnieuw moet iemand schrijven
hoe verliefd, verdrietig, blij
hij – steeds opnieuw moet iemand
daar woorden voor zoeken en
die moeten bij elkaar zoals
ze nog nooit hebben gestaan.

Iemand moet dit lezen.
Steeds opnieuw
voor het eerst.
Kees Spiering. Uit: Wat je ziet zit in je hoofd. Samenstelling Jan van Coillie. Illustraties Kristien Aertssen. Davidsfonds/Infodok, 2011.
Ondertitel van dit boek: ‘De 100 mooiste kindergedichten van nu’. Samensteller Jan van Coillie heeft, zegt hij in het voorwoord, “de mooiste en leukste gedichten voor kinderen die verschenen tussen 2000 en 2010”,  voor deze bloemlezing uitgekozen. Criteria: “originaliteit, authenticiteit, de juiste spanning en vakmanschap”.
Het is echt een heerlijk gedichtenboek geworden waar je elke dag in wilt lezen, met een harde kaft, lekker dik papier, veel prikkelende fullcolour tekeningen en gedichten van bijna alle bekende Nederlandstalige kinderdichters van nu. Gedichten van Edward van de Vendel, Ted van Lieshout, Eva Gerlach, Hans en Monique Hagen, Jos van Hest, Jaap Robben, Gil Vander Heyden, Bette Westera, Leendert Witvliet, Johanna Kruit, Erik van Os & Elle van Lieshout, Riet Wille, Andre Sollie, mijzelf en nog meer. 
Ik mis alleen Imme Dros.  

Je bent lelijk en vet,
een lastig portret,
je hebt hoorntjes op je kop.
Je bent vies en je drinkt,
je hebt een hangbuik, je stinkt,
je hebt wratten met haren erop.
En daarom hou ik van jou.

Je bent wreed en ruw,
stiekem en sluw,
boosaardig, vals en venijnig.
Je bent onoprecht,
door en door slecht,
gierig, gemeen en sjagrijnig.
En daarom hou ik van jou!
Colin McNaughton, vertaling Kien Seebregts. Uit: Er staat een taart in lichterlaaie. Jan van Coillie. Ill. Harmen van Straaten. Maretak/Davidsfonds/Infodok, 2004.