Berichten

We zijn gescheiden door een oog, een sloot. Ze heeft haar poten
vierkant aan de grond, onthaast kijkt ze

niet op of om. Haar wei is groot, haar huid
een landkaart waar geen blind gebied op
voorkomt want ze kent met heel haar lijf

haar plaats: ze graast en heeft
niets aan haar kop dan gras, vandaag
alweer een dag met zon, het kan niet op.
Hester Knibbe. Uit: Bedrieglijke dagen. De Arbeiderspers, 2008.

Hoe ook je huid getint is
en je haar, er huist in ieder hoofd
een wit en zwart gebied en een plek
waar alle grijs van de wereld in zit. Maar ook

veelkleurigheid zoals in licht
verborgen is en die zich steeds
ontpopt wanneer een flinter zon op regen botst.

Ver weg, dichtbij, er is voor elk
dezelfde zonnebol waarrond de aarde
tolt met ons er samen op.
Hester Knibbe. Uit: Scheurkalender Jeugdpoëzie. Van Gennep, 2011.