Berichten

Wel zeven lange weken heb ik ijverig gebroed
op zeven witte eieren, toen was het eindelijk goed.
De schalen gingen open, en er kroop uit ieder ei
een kopje, en een lijfje, en twee vleugeltjes erbij.

En even later,
na zeven plonsjes,
zag ik ze zwemmen,
mijn zeven donsjes!
Ze gingen drogen
in ’t warme gras,
en keken rond hoe
de wereld was.

Ik krijg maar niet genoeg van dat gesnater en geslobber,
ik kijk mijn ogen uit naar dat gespetter en gedobber!

Maar straks wanneer het avond wordt, dan zijn ze stil en moe.
Dan zwemmen ze haast slapend alle zeven naar me toe.
Ik spreid mijn witte veren uit, ik houd mijn vleugels klaar.
Daar kruipen ze dan tussen, alle zeven bij elkaar.
Harriet Laurey. In: Een schelp aan je oor, met tekeningen van Tineke Meirink. Uitgeverij Holland, 2001.

De gedichten op dit blog zijn meestal voor oudere kinderen. Vandaag eens versjes voor peuters en kleuters.
Pan met water,
schepje zand,
en een blaadje
van een plant.
Even roeren
met mijn stok.
En nou proeven
slok, slok, slok.
Juffrouw wil je

ook een hap?
Nou, heel graag,
ik lust wel pap!
’t Is geen pap
maar soep met ballen!
Kom maar eten
met zijn allen!
Mieke van Hooft in Stamp stamp olifant. Tekeningen van Tineke Meirink. Uitgeverij Holland, 2002.

In dezelfde serie: Een schelp aan je oor van Harriet Laurey en Eén been stokkebeen van Paul Biegel, bekend van heel andere kinderboeken, boordevol grappige versjes zoals:
Zeg zwaluw, waar kom jij vandaan?
zeg zwaluw, kom jij van de maan?
Het volgend jaar dan koop ik vleugels
om met jou eens mee te gaan.