Berichten

“Ken je Eefje? Eefje Donkerblauw?
Eefje is een koningin. Maar niemand weet dat. Behalve Eefje zelf.

Eefje houdt erg veel van donkerblauw.
Elke morgen wipt ze uit haar donkerblauwe bed.
Op donkerblauwe pantoffels stapt ze langs de donkerblauwe trap naar beneden.

‘Dag donkerblauwe tafel met de donkerblauwe stoelen!’ zingt ze opgewekt.
En uit de donkerblauwe kast haalt ze een donkerblauw potje
met donkerblauwe jam van donkerblauwe bessen.”
Waarom Eefje van donkerblauw houdt, weet niemand. “Het is gewoon zo. Net zoals met niezen. Je moet of je moet niet.”  Maar als ze koning Goudgeel tegenkomt gebeuren er rare dingen met Eefje. Ze wil misschien wel met hem trouwen maar ze houdt niet van geel. Liefde is blauw, vindt ze. Ze oefent om van geel te houden. Schildert gele bloemen op haar donkerblauwe theepot en trekt een donkerblauwe trui met gele stippen aan. Na een tijdje houdt ze ook van geel. Daar komen natuurlijk groene kinderen van. En als die trouwen met Prins Avondrood of Geeltje ook rode, oranje, gele, blauwe en paarse. Een regenboog bij elkaar.
Alle kleuren zijn mooi, volgens prentenboekklassieker Eefje Donkerblauw. Het is opnieuw uitgebracht door uitgeverij De Eenhoorn en stond in de Top 10 van ‘Het mooiste kinderboek aller tijden’, een initiatief van http://www.stichtinglezen.be/.
Tekst Geert de Kockere, ill. Lieve Baeten. De Eenhoorn, 2009.

Er was eens een keertje
een klein lieveheertje.
Het vloog en het vloog,
het vloog recht omhoog.
En toen het eindelijk
boven kwam,
boven op het hek in het gras,
zag het tot zijn verdriet
dat het nog lang
niet in de hemel was.
Honderdelf dierengedichten staan er in de verzamelbundel Fluit zoals je bent,  van tweeënveertig verschillende dichters. Jongetje van Negen vindt de buitenkant “te wit en met teveel letters erop” maar de tekeningen binnenin zijn prachtig. Gauw naar de winkel als je van dierengedichten houdt dus!
Geert de Kockere. In: Fluit zoals je bent. Samenstelling Edward van de Vendel, tekeningen Carll Cneut. Querido, 2009. 

Dit gedicht is geplaatst met toestemming vooraf van uitgeverij Querido.

“Ik hou niet van gedichten” zegt Jongetje van Acht pruilend.
“Pech gehad” zeg ik. “Vandaag kies ik wat we lezen”.
“Haha, leuk plaatje”zegt hij. Hij pakt het boek uit mijn handen.
“Die eet zijn oor op” grinnikt hij. Hij leest hardop  het gedicht bij de tekening. Dan de rest.
“Dit zijn een soort moppen als gedicht” zegt Jongetje van Acht. “Alleen snap ik ze niet allemaal. Wat is wablief?”
“Dit vind ik de leukste” zegt hij:

Beleefd
Aan de rand van het bos
moet je kloppen op de bomen.
En dan netjes blijven wachten.
Tot de dieren roepen
dat je binnen mag komen.”
leest hij.
“En dan deze” zegt hij:
Groeten
Vele groeten
en een dikke kus!
zo stond het op een kaart.
De groeten
heb ik weggegeven,
de kus heb ik bewaard.”
Alle gedichten waren uit. Jongetje van Acht ging naar bed. Veel te laat!
Geert de Kockere. Uit: Het Koekeloerelaantje. Tekeningen van Kristien Aertssen. Medaillon/De Eenhoorn, 1999.