Berichten

Kriebelen
Ik zit bij opa op de bank
en probeer niet te raden
wat hij met zijn vinger
op mijn rug tekent:

‘Een huis? Oma?
Een dubbeldekkerbus?
Een eend? Een walvis?’

Opa schudt zijn hoofd,
tekent, tekent, tekent.

Ik weet allang wat het is,
maar wat voelt nou fijner
dan gekriebel op je rug?

Na poging zes lacht opa:
‘Ik stop. Mijn vinger is moe.
Je zoekt maar een mooie jongen
om op je rug te kriebelen.’

‘En een mooi meisje?’ vraag ik.
‘Is dat ook goed?’

Ik durf niet om te kijken.
Opa zegt niets,
is even helemaal stil.

Dan schrijft hij
op mijn rug:

wie jij maar wil
Pim Lammers. Uit: Ik denk dat ik ontvoerd ben. Tekeningen Sarah van Dongen. Querido, 2022.
Los geschreven en veelomvattende gedichten zijn het: opa’s en oma’s, neven en nichten, papa’s en mama’s, broertjes en zusjes in vele gedaantes en kleuren komen op een originele manier voor het voetlicht. De gedichten lijken eerder spoken wordteksten dan poëzie, en zodra je Pim Lammers hoort voordragen vallen ze  echt helemaal op hun plek.
Vriendinnen worden met je vaders nieuwe vriendin maar tegen je moeder zeggen dat je hoopt dat ze snel verhuist, samen met mama naar het blootstrand, een neef met make-up die je moeder make-uples geeft, vaders ruilen met je klasgenoot, seksuele voorlichting van papa waarbij je zusje steeds heel hard LUL en KUT roept, verliefd zijn op je nichtje Mila, opa’s griezelige Wieka-woekamanhuisje in het bos, en ga zo maar door.
Grappig, divers, met nadrukkelijk veel aandacht voor andere samenleefvormen dan het klassieke gezin. Ook op de beeldenrijke tekeningen van Sarah van Dongen zien we veel verschillende huidskleuren en culturen, zoals mama’s met hoofddoeken. Jeugdpoëzie waar veel kinderen zich in zullen kunnen herkennen.
Leeftijd 7+

Warm nest
Angst is een lieve moeder. Zij zorgt goed
voor mij, kookt graag veel en gevarieerd
wast jassen uit, strijkt ruzies glad, vouwt
paraplu’s bij voorbaat open, schrijft lief
afwezigheidsbriefjes aan onbezonnen voornemens,
maakt nog dagelijks mijn onbeslapen bed op.

Moeders kunnen bang zijn als het
om hun kinderen gaat. Voor je het weet
hebben zij een vertrouwen te pakken.
Daar moet je geen grapjes over maken.

[…]

Hemel
En maar reiken
naar de hemel
en maar reizen
naar de maan.

En maar altijd
hogerop
altijd verder
willen gaan.

Willen
schitteren
als sterrren.

Willen
stralen
als de zon.

En maar staren
met zijn allen
naar een stuk systeemplafond.
Erik van Os. Uit: Had ik maar leuke kinderen. Gedichten en gezongen gedichten. Rubinstein, 2019.
Familie kan je leven flink onderuit schoffelen, tot verminkens toe. De gedichten in deze bundel – die op Spotify gezongen te horen zijn – getuigen er op pijnlijke en indringende wijze van.
De auteur schrijft in het voorwoord dat hij gelukkig erg leuke kinderen heeft en de titel niet op hen slaat, hoewel de gedichten doen vermoeden dat de schrijver uit ervaring spreekt, als kindpersonage, wat ze mogelijk nog pijnlijker maakt.
Verhulde woede, omfloerst cynisme, ingevreten verdriet, bijvoorbeeld over een vader die niet luistert of een vader als gapend gat, een moeder die graag brave dochters en zoete zonen om zich heen ziet en die vraagt of de ik in het gedicht zich daar ook eens aan zou willen houden.
Geen zoete versjes dus, maar schrijnende teksten, van een auteur die we vooral kennen van prentenboeken en gedichten voor jonge kinderen, samen met zijn vrouw Elle.
Leeftijd: 18+

We hebben lief gelachen
en vrolijk meegefeest.
We zijn met mooie kleren aan
naar het stadhuis geweest.

We hebben meegezongen
en spelletjes gedaan.
Je ziet ons met een blij gezicht
op alle foto’s staan.

We lachten en we klapten
nog luider dan de rest
We vinden Koos een leuke vent.
Hij doet ook echt zijn best.

En mama is gelukkig,
dat kun je aan haar zien.
Met papa was ze dat alleen
in het begin misschien.F

Ze waren en ze bleven
heel aardig voor elkaar,
dat wel. Maar toen kreeg mama Koos.
Dat was dus vorig jaar.

Nu gaan ze samenwonen
in voor- en tegenspoed.
Nu komt het tussen onze echte
ouders nooit meer goed.
Bette Westera. Uit: Uit elkaar. Tekeningen Sylvia Weve. Gottmer, 2019.
De titel maakt maakt meteen duidelijk waar het boek over gaat, de uitvoering is dermate veelzijdig en kleurrijk dat lezen en bekijken puur genieten is.
Gedichten over stiefvaders, -moeders, -broers en -zussen, over 4 of 5 opa’s en oma’s, een verdwenen moeder, een vader die in het fietsenhok met juf Ans zoent maar ook gedichten over zwanen die hun partner weliswaar hun leven lang trouw blijven maar toch ook wel eens in het riet verdwijnen met een ander.
Heerlijk lichte  uitwerking van een  tamelijk zwaar onderwerp, met af en toe een vileine of grappige toets en met beelden die keer op keer een laag toevoegen aan de teksten. De fenomenale vormgeving maakt het af, waardoor je dit boek steeds opnieuw wilt lezen en herbekijken. Helemaal een boek van nu, voor het hele gezin.
Leeftijd: vanaf 4+ tot 100+

Het einde van de zomer
De adem van de zomer koelt langzaam af.
De inkt van de nacht komt steeds vroeger.
En vanuit het niets
kondigt mijn moeder aan dat Tippi en ik
niet langer thuis les zullen krijgen.
´In september
gaan jullie naar school
zoals iedereen,´ zegt ze.

Ik reageer nauwelijks.

Ik luister
en knik
en trek aan een los draadje in mijn trui
tot er een knoop

op de grond valt.

Maar Tippi blijft niet rustig.

Ze ontploft:
´Dat méén je niet!
Zijn jullie gek geworden?´ schreeuwt ze.
En ze maakt urenlang ruzie met onze ouders.
Ik luister
en knik
en bijt op de velletjes van mijn nagels
tot ze

bloeden.

Uiteindelijk wrijft mijn moeder over haar slapen
en zegt dan ronduit:
´De bijdragen van alle weldoeners zijn op
en we hebben geen geld voor thuisonderwijs.
Jullie weten dat je vader nog geen werk heeft
en oma´s pensioen
is niet eens genoeg om de kabel-tv van te betalen.´

´Jullie zijn niet goedkoop,´ voegt mijn vader eraan toe.
Sarah Crossan. Uit: Een. Twee levens. Twee zussen. Een keuze. Pepperbooks, 2016.
Grace en Tippi zijn een Siamese tweeling van bijna zeventien. Ze weten niet beter dan dat ze altijd samen zijn. Als ze op een dag naar school moeten verandert hun leven ingrijpend. Maar dat is niet het enige dat er verandert.
Zelden las ik een boek dat me zo meenam, me zo de adem benam, me zo dichtbij de personages bracht. Dit boek laat je tot in je haarvaten voelen hoe het is om een Siamese tweeling te zijn, te worden aangestaard, te voelen dat je twee personen in een lichaam bent. Maar ook wat het betekent om een individu te zijn, het belang van vriendschap, hoe liefde voor een zus voelt, en diepe rouw.
Intelligent, poëtisch en indringend relaas.
Leeftijd 12+

Moet je horen, moet je horen,
tante Trees is vastgevroren.
Vastgevroren in het bos.
En nu kan ze niet meer los!

Kijk, daar staat ze. Zonder jas.
Wist ze niet hoe koud het was?
Wist ze niet hoe hard het vroor?
Waarom ging ze ervandoor,
zonder sjaal en zonder wanten?

’s Avonds stond in alle kranten:
’t Wordt vannacht min zeventien!
Heeft ze dat soms niet gezien?

Moet je horen, moet je horen,
tante Trees is vastgevroren.
Vastgevroren in het bos.
En nu kan ze niet meer los!

De politie heeft ter plekke
geprobeerd haar los te trekken.
Heeft geduwd en heeft gerukt,
maar het is ze niet gelukt.
Nu moet tante Trees daar blijven
tot het dooit.

Alle journalisten schrijven:
Winters weer geeft overlast:
In het bos vriest dame vast!

Moet je horen, moet je horen,
tante Trees is vastgevroren.
Vastgevroren in het bos.
En nu kan ze niet meer los!
Bette Westera & Barbara de Wolf in Mijn zusje achter het behang. De Fontein, 2008. Met cd met liedjes, muziek Diederik van Essel.