Berichten

Mijn rug lijkt op een twijgje,
heel bruin en lang en fijn.
Mijn kaken zijn heel krachtig,
maar mijn kopje is erg klein.

Mijn uitgestrekte poten
zijn tenger, maar niet zwak.
Ik kan niet heel veel spelletjes.
Maar verstoppen? Met gemak.
(Ritsel ritsel. Is het een… ? wandelende tak)
Alex Scheffer. Uit: Flip Flap Huisdieren. Giechelplezier met geinige rijmpjes en grappige dieren. Vertaling Edward van de Vendel. Volt, 2019.
Ingenieus voorlees-prentenboekje van stevig karton voor peuters en kleuters waarbij alle dieren in tweeën kunnen worden geklapt en zo gecombineerd met een ander dier. Op die manier ontstaan er hilarische combinaties waarbij kinderen ondertussen met woordcombinaties kunnen spelen. Fijn gedaan. De subtiele vertalingen van Edward van de Vendel verdienen een extra vermelding. Ook vormgeving en tekeningen zijn meer dan in orde. 
Leeftijd 2+

ADA! ADA! ADA MARIE!
Ze praatte nog niet en toch was ze al drie.
Terwijl ze in haar bedje te trappelen stond,
zei ze geen woord en keek in het rond.

Met een slinger van spulletjes achter zich aan
stoof ze door het huis om op verkenning te gaan
naar alles wat ze hoorde en alles wat ze zag,
totdat ze in slaap viel aan het eind van de dag.

Haar ouders waren niet helemaal op hun gemak,
toen Ada na een tijdje nog altijd niet sprak.
Maar ach, zeiden ze, het komt vast wel goed,
ze zal heus gaan praten als ze vindt dat het moet.

Precies dat gebeurde toen ze drie was geworden.
Ada, die weer nieuwe spullen opsnorde,
klom op de klok heel behendig en snel.

Maar toen riepen haar ouders:
‘NIET DOEN!’
(Logisch wel).

Ada’s lip trilde even,
en misschien was het daarom
dat ze diep ademhaalde
en toen vroeg:
‘WAAROM?’
[…]
Ada deed wetenschappelijk wat je moet doen:
ze begon met één vraagje, maar dat splitste zich toen.
Van elk van die vragen kwamen er meer,
en zo ging het verder, iedere keer.
Want denken is graven. Je duikt ergens in.
Ze noteerde haar vragen en tikte op haar kin.
Ze begon met Waarom? en toen Hoe? Wat? Wanneer?
En aan het eind van de hal was Waarom?  er dan weer.
[…]
Andrea Beaty. Uit Ada Dapper Wetenschapper. Illustraties David Roberts. Vertaling Edward van de Vendel. Uitgeverij Nieuwezijds, 2018. 
Een vrolijk, grappig en inspirerend prentenboek, belangrijk ook, dat er nog niet was over een meisje van drie dat alles maar dan ook alles diepgravend onderzoekt en haar ouders en later haar leerkrachten regelmatig tot wanhoop drijft maar niet anders kan dan zich keer op keer afvragen hoe   de wereld en alles wat ze om zich heen ziet in elkaar steekt.

Het boekidee is geïnspireerd door en personage Ada losjes gebaseerd op twee beroemde vrouwelijke wetenschappers: de wiskundige en eerste computerprogrammeur Ada Lovelace en onderzoeker Marie Curie, die de elementen polonium en radium ontdekte, en wier werk leidde tot het uitvinden van röntgenstraling.

Leuk voor meisjes en jongens, met mooi ritmisch en helder vertaalde rijmende teksten door ons aller Edward van de Vendel en met duidelijke, kleurige en strakke hippe tekeningen in waterverf, penseel en inkt, soms  pen
Leeftijd 3+.

1. Huis

zo was het toen pup
en in het huis kwam met kit:
de baas was er al.

pup was klein en kit was klein
en de baas zei:
pup is pup
en
kit is kit.
dit ben ik.
dit is mijn huis.
ik ben de baas.

pup keek en was blij.
hij gaf de baas een lik.
pup zei: baas, jij bent van mij, van mij
en hij gaf nog een lik.

kit keek en keek en keek
en zei: mauw.

pas toen de baas
haar een bal gaf met een bel er in
en een bol wol
en een bak die heel vol was,
pas toen zei kit:
goed baas,
dan ben ik ook jouw kit.
en gaf hem een lik.
[…]
Edward van de Vendel. Uit: Pup en Kit. Tekeningen Floor de Goede. De Eenhoorn, 2018.
Boeken voor beginnende lezers zijn vaak nogal suf en saai. Leesbevorderend werkt dat natuurlijk niet.
De verhalen in dit boek over een klein katje en hondje zijn verre van saai, maar juist vrolijk, spannend en grappig en ook de tekeningen zijn geweldig.
Kinderen die nog niet lang kunnen lezen zullen smullen van de avonturen van Pup en Kit  in hun nieuwe huis, die in 20 korte hoofdstukjes van eenlettergrepige woorden worden verteld.
Leeftijd: vanaf 6 jaar.

 

Sterre zat op de keukentafel met haar benen te zwaaien. Ze zei tegen haar moeder:
‘Als ik jouw prinsesje ben, ben jij dan de koningin?’

Mama leunde op haar bezem en zei: ‘Ja. Ik ben de koningin.’

[…] toen Sterre er helemaal klaar voor was, keek mama naar de lucht.
Ze zette haar handen aan weerszijden van haar mond en fluisterde:

‘Kom maar omhoog, mijn zon, kom maar, kom maar omhoog, mijn zon…’
En Sterre keek verbaasd naar haar moeder, maar even later deed ze haar na.
Ze fluisterde: ‘Kom maar, kom maar omhoog, mijn zon…’
[…]
En wat zagen ze toen, midden in de grote donkerte?
Een bleek splintertje, aan de rand van de lucht.
David Grosman. Uit; De zonneprinses. Illustraties Michal Rovner. Vertaald door Edward van de Vendel. Cossee, 2016.
Tegelijkertijd sprookjesachtig mooi, indrukwekkend, nuchter en teder schrijven over hoe de zon opgaat en weer ondergaat is maar weinigen gegeven. David Grosman is het gelukt. Het verhaal over Sterre en haar moeder bevat geen woord te veel of te weinig en vertelt alles wat er te vertellen valt over dit onderwerp. Feestboek met kleine, lieftallige tekeningen in een sublieme vertaling van grootmeester Edward van de Vendel. 

Nu denk je: waahaaaa.
Wat een dier waaahaaaaa!
Je denkt: het lijkt wel een aan elkaar geplakt dier.
Beetje hert.
Beetje paard.
Beetje zebra.

En je denkt aan andere aan elkaar geplakte dieren.
Zoals de oliwaterpanda (die bestaat niet).
En het vogelbekdier (die bestaat wel).

Maar de okapi bestaat dus ook.En hij is niet aan elkaar geplakt.
Hij is géén familie van het hert. Hij is geen familie van het paard.
Hij is zelfs geen familie van de zebra.
Hij heeft bijna geen familie.
Hij heeft zichzelf – en zijn grote broer.

BROER GIRAF.
                            Wat?
                             Broer?
                             Giraf?
Ja, het enige familielid dat de okapi heeft is de giraf.
Maar de giraf heeft een lange nek, en de okapi heeft die niet!
En de giraf heeft vlekken en de okapi heeft ze niet!
Ja, dat is allemaal waar. En toch is het zo: de okapi heeft maar één familielid en dat is dus een familielid waar hij niet op lijkt.

Of toch wel?
Edward van de Vendel. Uit: Stem op de okapi. Tekeningen Martijn van der Linden. Querido, 2015.

Een boek over een onbekend dier, hoe leuk is dat.
Maar als de makers Edward van de Vendel en Martijn van der Linden heten is het nog veel leuker dan je denkt. Waarom?  Omdat alles er in staat:
– over de okapi, in taal zo mooi dat je het 100x wilt lezen: 
Alle okapi’s dragen..spierwitte zonnestralen op hun achterste..alsof ze, voor ze geboren werden, eerst in de rij voor een schilder zijn gaan staan…Als een okapi-jong zijn moeder kwijt is, heeft hij altijd iets waaraan hij haar kan herkennen: haar billenvlammen, haar kontenzon.
– een okapi in alle standen, details en hoeken getekend, precies zoals hij is, tot aan het speciale kleine waskliertje bovenaan zijn hoef toe. 
– 60 okapi’s in spannende kleuren, als okapidraak, okapivis, okapivogel of okapilammetje. 
– het spannende, soms trieste, verhaal over de ontdekking van de okapi in het Afrikaanse land Congo, en hoe hij in westerse dierentuinen terecht kwam. Hoe ze vervolgd en nu ook beschermd worden. 
– hoeveel okapi’s er nog zijn. Op de hele wereld. 
– interviews met Rob, de verzorger van okapi’s in Nederland, en de Nederlandse stamboekhouder Sander die ervoor  helpen zorgen dat okapi’s niet uitsterven.
– okapibabietjes. 
– okapiliedjes. Voor de modeweek/en de modebladen/hoeven we niet lang/naar inspiratie te raden/Hij glanst, hij is zacht/wat een pels, wat een pracht/dames en heren:/de okapi-vacht!
– geweldige okapischilderijen van allemaal  Nederlandse kunstenaars. 
– 88 redenen om de okapi als lievelingsdier te hebben. 
Dit boek wil je hebben. Er zijn veel dierenboeken, vaak van die dikke encyclopedie-achtige vol  feiten zoals “de capibara, het grootste nog bestaande knaagdier, slaagde er tot dusver in de evolutie te overleven” . Met een foto erbij. Maar wat had ik graag boeken zoals dit boek over de okapi gehad. Leuker kun je een dierenboek niet maken.
Je nieuwste lievelingsdier? Ik weet het al.
Leeftijd: 7+
Bovenstaande tekst is gepubliceerd met toestemming vooraf van uitgeverij Querido. 

Maartje krijgt een welterustenkus van papa
en een welterustenkus van mama.
Ze knuffelt haar knuffels
een voor een, niemand vergeten:
Puk de Beer,
Balletpop Evelina,
Kangoroe natuurlijk, en Koala.

Daarna roept haar grote broer Bor
vanuit zijn kamer:
‘Doei!’

En dan vliegt Maartje weg.
In haar droom. In haar slaap. Elke nacht.

Ze zweeft…
Edward van de Vendel. Uit: Doei! Illustraties Marije Tolman. Querido, 2014.
Hoe verbeeld je je dromen? Mooie dromen of juist nachtmerries? En hoe verjaag je die laatste? Maartjes dromen zijn fantasierijk en vol fijne details als dwarrelende kuddes rode olifanten, vioolspelende fantasievissen en vliegende en schaakspelende schildpadden. 
Maar haar broer Bor droomt nooit of juist heel naar.
Daar doet Maartje iets aan. Ongelooflijk goed prentenboek, met karige, prachtig poëtische teksten van Edward van de Vendel die in een paar zinnen een compleet verhaal tot leven wekt.  Hetzelfde geldt voor Marije Tolman, wier werk we kennen uit het bekroonde, tetkstloze prentenboek De boomhut en uit het dierenboek Springende pinguins en lachende hyena’s. In verschillende technieken, linoleumsnede, inkt, krijt, in grote kleurvlakken, scherp getekende figuurtjes, van dromerig verstild tot uitbundig vrolijk verbeeldt ze de belevenissen van Bor en Maartje liefdevol en ontroerend als de tekst, maar zo dat je hoofd er er in kan ronddwalen en meebewegen.   

Hoe moet een cadeautje zich gedragen?
Als een geheim.
Als een pakketje met vragen.
Als iets stiekems,
als een raadsel
met een strik en een lusje.
En vooral
als iets voor mij
en niet voor mijn zusje.

(Sint,
ik vind
dat ik u dit moest laten weten.
Want vorig jaar was u het
denk ik
een beetje
vergeten.)
Edward van de Vendel. Uit: Hoera voor Superguppie. Tekeningen Fleur van de Weel. Querido, 2010.
Dit gedicht is geplaatst met toestemming vooraf van uitgeverij Querido.

Badkamerweerbericht:
storm en regen.
Het waait uit een flesje,
wat doe je ertegen?
Wolken van geur
en zelfs wat spatjes.
Wangen van moeder worden al gladjes,
wangen van vader worden al klets,
neerslag van allerlei
eau de toilettes.
Waarschuwing:
plaatselijk valt nog een vlaag.
Dit
was het parfumjournaal
voor vandaag.
Edward van de Vendel. Uit: Superguppie krijgt kleintjes. Ill. Fleur van der Weel. Querido, 2005.
Dit gedicht is geplaatst met toestemming vooraf van uitgeverij Querido.

Hier is nog een Superguppiegedicht. Om voor te lezen of uit je hoofd te leren!
Ik geef mijn zusje les
in yes.
Ik zeg: ‘Dat zeg je
als je  blij bent dat je bij mij bent,
dat ik je grote broer ben,
dat ik sterk ben,
en stoer,
en dat ik je heel even maar
geknepen heb vandaag.
Dat zeg je als ze vragen:
Is je broer de allerbeste?
Yes! zeg jij dan,
en dan doe je met je vuisten,
zó dus, zusje,
zó.’
Heeft ze het begrepen?
Zusje fluistert:
no.
Edward van de Vendel. Uit: Superguppie krijgt kleintjes. Tekeningen: Fleur van der Weel. Querido, 2005.
Dit gedicht is geplaatst met toestemming vooraf van uitgeverij Querido.

Er zit een meneer in de trein
te kraken,
en we denken dat zijn chippies
heel lekker smaken,
want hij pakt ze
met machinehanden
uit de zak
en hij hakt ze
met machinetanden
tot een krak
die iedereen, iedereen hoort.
We denken: is dit nog eten?
We denken: nee, dit is moord.
En ik ben misschien wel
een beetje gestoord,
want ik vraag: ‘Zo, meneer,
hebt u de oorlog gewonnen?’
En dan kijkt hij me aan
alsof hij me wil verslaan,
maar hij mompelt:
‘Zij waren
begonnen.’
De gedichten in ‘Hoera voor Superguppie!’zijn net zo leuk als die in vorige Superguppieboekjes. Wist je dat sommige kinderen allemaal Superguppiegedichten uit hun hoofd leren? Slimme hersengymnastiek en véél leuker dan gewone gym!
Edward van de Vendel. Uit: Hoera voor Superguppie. Tekeningen Fleur van der Weel. Querido, 2010.

Dit gedicht is geplaatst met toestemming vooraf van uitgeverij Querido.