Berichten

Daar, voor dat venster, zat ze uit te kijken. Ze had een weids uitzicht, haar kamertje bevond zich zo’n vijf meter boven de aarde.
Het was er kil. Als de bomen in de verte heen en weer wiegden in de wind, zoals nu, leek de tocht dwars door het glas naar binnen te komen.
De oude gordijnen ritselden, een paar van haar zwarte haren wapperden.
Wazige gedachten gingen door haar heen. Om te beginnen vroeg ze zich weer eens af waarom haar moeder haar Sneeuwwitje had genoemd. Het sloeg eigenlijk nergens op, dacht Sneeuwwitje, want ze was toch roze.
[…]
Daan Remmerts de Vries. Uit: Sneeuwwit. Illustraties Mark Janssen. Volt, 2022.
De toon wordt meteen gezet in deze hervertelling van het bekende sprookje. Sneeuwwitje’s bestaan is niet bepaald prettig en het wordt er niet beter op zodra de jager haar op bevel van de boze koningin meeneemt het bos in.
Sneeuwwitje, een heel ander personage dan hoe we haar kennen uit het oorspronkelijke, veel kortere, verhaal, maakt een stevige ontwikkeling door. Van een wazig en irritant naïef wezen verandert ze allengs in een stevige dame die weet wat ze wil, maar daar is nogal wat voor nodig. De dwergen, Maandag tot en met Zaterdag plus Oktober (die een andere vader én een ander kleurtje heeft)   spelen daarbij een sleutelrol en de prins is een moderne, feministische man waar je als eenentwintigste-eeuwse vrouw mee thuis kunt komen.
In de handen van Remmerts de Vries wordt dit aloude verhaal een hedendaagse, grappige en soms ronduit hilarische vertelling, in eigentijdse taal, soms even te plat maar alsmaar door en door talig en verhalend waar oudere kinderen van zullen  smullen.  Dat het toch blijft aanvoelen als een echt sprookje komt mede door de dromerige, sfeerrijke illustraties van Mark Janssen.
Leeftijd 9+

De dwergjes van Tuil woonden op de hei. Het waren er niet twee of vijf, maar wel honderd, een heel dwergenvolk bij elkaar.
Als de hei bloeide riepen ze: ‘Paars, paars, mooi paars!’ en ze knepen de honing uit de paarse bloemetjes, want de dwergjes van Tuil waren dol op honing.
Maar op een dag kwam er een zwerm bijen aanvliegen. Een grote bruin-gele wolk, die zoemde als een motor en die zoemend aan de tak van een knoestige dennenboom bleef hangen.
‘Wat is dat, wat is dat?’ vroeg Kleine Pier van Tuil. Hij was de jongste en vroeg alles twee keer.
‘Dat zijn bijen, dat zijn bijen,’ antwoordde Kromme Dieder van Tuil. Hij antwoordde twee keer, want hij hield van plagen. ‘Nou krijgen we gedonder,’ zei Kromme Dieder.
En zo was het.
[…]
Paul Biegel. Uit: De dwergjes van Tuil. Tekeningen Mies van Hout. Gottmer, 2021.
Het blijft bijzonder om te merken hoe goed, fris en leesbaar de boeken van Paul Biegel na al die jaren nog steeds zijn. Ook deze klassieker,  met losse verhalen over een dwergenvolk op de hei die samen een groot verhaal vormen, is een waar feest om te lezen. Slimme Kleine Pier steelt het hart van elke lezer met zijn dappere, vrolijke acties en wat extra aandacht voor bijen komt in deze tijd, waarin bijen dreigen uit te sterven aan gif en vervuiling, als geroepen.
Top dat uitgeverij Gottmer de boeken van Biegel opnieuw uitgeeft en in een ander jasje.
Leeftijd: 6+

In het bos
Reuzen zie ik, kleine en grote.
Ze staan zij aan zij. Ze houden zich stil.
Ook dwergen. Die weten hun plaats.

Maar ’s nachts als wij slapen
klinkt er muziek uit de aarde:
piano’s, trompetten en soms ook een drum.

Dan heffen de reuzen hun voeten,
verlaten hun plekken, bewegen hun
armen als takken bij windkracht tien.

Ze houden elkaar stevig beet,
schuifelen bonkig voorbij,
neuriënd op de muziek.

De dwergen kunnen niet dansen,
die hopsen er wat tussendoor.
Net als ik hier. Ik spring ook zo’n beetje.
Nu.
Diet Groothuis. Uit : Waar ik ben. Illustraties Merel Eyckerman. De Eenhoorn, 2012.
Om het thuisblijven wat te verlichten hier een vrolijk gedicht over wat  je in je hoofd kunt doen. Bedenken hoe het ’s nachts in het bos toegaat bijvoorbeeld.
Veel plezier met de kracht van je verbeelding. En blijf gezond!