Berichten

Buurtbomen
Bomen zie je niet snel over het hoofd. En als je nu naar buiten rent, loop je al snel een buurtboom tegen de stam. Je kunt dan direct kijken of je hem herkent. De bladeren helpen je daarbij, maar in de winter zitten die er niet aan. Toch kun je ook dan zien welke boom het is. En anders vind je er misschien nog wel afgevallen spiekblaadjes onder.
Linde
Natuurlijk, zijn schors is ruw en zijn hout is hard. Maar op de een of andere manier is de linde een lieve boom. Misschien door zijn kruin vol frisgroene hartjes.
[…]
Geert-Jan Roebers. Uit: Soortenschat. Kindercanon van de natuur in de Lage Landen. Illustraties Pieter Fannes. Gottmer 2022. 
Wat een geweldig idee van natuurschrijver voor kinderen Geert-Jan Roebers: een boek waarin je kunt opzoeken hoe alles heet: bomen, dieren, schelpen, padden, paddenstoelen, bloemen, insecten en vogels.
Dit is zo’n boek dat je aan álle kinderen gunt om hun kennis van en interesse en liefde voor wat leeft, groeit en bloeit aan te wakkeren.
Roebers vertelt waar een soort voorkomt, hoe die er precies uit ziet en of dat  in de winter anders is dan in de zomer. Hij geeft ook op elke bladzijde een praktisch ezelsbruggetje om de soort goed te kunnen onthouden. Niet alleen handig voor kinderen!
De levendige tekeningen van Pieter Fannes zijn daarbij een krachtig hulpmiddel, de grappige striptekeningetjes verhogen het kijkgenot.
Met achterin het boek de schatkist, waarin kinderen kunnen verzamelen wie ze allemaal al kennen en als extra nog kaartjes van vogels, dieren, blaadjes en insecten om jezelf en elkaar mee te testen.
Leeftijd 8+

Warre de Wolf had wel zin in een hapje.
Hij ging naar het bos
en daar zag hij Roodkapje.
Die riep: ‘Heb je trek? Kom maar op!’
Ze greep Warre woest bij zijn kop.
Toen beet ze hem hard in zijn oor.

De wolf ging er huilend vandoor.
Hij was zich een hoedje geschrokken,
dat snap je!
Bette Westera. Uit: Hidde Haan vloog naar de maan. Eerste leesversjes. Tekeningen Barbara de Wolf. Gottmer, 2022.
Ritmisch rijmende, soepel leesbare (of voorleesbare) versjes over Jelle Gazelle, Rik de Kikker, Karima Koe en Arie Kanarie, Jos de Vos en Doenja Duizendpoot die sloom als een slak zijn, niet aan de lijn doen, door een plompenblad zakken, liever baa dan boe zeggen, de wind in hun veren wensen, een kippetje van de boer eten en moeie pootjes hebben. En zo beleeft elk dier haar of zijn klein avontuur.  Westera speelt onbekommerd met klank en tekst en de versjes lopen op in moeilijkheidsgraad.De ruim opgezette tekeningen in zachte pastel van Barbara de Wolf brengen de 29  dieren een voor een tot leven en maken er individuen van.
Leeftijd: 4+

Gijsje Geit wordt wakker en
heeft zin in zijn ontbijt.
Hij voelt zijn maagje knorren.
Wat is lekker voor een geit?

Hij scharrelt langs het houten hek.
Dat strooien hoedje daar?
Hij neemt een hapje. Jakkie bah,
wat smaakt zo’n hoedje raar.

Hij komt voorbij de appelboom.
De appels zijn al rood.
Maar Gijsje is te klein.
Of is de appelboom te groot?
[…]
Axel Scheffler. Uit: Gijsje Geit op de boerderij. Vertaling Bette Westera. Gottmer, 2021.
Nog zo’n heerlijk deeltje in de kartonboekjes-serie over dieren op de boerderij, met fijn ritmische en rijmende teksten en glasheldere, grappige tekeningen.
Leeftijd 2+

Klaartje Koe stond in de wei.
Ze was ontzettend moe.
‘Goed slapen,’ geeuwde Klaartje,
‘is belangrijk voor een koe.’

‘Maar hier is veel te veel lawaai.
Het weiland staat vol koeien,
die smakkend staan te grazen
en die heel luidruchtig loeien.’
[…]
‘Dag paard, ik kom bij jou logeren.
Denk je dat dat kan?’
‘Logeren?’ hinnikte het paard.
‘Bij mij? Geen sprake van!’
[…]
Axel Scheffler. Uit: Klaartje Koe op de boerderij. Vertaling Bette Westera. Gottmer, 2021.
Klaartje probeert het overal.  Maar voordat ze een rustig plekje heeft gevonden om te slapen…Heerlijk voorleeskartonboekje op rijm voor de allerkleinsten over Klaartje Koe en andere boerderijdieren.  De sterke tekeningen van de veelvoudig bekroonde Axel Scheffler zijn grappig en expressief.
Leeftijd 1,5 jaar

Dwars
Dat hek? Daar kan ik heus wel overheen.
Ik klauter op de grote, grijze steen
en hupsakee, daar ga ik. Simpel hoor!

Dat prikkeldraad? Daar kruip ik tussendoor,
geen enkel punt. En zie je daar die heg?
Die staat mij absoluut niet in de weg.

Dat hok? Moet ik daar in? Geen denken aan.
Veel leuker om erbovenop te staan.
Dat kan ik best, ik klim gewoon omhoog.

Dat voer? Moet ik dat eten? Veel te droog.
Het smaakt naar oude kranten. Ik heb zin
in worteltjes, ik ga de moestuin in.
Bette Westera. Uit: Brave hond! Stoute kat! Versjes over de aard van het beestje.  Gottmer, 2021.
Westera op haar allerbest, in originele en huppelende, soepel rijmende verzen, telkens op een betekenisvolle manier inhoudelijk tegengesteld en grappig naast elkaar geplaatst: schaap en geit, hond en een kat, kalkoen en kip,  gifslang en regenworm etc. De krachtige, kleurrijke tekeningen van Mies van Hout rijmen vergelijkbaar op elkaar: tuimelaars en potvis zwemmen in dezelfde zee, mussen en zwaluwen bevolken samen het luchtruim, de bromvlieg ontsnapt maar net aan het web van de spin. Meesterlijk boek, waarin liefde voor (voor)lezen, dieren en jeugdpoëzie mooi samen komen.
Leeftijd: 3+

Ze legt elke morgen een ei in haar hok.
Ze heeft veren en gaat elke avond op stok.

Zie je haar graan van de grond pikken?
Het dier waar ik aan denk is…
[…]

Ze heeft lange armen, wel acht in totaal.
Ze verstopt zich soms achter een steen, of koraal.

Zie je haar zwaaien in haar schuilplaats?
Het dier waar ik aan denk is…
[…]
Guillain & Gaggiotti. Vertaling Naomi Tieman. Gottmer, 2021. 
Samen met je peuter bedenken welk dier er achter het schuifje zit is een heerlijke manier om met taal en beeld bezig te zijn met je kind. De versjesteksten en kleurige tekeningen vormen leuke raadspelletjes in stevig karton. 
Leeftijd: 1+

Mijn rug lijkt op een twijgje,
heel bruin en lang en fijn.
Mijn kaken zijn heel krachtig,
maar mijn kopje is erg klein.

Mijn uitgestrekte poten
zijn tenger, maar niet zwak.
Ik kan niet heel veel spelletjes.
Maar verstoppen? Met gemak.
(Ritsel ritsel. Is het een… ? wandelende tak)
Alex Scheffer. Uit: Flip Flap Huisdieren. Giechelplezier met geinige rijmpjes en grappige dieren. Vertaling Edward van de Vendel. Volt, 2019.
Ingenieus voorlees-prentenboekje van stevig karton voor peuters en kleuters waarbij alle dieren in tweeën kunnen worden geklapt en zo gecombineerd met een ander dier. Op die manier ontstaan er hilarische combinaties waarbij kinderen ondertussen met woordcombinaties kunnen spelen. Fijn gedaan. De subtiele vertalingen van Edward van de Vendel verdienen een extra vermelding. Ook vormgeving en tekeningen zijn meer dan in orde. 
Leeftijd 2+

Wanneer de nacht
het licht uitdoet
en de duisternis
het land bedekt
dat is de tijd dat hij tevoorschijn komt
en uit zijn sluimering wordt gewekt.

Zijn ogen gitzwart in zijn kop
sterrenlicht weerkaatst erop.
Zo struint met vlammetjes aan weerszij
het hert van de taiga rond.
Schattig?
Valt mee:
er steken twee vampiertanden uit zijn mond.

Om mee te doden?
Bloed te zuigen?
Angst te zaaien?
Af te tuigen?
Welnee.
Om zich in te vechten bij een dame.
Want op kracht komt het aan
– denken de mannen –
maar hun vrouwen letten met name
op iets anders.

Struinen de bokken door pikdonker land,
hun wapens altijd bij de hand,
wordt er door de dames flink gesnuffeld:
de geur van aarde die is omgewoeld,
mossen die zijn afgekoeld,
de geur van het doven van de dag
voortgebracht door een vleugelslag
een vermoeden van poep
een vermoeden van plas
de avonddauw op het voorjaarsgras,
de wind door een broeierig berkenwoud,
dat is het parfum waar een hinde van houdt.
Pure muskus uit een klier
van een lekker mannetjesdier.

Die geur en niets anders wil ze in haar neus.
En terwijl die macho’s met hun tanden blinken
hoor je die vrouwtjes allemaal denken:
jongens, hou die wapens nou eens op zak,
geen interesse in.
Wat we dan wel willen?
Dat jullie voor eeuwig en altijd
verrukkelijk stinken!
Bibi Dumon Tak. Uit: Laat een boodschap achter in het zand. Illustraties Annemarie van Haeringen. Querido, 2018.
Vindt Bibi Dumon Tak daar zomaar opeens een nieuw genre uit: non-fictiepoëzie. Gedichten over dieren en hun opvallende eigenschappen en bijzondere kenmerken.
Alleen evenhoevigen – dieren met twee of vier tenen –  mogen in dit boek een eigen pagina, al is de okapi het daar niet mee eens en schrijft hij een mail aan de redactie om te protesteren tegen deze vorm van discriminatie. Want “Waar zijn de neushoorn, de zebra, de tapir? […] Een hoefdier is toch een hoefdier.” Hoewel de redactie deze klacht niet ontvankelijk verklaart, staat even verderop in het boek toch een spreekbeurt van de tapir die aan het eind de hoop uitspreekt dat er ook nog eens een boek komt over de ónevenhoevigen, zoals hijzelf.
Behalve deze speelse tekstvormen staan er een contactadvertentie (van de wilde kameel), een In memoriam (voor de Pyrenese steenbok), een radio-interview (tussen de dikdik en het nijlpaard) en een oproep aan Bambi (het witstaarthert) om eindelijk eens op te groeien, in het boek. Oh en een chatgesprek tussen het wilde zwijn en haar tamme zus. En een ingezonden mededeling van de Kaapse buffel aan de toeristen die een safari plannen.
Plus een heleboel gedichten over andere evenhoevigen, die stuk voor stuk onverwachte inkijkjes in hun leven en karakter bieden.
Een rijk geschakeerd, modern, uiterst grappig en informatief boek in heerlijke DumonTaktaal en indrukwekkend passende tekeningen van Annemarie van Haeringen. Met als kers op de taart twee kleine rode laarsjes op de rug van de giraf.
Leeftijd 9+

Alles gaat mis op de boerderij:
de boer zoekt eieren bij de varkens,
hij wil de koe scheren, hij probeert de kip te melken.
De dieren snappen er niets van. De boer is toch niet ziek?

Pim Lammers. Tekeningen Milja Praagman. De Eenhoorn, 2018.
Dat staat nog te bezien of de boer niet ziek is. Want hij kan de hele dag maar aan één iemand denken. Gelukkig is het een hele vrolijke ziekte, waar ook de dierenarts last van heeft. Het duurt alleen even voor de boer dat doorheeft.
Vrolijk prentenboek over een verliefde boer die gekke dingen doet, zoals verliefde mensen dat doen. De dieren op de boerderij kunnen het niet langer aanzien en besluiten hem een handje te helpen.
Na het succes van ‘Het lammetje dat een varken is’ van het duo Lammers-Praagman, dat heel onopvallend over (trans)gender ging, is hier een kleuterboek over twee verliefde mensen, die toevallig allebei man zijn zonder dat dat een thema is.
Prima gedaan, korte duidelijke teksten en ongekunstelde tekeningen, al zullen echte boeren en dierenartsen misschien een beetje lachen om de inhoud, omdat een boer natuurlijk nooit een dierenarts zou roepen als al zijn dieren in een boom zitten. Maar dat geeft niet, voor  ouders en kleuters is dit een fijn voorleesboek.
Leeftijd 4+

Portfolio Items