Berichten

Vandaag beginnen de Nationale Voorleesdagen 
Het winkeltje van Sneek
In een winkeltje in Sneek
Staan de dagen van de week
Iedereen die aan komt lopen
Kan er zomaar eentje kopen

’s Morgens vroeg om zeven uur
Zijn de dagen nog niet duur
En de grote broer van Bartje
Koopt de maandag voor een kwartje

Dan komt dikke Ben de bakker
Hij is nog niet eens goed wakker
En hij kiest de dinsdag uit
Voor een grote rol beschuit

Juffrouw Tonia van Daalen
Komt zowaar de woensdag halen
En ze is geweldig blij
Want op woensdag is ze vrij

Een meneer met heel veel geld
Is erg op de donderdag gesteld
En hij zegt: Geef mij er twee
Ik neem ook nog de vrijdag mee

En een vriendelijke oude heer
Die telt vijfentwintig gulden neer
En hij wikkelt met veel plezier
Zijn zaterdag in vloeipapier

Dominee Johan van Beek
Koopt de zondag  voor zijn preek
En dan gaat de winkel weer
Dicht tot een volgende keer.
Co de Kloet. Uit: Roe, roe kindje. Ill. Carel Bruens. Helmond, z.j./De Nederlandse kinderpoëzie in 1000 en enige gedichten. Verzameld door Gerrit Komrij. Prometheus, 2007.

Ik heet Lucy Harding.
Gewoon Lucy –
het is geen afkorting.
Alleen mensen uit de stad
heten Lucienne.
Ik kom niet uit de stad.
Ik kom van De Strijd.
Zo heeft oma de boerderij genoemd.
Ze zei altijd:
‘Het is een strijd
om het land hier te bewerken;
een strijd om te overleven.’
En dat heeft ze goed gedaan.
Overleven, bedoel ik.
Toen ze een paar jaar geleden stierf,
was ze tweeënnegentig.
Ze ligt op de heuvel begraven
naast opa,
met uitzicht over hun boerderij,
en ze denkt vast:
waarom is mijn dochter
met zo’n man getrouwd?
Een gelijkhebber
die nooit gelijk heeft
al denkt hij van wel.
Hij is pa,
maar ik wil niet over hem praten.
Zo begint ‘De roep van de wolf’ van Steven Herrick.
Lucy en Jake zijn buren in een afgelegen gebied van Australië.
In vrije verzen en korte hoofdstukken komt hun leven heel dicht op je huid.
Tweede boek van een spannend drieluik over kinderen op het Australische platteland.
Hard, hartverscheurend soms en lief.