Berichten

Geduld
als ik lang genoeg
blijf zitten luisteren
verander ik
in een muzieknoot
met een vlaggetje
van hoera, hoera

en wimpel door de kamer
op, neer
tralala
(vrolijk)

zo gaat dat
doodsimpel
je moet alleen
een beetje geduld hebben
en een radio
Mary Heylema. Uit: De dromenjager. Illustraties Jeska Verstegen. De Vier Windstreken, 2006. 

dat je in je eigen kamer
kleren niet laat slingeren
ze van de grond opraapt
opvouwt en in de kast legt
keurige stapeltjes op kleur
je bed opmaakt, je schoenen
naast elkaar zet op het kleedje
voor de deur

is heel gewoon, zegt mijn moeder
iedereen doet dat, behalve jij

maar als ik na het douchen
de grote slaapkamer binnenglip
waar ik haar zachte badjas vind
en papa’s warme sloffen
zie ik sokken hangen uit een la
een jurk die van een stapel glijdt
make-up kriskras over tafel
die onder tasjes haast bezwijkt

zegt mijn vader even later
als ik – zijn sloffen aan, haar badjas scheef –
naast hem op de bank wil ploffen

’t is gewoon niet meer gewoon
hoeveel jij soms op je moeder lijkt
Kate Schlingemann. Uit: Wondermiddel en andere gedichten. Illustraties Nynke Kuipers. Xanten, 2015. 

Ik teken mijn huis
– dak, muur, raam –
met grijs potlood op papier.
Hier nog een deur
en daar de bel.
Maar dat daarachter
mijn kamer is
waarin mijn bed
zo warm en zacht
wacht tot ik weer
met de avond binnenval,
dat zie je niet.
Linda Vogelesang. Uit: Zomaar een droom. Illustraties Marco Faasen. Querido, 2017.

In het bos
Reuzen zie ik, kleine en grote.
Ze staan zij aan zij. Ze houden zich stil.
Ook dwergen. Die weten hun plaats.

Maar ’s nachts als wij slapen
klinkt er muziek uit de aarde:
piano’s, trompetten en soms ook een drum.

Dan heffen de reuzen hun voeten,
verlaten hun plekken, bewegen hun
armen als takken bij windkracht tien.

Ze houden elkaar stevig beet,
schuifelen bonkig voorbij,
neuriënd op de muziek.

De dwergen kunnen niet dansen,
die hopsen er wat tussendoor.
Net als ik hier. Ik spring ook zo’n beetje.
Nu.
Diet Groothuis. Uit : Waar ik ben. Illustraties Merel Eyckerman. De Eenhoorn, 2012.
Om het thuisblijven wat te verlichten hier een vrolijk gedicht over wat  je in je hoofd kunt doen. Bedenken hoe het ’s nachts in het bos toegaat bijvoorbeeld.
Veel plezier met de kracht van je verbeelding. En blijf gezond!

Zonder (liefde in tijden van corona)

Het begint al haast te wennen
wakker worden in een lege dag.
Wij gaan nergens heen.
Een nieuwe wereld, hemel niet in zicht
of toch zonder vliegtuigstrepen.

Geen treinen, files
niet naar werk of school
we kunnen zonder – sportclub,
speeltuin, restaurant.

We kunnen, als het dan echt moet
zelfs zonder handen schudden
knuffelen. Begrafenissen volgen
we per telefoon.

Controle was er toch al nooit
al hielden we ons liever dom.
Goede, oude woorden als vertrouwen
beginnen aan een nieuwe jeugd.

We missen ons. We missen alles
wat, voor deze slechte film begon,
zo dagelijks natuurlijk was.
Een tripje supermarkt voelt als een mis- of heldendaad.
We soppen boodschappen met soda schoon.

Vergeet onszelf, we dragen
alles samen, zelfs achter deuren weggestopt.
We leven elke dag
als dag en meer dan anders nog.

Diet Groothuis
stadsgedicht maart 2020
Bij wijze van uitzondering vandaag een coronagedicht. Hier vindt u het gedicht voorgedragen op Youtube: