Berichten

dat je in je eigen kamer
kleren niet laat slingeren
ze van de grond opraapt
opvouwt en in de kast legt
keurige stapeltjes op kleur
je bed opmaakt, je schoenen
naast elkaar zet op het kleedje
voor de deur

is heel gewoon, zegt mijn moeder
iedereen doet dat, behalve jij

maar als ik na het douchen
de grote slaapkamer binnenglip
waar ik haar zachte badjas vind
en papa’s warme sloffen
zie ik sokken hangen uit een la
een jurk die van een stapel glijdt
make-up kriskras over tafel
die onder tasjes haast bezwijkt

zegt mijn vader even later
als ik – zijn sloffen aan, haar badjas scheef –
naast hem op de bank wil ploffen

’t is gewoon niet meer gewoon
hoeveel jij soms op je moeder lijkt
Kate Schlingemann. Uit: Wondermiddel en andere gedichten. Illustraties Nynke Kuipers. Xanten, 2015. 

Ik teken mijn huis
– dak, muur, raam –
met grijs potlood op papier.
Hier nog een deur
en daar de bel.
Maar dat daarachter
mijn kamer is
waarin mijn bed
zo warm en zacht
wacht tot ik weer
met de avond binnenval,
dat zie je niet.
Linda Vogelesang. Uit: Zomaar een droom. Illustraties Marco Faasen. Querido, 2017.

In het bos
Reuzen zie ik, kleine en grote.
Ze staan zij aan zij. Ze houden zich stil.
Ook dwergen. Die weten hun plaats.

Maar ’s nachts als wij slapen
klinkt er muziek uit de aarde:
piano’s, trompetten en soms ook een drum.

Dan heffen de reuzen hun voeten,
verlaten hun plekken, bewegen hun
armen als takken bij windkracht tien.

Ze houden elkaar stevig beet,
schuifelen bonkig voorbij,
neuriënd op de muziek.

De dwergen kunnen niet dansen,
die hopsen er wat tussendoor.
Net als ik hier. Ik spring ook zo’n beetje.
Nu.
Diet Groothuis. Uit : Waar ik ben. Illustraties Merel Eyckerman. De Eenhoorn, 2012.
Om het thuisblijven wat te verlichten hier een vrolijk gedicht over wat  je in je hoofd kunt doen. Bedenken hoe het ’s nachts in het bos toegaat bijvoorbeeld.
Veel plezier met de kracht van je verbeelding. En blijf gezond!