Berichten



Eekhoorntjesbrood

”De nacht gooide zijn donkerste deken over het land. En de maan stond hoog aan de hemel.

Achter één raam van het koninklijk paleis
bleven de kroonluchters branden…

De koningin danste neuriënd door de kamer.
Ze draaide vrolijk rondjes tot bij de lege wieg. Alles duizelde
om haar heen.
Een wit konijntje, lief en zacht.
Tralala, met lange oren…
Ik wil dat het nog deze nacht
-vier witte pootjes!- wordt geboren.
Een konijntje…Dat wou ze o zo graag.
Eerst was het alleen maar een hartenwens geweest,
maar nu stond ook haar buik bol van verlangen.

De koning kwam goedgemutst de kamer binnenlopen.
De koningin walste hem zingend tegemoet, haar handen
als konijneoren op haar hoofd.
Ik draag ons -falderie- konijn!
Hoera! Ik voel het al bewegen!
Van alles wat ik van je heb gekregen
zal dit het allermooiste zijn.”
Maar wat een pech. De koning wil geen konijn maar een eekhoorn. Met rode staart. De koningin houdt – in rijm – voet bij stuk, een konijn wil ze en niks anders. De koning neemt, eveneens in rijm, het koninklijke besluit tot een eekhoorn. Ze komen er niet uit.
André Sollie lost het prachtig op, in mooie, rake taal en met inventieve, kleurrijke illustraties die ieder afzonderlijk een kunstwerk zijn. Met een leuke grap aan het begin van het boek.

André Sollie. Uit: Konijntjesbrood. Querido 2011.

Stil
Ik weet ook zonder woorden
– een glimlach en een blik –
wat jij bedoelt.

Met honderd mensen om ons heen
zijn we toch helemaal alleen.
Wij. Jij en ik.

Hoe zal ik je vertellen
hoeveel ik van je hou.
En hoe het voelt.

Het is alsof ik op je lijk.
Zelfs als ik in de spiegel kijk
dan zie ik jou.
Andre Sollie. Uit: Altijd heb ik wat te vieren. Querido, 2008.

Dit gedicht is geplaatst met toestemming vooraf van uitgeverij Querido.

Het is vandaag weer Dolle Donder,
morgen Vrijdag Vlinderdag.
Ik heb altijd wat te vieren:
Zater, Zotte Zondag.

In de lente ben ik paasei
met een grote, roze strik.
Als de zomerzotten feesten,
feest ik mee en eet me dik.

Speelt november Kale Bomen,
yes, dan weet ik dat heel gauw
de Cadeautjesmannen komen
en de Suikertantevrouw.

Altijd heb ik wat te vieren.
Elke dag maak ik me mooi.
Mijn verdriet, dat zit vanbinnen:

Stille Sneeuwpop wacht op dooi.
Andre Sollie is zelf opeens een feestvarken. Een paar dagen geleden kreeg hij de Belgische Boekenpauw 2010 voor zijn boek ‘De Zomerzot’. De Boekenpauw is de Vlaamse boekenprijs voor het mooiste kinder- of jeugdboek uit het voorbije jaar.
Carll Cneut, die de  tekeningen in de verzamelbundel ‘Fluit zoals je bent’ maakte, een boek dat vaste lezers van dit blog wel kennen, kreeg de eervolle vermelding Boekenpluim 2010. Ook Gerda Dendooven kreeg een Boekenpluim voor haar boek ‘Hoe het varken aan zijn krulstaart kwam’.
Allemaal VAN HARTE GEFELICITEERD!
Het gedicht hierboven is van André Sollie en staat in: Altijd heb ik wat te vieren. Querido 2008.

Dit gedicht is geplaatst met toestemming vooraf van uitgeverij Querido.

In verband met 5 december
(e-mail van de sint himself):
voortaan koop je je pistooltjes
en revolvertjes maar zelf.

Vroeger dacht ik: een geweertje
is wel grappig voor zo’n joch.
Kan ‘ie fijn soldaatje spelen.
Pief, poef, paf! Gezellig, toch?’

Maar de sint leest ook de kranten
en hij kijkt naar het journaal;
báált behoorlijk, ondertussen,
van dat vechten allemaal.

Sinasappels kun je krijgen,
speculaas en marsepijn.
Voor munitie en voor wapens
moet je bij de sint niet zijn.
André Sollie. Uit: Altijd heb ik wat te vieren. Querido, 2009.
Dit gedicht is geplaatst met toestemming vooraf van uitgeverij Querido.