Berichten

De meeste baby’s die er zijn,
maken alleen geluid.
Voor praten zijn ze nog te klein,
geen woordje komt eruit.

Maar dit is een veel slimmere,
die ga ik leren timmeren
en fluiten op een fluit.

Veel baby’s hebben pluisjeshaar
en kunnen nog niet staan.
Ze liggen maar en liggen maar
en denken nergens aan.

Maar dit is een veel slimmere,
die ga ik leren timmeren
en op een trommel slaan.

Een baby zingt nog nooit een lied,
het komt niet in hem op.
En lachen kan hij ook nog niet,
tenminste niet hardop.

Maar dit is een veel slimmere,
dus als we straks gaan timmeren,
vertel ik hem een mop.
Jongetje van Nul is geboren, welkom IJsbrand! Timmeren kan ik niet maar voorlezen zeker wel!
Willem Wilmink in: Al mijn later is met jou. Samenstelling Edward van de Vendel, tekeningen Suzanne Rotraut Berner. Querido, 2004.

Dit gedicht is geplaatst met toestemming vooraf van uitgeverij Querido.

Ik ben zo moe, zo moe, zei het geitje.
Het zakte door zijn knieën
en plofte op het weitje.
Het weitje zei: ik ben ook zo moe.

Het rolde zich op
en dekte het geitje zo toe.
Iene Biemans. Uit: Al mijn later is met jou. Querido, 2004.
Dit gedicht is geplaatst met toestemming vooraf van uitgeverij Querido.