Circusdirecteur en andere gedichten voor kinderen

Diet blogt

Archief

  • 2020 (18)
  • 2019 (38)
  • 2018 (42)
  • 2017 (39)
  • 2016 (45)
  • 2015 (49)
  • 2014 (68)
  • 2013 (78)
  • 2012 (95)
  • 2011 (111)
  • 2010 (125)
  • 2009 (39)

Vrijdag kwam de kerstboom, netjes in een pot
geplant. Daar was mama met het engelenhaar,
de ballen en precies als ieder jaar mocht papa
het snoer van de lampjes weer ontwarren.

Wij voltooiden takken wonderschoon
met snoep en koek, medailles, alle speelgoed
met een gat erin of met een haak eraan.
Namen de kerststal in gebruik.
Kleine broer plaatste naast Jozef en Maria
en hun pasgeboren zoon, het kribbetje en de ezel
een hond en een tijger. En Sinterklaas.
Grote broer reed auto’s af en aan,
de stal werd een garage waar voor eerste hulp
de herdertjes bij nachte stonden.

Achter de stal een fel-oranje megawup,
als een reusachtig ondergaande zonne.
F. Starik. In: Songloed. Nieuw Amsterdam, 2007.

He was moeilijk om drie winnaars te kiezen uit alle inzendingen voor de schrijfwedstrijd ‘Schrijf je eigen fabel’, maar het is gelukt.
De winnende fabels zijn:
1. ‘Kikker’ van Damian en Emmy Berndes uit Watervliet, Belgie, samen met hun moeder Monique.
2.  ‘Van de schildpad en de haas’ van Björn Canfijn uit het Noordbrabantse Kruiskamp.
3. ‘Het varken en het zwijn’ van Henk Oortgijs uit Zutphen.

Vandaag ‘Kikker’.
Binnenkort de andere twee winnaars:
Kikker zat in de vijver en hoorde haan kraaien.
Onmiddellijk begonnen de kippen met hun vleugels te zwaaien.
Ze gaven hem een geweldig applaus en kakelden door elkaar heen.
Kikker was bedroefd en zei: ‘Wat een applaus, waarom krijg ik er geen!’
Toen besloot kikker om ook eens te kraaien.
Hij sprong op het dak en begon met zijn armen te zwaaien.
Hij riep: ‘luister allemaal goed en kijk eens naar mij!’
Hij opende zijn mond en kraaide heel blij.
Maar de kippen konden het niet waarderen en lachten hem uit.
De haan drukte hem aan de kant en kraaide nog eens heel luid.
Hij kreeg weer een applaus en een zoen van kip Salmiak.
Kikker sprong terug in de vijver en voelde zich zwak.
‘Waarom kan ik niet zoals de haan zijn, zo mooi en zo krachtig,
met verschillende kleuren en een stem o, zo prachtig.’
Toen kwam kikker Lien en riep: ‘Dat was een mooi gekwaak!
Veel beter dan de haan met zijn lelijke uitspraak.’
Kikker was heel blij om te horen,
dat er toch nog iemand was die zijn gekraai wel kon bekoren.
De prijs ‘Boven in een groene linde zat een moddervette haan’ komt zo snel mogelijk naar de winnaars toe.

Het wordt vannacht tot min vijftien graden Celsius.  Daarom dit heerlijke warmwordt-gedicht van Bart Moeyaert:
Geef me je jas
van bont van teddyberen.
Sla je arm om me heen
en al je winterkleren.
Zoen me tot ik warm word.
Zoen me tot ik spin.
Trek je eigen huid dan uit,
stop mij eronder in.
Sus me met je hartslag.
Wij ons wij ons wij ons.
Maak van dit veel te grote bed
een heel klein fort van dons.
Bart Moeyaert. Uit: Verzamel de liefde. Querido 2004
Dit gedicht is geplaatst met toestemming vooraf van uitgeverij Querido.

Hoe noem je een kat? Geen eenvoudig karweitje,
Dat flans je niet zomaar even te saam;
Wie weet denk je: díe heeft ze niet op een rijtje,
Als ik zeg: een kat vraagt om EEN DRIEDUBBELE NAAM.
Allereerst dus een naam om in huis te gebruiken,
Zoals Willempie, Sambal of Jan zonder Blaam,
Zoals Tjebbe of Frederik, Droppie of Kuiken-
Allemaal hoogst acceptabel qua naam.
Er zijn chiquere namen, ze klinken wat beter,
Deels voor meneer zelf en deels voor madame:
Zoals Plato, Apollo, Electra, Demeter-
O, allemaal hoogst acceptabel qua naam.
Maar geloof me: een kat eist een naam die bijzonder is,
Een naam die een wonder is, uiterst voornaam,
Want hóe straalt hij uit dat hij geen slome donder is,
Maar juist een seigneur als hij glimt voor het raam?
Ik bied je een selectie uit die aliassen,
Zoals Snorrescha, Xinix of Oui-doume-ouat,
Zoals Bomballerien of, zeg Antimakassa-
Titels, nimmer bestemd voor meer dan één kat.
Maar inzonderheid is daar die naam nog, die ene,
En dat is de naam die je vindt voor geen goud;
De naam door geen mensenverstand bij te benen-
Die ALLEEN DE KAT ZELF KENT, en stug voor zich houdt.
Weet, wanneer je een kat heel intens na ziet denken,
De reden is steeds weer: hij zit aangenaam
En innig verrukt al zijn aandacht te schenken
Aan zijn heerlijke, heerlijke, heerlijke naam:
Zijn onzegbaar onzegbare
Zegbaaronzegbare
Zeer ondoorgrondbare hogere Naam.
T.S. Eliot. Uit: Kobus Kruls parmantige kattenboek. Vertaling Gerrit Komrij. Bert Bakker, 1987.

Hier het origineel:
The Naming of Cats
The Naming of Cats is a difficult matter,
It isn’t just one of your holiday games;
You may think at first I’m as mad as a hatter
When I tell you, a cat must have THREE DIFFERENT NAMES.
First of all, there’s the name that de family use daily,
Such as Peter, Augustus, Alonzo or James,
Such as Victor of Jonathan, George or Bill Bailey –
All of them sensible everyday names.
There are fancier names if you think they sound sweeter,
Some for the gentlemen, some for the dames:
Such als Plato, Admetus, Electra, Demeter –
But all of them sensible everyday names.
But I tell you, a cat needs a name that’s particular,
A name that’s peculiar, and more dignified,
Else how can he keep up his tail perpendicular,
Or spread out his whiskers, or cherish his pride?
Of names of this kind, I can give you a quorum,
Such as Munkustrap, Quaxo, or Coricopat,
Such as Bombalurina, or else Jellylorum –
Names that never belong to more than one cat.
But above and beyond there’s still one name left over,
And that is the name that you never will guess;
The name that no human research can discover –
But THE CAT HIMSELF KNOWS, and will never confess.
When you notice a cat in profound meditation,
The reason, I tell you, is always the same:
His mind is engaged in a rapt contemplation
Of the thought, of the thought, of the thought of his name:
His ineffable effable
Effanineffable
Deep and inscrutable singular Name.
T.S. Eliot. Uit: Old Possum’s Book of Practical Cats. Uitgever Faber and Faber, 1987. 
Wist je  dat de musical Cats op dit boekje is gebaseerd? En dat de dichter, een serieuze en beroemde Engelse dichter, het voor z’n kleinkinderen heeft geschreven?

Ooit een held gezien? Of ben je er zelf soms één?
Held word je niet zomaar en toch ook weer
wel. Het kan je overkomen als een ziekte,
stom toevallig, zonder dat een mens
begrijpt waarom nou uitgerekend jij –

Je bent geen held als je je groot houdt
en niet bang bent en niet boos. je bent
een held wanneer je zegt: dit is heel slecht
en daarom maak ik er het beste van.

Je bent een held als je gewoon je kaarten
pakt en speelt. Hoe het ook afloopt, voor
een held is het spel pas over als het over is,
geen tel daarvoor. Hoor je? Geen tel.
Ingmar Heytze. Uit: Helden, UMCO, 2007.

Wachten
Zit ik weer
op de stoep

te wachten tot ik wegloop
of terug naar binnen ga.

Soms kijkt mijn zusje
om de hoek, ben ik er nog?

Altijd krijg ik zo
een hekel aan mezelf.

Ook al méén ik
dat ik hier zit

en zo meteen
echt wegloop,

echt eindelijk wegloop,
nooit meer terugkom

toch heb ik liever
een zusje dan niemand.
Diet Groothuis. Uit: Waar ik ben, ill. Merel Eyckerman. De Eenhoorn, 2012.

Opa wijst naar waar de
hoge bomen staan.
Kijk, zegt hij ontdaan,
ginder vliegen leeuwen.
Hij trekt aan zijn sigaret
en begint te zweten.
Opa bedoelt het goed,
weet wel hoe het moet,
maar zegt in zijn
hoogsteigen alfabet
dat leeuwen vliegen.
Is dit liegen?
Nee hoor.
Hij zoekt gewoon naar
meeuwen. Hapert,
wil het van de daken
schreeuwen
terwijl het in zijn hoofd
zacht begint te sneeuwen.
Pat Donnez. Uit: Kwam dat zien, kwam dat zien. Querido 2008.
Meer van Pat Donnez op: http://www.patdonnez.be/
Dit gedicht is geplaatst met toestemming vooraf van uitgeverij Querido.

Mijn zusje was als kleuter
een heel vervelend kind.
Zo’n kind dat stoute dingen doet
en kattekwaad verzint.
Ze gaf nooit braaf een handje.
Ze zei nooit dankjewel.
Ze drukte voor de grap
bij alle buren op de bel.

Ze klom in alle bomen,
ze klom zelfs op het dak,
tot aan de hoogste schoorsteenpijp.
Dat kon ze met gemak.
Daar zat ze, in de dakgoot,
net als Sinterklaas
en riep: ‘Ik wil een boterham,
maar niet met pindakaas.

Een boterham met muisjes,
komkommer en tomaat.’
Mijn moeder keek verschrikt omhoog
en riep ten einde raad:
‘Ik kan er niet meer tegen.
Ik houd het niet meer uit!’
Toen kwam mijn vader van zijn werk
en nam een kloek besluit.

Hij leende bij de buurman
behangsel en een kwast,
klom langs de regenpijp omhoog
en greep mijn zusje vast.
Hij greep haar bij haar lurven,
en hij droeg haar naar de gang
en plakte haar met ferme streken
achter het behang.

Daar is ze blijven zitten
tot eenentwintig maart.
En of het iets geholpen heeft?
Natuurlijk, uiteraard.
Ze doet niet meer vervelend,
is nooit meer onbeleefd
en geeft nu braaf een handje
(dat nog wel een beetje kleeft).
Bette Westera. Uit: Mijn zusje achter het behang. Illustraties Barbara de Wolf. De Fontein, 2008. Achter in het boek zit een cd met de gedichten op muziek.