Circusdirecteur en andere gedichten voor kinderen

Diet blogt

Archief

  • 2022 (1)
  • 2021 (41)
  • 2020 (32)
  • 2019 (38)
  • 2018 (42)
  • 2017 (39)
  • 2016 (44)
  • 2015 (49)
  • 2014 (68)
  • 2013 (78)
  • 2012 (95)
  • 2011 (111)
  • 2010 (125)
  • 2009 (38)

Dwars
Dat hek? Daar kan ik heus wel overheen.
Ik klauter op de grote, grijze steen
en hupsakee, daar ga ik. Simpel hoor!

Dat prikkeldraad? Daar kruip ik tussendoor,
geen enkel punt. En zie je daar die heg?
Die staat mij absoluut niet in de weg.

Dat hok? Moet ik daar in? Geen denken aan.
Veel leuker om erbovenop te staan.
Dat kan ik best, ik klim gewoon omhoog.

Dat voer? Moet ik dat eten? Veel te droog.
Het smaakt naar oude kranten. Ik heb zin
in worteltjes, ik ga de moestuin in.
Bette Westera. Uit: Brave hond! Stoute kat! Versjes over de aard van het beestje.  Gottmer, 2021.
Westera op haar allerbest, in originele en huppelende, soepel rijmende verzen, telkens op een betekenisvolle manier inhoudelijk tegengesteld en grappig naast elkaar geplaatst: schaap en geit, hond en een kat, kalkoen en kip,  gifslang en regenworm etc. De krachtige, kleurrijke tekeningen van Mies van Hout rijmen vergelijkbaar op elkaar: tuimelaars en potvis zwemmen in dezelfde zee, mussen en zwaluwen bevolken samen het luchtruim, de bromvlieg ontsnapt maar net aan het web van de spin. Meesterlijk boek, waarin liefde voor (voor)lezen, dieren en jeugdpoëzie mooi samen komen.
Leeftijd: 3+

De eik en het riet
naar een fabel van Jean de La Fontaine
Een storm woedde door het bos
en rukte heel wat takken los.
Machtige bomen blies hij krom,
een paar reuzen vielen zelfs om.

Met veel gedonder en geklater,
viel een oude eik in het water.
Hij stroomde mee met de rivier,
omringd door lange slierten wier.

Langs de oever zag hij het riet,
dansend op het bruisend lied.
Waarom moest hij, de eik, vergaan,
terwijl die ranke stengel bleef staan?

Het riet fluisterde:
‘Omdat jij de storm weerstand bood,
heeft hij je ontworteld en gedood.
Ik buig graag voor harde wind,
waardoor je mij nog rechtop vindt.
Riet Wille. Uit: Toen een tak mij tikte. Verhalen en gedichten over bomen. Tekeningen An Candaele. De Eenhoorn, 2021. 
Wonderschoon boek over bomen. Riet Wille herschreef oude volksverhalen en fabels uit alle hoeken van de wereld en verzamelde ze samen met haar bomengedichten in dit luxe uitgevoerde, kleurrijk geïllustreerde boek. Candaele gebruikt verschillende stijlen en technieken, passend bij het verhaal.
Hoe belangrijk bomen zijn, dat weet nog niet iedereen. Na lezing van dit boek weet je het wel.
Leeftijd 7+

Mijn vader die is fietsenmaker.
Hij maakt kapotte fietsen.

Maar ik word liever ietsenmaker
van heel bijzonder ietsen.

[…]
Postbode

Gisteren deed ik hem in haar jas.
Linkerzak. De brief.
Natuurlijk niet met mijn naam en zo,
maar wel: ik vind je lief.

Ik vind je lief + een tekening
in een dichte envelop.
En bij de kapstokken gaf ik er
nog snel een kusje op.

Een hart, een pijltje, onze letters:
mijn J en haar A.
En als ze vraagt of ik het soms was?
Dan zeg ik…denk ik…nee.
[…]
Job van Gelder. Uit: Later wil ik klein worden. Illustraties: Job van Gelder. Condor, 2021.
Illustratoren die zelf  gedichten of een verhaal bij hun tekeningen maken, het lijkt een heuse trend te worden. Dat pakt de ene keer beter uit dan de andere. In het geval van Job van Gelder zijn de gedichten wisselend van kwaliteit maar er zitten leuke tussen.  Van Gelder maakt veel gebruik van eindrijm, laat zich soms verleiden tot flauwe rijmdwang maar er zitten ook fijne verzen bij.  Erg grappig is het gedicht Boom, waarin drie kinderen mee mogen spelen in een musical, als boom welteverstaan, lekker veilig achter op het podium. De bijbehorende tekening ontlokt je zeker een grinnik: drie paar bange oogjes turen door een spleet in een boom van papier, touw en plakband waar bij alledrie voetjes onderuit steken. Dit is van Gelder op z’n best, grappig en overtuigend.
Leeftijd: 4+

Meer dan honderdtwintigduizend
inwoners telt Ninevé,
die niet leven naar Gods wet;
ze nemen er een loopje mee.

Dan roept God tot Jonas: ‘Ik wil
dat jij naar die stad toe gaat.
Waarschuw ’t volk, dat het verschil
niet inziet tussen goed en kwaad.’

Ninevé? denkt Jonas. Echt niet.
En Gods boodschap? Weg ermee!
Dus hij gaat de and’re kant op
en zo komt hij bij de zee.
[…]

’t Bange scheepsvolk jonast hem
de golven in, hals over kop.
Daar slokt een enorme vis
de drenkeling in één hap op.

[…]
God besluit dan met de woorden:
‘Jonas, prent goed in je brein,
dat jouw sores vergeleken
met de mijne peanuts zijn.’
Maria van Donkelaar. Uit: Toen Jonas in de walvis zat. Verhalen uit het Oude Testament op rijm. Tekeningen Sylvia Weve. Gottmer, 2021.
“deze onverwoestbare, inspirerende verhalen (zijn) geen eigendom van ‘de kerk’ of van een bepaald geloof. En dat is het mooie: ze zijn van niemand en daarom zijn ze van en voor iedereen, dus ook van jou’ , staat in het Woord vooraf van dit boek. Het zijn verhalen over de eerste mensen, Adam en Eva; over Noach ronddobberend in zijn ark, over God en engelen, over heldin Judith en Daniel in de leeuwenkuil. Verhalen uit de christelijke bijbel, maar evenzeer onderdeel van het joodse geloof en veel van de personages komen ook voor in de Koran.
Fijn dat de oude verhalen opnieuw worden verteld, zoals dat al eeuwenlang gebeurt met deze verhalen, zodat ze niet verloren gaan voor kinderen van nu.
Fijn ook dat ze in versvorm worden verteld en dat er een mooi boek van is gemaakt, met kleurrijke platen, stevig papier en een harde kaft, zodat het lekker lang meegaat.
De paginagrote, kleurige tekeningen van Sylvia Weve zijn kunstig mooi  maar niet heel toegankelijk voor veel kinderen. Jammer ook dat de schrijfster álle verhalen steeds opnieuw in dezelfde strakke vorm giet, met een traditioneel ritme en (parend) rijm.  Deze verhalen smeken juist om nieuwe versvormen, experimenten met taal en ritme, om snelheid en vaart.
Leeftijd: 8+

Bakker
Alle dagen van de week
bak ik brood en koek en cake

bergen bergen slagroomsoezen
hoge torens van tompoezen

pepernootjes
worstenbroodjes

appel-abrikozenvlaai
grote zakken vol taai-taai

alle dagen van de week
bak ik brood en koek en cake

maar op zondag neem ik vrij
dan bakt mama taart voor MIJ!
Erik van Os en Elle van Lieshout. Uit: Ik weet wat ik worden wil. Illustraties Mies van Hout. Gottmer,  2021.
Luchtige versjes over allerlei beroepen zoals prinses, zeeman, goochelaar, piloot, boer of minister-president met uitbundige tekeningen over het beroep in kwestie. De versjes zijn nogal eendimensionaal, de verschijning van dit boek lijkt vooral ingegeven door het thema van de kinderboekenweek: Worden wat je wilt. Jammer, zo’n moetje, op deze manier draag je een boodschap uit (versjes voor kinderen hoeven niet van hoge kwaliteit te zijn) die de auteurs en uitgever waarschijnlijk niet werkelijk onderschrijven.   Opvallend is ook de verdeling in mannen- en vrouwenberoepen, die is nogal traditioneel.
Meer tijdsinvestering  had vast betere teksten opgeleverd. Een gemiste kans. Het boek is verder mooi uitgegeven, in ruim formaat, met harde kaft en op stevig papier.
Leeftijd 4+

Snormachientje
heeft heel weinig nodig
een haartje onderhoud

een dosis snorbenzinebrok
wat slokken water, soms een vis

elke dag
royaal veel aai

en hop, spontaan
schiet Snormachientje aan

jouw warme hand
haar zachte vacht

tevreden kijkt ze op
onmetelijke snorrekopjeskracht.
Diet Groothuis. Uit: Dichter. nr 15, De toekomst is nu. Tekening Irma van Osch. Plint, 2020.

Jij en ik 
Wij passen,
jij en ik.

Waar ik precies begin
ik heb geen flauw idee
maar het einde, dat ben jij.

Het kan niet anders
of wij komen uit
precies hetzelfde ei.
Milja Praagman. Uit: Magneetje. Leopold,  2021.
Gelauwerd tekenaar Milja Praagman waagde zich aan een prentengedichtenboek over liefde en vriendschap. De tekeningen zijn ronduit fantastisch, zoals je ze bij Praagman verwacht: teder, met sterke lijnvoeringen en altijd verrassend. Stuk voor stuk platen om aan je muur te hangen.
Over de kwaliteit van de gedichten ben ik minder te spreken, zowel ritmisch als inhoudelijk zijn ze ronduit zwak.  Erg jammer dat Praagman (of de uitgever!) geen dichter heeft gevraagd voor de teksten in dit boek. Ieder zijn vak.
Leeftijd: 3+

Bijna
Zonnestralen kietelen
maar ik hou mijn ogen dicht

ik hoor gerommel op de gang
ik weet, ik weet:
straks speciaal voor mij een lied
straks komen de cadeaus, de taart
maar nu nog niet

ik kruip onder mijn giecheldekens
tintelvlinders overal
even gluren…

dit doe ik het allerliefst:
liggen in een bed vol bijna

het mag nog uren duren.
Simon van der Geest. Uit: Tintelvlinders en pantoffelhelden. Dichters: Simon van der Geest, Hans en Monique Hagen, Joke van Leeuwen, Pim Lammers, Erik en Elle van Os, Bette Westera. Illustraties Sanne te Loo. Querido, 2021.
Zowaar, een bundel met 24 gloednieuwe kindergedichten, van acht dichters (waaronder twee duo’s) over angst, vreugde, boosheid en verdriet. Emoties die herkenbaar en soms grappig of indringend worden verwoord. Sterke gedichten zitten er bij, vooral van Joke van Leeuwen en Simon van der Geest. Tekenaar Sanne te Loo verbeeldt de gedichten geweldig, met sterke, kleurige platen vol geestige details en prachtige gezichtsuitdrukkingen van de betreffende emotie.
Kunnen uitgevers nu ook weer eens gedichten voor wat oudere kinderen uitbrengen en ook van meer en andere, minder voor de hand liggende, jeugddichters waarvan we in Nederland een heleboel goede hebben? De tijd is er rijp voor.
Leeftijd 5+