Circusdirecteur en andere gedichten voor kinderen

Diet blogt

Archief

  • 2020 (23)
  • 2019 (38)
  • 2018 (42)
  • 2017 (39)
  • 2016 (45)
  • 2015 (49)
  • 2014 (68)
  • 2013 (78)
  • 2012 (95)
  • 2011 (111)
  • 2010 (125)
  • 2009 (39)

Een tulpenbol met tulp en al
ligt weerloos op het pad.

Een egel rustig ritselend
onder stapels eikenblad.

Kiemen doen hun stinkende best
tussen keutels paardenmest.

Een hommel op een goudsbloem
voert zoemend zijn gesprek.

Een worm stribbelt tegen
in een hongerige bek.

Drie slakken laten gaten na
in alle blaadjes babysla.

Een virus is op oorlogspad
gaat grenzeloos zijn gang.

De lente komt en is en blijft
voor niets en niemand bang.
Elle van Lieshout. Uit: Dichter. Gedichten voor kinderen van 6-106. Corona, de wereld staat stil en op zijn kop. Plint, 2020. 

Geduld
als ik lang genoeg
blijf zitten luisteren
verander ik
in een muzieknoot
met een vlaggetje
van hoera, hoera

en wimpel door de kamer
op, neer
tralala
(vrolijk)

zo gaat dat
doodsimpel
je moet alleen
een beetje geduld hebben
en een radio
Mary Heylema. Uit: De dromenjager. Illustraties Jeska Verstegen. De Vier Windstreken, 2006. 

dat je in je eigen kamer
kleren niet laat slingeren
ze van de grond opraapt
opvouwt en in de kast legt
keurige stapeltjes op kleur
je bed opmaakt, je schoenen
naast elkaar zet op het kleedje
voor de deur

is heel gewoon, zegt mijn moeder
iedereen doet dat, behalve jij

maar als ik na het douchen
de grote slaapkamer binnenglip
waar ik haar zachte badjas vind
en papa’s warme sloffen
zie ik sokken hangen uit een la
een jurk die van een stapel glijdt
make-up kriskras over tafel
die onder tasjes haast bezwijkt

zegt mijn vader even later
als ik – zijn sloffen aan, haar badjas scheef –
naast hem op de bank wil ploffen

’t is gewoon niet meer gewoon
hoeveel jij soms op je moeder lijkt
Kate Schlingemann. Uit: Wondermiddel en andere gedichten. Illustraties Nynke Kuipers. Xanten, 2015. 

Ik teken mijn huis
– dak, muur, raam –
met grijs potlood op papier.
Hier nog een deur
en daar de bel.
Maar dat daarachter
mijn kamer is
waarin mijn bed
zo warm en zacht
wacht tot ik weer
met de avond binnenval,
dat zie je niet.
Linda Vogelesang. Uit: Zomaar een droom. Illustraties Marco Faasen. Querido, 2017.

In het bos
Reuzen zie ik, kleine en grote.
Ze staan zij aan zij. Ze houden zich stil.
Ook dwergen. Die weten hun plaats.

Maar ’s nachts als wij slapen
klinkt er muziek uit de aarde:
piano’s, trompetten en soms ook een drum.

Dan heffen de reuzen hun voeten,
verlaten hun plekken, bewegen hun
armen als takken bij windkracht tien.

Ze houden elkaar stevig beet,
schuifelen bonkig voorbij,
neuriënd op de muziek.

De dwergen kunnen niet dansen,
die hopsen er wat tussendoor.
Net als ik hier. Ik spring ook zo’n beetje.
Nu.
Diet Groothuis. Uit : Waar ik ben. Illustraties Merel Eyckerman. De Eenhoorn, 2012.
Om het thuisblijven wat te verlichten hier een vrolijk gedicht over wat  je in je hoofd kunt doen. Bedenken hoe het ’s nachts in het bos toegaat bijvoorbeeld.
Veel plezier met de kracht van je verbeelding. En blijf gezond!

Zonder (liefde in tijden van corona)

Het begint al haast te wennen
wakker worden in een lege dag.
Wij gaan nergens heen.
Een nieuwe wereld, hemel niet in zicht
of toch zonder vliegtuigstrepen.

Geen treinen, files
niet naar werk of school
we kunnen zonder – sportclub,
speeltuin, restaurant.

We kunnen, als het dan echt moet
zelfs zonder handen schudden
knuffelen. Begrafenissen volgen
we per telefoon.

Controle was er toch al nooit
al hielden we ons liever dom.
Goede, oude woorden als vertrouwen
beginnen aan een nieuwe jeugd.

We missen ons. We missen alles
wat, voor deze slechte film begon,
zo dagelijks natuurlijk was.
Een tripje supermarkt voelt als een mis- of heldendaad.
We soppen boodschappen met soda schoon.

Vergeet onszelf, we dragen
alles samen, zelfs achter deuren weggestopt.
We leven elke dag
als dag en meer dan anders nog.

Diet Groothuis
stadsgedicht maart 2020
Bij wijze van uitzondering vandaag een coronagedicht. Hier vindt u het gedicht voorgedragen op Youtube:

 

Grugach de Nobele
Toen Gruagach, de nobele leider, zoon van de koning van Ierland, met zijn volgelingen op weg was naar het hof, werd hij aangehouden door een vrouw die bekendstond als ‘de Dame van het Groene Gewaad’.
‘Kom, blijf toch even, dan leggen we een kaartje,’ zei de Dame.
Gruagach ging zitten en kaartte met haar, en hij had de winnende hand.
‘Waar spelen we om?’ vroeg de Dame.
‘Ik kan me niet voorstellen dat je iets hebt om in te zetten,’ zei Gruagach.
‘Het zou me verbazen als je dat wel had.’
‘Kom morgen terug,’ zei de Dame, ‘dan treffen we elkaar hier weer.’
‘Ik zal er zijn,’ zei Gruagach.
De volgende dag werden de kaarten opnieuw geschud en deze keer won de Dame van het Groene Gewaad.
‘Waar spelen we om?’ vroeg de Nobele Leider.
‘Vergeet de inzet,’ zei de Dame. ‘Ik vervloek je. Ik vervloek je in de naam van het kruis en de geloften van de heilige, rondtrekkende herderinnen. Ik beveel het jonge kalf, zwak als het is, je hoofd en je leven te nemen zodra je ook maar een moment uitrust, of het nu dag is of nacht. En als je ’s morgens eet, zul je ’s avonds niet meer krijgen, en als je ’s avonds eet, zul je ’s middags niets meer krijgen; en dat blijft zo tot je erachter bent waar en in welke van de vier verschroeide werelddelen ik woon.’
[…]
Kevin Crossley-Holland. Uit: Schemerwerelden. Britse en Ierse volksverhalen. Illustraties Frances Castle. Lemniscaat, 2019. 
De veelgelauwerde Kevin Crossley-Holland, vertaler, dichter en kinderboekenschrijver, vooral bekend van zijn Koning Arthurverhalen, levert opnieuw een heerlijk boek af met verhalen vol magie, avonturen, heksen en legenden, gebaseerd op bestaande volksverhalen van de Britse eilanden.
De griezelige, grappige of spannende verhalen, die vaak teruggaan op orale vertellingen uit de verschillende delen van Groot Britannie en Ierland, kunnen in deze goedgeschreven bundel vol prettig vertaalde hervertellingen weer jaren mee. De sfeerrijke zwart-wittekeningen passen wonderwel bij de vertelsels, die zich trouwens ook fijn laten voorlezen.
Leeftijd: 9+

Sara Snufje liet haar hersenen kraken
om een jassenrepareermachine te maken, toen
KLING
KLENG
KLANG
KLOINK!
de deurbel ging
en Superkraai een gouden brief opving.

Juffrouw Snufje
Ik heb gehoord dat u uitvinder bent
en maak u graag op onze wedstrijd attent.
Die is donderdagmiddag
en wordt heel bijzonder.
Ik hoop dat u kunt, hoogachtend, Wim Wonder.

Sara zuchtte (en haar machine brak in stukken):
‘Ik ga niet. Mijn uitvindingen mislukken!’
Larie,’ zei Grootvader.

Dus pakte Sara wat dingen,
laadde een kar vol, en ja hoor, ze gingen!

Over velden…en heuvels…
en de zee…tot het strand
van het indrukwekkende
TECH-EILAND!
[…]
Pip Jones & Sara Ogilvie. Uit: Sara Snufje en de uitvindwedstrijd. Lemniscaat, 2020.
Sara, die in het voorgaande boek, Sara Snufje, haar kraai al van nieuwe vleugels voorzag, moet het op Tech-eiland opnemen tegen andere uitvinders als Willy Schep, Maximiliaan Prop, Abbie Rijkaard en Juliette Linnen.
De winnende uitvinder mag lid worden van de Bolleboosbond. Sara wordt flink tegengewerkt maar samen met haar Superkraai weet ze alle moeilijkheden te overwinnen en gaan ze voor de Hoofdprijs.
Dit verhaal op rijm met felle, expressieve tekeningen over een hyperactief, creatief meisje en haar kraai maakt vast veel indruk op soortgelijke meisjes. Dat Sara een kleurtje heeft speelt gelukkig geen enkele rol in het boek.
Jammer dat de  – vertaalde – teksten zo houterig zijn.
Leeftijd 6+