Circusdirecteur en andere gedichten voor kinderen

Diet blogt

Er was eens een keertje
een klein lieveheertje.
Het vloog en het vloog,
het vloog recht omhoog.
En toen het eindelijk
boven kwam,
boven op het hek in het gras,
zag het tot zijn verdriet
dat het nog lang
niet in de hemel was.
Geert de Kockere. Uit: Fluit zoals je bent. Samenstelling Edward van de Vendel, tekeningen Carll Cneut. Querido, 2009.
Honderdelf dierengedichten staan er in de verzamelbundel Fluit zoals je bent,  van tweeënveertig verschillende dichters. Gauw naar de winkel als je van dierengedichten houdt dus!

Verloren dingen worden weer van zichzelf.
Kwijtgeraakte knikkers, zonnebrillen in zee
en weggewaaide woorden.

Behalve het liefs
dat ik jou nog nariep,
maar dat je niet meer hoorde
omdat je al bij de brug fietste.

Dat dwaalt met de wind
voor altijd door
eindeloos op zoek
naar jouw oor.
Jaap Robben in Zullen we een bos beginnen? Illustraties Benjamin Leroy. De Geus, 2008.
Een hele lieve dichtbundel met een hele fijne buitenkant. Grappige tekeningen van binnen, jammer dat ze zwart-wit zijn.
Leeftijd: 5+

Russische kinderen kunnen Jip en Janneke en Toon Tellegen in het Russisch lezen en Nederlandse kinderen kunnen nu klassieke Russische kindergedichten lezen. Niet de minste Russische schrijvers staan in het mooie boekje ‘Tijger op straat’ dat uitgeverij Hoogland en Van Klaveren heeft uitgebracht. Pachtig vertaald, heel geschikt om voor te lezen.
Heel eng verhaal
Twee broertjes liepen op een holletje
Te happen in hun krentenbolletje
Ineens komt – waf! waf! waf!
Een hond hard op ze afgeblaft.

De kleinste zegt: ‘O wat een pech,
En hij gaat vast niet uit de weg,
Kijk maar hoe hij staat te loeren,
We moeten hem ons bolletje voeren.’

Gelukkig is het toen goed afgelopen,
Dus je kunt het in je oren knopen:
Als je gaat wandelen met z’n twee,
Neem dan wel een…bolletje mee!
Daniil Charms. In: Tijger op straat, Russische gedichten voor kinderen 1923-1941. Vertaling: Robbert-Jan Henkes, illustratries Erik Bindervoet. Hoogland & Van Klaveren, 2009

Er was eens een mannetje dat was heel wijs
Het bouwde zijn huisje níet op het ijs.

Als het dooien gaat, dacht hij, en ’t gaat van krak-krak,
ben ik zo met mijn huisje door het ijs gezakt.

Maar hij bouwde zijn huisje wél aan het water,
want dat vond hij fijn, en ook leuk voor later.

Hij ging elke dag zwemmen of roeien of vissen,
want hij wou en hij wilde dat water niet missen.

‘En toch,’ zei het mannetje, ‘als ik mocht kiezen,
het állerfijnste is het als het gaat vriezen.

Een fiks wintertje met een strenge vorst,
en dan zwieren over die witte korst!’

Het mannetje is nu heel oud en grijs,
maar hij zit nog aan ’t raam en hij kijkt nog naar ’t ijs.

En als je voorbijkomt en als hij je ziet
dan zwaait hij naar je, en hij geniet.
Han G. Hoekstra. In: Als je goed om je heen kijkt, zie je dat alles gekleurd is, samenstelling Tine van Buul en Bianca Stigter. Verschillende illustratoren. Querido, 2006.

In een dikke, dichte mist,
niet ver van de kust vandaan,
dobberde een circusschip,
op de donkere oceaan.

Vijftien dieren en hun baas
bevonden zich aan boord,
op weg naar weer een circusshow
in een of ander oord.

De kapitein, de heer van Spruit,
zei zorgelijk: ‘Meneer,
we werpen nú het anker uit.
Ik wacht op beter weer.’

De circusbaas, meneer Venijn,
een ongelooflijk stuk chagrijn,
riep razend in zijn oor:
‘Mooi niet, Van Spruit!
Wij stoppen niet!
De show gaat voor!
De show gaat door!
En daarmee uit!
[…het schip vergaat en de kapitein moet van meneer Venijn niet de dieren, maar hém, de circusbaas, redden. De olifant, leeuw, python, krokodil, tijger, gorilla, giraffe, zebra, beer, aapje, kameel, cheeta, nijlpaard, antilope en struisvogel zwemmen met moeite naar de wal.]
De dieren zwommen urenlang
op zoek naar ’t vaste land.
Toen eindelijk de zon opkwam,
bereikten ze het strand.

Verkleumd, doorweekt en zout en ziek,
op poten, slap als elastiek,
van kop tot staart doodop,
sjokten de dieren in een rij
naar het dorpje verderop…
Het circusschip. Chris van Dusen. Vertaling: Erik van Os en Elle van Lieshout. Gottmer, 2009.
In het dorp beleven de dieren allerlei avonturen. Gelukkig loopt het goed met ze af. Jongetje van Acht, nu Jongetje van Negen, vindt dit een leuk boek: “De tekeningen zijn leuk en het verhaal en de gedichtjes zijn grappig.”

Twee kusjes in een doosje.
Ze houden zich heel stil.
Het is een klein kadootje.
Voor wie het hebben wil.
Het doosje is een grapje.
Ik stop het bij de heg.
Als iemand het dan open doet
waaien de kusjes weg.
Johanna Kruit. Uit: Twee kusjes in een doosje. Tekeningen Annemie Heymans, Maretak, 2002.
Het is morgen gedichtendag! Overal kun je prachtige gedichten horen, vaak van de dichters zelf. Op www.gedichtendag.org zie je waar je terecht kunt. Heb een leuke gedichtendag!

Letters zijn saai, volgens Jongetje van Negen.
Maar de letters in het popupboek ABC3D zijn verre van saai. Sterker nog, die vindt hij ‘echt heel erg  leuk!’ Gelukkig maar want dit is een ONGELOOFLIJK mooi vormgegeven boek. Het is een ABC-boek waar op iedere pagina een of meer letters van het alfabet tevoorschijn komen als een pop-up. Elke pagina is een verrassing. Letters springen omhoog als je het boek openvouwt, de C klapt om in een D, de K spietst zijn benen naar voren en de O en de P worden  eenvoudig Q en R.
Verrassend boek, geweldig gedaan, heel geschikt om kinderen op een spannende manier het alfabet bij te brengen. Kunstwerkje, kan kapot.

ABC3D door Marion Bataille. Querido, 2009.

Ben je sneeuw, ijs, regen en kou al beu? Het kind in dit gedicht wel hoor.

Ik dacht dat ik verliefd was
op de winter.
Eind november
schreef ik briefjes:
‘Liefje,
hoe lang duurt het nog?
Waar blijf je?
Schrijf je
als je in de buurt bent?’
Nog geen uurtje later
kreeg ik antwoord:
zachte natte sneeuw
als kushandje, een teken.
Ik wist zeker
dat we nu wat hadden.
Maar laatst,
op onze schaatsbaan,
greep hij naar mijn handen –
ik had wel donzen wanten aan,
maar hij kneep er dwars doorheen
en liet niet los.
Ik riep nog:
‘Gossiemijne
dat doet pijn!’
Maar hij hield vast.
Hij zei: ‘Dat past toch bij verkering?
Handje houden?’
En toen maakte ik het uit.
Nu zit ik hier.
Ik heb een schrale huid,
ik ben verkouden
en ik heb geen liefje.
Kom,
ik schrijf de lente
eens een briefje.
Edward van de Vendel. In: Bijna alle sleutels. Querido, 1989.