Circusdirecteur en andere gedichten voor kinderen

Diet blogt

Archief

  • 2022 (22)
  • 2021 (41)
  • 2020 (32)
  • 2019 (38)
  • 2018 (42)
  • 2017 (39)
  • 2016 (44)
  • 2015 (49)
  • 2014 (68)
  • 2013 (78)
  • 2012 (95)
  • 2011 (108)
  • 2010 (125)
  • 2009 (38)


Ik wil niet meer, ik wil niet meer.
Ik wil geen handjes geven!
Ik wil niet zeggen elke keer:
Jawel mevrouw, jawel meneer…
nee, nooit meer in m’n leven!
Ik hou m’n handen op m’n rug
en ik zeg lekker niks terug!

Ik lust geen vieze havermout,
ik wil geen tandjes poetsen!
‘k Wil lekker knoeien met het zout,
ik wil niet aardig zijn, maar stout
en van de leuning roetsen
en schipbreuk spelen in de teil
en ik wil spugen op het zeil!

En heel hard stampen in een plas
en dan m’n tong uitsteken
en morsen op m’n nieuwe jas
en ik wil overmorgen pas
weer met twee woorden spreken!
En ik wil alles wat niet mag,
de hele dag, de hele dag!

En ik wil op de kanapee
met hele vuile schoenen
en ik wil aldoor gillen: Nee!
En ik wil met de melkboer mee
en dan het paardje zoenen.
En dat is alles wat ik wil

en als ze kwaad zijn zeg ik: Bil! 
Annie M. G. Schmidt. Uit: Ziezo. Querido 2004.
Dit gedicht is geplaats met toestemming vooraf van uitgeverij Querido.

Klim over het hek.
Glijd op je kont over
het natte gras.
Ruik naar aarde,
rottende blaren,
de vingers van het bos.

Groet onderweg
wat opschrikt
en in holen zit.
Gil vander Heyden. Uit: Kwam dat zien! Kwam dat zien! Querido, 2008
Dit gedicht is geplaatst met toestemming vooraf van uitgeverij Querido.

Papa en ik zongen
in een groen, groen knollenland
toe we jou
– heel parmant – zagen zitten
langs de kant van de weg.
Hoorden je lange oren niets?
En wat zagen je ogen?
Speelde je soms haasje-over
met de banden van onze wagen?
Na de klap
waren wij stil.
Ik keek naar papa.
Die leek ineens
op een verdrietige jager.
Linda Vogelesang. Uit: Fluit zoals je bent. Samenstelling: Edward van de Vendel. Tekeningen Carll Cneut. De Eenhoorn, 2009.

“Ik hou niet van gedichten” zegt Jongetje van Acht pruilend.
“Pech gehad” zeg ik. “Vandaag kies ik wat we lezen”.
“Haha, leuk plaatje”zegt hij. Hij pakt het boek uit mijn handen.
“Die eet zijn oor op” grinnikt hij. Hij leest hardop  het gedicht bij de tekening. Dan de rest.
“Dit zijn een soort moppen als gedicht” zegt Jongetje van Acht. “Alleen snap ik ze niet allemaal. Wat is wablief?”
“Dit vind ik de leukste” zegt hij:

Beleefd
Aan de rand van het bos
moet je kloppen op de bomen.
En dan netjes blijven wachten.
Tot de dieren roepen
dat je binnen mag komen.”
leest hij.
“En dan deze” zegt hij:
Groeten
Vele groeten
en een dikke kus!
zo stond het op een kaart.
De groeten
heb ik weggegeven,
de kus heb ik bewaard.”
Alle gedichten waren uit. Jongetje van Acht ging naar bed. Veel te laat!
Geert de Kockere. Uit: Het Koekeloerelaantje. Tekeningen van Kristien Aertssen. Medaillon/De Eenhoorn, 1999.

In je hoofd
kun je alles.
Fietsen naar de maan,
boven op de wolken staan.
Strelen met je handen los,
lopen door een donker bos.
Vechten als een tijger,
dansen met een elf.
Afscheid nemen
zonder tranen,
alles gaat vanzelf.
Theo Olthuis. Uit: In je hoofd kun je alles, Uitgeverij Holland, 2007.
De Nobelprijs voor literatuur is de grootste prijs die een schrijver kan winnen. Deze week kreeg de schrijfster Herta Müller in Duitsland hem. Ze zegt: “poëzie is niet iets aangenaams. Je houdt er geen goed gevoel aan over”. Toch helpt poëzie soms- echte poëzie, niet zomaar een versje – juist wel. Dan word je warm als je het koud hebt, ga je lachen als je huilt en krijg je nieuwe ideeën als je hersens vastlopen.
Leeftijd 8+

Rups
Jij vindt mij dik?
Ik wil nog dikker!
Zie hoe ik vierentwintig slagroomsoezen
door vijf potten mayonaise prak
en het met een kuiltje vette jus
mijn mond in lepel.
Ga nu naar huis, want ik wil rust.
Ik snoer mijn dekbed om mijn lijf
en val in slaap.
Kom na een week terug
en zie
hoe ik veranderd ben:
als een slanke, ranke popster
vouw ik mijn vleugels open.
Linda Vogelesang. Uit: Ik wil een naam van chocola, Querido, 2009
Dit gedicht is geplaatst met toestemming vooraf van uitgeverij Querido.

Over besjes
Ze liggen overal, plat

op het pad
Van die besjes.
Rood en gestorven…
en zal ik op zoek
gaan naar mesjes…
om ze los te schrapen,
op te rapen?
Nee.
De zomer is bijna verdwenen
en de besjes verdwijnen
mee.
De dagen worden
kouder.
De herfst begint
te huilen.
Zo gaat dat.
Want dat moet.
En de besjes zijn
geen besjes
maar een afscheidsteken:
einde
Zomerzonnebloed.
Edward van de Vendel. Uit: Opa laat zijn tenen zien en andere stripgedichten. Tekeningen Floor de Goede. Querido, 2008
Dit gedicht is geplaatst met toestemming vooraf van uitgeverij Querido.

Slaapliedje

Het schaap heeft slaap
De koe is moe
Het varken doet
Zijn oogjes toe

Het paard kijkt over’t
Prikkeldraad
En denkt: ‘Het is
Ontzettend laat’

De kip zegt zacht
Nog een keer: “Tok”
En ach, daar slaapt ze
Op haar stok

De boer kruipt ook
Het bed maar in
Lekker dicht
Bij zijn boerin
Willem Wilmink. Dit gedicht staat op een poster van uitgeverij Plint http://www.plint.nl/