Doenja van elf in ‘Hotdog’, het tweede kinderboek van Arja
Veerman, heeft net haar moeder begraven, die ontploft is na een borstvergroting.

Maar Doenja is niet zielig, vindt ze, ze heeft immers haar
vader, broertje en oom Bennie nog? En haar vrienden Floris en Jamie?
Tanden op elkaar, is haar devies. 
Ondertussen gaat ze in te koude kleren naar
school, zit er thuis schimmel op de bramenjam, loopt broertje Manno in een niet
bij elkaar passende outfit die nog kapot is ook en houdt vader de snackbar open
want er moet brood op de plank. Maar oom Bennie troost Doenja met een chique
hanger. Is die van haar moeder geweest?
‘Hotdog’ is beeldend en helder geschreven. Er is opwinding en
dilemma. Doenja belandt in een eng bos, een indiaan danst rond een opgezette hond,
er is inbraak en politie en een enge motorrijder met laarzen met stekels van
staal. Er zijn giftige paddenstoelen en een Cloop, die alles op de wereld ziet
en kan filmen.
En toch.. ga ik niet van Doenja houden, wordt het nergens
echt spannend of geloofwaardig. Komt dat door de platte personages of doordat er zo wordt
ingezoomd op details dat het overzicht zoekraakt? Is het de wat drabbige wereld
van snackbar en friet of de niet helemaal geslaagde combinatie van een
realistisch verhaal met een enkel fantasy-element?
De onwaarschijnlijkheid dat een kind van elf juist precies
op het goede moment een krant openslaat of het werk van de vaders van, hè
toevallig, net Doenja’s vriendjes bij de ontknoping een beslissende rol speelt?
De overdadige beschrijvingen, de suggestie van gevaar die
niet wordt ingelost?
Van alles een beetje met als resultaat een onevenwichtig
verhaal.
En tóch kan Veerman schrijven. Ik wacht gewoon op haar volgende boek.

Arja Veerman. Hotdog. Illustraties Brenda
Kuijpers.  Clavis, 2013.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.