Circusdirecteur en andere gedichten voor kinderen van 3-103

Diet blogt

‘Wat een rotweg,’ moppert Otter. ‘Er is veel te veel verkeer.
Ik kan beter níet gaan zwemmen in het grote blauwe meer.
Want dan moet ik oversteken en dat kan ik nog niet goed.
Ik word superzenuwachtig van die auto’s voor mijn snoet.’

‘Oversteken? Da’s toch makkie?’ roept een vogel (’t is een hop).
‘Kijk, je klappert met je vleugels en dan stijg je – hopla – op.
Daarna vlieg je rustig over en je kakt op het verkeer,
boven op die suffe auto’s, en dan daal je fluitend neer.’
[…]
Marjet Huiberts. Uit: Otter wil je oversteken. Illustraties Marianne van der Walle. Gottmer, 2026.
Otter durft de drukke verkeersweg niet over te steken en krijgt tips van andere dieren. Tips waar hij weinig aan heeft, zonder vogelvleugels, kangoeroespringpoten, bevertanden of zebrastrepen. Maar Otter vat moed en kijkt goed naar links en rechts en daarna nog een keer naar links. Dan steekt hij loodrecht over. Duidelijk prentenboek op lief rijm over zelfvertrouwen en dingen durven, met herkenbare, kleurrijke en sfeervolle platen waar kinderen vast veel van opsteken. Alleen jammer dat de dieren die in dit boek voorbij komen allemaal op verschillende continenten en in uiteenlopende biotopen wonen: hop, zebra, kameleon, chimpansee, bever, mol, kangoeroe.  Waarom geen dieren genomen die in de natuur bij elkaar voorkomen, zodat kinderen ook meteen  gevoel krijgen voor wat natuurlijke omgevingen zijn? Daar kun je niet vroeg genoeg mee beginnen.
Leeftijd 4+

Hoe Tijger en ik de wereld redden
Op een dag sloeg de bliksem in bij ons thuis. Nu gebeurt dat wel vaker, want we wonen boven op een heuvel, maar dit keer vloog mijn spelcomputer in de fik, dus dat was best wel erg.
Nou ja, dacht ik, dan kijk ik wel een film. Dus vroeg ik mijn moeder of ze haar laptop via het huis-netwerk aan wilde sluiten op de tv op mijn kamer. Die is zo groot dat hij bijna mijn hele muur bedekt, want mama geeft mij graag dure cadeautjes.
Maar de volgende dag stond mijn tv per ongeluk nog in verbinding met die laptop, en daardoor kon ik meekijken met mama’s werk. Mijn moeder heeft best wel stom werk – iets met een reclamebureau – waar ze vaak voor moet vergaderen. Via de laptop dus. En de vergadering die ik per ongeluk zag…Dat geloof je niet.
[…]
‘U moet begrijpen,’ hoorde ik de MP zeggen tegen meneer Cockel, ‘dat mevrouw Boorman de allerbeste is in haar vak. Als iemand ons kan helpen, is zij het.’
‘Dat kan wel zijn,’ zei meneer Cockel, ‘maar wíl ze het ook? Wat wij haar gaan vragen is zo slecht, zo boosaardig, dat alleen een compleet gewetenloze schurk ons kan helpen.’
Toen zei mijn moeder iets wat ik niet verwacht had. Ze zei: ‘Maakt u zich geen zorgen, meneer Cockel. Ik bén compleet gewetenloos.’
Hoe kon ze dat nou zeggen? ‘Gewetenloos’, dat betekent dat je een slechterik bent. En mijn moeder is juist heel erg lief. Ze koopt elk half jaar een nieuwe spelcomputer voor me. En dus die tv zo groot als de muur. Ze heeft nooit tijd om te koken, maar dat geeft niet, want ik mag bestellen wat ik maar wil.
[…]
Thijs Goverde, een van de Schrijvers voor Toekomst. Uit: Kwallen in de brievenbus en andere vrolijke verhalen. Illustraties Sophie Pluim. Ploegsma, 2026. 
Luchtig, inhoudelijk, maar niet belerend, voor kinderen schrijven over zoiets ingewikkelds en ernstigs als klimaatverandering met alle bijbehorende problemen is niet iedereen gegeven.  Maar laat het aan Schrijvers voor Toekomst over om er deze prachtige, goedgeschreven bundel vol hoopvolle, inspirerende verhalen over te maken. Vijftien van de ruim dertig Schrijvers voor Toekomst schreven voor Kwallen in de brievenbus verhalen over uiteenlopende dingen als de vervuilende kledingindustrie, actievoeren en opwarmend zeewater, een wereld vol tentenkampen van schroot, metaal en plastic zonder groen of water, uitstervende dolfijnen, corrupte politici en ondernemers, zelf een bos beginnen en nog veel meer. Dit is een bundel die je kinderen wilt voorlezen of zelf laten lezen. Dit is hoe we een volgende generatie bijbrengen dat er werk aan de winkel is.
Leeftijd 9+

Ziek worden
Dood door ziekte
Iedereen gaat dus dood, dat weten we nu wel, maar we struikelen natuurlijk niet allemaal over dezelfde drempel. Iedereen heeft zijn eigen verhaal, ook over het laatste stukje van ons leven. Hier (en in andere westerse landen) overlijden de meeste mensen aan een ernstige ziekte die niet meer overgaat…
[…] Time up
De opa van Sander
Toen Sanders opa na een kort sterfbed doodging aan longkanker was hij elf jaar. Iedereen deed er heel heftig over, eigenlijk vooral door geheimzinnig te doen. Sander en de andere kinderen in de familie moesten muisstil zijn. Waarom dat moest, snapte Sander niet echt. Geen van de volwassenen praatte over wat er gebeurde in de kamer waar zijn opa lag. Sander en zijn zus mochten niet mee naar het ziekenhuis. Zijn ouders zeiden dat het geen goed idee was omdat opa er zo slecht uitzag en soms bloed ophoestte. Hij durfde zelf ook niet meer in de buurt van zijn opa te komen, zo bang was hij gemaakt. Wat als hij iets verkeerds zou zeggen of doen? En dan dat nare verhaal over bloed ophoesten. In Sanders hoofd werd zijn stervende opa een angstaanjagend figuur. Een zombie uit een horrorfilm…Hij bleef er (later) over nadenken. Zou het sterfbed van opa echt zo eng zijn geweest als hij zich als kind voorstelde? Vast niet. Later wist hij helemaal zeker dat dat niet zo was, toen hij inmiddels dokter was en geregeld iemand zag doodgaan in het ziekenhuis. Stervende mensen veranderen niet in griezelige wezens. Dat gebeurt alleen in de hoofden van bange mensen.
[…]
Sander de Hosson & Els Quaegebeur. Uit: Game over, alles over doodgaan. Illustraties Marianne van der Walle. Volt, 2026. 
Dit boek wint er geen doekjes om:  we gaan allemaal dood. Daar kunnen we lang of kort over praten, maar dat verandert er niets aan. In  5 verschillende hoofdstukken Ziek worden, ziek zijn, een dag meelopen in het ziekenhuis met dokter Sander, doodgaan en dood zijn lezen we over wat er allemaal bij komt kijken als ons lichaam het opgeeft.
Per hoofdstuk lezen we nuchtere feiten over de verschillende onderwerpen en  krijgen we meerdere casussen te lezen, zoals bijvoorbeeld in hoofdstuk 3 over de opa van Timo met COPD, een nare longziekte.  Een terugkerend en effectief onderdeel van het boek is ook de rubriek met vragen die bij je op kunnen komen: Dokter Sander, mogen we iets vragen? Daarin vertelt de schrijver bijvoorbeeld hoe behandelingen eruit zien, hoe je aan mensen kunt zien dat ze doodgaan, en of stervenden nog wel doorhebben of er iemand bij ze is.
Dit boek geeft op buitengewoon eerlijke en waardevolle wijze kinderen inzicht in ziekte en sterven, op een liefdevolle en zachte manier die nergens verbloemt.  Kinderen willen doorgaans weten wat er aan de hand is, volwassenen weten daar niet altijd goed raad mee. Dit boek vormt daarbij een fantastische hulp onder het mom: feiten zijn fijn om ergens grip op te krijgen en als je weet hoe dingen zitten, zijn ze vaak minder griezelig.
De heldere tekeningen zijn kleurig, duidelijk en  verlichtend en ook de sterke en vriendelijke vormgeving maakt dat dit boek een onmisbare hulp is bij elk ziekbed of sterven waar kinderen bij betrokken zijn.
Leeftijd 6+

bewijzen
[…]
ik beloof dat ik begrijp, moeder
welke angsten de verantwoordelijkheid aan ons opdringt
hoe in een zwangerschap de ziel schaakmat wordt gezet
in één lichaam, hoe de mens danst in
een lijf, wat huid-op-huidcontact voor soort liefde plant
wat voor kreten zich in het hiaat tussen de ene wee
en de volgende ophouden, ik beloof dat ik je
in het netwerk van mijn oren voeg
en blijf wachten
tot ik hoor dat je je weeën slijpt
je mensen uitdrijft

ik wil niet de soort die haar intrek in je neemt
niet de klakkeloze voortzetting van traditie
niet de kneveling van je lijf
niet de verzwaring van je vrijheid
niet het klinische van je bevalling
maar je vermogen om een mens te baren
en er ook nog eens zwanger van te zijn
[…]
Rodante van der Waal. Uit: Op navelhoogte de kans. Nijgh & Van Ditmar, 2026. 
Dit is waarachtige nieuwe poëzie, zoals die er nog niet was. Onbestaande woorden voor elkedag-levens van nu, vertoog dat we misten, begrip dat ons ontbrak. Van der Waal, filosoof en vroedvrouw, vangt in deze bundel de lijfelijkheid van vrouwenlevens in een nieuw soort taal waar we, realiseer ik me lezend, al jaren op wachtten. Taal die ons, vrouwen, uitdrukt. Taal die meeleeft, met menstruatie en zwangerschap, geboortes, sterfte, abortussen, miskramen.
Maar van der Waal gaat verder, met geëngageerde gedichten die delen in  (zwangere) vrouwen die geen of nauwelijks zorg krijgen, vrouwen in vluchtelingenkampen, baby’s in Gaza, temidden van vallende bommen en dode kinderen: ‘ze zeggen dat je uitspreken genoeg is/maar solidariteit zit in de aanraking van buiken/en in zorgen dat ze nog leven kunnen verwachten/in dat raakvlak’

Ze dicht over dat, waar in politiek en maatschappij zonder enig gevoel of kennis van zaken wordt gesproken, geoordeeld, besloten, door al wie er niets over te zeggen hebben. Zo lezen we in het hoofdstuk ‘abortuspastellen’: ‘het gaat niet om de vraag/of we het niet willen/het enige wat ertoe doet/is de vraag of we het kind wel willen/of we het echt wíllen

het is aan ons, mensen met baarmoeders/mensen met voorraden rijpende eieren/in de schaal van ons bekken, hoe groot/we het wel willen ten opzichte van het niet willen/laten worden in ons lijf, hoe scherp we/op de snede van zwangerschap willen vrijen/hoelang we in verwachting willen zijn zonder kind/wanneer we een toestand onomkeerbaar vinden

ook als men niet snapt/dat dat niet onvoorzichtig maar onderzoekend is/dat dat geen geweld maar hartstocht is/dat dat geen moord maar mogelijkheid is/is het aan ons waar we het bloed laten kruipen/en of we het weer laten gaan

Van der Waal vindt, als niemand voor haar, woorden voor het alledaagse lijfelijke van vrouwzijn: wonder, pijn, bloed, vloek, verlangen, rouw,  verscheurdheid, gruwel, liefde, heiligheid. Geen geringe prestatie. Dit is poëzie van het hoogste niveau. Lees. Lees deze gedichten, koester deze bundel. Bespreek hem in de klas, zet hem op leeslijsten, kies hem in je boekenclub. Ook mannen, vooral ook mannen. Dit is taal die je aan den lijve doet ervaren en voelen hoe het is om maandelijks een paar dagen te worden overgenomen door je lichaam. Hoe een tweede hart in je lijf klopt voelt. En als dat stopt.
Leeftijd 16+

KOL
Heks kom tevoorschijn uit de nacht
in het muizenhol onder mijn bed Je stampt
scheldt vuilbekt vloekt Ik roep je namen wacht

Ik kan de storm tegen het raam verdragen
het schreeuwen van de buren het eeuwig kraken
langs hun rottende trap de binnenbrand
van duiven in hun schoorsteen Niet hoe jij
onder de muur die je verplaatsen wilt
over de rooie gaat jankt graaft breekt krabt

tot alle kasten omvallen op mij
en je naar buiten schiet Onttoverd Vrij
Eva Gerlach. Uit: Schipper mag ik overvaren. Arbeiderspers, 2026.
Vorig jaar verscheen ‘Vlieg! zegt de vloer’, Eva Gerlachs vierde jeugdbundel. Gerlach, pseudoniem van Margaret Dijkstra (1948), zonder twijfel een van onze belangrijkste, veelzijdigste, interessantse en origineelste dichters, kreeg voor haar werk alle mogelijke prijzen met als hoogtepunt in 2020 de P.C. Hooftprijs. Nu is er ‘Schipper mag ik overvaren’, een virtuoze serie ontroerende gedichten in tien hoofdstukken  over de tumultueuze relatie met haar moeder en  gewelddadige vader. Gedichten in vrij vers en zonder veel rijm die zich niet meteen prijsgeven, veelal zonder interpunctie met enjambementen en midden in zinnen woorden in hoofdletters.  De doorleefde pijn spat van de pagina’s, de gelaagdheid heerst, er is geen duidelijk afgemeten zwart of wit. Wel spreekt er ontembaar veel levenslust, kracht en vuur uit deze gedichten, maar ook verlangen naar contact. En er is melancholie, bijvoorbeeld wanneer de moeder met dementie in een verpleeghuis woont. Gerlach vindt woorden waar die niet bestaan, voor gevoelens en situaties tussen mensen waar geen taal voor is, in haar heel eigen inventieve woordgebruik. Persoonlijk en universeel raakt deze bundel waar iedereen mee van doen heeft, familierelaties, liefde en  afwijzing, ziekte en aftakeling. Aan het eind lijkt er een vorm van verzoening te komen. Een magistrale bundel, om vaak en traag te proeven.
Leeftijd 16+

Ritme
De hagel danst flamenco
tikt met hakjes
hard-hard zacht.
We klappen en we stampen
op het ritme van de nacht.

De hagel danst flamenco
klikt met klakjes
hard-zacht zacht.
We gaan nog lang niet slapen
op het ritme van de nacht.

De hagel danst flamenco
klikt met tikjes
zachter, zachtst.
Laten we gaan dromen
op het ritme van de nacht.
Annemarie van den Brink. Uit: Parapluutjes van geluk. Illustraties Marieke van Leeuwen. Ploegsma, 2026.
Een dubbeldebuut, van zowel dichter als illustrator, zien we niet zo vaak en pakt hier puik uit. De lieve, soms rijmende, lichte kindergedichten over seizoenen en wonderen van alledag zijn ritmisch, uitnodigend en verstaanbaar en trekken jonge lezers naar zich toe. Zo breng je kinderen – ongemerkt – liefde en aandacht bij voor alles wat leeft en hen omringt.
De sfeerrijke, paginagrote illustraties vol kleur en magie maken deze bundel af tot één wonderschoon geheel. Fijn om voor te lezen, heerlijk om samen te bekijken.
Leeftijd 5+

‘Hèhè,’ zegt broer Berend. ‘Ik ben best wel moe, hoor.
Ik heb al gemaaid en gezaaid en geploegd.
We hebben al heel lang alleen maar gezwoegd.
We zijn onderhand aan vakantie wel toe, hoor.
Laten we weggaan, een weekje kamperen.
Ik wil al heel lang o zo graag in een tent.’

‘Ik kan daar,’ zegt Boris, ‘geen tijd aan spenderen.
Aan ’t werk van een boer komt helaas nooit een end.

Ik zet wel een tent voor je op, Berend, kijk:
in het weitje daarginds bij het hek aan de dijk.’
[…]
Ted van Lieshout. Uit: Kamperen bij boer Boris. Illustraties Philip Hopman. Gottmer, 2026.
Midden tussen allerlei vakanties in verschijnt de nieuwste Boer Boris, en het wordt weer een dolle boel op de boerderij.  Kamperen is natuurlijk superleuk en deze Boer Boris weet dat bij uitstek over te brengen. Hopelijk gaan kinderen hun ouders massaal vragen om een kampeervakantie, ook al vlucht broer Berend uiteindelijk terug naar de boerderij omdat hij toch graag even alleen wil zijn. Heerlijk, perfect gedaan en humeurverbeterend als altijd.
Leeftijd 3+

Daten
1.
Gig en Jojo daten.
Je weet wel:
elkaar spreken, elkaar zien,
voor altijd samen, misschien.
Maar ja,
het gaat niet zo goed.
Gigi ergert zich aan de dingen die Jojo niet doet.
En Jojo schuifelt
en Jojo fluit.
En Gigi zucht
en Gigi roept uit:
JE STELT NOOIT EENS EEN VRAAG STEL EENS
EEN VRAAG BEN IK SOMS NIET BELANGRIJK OF ZO?
En o,
Jojo zegt:
‘Eh…wormpje?’

2. Gigi en Jojo daten niet meer.
Ze zijn uit elkaar.
[…]
Edward van de Vendel. Uit: Ook als je verkouden ben hou ik van jou. Illustraties Marije Tolman. Querido, 2026.
Serieus hardop grinniken om een gedicht, dat overkomt een mens niet elke dag. Het overkwam me bij lezing van bovenstaand gedicht van Edward van de Vendel uit zijn recent verschenen nieuwste deel van de 12 1/2 gedichten serie. Dit vierde deel is gewijd aan de liefde in al haar gedaantes, en Edward zou Edward niet zijn als hij niet volop uitpakt op dit thema. Rijmend, schmierend, heerlijk overdrijvend, diep door het stofgaand, de gedichten leveren stuk voor stuk een brede glimlach op je gezicht op en dat is heerlijk. De inventieve tekeningen van Marije Tolman fleuren deze speelse taaljuweeltjes royaal op, wat het geheel tot een feestelijke leeservaring maakt.
Ps. Oh en Gigi en Jojo komen aan het eind van het gedicht weer bij elkaar. Uiteraard 🙂
Leeftijd 8+