Circusdirecteur en andere gedichten voor kinderen

Diet blogt

Archief

  • 2019 (11)
  • 2018 (42)
  • 2017 (39)
  • 2016 (45)
  • 2015 (49)
  • 2014 (68)
  • 2013 (78)
  • 2012 (95)
  • 2011 (111)
  • 2010 (125)
  • 2009 (41)

Rupsje Nooitgenoeg 50 jaar

’s Nachts lag er,
in het maanlicht,
een eitje op een blad.

Op een mooie zondagmorgen ging de zon stralend en warm op
en uit het eitje kroop – plop! – een piepklein hongerig rupsje.
Eric Carle. Uit: Rupsje Nooitgenoeg, 50 jaar. Gottmer, 2019.

Zo begint al 50 jaar een van de bekendste kinderboeken ter wereld. Welk kind onder de 50 is er niet mee groot geworden?
Dat is een prestatie van formaat die weinig boekpersonages te beurt valt en deze feestelijke jubileumuitgave, mét linnen rug en een brief van Eric Carle aan al zijn lezers meer dan rechtvaardigt.
Op naar de volgende 50 jaar, Rupsje Nooitgenoeg.

Bij de beesten af

Piemelgevecht
Platwormen
…hebben een heel bijzondere manier om zich voort te planten: ze duelleren met hun piemels.
[…] hebben allebei de ouders een of twee piemels én bevruchtbare eitjes.
Het motto van platwormen is: geen moeder worden! Het is veel gemakkelijker om even gauw zaadcellen af te geven dan om eitjes te produceren en op zoek te moeten naar een geschikte plek om ze te leggen.
Dat lijkt de enige reden te zijn voor dit gevecht, dat wel een uur kan duren.
De wormen maken zich breed, draaien om elkaar heen, ontwijken elkaar behendig en stoten net zo lang tot eindelijk een van de twee zijn puntige piemel in de ander weet te steken. Daarna denkt hij alleen nog maar: gauw wegwezen nu – en veel plezier nog met onze kinderen!
Katharina von der Gathen. Uit: Bij de beesten af. Het liefdesleven van dieren. Illustraties Anke Kuhl. Gottmer, 2018.
Hebben dieren seks? Krijgen spinnen baby’s? Kunnen dieren homo zijn?
Vrijwel elk kind stelt zichzelf dit soort vragen. Dit boek geeft antwoorden, op een feitelijke, grappige en heldere manier.
Wist je bijvoorbeeld dat een kogelvisman het kogelvisvrouwtje zacht in haar kin bijt, nadat hij met zijn vinnen een mooi ribbelpatroon in het zand voor haar heeft gemaakt? Daarna volgt pas de paring.
En dat een molmannetje de vagina van het mollenvrouwtje waarmee hij heeft gepaard met een dikke prop kleverige vloeistof dichtlijmt, zodat het zaad van andere mannetjesmollen niet meer bij de eicellen van dit vrouwtje kunnen komen?
En dat dieren elkaar versieren? Hoe het verder gaat na de paring?
Hoe gaat seks bij olifanten, giraffen, java-apen, wijngaardslakken, bedwantsen, dromedarissen, reuzenpanda’s, mieren en schorpioenen eigenlijk?
Dit boek staat boordevol met heerlijke kennis , opgedeeld in handig kleine tekstblokjes, voorzien van grappige, duidelijke, kleurrijke tekeningen inclusief een handige piemel- en vaginagalerie, van lieveheerstbeestje tot blauwe vinvis.
Aanrader voor ieder kind dat meer wil wetten over het dierenrijk.
Leeftijd 8+

Zo kreeg Midas ezelsoren. De mooiste Metaformosen van Ovidius

Leto
Vluchten moest ze
met haar tweeling
die maar net
geboren was.
Zij verborg de
beide baby’s
in de plooien
van haar jas.

Op haar tocht
had godin Leto
zelf verschrikkelijke
dorst.
En de kleintjes
dronken tot
de laatste druppel
uit haar borst.

Onverdraaglijk
was de hitte.
En de zon verschroeide
’t veld.
Dit houd ik
niet vol,
dacht Leto bitter.
Ze was uitgeteld.
[…]
Maria van Donkelaar. Uit: Zo kreeg Midas ezelsoren. De mooiste Metamorfosen van Ovidius. Prenten van Sylvia Weve. Gottmer, 2019.
Al de bekende verhalen uit de klassieke oudheid, van Orpheus en Eurydice, Narcissus,  Europa, Daedalus en koning Midas, maar ook de minder bekende, van Leto, Andromeda en Battus, heeft Maria van Donkelaar  herverteld op ritme en rijm, met verrassende vondsen en in zeer eigentijdse taal (‘Heb jij soms wat aan je oren?’ vroeg Apollo gepikeerd).

Knap gedaan, af en toe licht geforceerd, maar voor jongere lezers een perfecte manier om kennis te maken met deze mythes en personages.
Voor oudere lezers handig en plezierig om zo mogelijk weggezakte kennis op te vijzelen.
Van de tekeningen van Sylvia Weve moet je houden, maar ze zijn uiterst grappig, eigenzinnig en beeldend.
Boek is  groot, luxe uitgevoerd, met full colour illustraties en leeslint.
Leeftijd: 7+

Kwie kwie kwie. Een boek vol vogelverhalen. Camilla Dreef

Een groene golf, ken je dat? Je zit op de fiets en alle stoplichten springen op groen wanneer jij langsfietst. Je bent precies op het juiste moment gestart met fietsen en je verplaatst je met de perfecte snelheid.
Brandganzen maken natuurlijk geen gebruik van stoplichten, maar ze volgen wel een groene golf.
[…]
Als ze overvliegen zie je mooi de scherpe scheiding tussen hun lichte buik en zwarte hals. Ze maken een kort gakkend geluid, net als een groep keffende hondjes. Ze hebben gebroed in het noorden van Rusland, niet ver van de Noordpool. Het gras is daar nu op en het land verdwijnt onder een dikke laag sneeuw. Daarom komen ze naar Nederland, want hier is voldoende groen gras om de winter door te komen.
Uit: Kwie kwie kwie kwie kwie. Een boek vol vogelverhalen. Camilla Dreef. Illustraties Liset Celie. Uitgeverij Nieuwezijds, 2018.
Vogelverhalen uit eigen ervaring, voor jonge vogelfans: samengevat is dat de missie van dit boek.
Bioloog Camilla Dreef, blijkens de flaptekst bekend als ambassadeur van Vogelbescherming en televisieprogramma’s Binnenstebuiten en In de ban van de condor, neemt haar lezers mee in haar eigen vogelbelevenissen en deelt en passant feiten en weetjes over de vogels met haar lezers.
Prima boek voor wie als beginnend vogelaar luchtige, informatieve verhaaltjes over vogels, hun leefomgeving en hun gewoontes zoekt.
Jammer dat dat in zulke saaie, verbeeldingsarme taal gebeurt. Iets hogere eisen aan de schrijfstijl en een strenge eindredactie hadden veel uitgemaakt.
Ook een wat spannender vormgeving en het opknippen van de lange lappen tekst in kortere fragmenten hadden het boek goed gedaan.
De stripachtige, hippe en kleurige vogeltekeningen, toch heel herkenbaar en bruikbaar, van Liset Celie maken veel goed.
Leeftijd: 8+

Gekke giebelgriep. Linda Vogelesang

Sorry juf, we moeten even
klieren, stieren, giechelgieren,
pennentikken, grinnikhikken,
wiebelstoelen, juichen, joelen.

Sorry juf, we zijn daarnet
allemaal stuk voor stuk besmet
met de gekke giebelgriep.
Pillen of drankjes helpen ons niet.

Laat ons daarom springen, schreeuwen, razen.
Laat ons maar raar en gek doen, dwazen.
Laat ons even rennen, hollen, sjezen.
Dan zijn wij het snelst genezen.
Linda Vogelesang. Uit: Gekke giebelgriep. Illustraties Natascha Stenvert. Zwijssen, 2018.
Wat gebeurt er allemaal in de klas, op zomaar een willekeurige schooldag? Iemand maakt alvast spiekbriefjes voor de toets van morgen, twee kinderen krijgen hevige ruzie maar vinden elkaar eigenlijk heel leuk, een kind vindt trefbal met gym hartstikke eng, een ander kind maakt zich zorgen over zijn zieke opa en kan dus niet opletten, iemand heeft een spreekbeurt maar is zo verlegen dat ze nauwelijks uit haar woorden komt en als juf voorleest is de hele klas betoverd.
Linda Vogelesang brengt met haar verzen de drukte en emoties van elke dag in een klas mooi tot leven. Natascha Stenvert maakt er stripboekachtige tekeningen bij.

Leeftijd: 7+

Een beetje boos mag best. dementees, m/net poëzie

gemeenschap
we doen ons best, hoor.
dat zijn fijne mensen.
en ik ben er blij mee.
we zongen en we praatten
dat gaf gemeenschap,
dat heeft een mens nodig.
wij zijn ook mensen die van leven houden.
ik hoor bij alle mensen
om heel gewoon te zijn.

– – –

heel gewoon
we eten en we drinken.
we zingen en we lachen en we praten.
en huilen doen we ook zo op z’n tijd,
dat hoort erbij.

wij houden van het leven.
wij doen ons best
om heel gewoon erbij te zijn,
soms droevig en soms blij te zijn.
hoe heel gewoon ben jij?
Joke Aarnink, Marie van Dam, Jaap Jacobs & Henk Rijneveld, bewoners van een Amsterdams verpleeghuis/Bette Westera. Uit: Een beetje boos mag best. Tekeningen Sylvia Weve. Samenstelling Paula Irik. Uitgeverij Elikster, 2018.

Teksten van mensen met dementie ofwel teksten in ‘dementees’  staan er in dit boek: “een schatkamer boordevol rijkdom”.  ‘Dementees’ lijkt net poëzie, stelde geestelijk verzorger Paula Irik vast, die de teksten verzamelde en selecteerde.
Dementees doet een beroep op de verbeeldingskracht en het inlevingsvermogen, het gevoel voor symboliek en zingeving van luisteraar of gesprekspartner.  Wie die moeite neemt kan het gangbare idee van ‘wartaal’ van dementeren meteen loslaten en meebewegen op de vloeibare zeggingskracht en schoonheid die de woorden van dementerenden vaak hebben.
In het boek is de tekst op de linkerpagina van een van de vier hierboven genoemde bewoners van een verpleeghuis in Amsterdam. Rechts staat telkens een gedicht van Bette Westera, die een paar zinnen uit de linkertekst koos en daarmee haar eigen gedicht maakte.
Verrassend hoe sterk de ‘dementese’ teksten zijn, hoe klankrijk, betekenisvol en veelzeggend. ‘Hier heb ik niets aan toe te voegen’ dacht Westera aanvankelijk maar ging toch aan de slag. ‘Een feest om te doen’ was haar conclusie achteraf.
Een feest zijn de teksten ook om te lezen. Dit boek kan hulpverleners, familieleden en vrienden van mensen met dementie helpen in hun communicatie met hun geliefden en cliënten.
De prachtige, kleurrijke tekeningen van Sylvia Weve, soms grappig, soms indringend, maken de gedichten af, voegen een dimensie toe.

En na de oorlog

Stilte
En na de oorlog
vervangt de stilte hun zoon.
Een kerkhof het veld.

En na de oorlog
vervangt de stilte hun zoon.
Wijl vogels zingen.

Nacht
Tot diep in de nacht,
het klaaglijke kermen van
half gesneuvelden.

Tot diep in de nacht,
het smekken van de ratten
in het niemandsland.

Voor jaarsbloeiers
Lente, middenin
het kapotgeschoten bos
de voorjaarsbloeiers.

En jaren later
nog een oorlogshelm tussen
de voorjaarsbloeiers.

Jongeren
Een bus jongeren,
in stilte met hun smartphones.
In de loopgraven.

Een bus jongeren,
bijna zo oud als zij toen.
Tussen de kruisjes.
Geert de Kockere. Uit: En na de oorlog. Tekeningen Nelleke Verhoeff. De Eenhoorn, 2018. 
Speciaal ter gelegenheid van de herdenking van 100 jaar einde van de Eerste Wereldoorlog (11-11-2018) schreef Geert de Kockere 100 aangrijpende haiku’s over de oorlog.
Wie jongeren wil doordringen van de zinloze ellende die oorlog is, laat ze kennismaken met deze korte maar erg indringende gedichten.
Heel geschikt ook voor gebruik in het onderwijs, tijdens geschiedenislessen of juist taal- of poëzielessen. Niet alle gedichten zijn luchtig, en niet alle gedichten zijn moeilijk, blijkt maar weer eens uit dit boekje met sobere sfeertekeningen bij de gedichten.
Leeftijd: 12+

Troon zoekt kroon, sprookjes voor jonge lezers Riet Wille

De 3 spinsters
‘Ik wil niet!’ roept Lies.
‘Je moet!’ gilt mama.
‘Spinnen zal je!’
‘Nee!’ roept het meisje weer.
Mama is woest.
Ze trekt Lies naar zich toe
en geeft haar een tik.
Lies brult en tiert.
Net dan komt de koning langs.
‘Wat is hier aan de hand?’ vraagt hij.
Mama schaamt zich voor haar kind.
‘Ze spint de hele tijd,’ liegt ze.
‘Spinnen, spinnen, spinnen.
Lies stopt nooit.
En ik kan niet genoeg vlas kopen,
daar ben ik te arm voor.
Lies staart haar mama aan,
maar ze houdt haar mond.
De koning lacht:
‘Weet je waar ik dol op ben?
Bij het spinnen snort het wiel zo mooi.|
Het is net een lied.
Weet je wat?
Ik neem Lies mee naar mijn paleis.
[…]’
Uit: Troon zoekt kroon. Sprookjes voor jonge lezers. Riet Wille & Riske Lemmens. De Eenhoorn, 2018.
Oeroude sprookjes in korte, eenvoudige taal: wat een goede vondst van Riet Wille.
Klein Duimpje, Vrouw Holle, Hans en Grietje en Blauwbaard, allemaal worden ze herverteld door meesterverteller-kortetaal Wille die weliswaar sommige gruwelijke maar onontkoombare details even aanstipt maar nergens enorm uitdiept waardoor de sprookjes ook voor jongere kinderen geschikt zijn. Jammer van de nadrukkelijke UITsmijter aan het eind van elk verhaal. Voegt niets toe en bederft een beetje de voorgaande leeservaring. Riske Lemmens maakte royale, sfeervolle tekeningen bij de sprookjes, in prettige, heldere kleuren.
Verhalen zijn inclusief korte verwerkingsopdrachten, soms wat kinderachtig.
Geschikt voor beginnende lezers, jonge kinderen en nieuwe Nederlanders en Vlamingen.
Leeftijd 4+