Stilte
En na de oorlog
vervangt de stilte hun zoon.
Een kerkhof het veld.

En na de oorlog
vervangt de stilte hun zoon.
Wijl vogels zingen.

Nacht
Tot diep in de nacht,
het klaaglijke kermen van
half gesneuvelden.

Tot diep in de nacht,
het smekken van de ratten
in het niemandsland.

Voor jaarsbloeiers
Lente, middenin
het kapotgeschoten bos
de voorjaarsbloeiers.

En jaren later
nog een oorlogshelm tussen
de voorjaarsbloeiers.

Jongeren
Een bus jongeren,
in stilte met hun smartphones.
In de loopgraven.

Een bus jongeren,
bijna zo oud als zij toen.
Tussen de kruisjes.
Geert de Kockere. Uit: En na de oorlog. Tekeningen Nelleke Verhoeff. De Eenhoorn, 2018. 
Speciaal ter gelegenheid van de herdenking van 100 jaar einde van de Eerste Wereldoorlog (11-11-2018) schreef Geert de Kockere 100 aangrijpende haiku’s over de oorlog.
Wie jongeren wil doordringen van de zinloze ellende die oorlog is, laat ze kennismaken met deze korte maar erg indringende gedichten.
Heel geschikt ook voor gebruik in het onderwijs, tijdens geschiedenislessen of juist taal- of poëzielessen. Niet alle gedichten zijn luchtig, en niet alle gedichten zijn moeilijk, blijkt maar weer eens uit dit boekje met sobere sfeertekeningen bij de gedichten.
Leeftijd: 12+

De 3 spinsters
‘Ik wil niet!’ roept Lies.
‘Je moet!’ gilt mama.
‘Spinnen zal je!’
‘Nee!’ roept het meisje weer.
Mama is woest.
Ze trekt Lies naar zich toe
en geeft haar een tik.
Lies brult en tiert.
Net dan komt de koning langs.
‘Wat is hier aan de hand?’ vraagt hij.
Mama schaamt zich voor haar kind.
‘Ze spint de hele tijd,’ liegt ze.
‘Spinnen, spinnen, spinnen.
Lies stopt nooit.
En ik kan niet genoeg vlas kopen,
daar ben ik te arm voor.
Lies staart haar mama aan,
maar ze houdt haar mond.
De koning lacht:
‘Weet je waar ik dol op ben?
Bij het spinnen snort het wiel zo mooi.|
Het is net een lied.
Weet je wat?
Ik neem Lies mee naar mijn paleis.
[…]’
Uit: Troon zoekt kroon. Sprookjes voor jonge lezers. Riet Wille & Riske Lemmens. De Eenhoorn, 2018.
Oeroude sprookjes in korte, eenvoudige taal: wat een goede vondst van Riet Wille.
Klein Duimpje, Vrouw Holle, Hans en Grietje en Blauwbaard, allemaal worden ze herverteld door meesterverteller-kortetaal Wille die weliswaar sommige gruwelijke maar onontkoombare details even aanstipt maar nergens enorm uitdiept waardoor de sprookjes ook voor jongere kinderen geschikt zijn. Jammer van de nadrukkelijke UITsmijter aan het eind van elk verhaal. Voegt niets toe en bederft een beetje de voorgaande leeservaring. Riske Lemmens maakte royale, sfeervolle tekeningen bij de sprookjes, in prettige, heldere kleuren.
Verhalen zijn inclusief korte verwerkingsopdrachten, soms wat kinderachtig.
Geschikt voor beginnende lezers, jonge kinderen en nieuwe Nederlanders en Vlamingen.
Leeftijd 4+

Als kind wilde ik graag schilder worden.
Maar ik gaf die droom op, omdat de grote mensen
mijn tekeningen niet begrepen.

(De grote mensen begrijpen nooit iets vanzelf,
het is echt vermoeiend voor kinderen
om altijd alles te moeten uitleggen.)

Ik koos dus een ander beroep
en leerde vliegtuigen besturen.

Op een dag ging mijn vliegtuig stuk,
midden in de Sahara-woestijn.
Ik moest het repareren en gauw.
Ik had maar water bij me voor een week.

Die eerste nacht viel ik in het zand in slaap.
Toen de zon opkwam, maakte een zachte stem mij wakker.
‘Teken alsjeblieft een schaap voor mij…’
[…]
Verteld door Agnės de Lestrade. Uit: De kleine prins. Naar de klassieker van Antoine de Saint-Exupery. Illustraties Valeria Docampo. De Eenhoorn, 2018.
Lieve hervertelling van het bekende verhaal van de kleine prins die een bloem en een vos temt en daar erg gelukkig van wordt.
Tekeningen in een ongewone fantasierijke stijl, licht absurd en flamboyant.
Leeftijd: 4+

Het Piekermannetje
Klaas Vaak klom uit een raam. Hij was moe, want hij had de hele avond hard gewerkt. Het leek wel of steeds meer kinderen tegenwoordig hulp nodig hadden bij het in slaap vallen.
Daarom droeg Klaas Vaak over zijn schouder een knapzakje vol met slaapzand.
Behendig klom hij via de uitsteeksels op de muren naar beneden. Hij was op weg naar een plekje om zelf te gaan slapen, maar iets deed hem stilstaan.
Al een tijdje had hij het gevoel dat hij niet alleen was. Hij keek om zich heen, maar de nacht was donker en stil. Er was zelfs geen poes op straat.
[…]
‘Wie is daar?’
Een piepklein mannetje stapte uit een donkere nis. Hij was net als Klaas Vaak niet veel groter dan een grotemensenduim.
[…]
Janneke Schotveld. Uit: De kikkerbilletjes van de koning en andere sprookjes. Illustraties van o.a. Thé Tjong-Khing, Annet Schaap, Milja Praagman, Martijn van der Linden ea. Van Holkema & Warendorf, 2018. 
Een sprookjesboek met moderne sprookjes, wat een goede vondst van Janneke Schotveld, die bij kinderen vooral bekend is met haar Superjuffieboeken.
Het zijn sprookjes waarin kinderen zich kunnen herkennen terwijl de vijftien verhalen toch echt over prinsen en prinsessen, koningen en heksen gaan.  Twee koningen adopteren samen een kindje, een prinses kiest in plaats van een prins uit de 1000 die haar ouders voor haar hebben uitgezocht, liever een prinses, en het piekermannetje en Klaas Vaak hebben het hardstikke druk met al die kinderen die zich suf piekeren over citotoetsen, hun dode poes, stoer zijn of hun drukke weekschema’s zoals hockey, bijles en kinderyoga. En prins Max wordt gered door een dappere ridster.
Er is ook een computervrouwtje ‘zo klein als een vlo, zo dun als een haar en zo soepel als een elastiek’ waarvan er in elke computer een woont.
Schotveld vertelt de sprookjes vrolijk en met vaart, zonder veel poespas of omhaal. Dat pakt meestal goed uit. Soms mis je de onderlaag waar sprookjes van oudsher in uitblinken. De tekeningen, voor elk verhaal van een andere illustrator, zijn van hoog niveau en maken er een echt sprookjesboek van.  Want daar horen nu eenmaal tekeningen in.
Leeftijd: 6+

A
Vaak ben ik alleen
een kat die dwaalt in een flat,
maar met de dingen om me heen
beleef ik altijd wat.

bloemen
Een vaas vol kleur
is wat ik op de tafel zie.
Een tuin vol geur
is wat ik ruik. Hatsjie!

[…]
Reine de Pelseneer. Uit: Alleen Zacht. Een dag in de flat van Kat. Illustraties Leen de Pelseneer. De Eenhoorn, 2018.
Een A-B-C-boekje met versjes voor jonge lezers over alledaagse dingen en gebeurtenissen.
Leeftijd: 5+

 

‘Zeg hoor ‘s,’ zegt Boer Boris,
‘er moet een kerstboom komen.
Het is al bijna Kerstmis en we hebben er nog geen.
We moeten naar het bos.
Daar staan wel honderd bomen!
Kom, trek je jas en wanten aan, dan rijden we erheen.’

‘Dit is een leuke boom,’ zegt Sam, ‘al is-ie iets te klein.
Maar met een grote piek erop zal hij de mooiste zijn.’
[…]
Ted van Lieshout. Uit: Kerstmis met Boer Boris. Tekeningen Philip Hofman. Gottmer, 2018.
Aan de fijne BoerBoris-formule is ook in dit elfde deel niets veranderd: de kleine boer beleeft alledaagse avonturen met zijn zus, broer en boerderijdieren, De teksten zijn nog steeds even heerlijk om voor te lezen: rijmend, ritmisch en soms vrolijk onvoorspelbaar en de verrukkelijke tekeningen blijven een feest om te bekijken.
Vast terugkerende pagina-elementen muis, vogel, kat en hond zorgen als vanouds voor veel zoekplezier bij jonge lezers/kijkers. En Boer Boris zou Boer Boris niet zijn als er niet een fijne kersttwist aan het eind komt.
Leeftijd 2+

 

Waar is Reinaert? 
Waarin Reinaert de Vos beschuldigd wordt van het stoken in een goed huwelijk
Terwijl Reinaert de Vos tijdens het monopoly-spelen
met zijn kinderen stiekem een briefje van duizend
uit de bank jatte en zich te goed deed aan een kipkluifje, verklaarde Koning Nobel in de paleistuin
de jaarlijkse Hofdag voor geopend.
‘Fijn dat jullie er allemaal zijn,’ sprak hij.
‘Ik mis anders mijn oom,’ zei Grimbeert de Das.
‘Reinaert de Vos.’
‘Die mis ik ook,’ zei het hondje Courtois. ‘Als kiespijn!’
[…]
Koos Meinderts. Uit: De schelmenstreken van Reinaert de Vos.
Tekeningen: Carel Cneut, Charlotte Dematons, Annette Fienieg, Piet Gröbler, Annemarie van Haeringen, Alice Hoogstad, Mies van Hout, Martijn van der Linden, Sanne te Loo, Daan Remmerts de Vries, Ingrid Schubert, Dieter Schubert, Hanneke Siemensma, Noëlle Smit, Harmen van Straaten, Thé Tjong-Khing, Marije Tolman, Ludwig Volbeda, Fleur van der Weel, Sylvia Weve.
Hoogland & Van Klaveren, 2018. 

Puur leesplezier in deze meesterlijke hervertelling van het epische Middelnederlandse dierdicht Van den vos Reynaerde, uit de 2e helft van de 13e eeuw. Het was een van de hoogtepunten van de Middeleeuwse Nederlandse literatuur,  zelf weer gebaseerd op het Latijnse dierenepos Ysengrim.
Koos Meinderts vertelt de verhalen fris en smakelijk, hier en daar volks, soms grappig, soms plechtig en  in elk geval zo dat je voortdurend wilt doorlezen. Elk woord staat op zijn plaats, nergens doet Meinderts een knieval voor kinderlijk of braaf en aangepast taalgebruik.
Naast de titelpagina vindt de lezer dan ook de volgende tekst:  ‘Waarschuwing: Het lezen van de schelmenstreken van Reinaert de Vos kan ernstige schade toebrengen aan de tere kinderziel.’
Een gewaarschuwd lezer weet wat haar/hem te wachten staat.
Elk van de 18 paginagrote verhalen is levendig geïllustreerd door telkens een andere topillustrator. Daardoor ziet Reinaert er steeds anders uit maar blijft duidelijk herkenbaar en de verhalen krijgen zo een aparte dynamiek. Onovertroffen, deze hervertelling.
Voor werkelijk elke leeftijd.

 

‘Nog eventjes stilstaan,’
fluistert Suzie tegen Hond.

‘Kan je rechterpootje iets omhoog?
En past er ook een appel in je mond?’

Hond staat hier al uren!
Maar Suzie is nu bijna klaar,
dus ’t kan niet lang meer duren.
[…]
‘Ik zat niet te slapen hoor’
zegt opa suffig.
Hij wrijft de rimpels
uit zijn gezicht.

‘Ik had alleen heel even
mijn oude ogen dicht.’

‘Dat is mooi geworden!’ roept opa
wanneer hij de tekening ziet.
‘Alleen ehhh…zo’n drakenstaart
heb ik in het echt toch niet?’
Jaap Robben. Uit: Suzie Ruzie gaat tekenen. Tekeningen Benjamin Leroy. Gottmer, 2018. 
Het is weer een dolle boel in dit vierde deel over de eigenzinnige, energieke peuter Suzie van wie de fantasie alle kanten opvliegt. Laat Suzie maar schuiven.
Leeftijd: 2+

 

ADA! ADA! ADA MARIE!
Ze praatte nog niet en toch was ze al drie.
Terwijl ze in haar bedje te trappelen stond,
zei ze geen woord en keek in het rond.

Met een slinger van spulletjes achter zich aan
stoof ze door het huis om op verkenning te gaan
naar alles wat ze hoorde en alles wat ze zag,
totdat ze in slaap viel aan het eind van de dag.

Haar ouders waren niet helemaal op hun gemak,
toen Ada na een tijdje nog altijd niet sprak.
Maar ach, zeiden ze, het komt vast wel goed,
ze zal heus gaan praten als ze vindt dat het moet.

Precies dat gebeurde toen ze drie was geworden.
Ada, die weer nieuwe spullen opsnorde,
klom op de klok heel behendig en snel.

Maar toen riepen haar ouders:
‘NIET DOEN!’
(Logisch wel).

Ada’s lip trilde even,
en misschien was het daarom
dat ze diep ademhaalde
en toen vroeg:
‘WAAROM?’
[…]
Ada deed wetenschappelijk wat je moet doen:
ze begon met één vraagje, maar dat splitste zich toen.
Van elk van die vragen kwamen er meer,
en zo ging het verder, iedere keer.
Want denken is graven. Je duikt ergens in.
Ze noteerde haar vragen en tikte op haar kin.
Ze begon met Waarom? en toen Hoe? Wat? Wanneer?
En aan het eind van de hal was Waarom?  er dan weer.
[…]
Andrea Beaty. Uit Ada Dapper Wetenschapper. Illustraties David Roberts. Vertaling Edward van de Vendel. Uitgeverij Nieuwezijds, 2018. 
Een vrolijk, grappig en inspirerend prentenboek, belangrijk ook, dat er nog niet was over een meisje van drie dat alles maar dan ook alles diepgravend onderzoekt en haar ouders en later haar leerkrachten regelmatig tot wanhoop drijft maar niet anders kan dan zich keer op keer afvragen hoe   de wereld en alles wat ze om zich heen ziet in elkaar steekt.

Het boekidee is geïnspireerd door en personage Ada losjes gebaseerd op twee beroemde vrouwelijke wetenschappers: de wiskundige en eerste computerprogrammeur Ada Lovelace en onderzoeker Marie Curie, die de elementen polonium en radium ontdekte, en wier werk leidde tot het uitvinden van röntgenstraling.

Leuk voor meisjes en jongens, met mooi ritmisch en helder vertaalde rijmende teksten door ons aller Edward van de Vendel en met duidelijke, kleurige en strakke hippe tekeningen in waterverf, penseel en inkt, soms  pen
Leeftijd 3+.

Mussig
de theologen
op het dak van het kippekot
zijn er nog steeds niet achter
hoe de kruimels er komen
die soms daar zijn
maar nog veel vaker niet
soms lijkt het wel, of filosoferen helpt
dat doen ze dan ook wel
scheefkops
nadenkelijk
ze zijn het er niet over eens
alleen één ding is zeker:

als de Ondoorgrondelijke Goedheid
dichterbij komt
moet je wég wezen
J.C. van Schagen. Uit: Mussenlust, de huismus in 50 gedichten en 150 tekeningen van Peter Vos. Samenstelling Peter Müller. Uitgeverij Müller, 2018.
Weinig poëziebundels toveren zo vaak een brede glimlach op mijn gezicht tijdens het lezen als deze, waarin de lof van onze huismus in vele toonaarden wordt bezongen door een keur aan dichters, Nederlandse en van elders.
Geen vogel mag zich zo in de aandacht van dichters verheugen als ons luid sjilpende huis-, tuin- en keukenvogeltje, dat in aantallen zorgwekkend snel achteruit gaat.
Is het zijn of haar ogenschijnlijk bescheiden verenkleed, gezellige getjilp of herkenbare groepsgedrag dat zo tot de verbeelding spreekt? Plakken we al onze menselijke neigingen op dit nabije maar vaak ongeziene vogeltje?
Nooit zul je meer een mus achteloos voorbijlopen na het lezen van deze gedichten. Nooit meer niet goed kijken naar de geraffineerd getekende fijne veertjes, de veelzeggende lichaamstaal en alle verschillen tussen al die individuele vogeltjes na het bekijken van de 150 tekeningen van tekenaar Peter de Vos.
Een boek voor vogelliefhebbers, poëzieadepten en beeldminaars.