Denk maar niet
ik denk
niet aan een olifant
niet aan zijn slurf
zijn poten
niet aan zijn ruwe
grijze huid

ik denk
niet aan een olifant
ik denk
aan een trompet
aan een oude boom
en aan een koning
op zijn troon
die woont
in een heel ver land
hij knikt deftig naar de mensen
die staan te kijken langs de kant
de koning wuift ze toe
vanaf de rug
van een grote

NEE!
Miriam Bruijstens. Uit: Ik huppel naar je lach. Illustraties Iris Boter. Van Goor, 2019.
Herkenbare situaties in eenvoudige,  rijmende versjes over te veel nadenken, schaatsen, verstoppen of boos zijn. Het leven van alledag, geportretteerd met het hoofd van een kind van 7, 8, 9 jaar. Afwisselende tekeningen, sfeervol, dromerig of juist uitbundig.
Leeftijd 6+

 

 

Kindjes, kindjes, zet jullie rond mij.
Pyamaatjes aan, de knuffels erbij.
Tandjes gepoetst en pipi gedaan?
Gordijntjes toe, nachtlampje aan.

De volgende versjes over foute figuurtjes,
duiveltjes klein vol duiveltjeskuurtjes.
Vijf vreemde duivels vol duiveltjesgrillen,
zijn vaak dichterbij dan je zou willen.

We beginnen meteen met Duiveltje Een.
Dit klein rood geval, herken je meteen:
hij houdt zonder blozen van heel boze kindjes,
blazende, razende, heel slecht-gezindjes.

Van vuistjes die knijpen, van knarsende tandjes,
van stampende voetjes en kletsende handjes.
Van kindjes die brullen, die grommen of gillen,
die niet netjes vragen, maar moeten en willen.

Zelf heeft hij geen vriendjes, is altijd alleen.
Hij plaagt en hij pest en hij is heel gemeen.
Hij wil steeds de baas zijn, alles bevelen,
is vals en oneerlijk, zo mag je niet spelen.
[…]
Robin Aerts. Uit: Duivelsversjes. Illustraties Xavier Mariën. De Eenhoorn, 2019.
Duiveltjes die van kinderen houden die niks lusten, zich niet willen wassen en overal troep maken in de hoop dat je kinderen het tegenovergestelde gaan doen: dat leest lekker voor aan je kroost.
De boodschap in deze ritmische, strak rijmende versjes over vijf duiveltjes wordt er luidkeels ingewreven, met her en der al te nadrukkelijke rijmdwang: blijf rustig, eet veel groente, ruim je kamer op, was je goed met zeep en vooral: laat je niet bang maken.
Nogal braaf dus maar door het zingende karakter van de tekst stoort dat minder dan je zou denken. De schrijver is dan ook bassist van de Vlaamse rockgroep Het Zesde Metaal, zijn muzikale achtergrond sijpelt door in dit boek.
Ook de illustraties zijn flink rock & roll, met zichtbare invloeden uit de stripboeken- en popcultuur. De duiveltjes hebben lange tanden en horentjes, bijten en spuwen vuur in aardekleuren als rood, grijs, bruingeel en zwart.
Dit niet-lievige maar wel brave prentenboek is niet voor ieder kind maar voor sommigen vast heel geweldig.
Leeftijd5+

Zwart
Wit
Niets.
Is niets wit, als een vel papier waar nog niets op geschreven staat? Of is niets zwart, als alle lichten uit zijn en je geen hand voor ogen kunt zien?
Is niets misschien blauw, als een lege lucht zonder vogels, wolken en vliegtuigen erin? Nee. Niets is in ieder geval niet blauw. Dat weet ik zeker. De lucht is juist boordevol blauw. Dat zíé je!
[…]
Ted van Lieshout. Uit: Kleuren. Een tentoonstelling over kleur & kunst. Leopold, 2019.
Zeven jaar deed Ted van Lieshout er over om dit boek zo te maken als het nu is, vertelde hij niet lang geleden op de Amsterdamse Uitmarkt in De Grote Vriendelijke Podcast. In die zelfde feestelijke bijeenkomst kreeg hij te horen dat hij van de Griffel- en Penseeljury op 1 oktober 2019 de zeldzame Boekensleutel krijgt voor zijn boek Ze gaan er met je neus vandoor.

Kleuren is een heel ander boek. Minstens zo rijk. Geen gedichten of spel met letters en vorm, maar, nogal wiedes, veel kleuren met bijbehorende weetjes, verhalen en uitleg, in voor elke kleur een eigen hoofdstuk.
Ook al is een boek normaal gesproken geen tentoonstelling, dit boek is dat wel zeker. Het is tegelijkertijd ook een wandeling door de kunstgeschiedenis, een flardje kleurenleer, een vleugje natuurkunde, allemaal om de lezer op een begrijpelijke manier duidelijk te maken hoe dat precies zit met al die verschillende kleuren.
Spannende weetjes, verhalen en uitleg over hoe je kleuren maakt en waar ze vandaan komen.
Dat de regenboog alle kleuren heeft waaruit het licht bestaat. En hoe dat komt.
Dat kleuren door golven komen en een rode muts alleen rode lichtgolven terugkaatst en een blauwe broek alleen blauwe.
Wist je dat een bepaald blauw duurder is dan goud omdat het komt van lapis lazuli, een steen uit Afghaanse mijnen? En dat onze worteltjes oranje zijn omdat die werden gekweekt vanwege ons koningshuis en ze het wonnen van andere worteltjeskleuren?
En dat de kleur rood aanvankelijk van dode luizenschildjes kwam, waardoor die luizen bijna allemaal werden uitgemoord?
Dat het rood in de Nederlandse vlag eerst oranje was, maar omdat er geen kleurvaste oranje textielverf was, men uiteindelijk maar voor rood koos?

In elk hoofdstuk staan ook foto’s van schilderijen waarin de kleur van dat ene hoofdstuk extra opvalt zoals Rembrands beroemde huwelijksportretten van Marten en Oopjen, vanwege de manier waarop Rembrandt het diepzwarte zwart heeft geschilderd.
Hoe Vincent van Gogh geel en blauw tegenover elkaar zet in zijn schilderij  Het gele huis.
Dat in 1853 de achttienjarige Britse William Perkin in zijn zoektocht naar een medicijn tegen malaria ontdekt dat hij uit de zwarte roet van petroleumlampen de kleur mauvepaars kan maken.
En hoe komt de spijkerbroek eigenlijk aan zijn internationale naam ‘jeans’? En aan zijn kleur ‘denim blue’?

Van Lieshout vertelt met plezier en smaak, goed gedoseerd en geïnformeerd zoals we van hem gewend zijn, in prettig heldere taal. Wat een rijkdom, zo’n inventieve, originele en veelzijdige kunstenaar in ons midden.
Zouden er kinderen bestaan die al die leuke informatie in dit boek níet willen weten? Ik betwijfel het.
Leeftijd 7+

 

 

 

 

Zie je wel, ik pas erin,
maar die schoenen hebben geen zin.
Ze willen maar niet snappen
dat ik oefen voor reuzenstappen.

Spetter spatter spetter spat
mijn voetjes worden toch niet nat.
Dus zingen ze van ras, ras, ras,
twee laarsjes dansen in een plas.

[…]
Riet Wille. Uit: Van je ras, ras, ras twee voetjes in een plas. Illustraties Ingrid Godon, De Eenhoorn, 2019. 
Lief kartonnen peuterboekje met vierregelige rijmpjes over wat je allemaal aan je voeten zou kunnen doen. Zachte, kleurrijke en beeldende tekeningen, fijn voor deze doelgroep.
Leeftijd 2+

De dag kan beginnen
want Bobbie is jarig.
Ze heeft al een poosje
een wens met een staart…
Niet een hamster of kat.
Ook geen hond of een rat.
Nee, Bobbie weet: ik wil een paard.

Nu gaat het gebeuren,
ze krijgt haar cadeautje…
‘Om fijn op te rijden,’
zegt papa erbij.
Bobbie huppelt en springt,
doet een dansje en zingt.
‘O pap, mam! Een paard? Echt? Voor mij?’
Gideon Samson. Uit: Ik wil een paard. Tekeningen Milja Praagman. Gottmer, 2019.
Bovenstaande tekst lijkt heel alledaags, meisje wil een paard voor haar verjaardag, meisje krijgt een paard voor haar verjaardag.
Maar op de tekening springt Bobby níet op de rug van een paard.
Geestig spel met verwachtingen in dit boek. Peuters zullen zich verkneukelen over wat er allemaal kan met een cadeau en hoe Bobby uiteindelijk – natuurlijk – toch aan een paard komt. Prettige samenwerking tussen Zilveren Griffelwinnaar Gideon Samson en Zilveren Penseelwinnaar Milja Praagman.
Leeftijd: 2+

 

Vandaag wordt oma heel veel jaar.
Thomas heeft zijn cadeau al klaar.
Wat erin zit, is geheim.
Nu puzzelt hij op een verjaardagsrijm.

Hij oefent: ‘Hiep hiep hoera,
lang zal ze leven…’
Maar hé, wat ligt daar?
Wat gaan we nu beleven?

Wat rijmt er op stoep…?
Het is een tas vol…
SNOEP!
Het water loopt Thomas in de mond.
Maar o jee, wat doet die hond?
Harmen van Straaten. Uit: Wat rijmt er op stoep? Leopold, 2019.
Rijmend ritmisch verhaal over Thomas die onderweg is naar zijn jarige oma en onderweg van alles beleeft. Steeds als je denkt dat een schuttingwoord het enige mogelijke rijmwoord kan zijn, volgt er een onverwachte tekst.
Vrolijk, grappig taalspelverhaal waar kinderen met veel plezier hun eigen rijmwoorden aan toe zullen voegen en expressieve, kleurige tekeningen in de bekende Harmen van Straatenstijl.
Leeftijd: 2+

De zee
Het kan de zee niet schelen
of ik lach gehuld in zijde
of snik in een gescheurd rokje.

De zee
stroomt toe
en weer weg
blijft ademen
en razen
en bedaart weer
ondanks alles
wat ik de waterkant
toeschreeuw.

De zee luistert alleen naar zijn eigen stem
en niet naar het lawaai van degenen die hem
de wet willen voorschrijven.

Ik zou willen dat ik meer op de zee leek.
Sarah Crossan. Uit: Toffee. Kluitman, 2019.
Dit is de vierde verzenroman van deze Ierse, veelbekroonde schrijfster, en weer is het raak. In eenvoudige, korte teksten weet Crossan haar personages zo indringend tot leven te brengen dat ze heel dichtbij komen.
Allison, weggelopen van haar gewelddadige vader, zoekt beschutting in een, denkt ze, leegstaand huis. Dat huis is van de dementerende Marla die Allison aanziet voor haar jeugdvriendin Toffee. Allison weet niet waar ze anders heen moet en speelt het spel mee. Allengs komen de twee vrouwen dicht bij elkaar, zorgt Allison voor Marla. Maar Marla ook voor Allison.  Maar haar vader is op zoek naar Allison. En Marla vergeet steeds vaker wie ze is. Hoe redt Allison zich hier uit?
Het onderwerp lijkt niet meteen iets waarover een jongere zou willen lezen. Of een oudere. Toch neemt Crossan je mee in dit ontroerende verhaal, al is haar taal minder poëtisch dan in haar vorige boeken, het citaat hierboven is meteen het meest poëtische stukje van het hele boek. Of ligt het wellicht aan de vertaling, die hier en daar gortdroge teksten?
Leeftijd: 12+

Dode goudvis
Mijn goudvis lag vanmorgen naast zijn kom.
Hij zwom in rondjes plots het hoekje om.
Daar lag hij op de afgetrapte mat
met kieuwen happend in zijn eigen nat.
Zijn vinnen vinnig maaiend in het rond
alsof hij vliegen amusanter vond.
Toen schudde hij voor ’t laatst zijn schubbenjas
en…
Wist ik dat mijn goudv-is nu een goudv-was was.
Karin Jacobs. Uit: Bibbervlees. Bangelijke gedichten voor koelbloedige kinderen. Illustraties Harmen van Straaten. Davidsfonds/Infodok, 2019. 
Willen kinderen dat wel, gedichten lezen over Charlotje die tijdens het zwemmen in zee door een haai een been, een arm en een oog verliest?
Over een opa die zo hardhandig de haren van zijn kleinkind knipt dat dat kind bloedend en helemaal aan stukjes geknipt op de grond beland? Of over Adolf, de Duitse barbaar die in het circus met leeuwen vecht maar daarbij uiteindelijk smakelijk door diezelfde wordt opgegeten?
Ik betwijfel het. Gedichten om je te helpen nooit meer bang te zijn of nooit meer gepest te worden: graag.
Maar deze gedichten, in strakke rijmschema’s en traditionele versvormen, gaan verder dan dat: ze zijn soms ronduit smerig of grof, tot vloekend toe. Benieuwd welke doelgroep de uitgever met deze bundel op het oog heeft. De sfeerrijke tekeningen van Harmen van Straaten laten mooi zien wat er gebeurt, maar voegen weinig aan de teksten toe.
Leeftijd:?

 

Lievelingskleur
Wat is je lievelingskleur?
Nou?
Nou?
Nou?

Eh…misschien blauw.

Wat is misschienblauw voor soort blauw?

Mooie-stenenblauw?
Dooie-tenenblauw?
Staalblauw?
Vaalblauw?
Pracht-en-pronk-en-praalblauw?
Zon-nog-net-niet-opblauw?
Beurse-plek-geschoptblauw?

Blauweregenblauw?
Oude-tegelblauw?
Koublauw?
Grauwblauw?
Ik-hou-niet-meer-van-joublauw?
Middellandse-Zeeblauw?
Bosbessenpureeblauw?

Of haast-niet-meer-te-zienblauw?
Is dat misschien misschienblauw?

Nee, wacht.
Geel.
Ik kies toch maar geel.

Wat is tochmaargeel voor soort geel?
WEET IK VEEl?!
GEEL!

Joke van Leeuwen. Uit: Hee daar mijn twee voeten. Versjes. Querido, 2019.
Zodra het over gedichten gaat en het woord ‘versjes’ valt, is daar die twijfel of iets serieuze poëzie is.  Daarvoor hoef je in deze bundel niet bang te zijn, al staan er verschillende  ‘versjes’ in: luchtige, ritmische teksten op rijm.
Maar ook gedegener werk, hoewel altijd met een talige twist of knipoog, origineel op z’n Joke van Leeuwens. Sommige teksten blijven hangen in taalgrap of anekdote, hier en daar is het soortelijk gewicht van een tekst (te) laag, maar van Leeuwen experimenteert fijn met teksten, tekeningen, uitroepen en vormgeving en is op haar best in wonderlijke gedichten als  ‘Tegen een dode mug (die dit levend niet kon verstaan)’ .
Leeftijd: 9+

Als jullie dit lezen, zijn mijn aantekeningen dus gevonden.
Ik laat ze hier veilig bij mijn kamp achter, met een paar andere dingen die ik niet mee kan nemen. In deze aantekeningen staat wat ik in mijn leven heb ontdekt, en dat geef ik nu aan jullie.
Hierin kunnen jullie alles vinden – van hoe je een schuilplek kunt maken, tot hoe je een vlot moet bouwen en wildkampeert – maar ook een paar van mijn eigen avonturen.
Lees alles goed. Je zult het nodig hebben als je zelf ooit ook op ontdekkingsreis gaat.
ONTHOUD: wees een goed mens, beleef avonturen…
en let op je ouders.
Ik zal altijd aan jullie denken,
De Onbekende Ontdekkingsreiziger (tekst en illustraties). Uit: Het geheime boek van de ontdekkingsreiziger (auteur onbekend…) Een survivalhandboek. Een reisverslag. Een goudmijn aan informatie! Samensteller Teddy Keen. Lemniscaat, 2019.
Zo vang je een vis
Ontwerp een boshut voor de nacht
Nacht in een sneeuwhol
Poepen in het wild
Noodmaaltijden
Iemand vindt tijdens een trektocht met zijn vrienden in een uithoek van de Amazone in een verlaten hut een verroest, metalen kistje. Er zitten plastic zakken met aantekeningenboeken, dagboeken en schetsboeken in, prachtig bewaard. Ze bevatten de avonturen en een stroom aan feiten, weetjes en handige tekeningen en schetsen over het overleven in de vrije natuur. Bijv. over de onderwerpen hierboven, maar ook simpelweg over hoe je een survivalkit samenstelt of hoe je moet wildkamperen of een tent opzet.
Voor kinderen in uitgestrekte gebieden met nog wilde natuur, als Australië, de Verenigde Staten of Zuid-Amerika, is het vast heel handig te weten hoe en waar je goud vindt en hoe je een kaaiman vangt en roostert,  maar ook voor Nederlandse kinderen valt uit dit boek genoeg te leren.
Wist je bijvoorbeeld dat je bij honger prima de maden uit een dood everzwijn kunt eten? Van takken kun je een tandenborstel maken, en van een broek een rugzak. Een goede kampeerplek maak je door de grond waarop je slaapt zo gelijk mogelijk te maken en steentjes en stokken weg te halen en met stiekem wildkamperen is het handig om jezelf te camoufleren met varens en een stuk rood plastic voor je zaklamp te plakken zodat je niet zichtbaar bent voor anderen.
Kortom, avontuurlijke kinderen die er graag op uit trekken kunnen een hoop lol beleven met dit boek. Onmisbaar gewoon.
Leeftijd: 8+