De vos en zijn vrouw naar een fabel uit India
In een hol, aan de rand van het bos,
woont de familie Vos.
Met de kids erbij zijn ze met 7,
maar die zijn vanavond thuis gebleven.
Vandaag was er markt in de stad.
Dan gaat het koppel Vos op pad:
daar ligt altijd wel afval te stinken
dat dierenmagen net lekker vinden.
Op de terugweg loopt het uit de hand,
altijd weer discussies over dat verstand.
Meneer Vos:
‘Hoeveel verstand heb jij?’
Mevrouw Vos:
‘Zoveel als een groentemand kan dragen.
En jij?’
Meneer Vos:
‘Zoveel als je op twaalf buffels kan laden.’
Tot die nacht dat het stel Tijger ontmoet,
die hen met een vriendelijk woord begroet.
‘Dag maatjes die naar huis afzakken,
eindelijk heb ik jullie te pakken.’
Meneer Vos panikeert.
Mevrouw Vos redeneert.
‘Dag Oom, luister even,
kan u ons raad geven?’
Tijger voelt zich vereerd.
‘Absoluut geen bezwaar.
Nichtje, vertel het maar.’
Vrouw Vos denkt diep na voor ze begint
en verzint:
‘Wij willen de kinderen verdelen.
Mijn voorstel is: ik 3, hij 2,
maar daar neemt hij geen vrede mee.
Heer Oom, hoe zou U dat klaarspelen?’
(Wat een kans! Tijger is in zijn nopjes.
Mmm…die ouders + nog 5 jonge kopjes!)
Tijger lacht: ‘Ik denk erover na.
Goed als ik met jullie meega?’
Papa Vos rent meteen O naar binnen,
mama probeert wat tijd te winnen.
‘Mijn man kan die kleintjes alleen niet aan.’
Achterstevoren kruipt ze l a n g z a a m
het hol in, nog steeds kijkt ze Tijger aan.
Die vraagt: ‘Waarom op die manier?’
‘Heer Oom, ’t is niet voor míjn plezier.
Een machtig man moet men vereren.
U kan ik toch mijn rug niet toekeren?’
Even later roepen de vossen in koor:
‘Oompje, ons probleem is opgelost hoor.
Erg bedankt…en ga er gerust vandoor.’
Tijger vloekt en bromt.
Tijger roept en gromt.
Hij is bij de neus genomen!
Dus weg zijn lekkere dromen.
Hij probeert nog in het hol te kruipen
maar als een grote stommeling…
moet hij afdruipen.
De vossenfamilie is dus gered
en meneer Vos geeft grif toe:
‘Vrouw, dat was een heel verstandige zet.’
Riet Wille. Uit: Als een vossenstaart op een landkaart. Tekeningen Sassefras De Bruyn. De Eenhoorn, 2022. 
Dierenfabels uit Duitsland, Suriname en Tibet, uit Roemenië, Afrika, het Midden-Oosten en de Verenigde Staten: Riet Wille heeft dierenverhalen van over de hele wereld bij elkaar verzameld om ze in rijmvorm te kunnen hervertellen. Dat doet ze op de van haar bekende, eenvoudige manier: met korte, kleine woorden zodat beginnende lezers (kinderen én volwassenen die Nederlands als tweede taal leren) ze kunnen begrijpen. Het is een bont en vrolijk geheel geworden, waarbij de fantastische  sfeerrijke, kleurige paginagrote beelden van Sassefras De Bruyn de verhalen op hun eigen manier vertellen met steeds weer nieuwe elementen.
Het boek is wonderschoon vormgegeven, met een stevige kaft en lekker in de hand liggend.
Leeftijd 7+

Handigheidje
Wat hier staat geschreven
is heel handig om te weten:
bananen zijn vooral bedoeld
om lekker op te eten.

Maar als je juffrouw iets vertelt
wat jij het liefst níet wil horen,
eet dan nooit bananen op
maar stop ze in je oren.

En is je juffrouw uitverteld
dan moet je niet vergeten:
bananen uit je oren,
schil eraf en smakelijk eten.

Lees dit versje hardop voor.
De klas wil het graag horen.
Maar stop – voordat je juf het hoort –
bananen in haar oren.
Erik van Os & Jan Jutte. Uit: Dat boek met die bananen. 21 kromme versjes. Gottmer, 2022. 
Het gedicht hierboven laat prima zien wat voor soort teksten er in dit boekje staan: 21 supermelige, grappige, onzinnige versjes over bananen. Van bananen met een rits, bananen als onderzetter, bananenblues, bananen waarvan de batterij op is en zo verder. Erik van Os trekt heel zijn – grote – kunnen uit de kast voor dit vrolijke boekje met absurde bananengedichten waaraan kinderen veel plezier zullen beleven. En misschien hun ouders ook wel.
Jan Jutte, met wie van Os eerder fantastisch samenwerkte in de recent verschenen bundel Applaus voor mijn vinger, heeft van elke tekening een hilarisch kunstwerkje gemaakt, waarop elke banaan een eigen persoonlijkheid krijgt.
Leeftijd: 4+

 

Ben je verdrietig?
‘Ik ben verdrietig,’ zeg je dan huilend.

Ben je dolblij?
‘Ik ben zo verschrikkelijk blij,’ jubel je misschien.

Ben je verliefd?
‘Eh…echt niet,’ stamel je (met een rood hoofd)
Begrijpen hoe mensen zich voelen, is soms knap lastig. Maar wie geduldig slimme vragen stelt, krijgt er vast een paar woorden uit.
Wat zijn woorden geweldig. Of je ze nou schreeuwt, fluistert of opschrijft. Je kunt er zoveel mee vertellen. Maar wat als je een orka in de rouw bent? Een jaloerse aap? Of een doodsbange hond? heel lang dachten mensen dat alleen onze soort emoties heeft, en dat dieren een soort levende machines zijn. Maar na jaren staren naar raven, olifanten, apen, honden en zelfs vissen weten we wel beter: en óf dieren meer zijn dan machines. Van een dolfijn in de Noordzee tot een Afrikaanse olifant, van een koe in de stal tot de papegaai van de overbuurman – ook in hun hoofd is het hartstikke druk.
Lotte Stegeman. Uit: Ik voel ik voel wat jij niet ziet. Over jaloerse apen, bange honden en schatten van ratten. Met een voorwoord van Jane Goodall. Illustraties Mark Janssen. Luiting-Sijthoff, 2022.
Heerlijk boek over dieren. Apen, koeien, kauwen, octopussen, ratten, orka’s, parkieten, leeuwen. Dieren die kunnen VOELEN. Die EMOTIES hebben. Jeetje, dat dat nog steeds niet tot sommige mensen is doorgedrongen mag wel een wonder heten, maar in dit boek legt Lotte Stegeman op indrukwekkende manier uit hoe dat gaat: rouw, verdriet, boosheid, blijdschap, jaloezie, liefde, pijn, empathie en nog veel meer. Ze laat ook dierendeskundigen aan het woord. Alles in een fijne, begrijpelijke en leesbare stijl.
Jane Goodall schrijft in haar voorwoord: “Dit belangrijke boek dat je nu vasthoudt, helpt je om meer te ontdekken over al die bijzondere dieren waarmee wij de planeet delen…Hoe beter wij dieren begrijpen, hoe meer we ons realiseren dat ze vaak slecht behandeld worden door mensen die zich gewoon niet realiseren dat dieren gevoelens hebben, net als wij.”
Zo is het. Mark Janssen verbeeldde al die emoties meesterlijk in grote, emoties opwekkende prenten waardoor je nooit, nooit meer een dier slecht wilt behandelen.
Leeftijd: 7+

Kiezen
[…]
na de zomer wordt het herfst
dan denk ik: dit is de mooiste tijd
de meeste mensen denken bij herfst
voornamelijk aan somberheid
maar als de stormwind giert
en de bomen zijn oranje
de regen klettert erop los
pak ik mijn grote regenlaarzen
en blubber vrolijk door het bos
dus had ik het voor het zeggen
en misschien vindt iedereen dat raar
dan zou het altijd herfst wezen
altijd herfst het hele jaar.
[…]
kiezen
kiezen
ik kan zo moeilijk kiezen
ik ben zo bang dat
als ik voor het ene kies
ik het andere moet verliezen
het liefste wil ik allebei
maar dat kan nu eenmaal niet
als je moet kiezen
[…]
Boudewijn de Groot. Uit: Soms als ik een vlinder zie. Tekeningen Mark Janssen, muziek Jaco van der Steen. Lemniscaat, 2022.
Opwekkende kinderliedjes van grootmeester Boudewijn de Groot, zoals over alleen zijn,  een ezelsbrug bouwen, een zingende merel, de oranje kat Schaduw, een zebra op het zebrapad en hoe het is om een vlinder te zijn.
Wie daarbij meteen denkt aan zijn lied Verdronken Vlinder uit 1970 voor volwassenen zal hier heel andere teksten aantreffen: laagdrempeliger, maar nog steeds de wereld bevragend en met een filosofische inslag. Door de dromerige beelden van Mark Janssen is het naast een voorlees-, ook een fijn kijkboek geworden, om samen grasduinend van te genieten.
Leeftijd: 6+

Kriebelen
Ik zit bij opa op de bank
en probeer niet te raden
wat hij met zijn vinger
op mijn rug tekent:

‘Een huis? Oma?
Een dubbeldekkerbus?
Een eend? Een walvis?’

Opa schudt zijn hoofd,
tekent, tekent, tekent.

Ik weet allang wat het is,
maar wat voelt nou fijner
dan gekriebel op je rug?

Na poging zes lacht opa:
‘Ik stop. Mijn vinger is moe.
Je zoekt maar een mooie jongen
om op je rug te kriebelen.’

‘En een mooi meisje?’ vraag ik.
‘Is dat ook goed?’

Ik durf niet om te kijken.
Opa zegt niets,
is even helemaal stil.

Dan schrijft hij
op mijn rug:

wie jij maar wil
Pim Lammers. Uit: Ik denk dat ik ontvoerd ben. Tekeningen Sarah van Dongen. Querido, 2022.
Los geschreven en veelomvattende gedichten zijn het: opa’s en oma’s, neven en nichten, papa’s en mama’s, broertjes en zusjes in vele gedaantes en kleuren komen op een originele manier voor het voetlicht. De gedichten lijken eerder spoken wordteksten dan poëzie, en zodra je Pim Lammers hoort voordragen vallen ze  echt helemaal op hun plek.
Vriendinnen worden met je vaders nieuwe vriendin maar tegen je moeder zeggen dat je hoopt dat ze snel verhuist, samen met mama naar het blootstrand, een neef met make-up die je moeder make-uples geeft, vaders ruilen met je klasgenoot, seksuele voorlichting van papa waarbij je zusje steeds heel hard LUL en KUT roept, verliefd zijn op je nichtje Mila, opa’s griezelige Wieka-woekamanhuisje in het bos, en ga zo maar door.
Grappig, divers, met nadrukkelijk veel aandacht voor andere samenleefvormen dan het klassieke gezin. Ook op de beeldenrijke tekeningen van Sarah van Dongen zien we veel verschillende huidskleuren en culturen, zoals mama’s met hoofddoeken. Jeugdpoëzie waar veel kinderen zich in zullen kunnen herkennen.
Leeftijd 7+

Er leefden eens, ergens ver weg, lang geleden,
een trol en een heks en een geest.
Die waren verschrikkelijk vals en boosaardig.
Zo waren ze altijd geweest.

Ze zeiden nooit ‘hoi’ en ze zeiden nooit ‘sorry’.
Ze brulden graag kwaad: ‘Hou je kop!’
Ze hielden van plagen en pesten en slecht zijn.
Ze schepten er zelfs over op.

‘Ik ben hier het slechtst én het sterkst,’
riep de trol.
‘Ik sla iedereen tegen de grond.’

De geest riep: ‘Kan wezen,
maar ik ben veel enger.
Ik wandel ’s nachts rammelend rond.’

‘Nou en?’ riep de heks.
‘Met mijn magische spreuken
verander ik mensen in luizen,
en brullende trollen in kwakende kikkers,
en dolende geesten in muizen.’

Toen zagen ze Saar met haar stippeltjeszakdoek.
Ze liep naar een huisje dichtbij
en ging er in wonen.
De heks grijnsde grimmig.
De trol gromde: ‘Die is voor mij!’
[…]
Julia Donaldson. Uit: Niet slecht! Tekeningen Axel Scheffer, vertaling Bette Westera. Gottmer, 2022.
Van de makers van de populaire Gruffaloboeken een lief avontuur, heerlijk ritmisch rijmend vertaald door Bette Westera.
Leeftijd 3+

Dansen
Genoeg geweest.

Op dit moment worden de presidenten afgezet, premiers
dictators, alle machthebbers gaan per direct
schiettuig ontmantelen en mijnen vegen, bommen rapen.
Ravage en verwoesting repareren die ze hebben aangericht.
[…]
Lucht geven we terug aan onze liefsten, mooisten, blijsten:
vogels, ach! Zoveel al uitgestorven, afgeschoten, ziek.
De aarde kan niet zonder, dus vandaar voor hen
dat hommels en insecten voorrang krijgen.

Land zullen we niet meer verwoesten, lithium en kobalt
zijn niet nodig, mensen hebben benen,
kunnen lopen. Mieren is gevraagd om hen
te ondersteunen. Die hebben weet van discipline.

Dan, als de aarde en haar schepsels zijn gered,
het universum juicht, de sterren buigen, zon en maan
heel even stilstaan, ja dan gaan we dansen,
dansen zoals duiven in de lente. Samen dansen.
Diet Groothuis. Uit: Dichter nr. 25 Klimaatverandering. Plint, 2022.
Bijna 60 gedichten over klimaatverandering, dat moet een loodzwaar tijdschrift opleveren. Toch?
Veel gedichten stemmen inderdaad verdrietig, tot nadenken of vooral handelen en dit is een onderwerp waar niemand blij van wordt, dat klopt.
Maar toch staan er ook lichte, grappige gedichten in, zoals Dag vuilnisman van Linda Vogelesang, die voor haar vuilnis een factuur aan de vuilnisman overhandigt want ‘Voor zulke goede grondstof/is dat dus écht niet duur.’ En in Kwesties van keuze van Erik van Os verwacht de dichter dat wij mensen aan stank ten onder zullen gaan omdat kort douchen inmiddels tot verantwoordelijk gedrag wordt gerekend. Maar, hoopt hij, ‘de aarde blijft/wel voortbestaan.’
De kleurige beelden in deze Dichter zijn gemaakt door de Haagse beeldend kunstenaar Carolien Adriaansche, die al 25 jaar werkt met plastic afval. Alle vormen en kleuren inspireren haar ’tot kunstwerken waarmee ze aandacht vraagt voor de gevolgen van klimaatverandering.’
Een rijk boekje boordevol gedichten en beelden die hopelijk tot inspiratie en bezieling leiden.
Leeftijd 6+

Kijk omhoog
De lucht zit vol beestjes, kijk maar eens even.
Welke zie jij hier vliegen en zoemen en zweven?

Kijk omlaag
Ook op de grond zie je beestjes bewegen.
Zoals in het bos, welke kom jij hier tegen?

Kijk erin
Soms…
[…]
World of Eric Carle. Uit: Rupsje Nooitgenoeg in de Tuin. Een flapjesboek. Vertaling Naomi Tieman. Gottmer, 2022. 
Samen met je peuter of kleuter op zoek naar beestjes die verstopt zijn in de bladzijde, wat is er nou leuker dan dat? Met hulp van dit stevige kartonnen flapboekje breng je heel jonge kinderen interesse en liefde bij voor alles wat kruipt, loopt, vliegt en zoemt. Mits ze natuurlijk daarnaast de levende versies te zien krijgen. Dit boekje helpt je vast op weg.
Leeftijd 2+

Gele dingendag
Het is vandaag heel officieel
de dag van gele dingen.

Het startsignaal was
gisteren op het jeugdjournaal.

Met schuiftrompetten, vlindernetten,
zonnebloem en bijgezoem.

Trompetvissen, natuurlijk narcissen,
veel jonge eendjes, een kanariepiet.

De volle maan, een gele appel,
een banaan en brood met omelet.

Ik wil vanavond friet
met mayonaise en kroket.
Diet Groothuis. Winnaar Poëziester tweede graad, 2014. Uit: Bergen bergen slagroomsoezen. 5 edities gouden Poëziemedailles en Poëziesterren basisonderwijs. Poëziecentrum & CANON Cultuurcel. Samengebracht door meer dan 200.000 kinderen, 2022.
Ruim tien jaar geleden bedacht een stel Vlaamse poëzie-enthousiastelingen het project Gouden Poëziemedaille en Poëziesterren, om kinderen in het basisonderwijs aan te steken met hun liefde voor gedichten, ‘het genre waarin taal volop speels en mooi mag zijn’. Zo willen ze de kinderen in aanraking brengen met hoogwaardige hedendaagse kinder- en jeugdpoëzie en tegelijkertijd deze vorm van literatuur zichtbaarder maken voor een groter publiek.
Dat gaat zo: een vakjury kiest uit de kinder- en jeugdpoëzie van de voorbije twee jaar per graad (in Vlaanderen heet het graad, in Nederland onderbouw, middenbouw en bovenbouw)  vijf gedichten waaruit de leerlingen na een week lang ermee te hebben gewerkt hun favoriet mogen kiezen. Het vers met de meeste stemmen krijgt een Poëziester en er wordt een mooi geïllustreerde poster van gemaakt die de scholen tegelijk met lestips krijgen.
Daarnaast krijgt de – volgens de vakjury – beste kinder- of jeugdpoëziebundel van de afgelopen twee jaar de Poëziemedaille en wordt een gedicht uit die bundel bewerkt tot een liedje met een videoclip.
In 2014 deden ruim 2200 leerlingen van 22 scholen mee aan het project, voor de 5e editie waren dat al ruim 10.000 kinderen van 6000 klassen.
In het voorwoord van Bergen bergen slagroomsoezen schrijven Dirk Terryn van CANON Cultuurcel, Carl De Strycker van het Poëziecentrum en Katrien Van Der Perre van deAuteurs: ’tot de winnaars van de Poëziemedaille mogen we de belangrijkste hedendaagse jeugddichters rekenen: Edward van de Vendel (twee maal), Bette Westera (eveneens twee keer) en Rian Visser. De kinderen reikten sterren uit aan gedichten van…Erik van Os en Elle van Lieshout, Diet Groothuis, Ted van Lieshout, Geert de Kockere, Joke van Leeuwen, Floortje de Backer, Bette Westera, Edward van de Vendel, Kasper Peters, Stijn De Paepe en Ine De Volder. Dat is een erelijstje dat klinkt als een hedendaagse canon van de kinderpoëzie.’
In deze bundel vind je alle prijswinnaars ‘en dus grote namen’ bij elkaar, ‘voorgeproefd door meer dan 200.000 leerlingen met een uitstekende smaak.’
Leeftijd: 5+

Iedereen heeft een begin. En iedereen heeft een eind. De start van het leven is het vertellen waard. Dat begint met een geboorte. Met een baby en blijdschap. Maar dat eind, dat is ook een heel verhaal.

Dit is zo’n verhaal. Het gaat over Iemand. Of eigenlijk: over het einde van Iemand. Iemand is een mens. Nou ja:  was een mens. Want Iemand is dood. En niet meer levend. Dat is jammer. Voor iedereen.
Floor Bal. Uit: Het einde van Iemand. Tekeningen Grootzus. Gottmer, 2022. 
Wat betekent het als iemand dood is? En hoe gaat dat dan, eerst levend zijn, en dan niet meer? Wat gebeurt er daarna met het lichaam en met diegene die nu dood is? Floor Bal vertelt het helder, open en stap voor stap en weet daarbij lastige valkuilen over de dood te omzeilen. Zo zegt ze bijvoorbeeld over een eventueel leven na de dood nuchter: “Niemand kan vertellen wat er na de dood komt. Dat is niet eng. Het is niet raar. Het is alleen maar onbekend. Als niemand het zeker weet, mag iedereen het zelf bedenken. Dat is het mooie deel van dit verhaal.”
Bal besteedt ook, op een feitelijke, warme en zorgvuldige manier, aandacht aan afscheid nemen en hoe dat eruit kan zien.
De levendig gekleurde tekeningen zijn knap in elkaar gestoken, want hoe teken je over einde en dood? De Rotterdamse kunstenaar Grootzus lost dat inventief en speels op, met ruimtelijke, dromerige platen.
Leeftijd 4+