Zeg me
Zeg me dat de avond valt,
Zeg me dat de maan schijnt,

Zeg me dat alles tussen dag en nacht,
Zeg me dat het licht na de nacht.

Zeg me hoe het licht te bevatten,
Zeg me hoe de onrust te benutten.

Zeg me de gebroken stukjes stucwerk,
Zeg me de schitteringen in de ruit,

Zeg me wanneer de bussen rijden,
Zeg me wanneer de straten golven.

Zeg me de overbodige lampen,
Zeg me de geïnteresseerde touwen.

Zeg me waar je de mooiste kersen haalt,
Zeg me waar je de zachtste schaduw laat,

Zeg me de vingers voor het stopwerk,
Zeg me alles in de buiging van wat open is.
Arjen Duinker. Uit: Woorden temmen van kop tot teen. Poëzie ontdekken zelf gedichten schrijven met Charlotte van den Broeck en Jeroen Dera (redactie Kila van der Starre). Grange Fontaine, 2020.
Poëzie bij jonge lezers (14+)  brengen zonder al te veel uit te leggen, maar wel met lees-, denk- en doe-opdrachten. Dat is in het kort de missie van dit boek, net als het voorgaande Woorden temmen, 24 uur in het licht van Kila & Babsie uit 2018, eveneens van deze uitgever.
De samenstellers, zelf dichter en literatuurwetenschapper, schrijven in hun voorwoord dat ze samen met de lezer op zoek willen naar het ‘iets’ en ‘alles’ dat in poëzie tot uitdrukking kan komen, niet om een gedicht te kraken ‘een gedicht is geen cryptogram’ maar om te ontdekken hoeveel kanten je met een gedicht uit kunt.’  Ze vertellen waarom een gedicht hen persoonlijk raakt, stellen vragen over de taal en de gebruikte begrippen in het gedicht en geven een toelichting. Ze moedigen de lezer ook aan zelf gedichten te schrijven en geven daar tips en voorzetjes voor.
Dat zijn fantastische doelen en elke poging daartoe verdient steun en enthousiasme.
Vraagtekens kun je hebben bij de dit keer gekozen gedichten. Er zijn legio eenvoudiger gedichten denkbaar waarmee het doel mogelijk beter bereikt wordt, de gedichten in deze Woorden temmen zijn stuk voor stuk behoorlijk lastig te doorgronden en dat werkt niet uitnodigend.
Voor schrijfdocenten is dit wel een fijn boek.
Leeftijd officieel 14+

Ik verneem dat er mensen zijn die twijfelen aan de echtheid van mijn avonturen. Ze beweren dat mijn verhalen overdrijvingen zijn. Of nog erger: grappen!
Gelukkig weet ik hoe dat komt. Een avontuur dat ik ooit beleefde in Ceylon, werd door andere mensen sterk overdreven doorverteld.
Toen – in Ceylon – was ik met de broer van de gouverneur op een jachtpartij. Die man was heel sportief en bovendien gewend aan de vochtige hitte van het eiland. Al snel raakte ik in het dichte struikgewas flink achterop! Helemaal alleen volgde ik langs de oever een wilde rivier.
Plots hoorde ik achter mij een geluid. Ik keek achterom en versteende, want daar stond een leeuw! Dat beest likte zijn lippen al af. Het was duidelijk van plan om zijn tanden in mijn malse lijf te zetten. En het was niet van plan om te vragen of ik dat goedvond.
Ik had geen seconde tijd om na te denken. In mijn geweer zaten alleen maar hagelbolletjes, bedoeld om op zwanen te schieten. Met zo’n zwakke munitie kon ik onmogelijk een leeuw doden. Maar misschien zou een schot het dier wel doen opschrikken of zelfs een beetje verwonden?
[…]
Wouter Deprez & Randall Casaer. Uit: De Baron van Münchhausen. Zijn Beste, meest Buitengewone en Bijzonderste Belevenissen Barstensvol Branie en zonder Bluf of Bombast. De Eenhoorn, 2020. 

Vrolijke hervertelling van deze heerlijke avonturen door meesterverteller Wouter Deprez. Kinderen en volwassenen van nu kunnen opnieuw genieten van de spannende en hilarische lotgevallen van meesteroverdrijver Baron van Münchhausen. De speelse zwartwittekeningen maken het af.
Met cd.
Leeftijd: 8+

Prinsje woont in één kasteel
met twee deuren, die zijn geel
en drie ramen, mooi gebogen,
ook vier torens, hele hoge,
vijf soldaten, reuze dappere
en zes vlaggen, kijk, ze wapperen,
[…]

Marjet Huiberts. Uit: Prinsje. Een op- en aftelboek. Illustraties Myriam Berenschot. Gottmer, 2020. 
Voor peuters die willen leren tellen is dit een heerlijk kartonboek.  Prinsje (met witte papa en zwarte mama) ’s leefwereld wordt per pagina en cijfer verteld. De vormgeving kan niet sprekender: het kartonboekje heeft de vorm van een kasteel, de cijfers staan in de kantelen, roodgedrukt voor de cijfers die aan de beurt zijn, zwart voor de cijfers die nog komen.
Als je bij tien bent aangekomen, telt het boekje terug naar 1:
Prinsje heeft tien leuke hondjes,
negen fietsen voor zijn rondjes
[…]
naast twee ouders, drukbezet
en één heerlijk hemelbed.
Zachte tekeningen, overzichtelijk op de pagina geplaatst, waarop de getekende aantallen overeenkomen met het cijfer van die pagina zonder dat het saai wordt. Mooi en vriendelijk, grappig en spannend.
Geweldig  voorleesboek voor de allerkleinsten.
Leeftijd 2+

Vincent is in gevaar
Hier zwemt Vincent.
Vincent de vis.

Verhip, Vincent,
ER IS IETS MIS.

Ik zie een vis.
Een GROTE VIS!
De GROOTSTE VIS
die er is.

Vincent! Zoek!
Zoek een hoek!
Je moet weg
van die snoek.
Uit: Vincent de vis. Tekst Marieke van Hooff. Illustraties Arevik d’Or. De Eenhoorn, 2020.
Miniverhaaltjes op rijm over alle belevenissen van vis Vincent, prachtig eenvoudig en herkenbaar getekend als een rood met blauw bolletje met een staart, een oog, schubben en een mond.
Vincent verstopt zich voor een gevaarlijke snoek, hij wordt jarig en krijgt een taart, speelt met zijn vriendjes maar krijgt ruzie met zijn vriend Garnaal waar hij vreselijk om moet huilen. Hij verveelt zich ook. Tenslotte wordt hij moe en gaat slapen.
Herkenbare situaties voor de doelgroep, met sprankelende onderwatertekeningen in frisse kleuren en krachtige lijnen.
Leeftijd 3+

Soms gaan we weer met vakantie.
Het licht moet uit
en op het scherm komen we aan.

Dit is de camping
daar de kapotte stoel.
Moeder maakt soep
en ik een pijl en boog.

Bij het kanovaren
draait vader de film
altijd terug:

uit de boot gevallen
er weer in, en vlug tegen
de stroomversnelling op.

We lachen harder
dan toen het gebeurde.
Johanna Kruit. Uit: Als je goed om je heen kijkt, zie je dat alles gekleurd is. Gedichten voor kinderen van alle leeftijden, gekozen door Tine van Buul en Bianca Stigter. Querido, 2006.
Fijne zomer iedereen! 

Het erf is leeg, de wei is leeg, en leeg is ook de akker.
Zou iedereen nog slapen? Nee. Knol, het paard is wakker.
Hij heeft het heet, de stakker!

Gelukkig staat hij in de stal, niet in de volle zon.
Want anders smólt hij! (Als een paard van warmte smelten kon.)

Maar waar zijn toch de anderen? Die zijn door de hitte
met z’n allen in de schaduw van de boom gaan zitten.
[…]
Ted van Lieshout. Uit: Boer Boris heeft het heet. Tekeningen Philip Hofman. Gottmer, 2020.

Zoals we inmiddels gewend zijn in een Boer Borisboek, gebeuren er ook in dit dertiende deel dingen die je niet ziet aankomen bij de titel. Zo eindigt dit boek met warme jassen, truien en mutsen. Om niet de clou voortijdig te verraden, vertel ik niet hoe dat zit. Ga het zelf maar lezen. Boer Boris is gewoon een fijne verslaving waar we niet meer van af komen.
En waren de tekeningen altijd al zo onbedaarlijk grappig? Waarschijnlijk wel, maar elk boek weer verrast Philip Hofman ons met zijn eigentijdse Boer Boris-universum, waar een varken met cowboyhoed en gitaar de van de hitte lamlendige dieren opfleurt en de immer aanwezige muis om af te koelen met een minikanootje door de sloot naast de boerderij vaart.
Leeftijd: 3+

De bedriegers
Ginseng (wortel)
Dracula simia
Aristolochia salvadorensis
Impatiens psittacina
Peristeria ela
Caleana major
Italiaans orchis

De zurigen
Citroen
Boeddha’s hand (sukadeboom)
Limoen
Sinaasappel
Pomerans (zure sinaasappelboom)
Pompelmoes
Yuzu
Kumquat
Mandarijn
Vingerlimoen
Cederappel (sukadeboom)
Bergamot
Clementine
Pomelo
[…]
De waterminnaars
Pijlkruid
Bronmos
Wortelloos kroos
Slangenwortel
Brede orchis
Witte waterkers
Watermunt
Suikerwier
[…]
Adrienne Barman. Uit:  De vrolijke plantenencyclopedie. Vertaling: Bibi Dumon Tak.  Querido, 2020. 
Eenpitters, boswachters, verslinders, stinkerds, tovenaars, gasten, groentjes, stekeligen, standvastigen, sterren, kruidigen en gifmengers: wat hebben  die in vredesnaam met elkaar te maken?
Het zijn allemaal hoofdstukken in het nieuwe, geweldig vrolijke, leerzame en kleurrijke plantenboek van Adrienne Barman, die eerder indruk maakte met haar Vreemde vogels, bizarre beesten in 2014.
Mocht je denken dat een plantenboek per definitie saai is, kijk dan gauw in dit boek: elke tekening is een feest van kleur en grappige details zoals her en der verbaasd kijkende vogels en dieren, slakken bij de smaakmakers, kikkers bij de waterminaars en figuurtjes met doodshoofden bij de gifmengers.
Heerlijk boek om cadeau te doen, bijvoorbeeld aan een nieuwsgierig kind of aan iemand die nog niet zo veel van planten weet.
Leeftijd: fijn voor jong en oud.

ABC
De kat loopt mee.
De hond blijft thuis.
Piep, zei de muis in ’t vogelhuis.
[…]
Berend Botje ging uit varen
met zijn scheepje naar Zuid-Laren.
[…]
Hansje Pansje Kevertje
die klom eens op een hek.
Neer viel de regen
die spoelde alles weg.
Op kwam de zon
die maakte alles droog.
Hansje Pansje kevertje
die klom toen weer omhoog.
[…]
In een klein stationnetje
’s morgens in de vroegte,
stonden zeven wagentjes netjes op een rij.
‘k Zag het machinistje
draaien aan het wieleke.
Ake ake tuut tuut, weg zijn wij!
[…]
Klaas Verplancke – Jan Van Coillie. Uit: Ozewiezewoze. Het ABC van de kinderliedjes. A—–J. De Eenhoorn, 2020. 
Wie graag zingt met zijn of haar kinderen, wil dit boek echt meteen aanschaffen. Al die vrolijke kinderliedjes waarmee we ooit zijn grootgebracht staan er in, althans als ze beginnen met een A tot en met een J.  Het tweede deel met kinderliedjes op K – Z volgt binnen afzienbare tijd.
Deze twee delen  zijn een heruitgave van deze fijne bundel, met een nieuwe vormgeving en ook met nieuwe, werkelijk  prachtige en erg vrolijke tekeningen van veelbekroond illustrator Klaas Verplancke.
Er blijken hier en daar wat kleine verschillen in de liedjesteksten te zijn tussen Vlaanderen en Nederland. Zo ken ik bijvoorbeeld het eerste liedje hierboven met een muis in een voorhuis in plaats van een vogelhuis. Maar dat stoort nergens.
En, o wat handig!, mocht je een melodie vergeten zijn of misschien wel voor het eerst leren kennen, je kunt via www.ozewiezewoze.be alle liedjes meezingen!
Leeftijd: 1+

Ergens op de wereld, onder een donker wolkendek,
woont een meisje heel alleen, op een ver verborgen plek.
Op een schroothoop, tussen rommel, tussen vuil en tussen stort,
tussen weggeworpen spullen, waar ze nooit gevonden wordt.
In een galajurk van lappen en een kroon gemaakt van staal
leeft de Koningin der Luizen, en dit is haar verhaal.
[…]
Robin Aerts. Uit: De Koningin der Luizen. Illustraties Yasmin van der Werf. De Eenhoorn, 2020.
Een wonderlijk sprookje op rijm over een eenzaam meisje, levend tussen het vuilnis, die op zoek gaat naar een ander mens. “Dan ziet ze plots iets glimmen, het schittert en het blinkt” en het meisje wordt verrassend genezen van haar eenzaamheid.
De teksten zijn wat hoog gegrepen voor de beoogde leeftijdsgroep, al hoeft dat geen bezwaar te zijn.
De animatie-achtige tekeningen van de luizenkoningin op haar vuilnisbelt door Yasmin van de Werf, helft van creatief duo Poppins & Wayne, weerspiegelen hun motto: ‘When story meets technology, imagination comes to life:  games en virtual reality zijn werelden waarin de maakster zich veelal ophoudt en die ook hier doorschemeren.
Leeftijd 5+

Kijk, wie vliegt daar in een rondje?
Muggemietje zonder mondje.
Muggemietje heeft een rietje
en dat steekt ze, als ze dorst heeft,
in je arm of in je knietje,
omdat kleine Muggemietje
niet van kaas en niet van worst leeft,
maar van bloed via een wondje,
ook al vind je dat niet goed,
want ze zegt: ‘Wat moet dat moet.
Ik kan niet leven zonder bloed.

Heerlijk,’ zegt ze, ‘dank je wel
voor de druppels uit je vel.
Is er nog een kind dichtbij
dat geen prikje kreeg van mij?
O,’ zoemt ze, ‘wat is het fijn
om een blije mug te zijn.’

En zo vliegt ze verder rond,
op zoek naar kin of kuit of kont.
Misschien komt ze op bladzij negen
wel iets overheerlijks tegen.

BAM!
[…]
Ted van Lieshout. Uit: De gemene moord op Muggemietje. Leopold, 2020.
Wie na dit citaat denkt te weten wat dit voor boek is, wordt verrast tijdens het verder lezen, hoewel  lezers van Ted van Lieshout altijd enigszins verdacht zijn op onverwachte wendingen.  De vraag blijft: is dit een (soort) prentenboek,  poëzie, een whodunnit, een rechttoe rechtaan verhaal?

Op de pagina na bovenstaand citaat staan de letters Muggemietje, rondgestrooid naast, onder en in een enorme bloedvlek. De kinderen in de klas geven het boek de schuld van de moord op Muggemietje en verbannen het naar de kast.  Maar dan klagen de letters van het boek het boek  zelf aan:
‘O, hadden wij maar in een ander boek gestaan! Duizenden boeken op de wereld, en waar staan wij in? Juist, in een boek dat een moordenaar is! En het ergste is: wíj zijn onschuldig. Wij hebben niks gedaan. Maar omdat wij in Boek staan, hebben wij óók straf!’
Lijkt dit op van Lieshouts vorige boek ‘Ze gaan er met je neus vandoor’, hier gaat van Lieshout een stap verder. Niet de letters zijn schuldig, maar het boek zelf. Dat levert merkwaardige en grappige situaties op.
Er valt sowieso bovengemiddeld veel te genieten. Allereerst van de heerlijke vormgeving, de contrasterende kleuren, gulle letters en typografie, de ingenieuze, gekke plot- en verhaalwendingen. Maar lezers van dit boek zullen zich toch vooral laven aan de taal, die royaal en aanschouwelijk is, onverbloemd, grappig en smeuiig.  Er staat geen woord, of letter, te weinig of te veel in het boek (hoewel op pagina 65  onbedoeld  een letter r mist).
Ritme en rijm zijn vernuftig en vlekkeloos, de alfabetisch allitererende scheldkannonades hilarisch, de onderliggende woordgrapjes wrang (Muggemietje, in de kast, uit de kast), de ondertoon schurend.
Fijn boek voor fijnproevers.
Leeftijd 9+.