Waarom het nooit bananen regent
Oma zegt: ‘Het regent pijpenstelen.’
Mijn grootmoeder zei: ‘Het regent koorden.’

Mama kijkt nu ook naar buiten en zegt:
‘Niet in Engeland, daar regent het katten
en honden.’ Papa kijkt op en zegt:

‘In Roemenië regent het soms ook
fel, emmers. En in Spanje goot het eens
padden en slangen.

Ik zeg: ‘Het kan soms ook stijve mannen
regenen met bolhoeden en een paraplu.’

Alle drie kijken ze me hoofdschuddend aan.
Net of ik zonet zei dat de zee op visite komt.
Oma zegt: ‘Droom jij maar verder, straks
regent het nog blauwe bananen. In je dromen.’
Daniel Billiet. Uit: Waarom het nooit bananen regent. Prenten Paul Verrept. De Eenhoorn, 2020. 
Een verzamelbundel met bijna 100 van Daniel Billiets gedichten van de afgelopen veertig jaar, dat is nog eens een fijn en gedurfd initiatief van uitgeverij De Eenhoorn. Billiets gedichten, over dagelijkse onderwerpen als opa’s en oma’s, school, voetbal, verjaardagen en vriendjes, verrassen altijd, lepelen de taal als nieuw gerecht op, zijn persoonlijk dan wel geëngageerd en worden nergens voorspelbaar, saai of kinderachtig. Heerlijke bundel voor iedereen die van (jeugd)poëzie houdt. De sfeervolle, bijna grafische, kleurprenten van kunstenaar Paul Verrept passen er wonderwel bij.
Leeftijd: 9+

Er was eens…
Een mooi en lief meisje.
Ze was nog klein.
Haar moeder stierf.
Haar vader trouwde nog eens.
Die vrouw had al twee dochters.
Zij laten Assepoester hard werken.

Assepoester veegt.
Ze schrobt.
Ze wast.
Vaak zit ze aan de haard.
Ze is zwart van de as.
Zo krijgt ze haar naam.

Op een dag is er een brief.
De prins zoekt een vrouw.
Er komt een bal.
Voor alle meisjes.
[…]
Er was eens… sprookjes voor prille lezers. Sprookjesbundel Assepoester|Pinokkio|Hans & Grietje. Vrij naar Carlo Collodi en de gebroeders Grimm. Vertaling en lestips Elly Simoens. Illustraties Valeria Docampo en anderen. De Eenhoorn, 2020.
Goed idee van uitgeverij De Eenhoorn om in deze serie met fijne harde kaft (10 delen) veel van onze bekende sprookjes te hervertellen voor de prilste lezers en ze bovendien op op die manier ook toegankelijk te maken voor mensen die in ons taalgebied nieuw zijn en de sprookjes wellicht nog niet kennen. De tekeningen zijn groot en grappig en kunnen een verduidelijking van de tekst geven als iemand een woord mogelijk nog niet kent. Na de sprookjes staan tips voor thuis en in de klas en opdrachten bij de sprookjes.
Leeftijd: 5+

 

Er lag een trommeltje in het gras.

Maar
daarvóór
zat het trommeltje in de tas
van Sebas.

En
daarvóór
had Sebas al zoveel gekocht,
maar dat trommeltje
dat trommeltje
was precies wat hij zocht.

En
daarvóór 
lag het op de zolder van oma Lina.
In een doos.
En een poos
nadat oma Lina dood was gegaan
keken haar dochters elkaar
bij het opruimen aan.
Ze zeiden:
‘Wat is het hier een rommeltje.
Wat doen we met dat trommeltje?’

[…]
Edward van de Vendel. Uit: Er lag een trommeltje in het gras. Illustraties Sanne te Loo. Querido, 2020. 
In veertien korte, fijne, onopvallend rijmende stukjes tekst de levensloop van een trommeltje dwars door een paar generaties heen schilderen en daarbij ook nog de lezer zelf aanspreken: dat kán Edward van de Vendel.
Alleen al het woord ‘trommeltje’ krijgt een heel nieuw, fris gevoel door hoe van de Vendel het gebruikt. Na een paar keer ‘trommeltje’ zeggen ga je je afvragen of je het woord daarvoor ooit eerder hebt gehoord.
Heel vernuftig en goed gedaan, dit boek over een voorwerp op de zolder van een oude dame dat bij een jongetje terechtkomt die er een schat in vindt.
Sanne te Loo spreekt de volle breedte van haar kunnen aan om de teksten van beelden te voorzien: heldergroene  natuurplaten, dromerige waterverfachtige beelden, nostalgische plaatjes van oma door de tijd heen, heerlijke rock ’n roll schilderingen van Sebas die Sebastiaan en daarna opa Bas wordt en een spread met in precieze zwartwit tekeningetjes hoe het trommeltje verweven raakt met mensenlevens.
Prachtig. Trouwens, kun je echt drummen met verfkwasten?
Leeftijd: 5+

Daar ben je
zo lief
zo zacht
zo klein

je kunt al iets
je kunt te mooi
voor woorden zijn
Hans en Monique Hagen. Uit: Daar ben je. Tekeningen Charlotte Dematons. Querido, 2020.
Twaalf gedichten, twaalf tekeningen voor de eerste twaalf maanden van een versgeboren baby staan er in dit lieve poëzieprentenboek.  Zoiets kun je rustig aan Hans en Monique Hagen overlaten, die eerder met vergelijkbare poëzieprentenboeken kwamen. De gedichten zijn grappig, ontroerend, speels en uiterst herkenbaar voor jonge ouders en grootouders.
Dematons blijft in haar tekeningen niet steken in de warme, kleine binnenwereld die vaak hoort bij de komst van een kind, maar zoomt regelmatig uit, soms zelfs tot op wereldniveau.
Geen woord teveel in de gedichten, geen beeld teveel in de tekeningen, een goede match, deze dichters met deze illustrator.
Leeftijd: 0+

Als je ver naar het zuiden reist, kom je aan de blauwe zee. Die is er niet altijd geweest, want vroeger lagen daar de koperen bergen, die overdag zo fel in de zon schitterden dat je er niet naar kon kijken. In die bergen was een deur die toegang gaf tot een burcht vol koperen gangen en zalen en in die burcht woonde de oude koning Mansolein.
[…]
Paul Biegel. Uit: Het sleutelkruid. Illustraties Linde Faas. Gottmer, 2020. 
Een heerlijk begin van raamvertelling Het Sleutelkruid  van meesterverteller Paul Biegel, dat hij voor het eerst uitbracht in 1964 en dat meteen een Gouden Griffel won.
Uitgeverij Gottmer bracht het, samen met twee andere Gouden Griffel Biegeltitels, dit jaar opnieuw uit, vers  getekend door Linde Faas, om zo een nieuwe generatie lezers enthousiast te maken voor de grote verbeeldingskracht van deze schrijver.
Het allerverrassendste is dat er geen versleten woorden in de boeken staan. Elk woord past precies en past ook in deze tijd. Dan kun je schrijven! Faas’ dromerige tekeningen roepen precies de juiste sfeer op bij de magie van de sprookjesachtige verhalen.

Zeg me
Zeg me dat de avond valt,
Zeg me dat de maan schijnt,

Zeg me dat alles tussen dag en nacht,
Zeg me dat het licht na de nacht.

Zeg me hoe het licht te bevatten,
Zeg me hoe de onrust te benutten.

Zeg me de gebroken stukjes stucwerk,
Zeg me de schitteringen in de ruit,

Zeg me wanneer de bussen rijden,
Zeg me wanneer de straten golven.

Zeg me de overbodige lampen,
Zeg me de geïnteresseerde touwen.

Zeg me waar je de mooiste kersen haalt,
Zeg me waar je de zachtste schaduw laat,

Zeg me de vingers voor het stopwerk,
Zeg me alles in de buiging van wat open is.
Arjen Duinker. Uit: Woorden temmen van kop tot teen. Poëzie ontdekken zelf gedichten schrijven met Charlotte van den Broeck en Jeroen Dera (redactie Kila van der Starre). Grange Fontaine, 2020.
Poëzie bij jonge lezers (14+)  brengen zonder al te veel uit te leggen, maar wel met lees-, denk- en doe-opdrachten. Dat is in het kort de missie van dit boek, net als het voorgaande Woorden temmen, 24 uur in het licht van Kila & Babsie uit 2018, eveneens van deze uitgever.
De samenstellers, zelf dichter en literatuurwetenschapper, schrijven in hun voorwoord dat ze samen met de lezer op zoek willen naar het ‘iets’ en ‘alles’ dat in poëzie tot uitdrukking kan komen. Niet om een gedicht te kraken, ‘een gedicht is geen cryptogram’, maar om te ontdekken ‘hoeveel kanten je met een gedicht uit kunt.’ Ze vertellen waarom een gedicht hen persoonlijk raakt, stellen vragen over de taal en de gebruikte begrippen in het gedicht en geven een toelichting. Ze moedigen de lezer ook aan zelf gedichten te schrijven en geven daar tips en voorzetjes voor.
Dat zijn fantastische doelen en elke poging daartoe verdient steun en enthousiasme.
Vraagtekens kun je hebben bij de dit keer gekozen gedichten. Er zijn legio eenvoudiger gedichten denkbaar waarmee het doel mogelijk beter bereikt wordt, de gedichten in deze Woorden temmen zijn stuk voor stuk behoorlijk lastig te doorgronden en dat werkt mogelijk niet uitnodigend. Maar voor schrijfdocenten is dit een ongelooflijk fijn boek.
Leeftijd officieel 14+

Ik verneem dat er mensen zijn die twijfelen aan de echtheid van mijn avonturen. Ze beweren dat mijn verhalen overdrijvingen zijn. Of nog erger: grappen!
Gelukkig weet ik hoe dat komt. Een avontuur dat ik ooit beleefde in Ceylon, werd door andere mensen sterk overdreven doorverteld.
Toen – in Ceylon – was ik met de broer van de gouverneur op een jachtpartij. Die man was heel sportief en bovendien gewend aan de vochtige hitte van het eiland. Al snel raakte ik in het dichte struikgewas flink achterop! Helemaal alleen volgde ik langs de oever een wilde rivier.
Plots hoorde ik achter mij een geluid. Ik keek achterom en versteende, want daar stond een leeuw! Dat beest likte zijn lippen al af. Het was duidelijk van plan om zijn tanden in mijn malse lijf te zetten. En het was niet van plan om te vragen of ik dat goedvond.
Ik had geen seconde tijd om na te denken. In mijn geweer zaten alleen maar hagelbolletjes, bedoeld om op zwanen te schieten. Met zo’n zwakke munitie kon ik onmogelijk een leeuw doden. Maar misschien zou een schot het dier wel doen opschrikken of zelfs een beetje verwonden?
[…]
Wouter Deprez & Randall Casaer. Uit: De Baron van Münchhausen. Zijn Beste, meest Buitengewone en Bijzonderste Belevenissen Barstensvol Branie en zonder Bluf of Bombast. De Eenhoorn, 2020. 

Vrolijke hervertelling van deze heerlijke avonturen door meesterverteller Wouter Deprez. Kinderen en volwassenen van nu kunnen opnieuw genieten van de spannende en hilarische lotgevallen van meesteroverdrijver Baron van Münchhausen. De speelse zwartwittekeningen maken het af.
Met cd.
Leeftijd: 8+

Prinsje woont in één kasteel
met twee deuren, die zijn geel
en drie ramen, mooi gebogen,
ook vier torens, hele hoge,
vijf soldaten, reuze dappere
en zes vlaggen, kijk, ze wapperen,
[…]

Marjet Huiberts. Uit: Prinsje. Een op- en aftelboek. Illustraties Myriam Berenschot. Gottmer, 2020. 
Voor peuters die willen leren tellen is dit een heerlijk kartonboek.  Prinsje (met witte papa en zwarte mama) ’s leefwereld wordt per pagina en cijfer verteld. De vormgeving kan niet sprekender: het kartonboekje heeft de vorm van een kasteel, de cijfers staan in de kantelen, roodgedrukt voor de cijfers die aan de beurt zijn, zwart voor de cijfers die nog komen.
Als je bij tien bent aangekomen, telt het boekje terug naar 1:
Prinsje heeft tien leuke hondjes,
negen fietsen voor zijn rondjes
[…]
naast twee ouders, drukbezet
en één heerlijk hemelbed.
Zachte tekeningen, overzichtelijk op de pagina geplaatst, waarop de getekende aantallen overeenkomen met het cijfer van die pagina zonder dat het saai wordt. Mooi en vriendelijk, grappig en spannend.
Geweldig  voorleesboek voor de allerkleinsten.
Leeftijd 2+

Vincent is in gevaar
Hier zwemt Vincent.
Vincent de vis.

Verhip, Vincent,
ER IS IETS MIS.

Ik zie een vis.
Een GROTE VIS!
De GROOTSTE VIS
die er is.

Vincent! Zoek!
Zoek een hoek!
Je moet weg
van die snoek.
Uit: Vincent de vis. Tekst Marieke van Hooff. Illustraties Arevik d’Or. De Eenhoorn, 2020.
Miniverhaaltjes op rijm over alle belevenissen van vis Vincent, prachtig eenvoudig en herkenbaar getekend als een rood met blauw bolletje met een staart, een oog, schubben en een mond.
Vincent verstopt zich voor een gevaarlijke snoek, hij wordt jarig en krijgt een taart, speelt met zijn vriendjes maar krijgt ruzie met zijn vriend Garnaal waar hij vreselijk om moet huilen. Hij verveelt zich ook. Tenslotte wordt hij moe en gaat slapen.
Herkenbare situaties voor de doelgroep, met sprankelende onderwatertekeningen in frisse kleuren en krachtige lijnen.
Leeftijd 3+

Soms gaan we weer met vakantie.
Het licht moet uit
en op het scherm komen we aan.

Dit is de camping
daar de kapotte stoel.
Moeder maakt soep
en ik een pijl en boog.

Bij het kanovaren
draait vader de film
altijd terug:

uit de boot gevallen
er weer in, en vlug tegen
de stroomversnelling op.

We lachen harder
dan toen het gebeurde.
Johanna Kruit. Uit: Als je goed om je heen kijkt, zie je dat alles gekleurd is. Gedichten voor kinderen van alle leeftijden, gekozen door Tine van Buul en Bianca Stigter. Querido, 2006.
Fijne zomer iedereen!