‘O kijk,’ zegt Berend, ‘er is post. Een brief van Sinterklaas.’
‘Wat schrijft hij dan?’ vraagt Sam. Boer Boris zegt: ‘Hij schrijft: “Helaas,
helaas moet ik vertellen dat wij schrokken met zijn allen
toen hedenochtend vroeg mijn paard de trap af is gevallen.
Hij hinkt,” schrijft Sinterklaas, “met rust komt alles wel weer goed.
Maar hoe rijd ik op daken als het zonder schimmel moet?
Ik zoek met spoed een ander paard, een paard met sterke benen.
Ik vroeg me af, Boer Boris: mag ik Knol een weekje lenen?”

‘Maar Knol,’ roept Sam, ‘het arme beest,
is nog  nooit op een dak geweest!’

Het paard staat al te trappelen. Knol wil het graag proberen.
Op daken lopen voor de Sint! Wie wil dat nou  niet leren?
[…]
Ted van Lieshout & Philip Hopman (ill.). Uit: Boer Boris. Een paard voor Sinterklaas. Gottmer, 2019.
Terwijl het paard oefent voor zijn dakavontuur op een laag houten bouwwerk en de kippen er aanmoedigend omheen staan,  beklimmen de varkens ondertussen koe Clara. Dit is het dertiende Boer Borisboek en het plezier spat nog steeds van de pagina’s. Geen wonder dat deze prentenboekserie bij kleuters en peuters én hun ouders en verzorgers zo’n enorme hit is.
Alles klopt, de ritmisch rijmende teksten zonder flauwiteiten, de sfeervolle tekeningen boordevol grapjes en uiteraard met vaste ingrediënten als de muis en de merel op elke tekening, en natuurlijk boer Boris zelf in zijn blauwe overal met rode laarsjes samen met zijn broer Berend en zus Sam.
Er zijn inmiddels, behalve Boer Borisprentenboeken, Boer Borisvertel- en kleurplaten, Boer Borisluisterboeken, een Boer Borisbadboekje, wegggeefboekjes, een app, kartonboekjes en Boer Borishaakpatronen.
Er worden Boer Boristaarten gebakken, Boer Borisfeestjes gegeven en Boer Borisfiguren geknutseld. Boer Boris is de Jip en Janneke van nu.
De prentenboeken groeien geruisloos mee met de tijd. Pietjes zijn niet zwart, de kinderen op de tekeningen hebben elke denkbare huidskleur en meisjes en jongens kunnen allemaal even goed klussen, Berend timmert en Sam zaagt het oefendak voor Knol.
Het is vast niet de bedoeling maar zelfs deze volwassen schrijver kan haar lachen niet inhouden bij het lezen van dit boek. De plotwending is weer heerlijk onverwacht en in de tekeningen zitten zo veel grappen verstopt dat je humeur er onmiddellijk van opknapt, zoals bijvoorbeeld de lange rij hoefjes- en kippenpotenschoenen bij de haard voor een Sintcadeautje.
Boer Boris is gewoon voor iedereen.
Leeftijd: 2+

Thor gaat vissen
Thor had in Utgard zoveel gedronken dat het water van  de oceaan een stuk lager stond dan gebruikelijk; de zee waarin Loki’s gruwelijke slangenzoon kronkelde en glibberde en wachtte…
Maar al snel na zijn terugkeer in Asgard kreeg de dondergod opnieuw verschrikkelijke dorst.
Hij besloot daarom een bezoek te brengen aan de onderwaterburcht van de zeegod Aegir en zijn vrouw Ran. Zijn keel was zo uitgedroogd dat hij elke vorm van hoffelijkheid  achterwege liet, en  op barse toon maakte hij duidelijk waarvoor hij kwam.
‘We willen meer bier, Aegir,’ blafte hij. ‘Brouw het nú, en zorg dat het genoeg is.
[…]
Kevin Crossley-Holland. Uit: Noorse mythen over Odin, Thor en Loki. Vertaling Margaretha van Andel. Illustraties Jeffrey Alan Love. Lemniscaat, 2017.
Heerlijk verhalenboek voor iedereen die van spannende vertellingen over goden en reuzen, Vikingen, slangen en vermommingen houdt.
Maar dit boek biedt veel meer dan dat. Het geeft lezers een mooie  kijk in de oude Noorse mythes, die altijd veel minder bekend zijn dan verhalen uit de Griekse mythologie, maar zeker zo spannend en existentieel.
Ook Noorse goden en godinnen kennen jaloezie, wraakgevoelens, woede en passie. Hun leefwereld verschilt weinig van de onze, net als de Griekse godenwereld.
Levendige verhalen, prettig opgebouwd, toegankelijk en beeldend vertaald. De in donkere contouren getekende illustraties passen wonderwel bij de vertellingen en brengen je als lezer meteen in de juiste sfeer.
Leeftijd 8+

Denk maar niet
ik denk
niet aan een olifant
niet aan zijn slurf
zijn poten
niet aan zijn ruwe
grijze huid

ik denk
niet aan een olifant
ik denk
aan een trompet
aan een oude boom
en aan een koning
op zijn troon
die woont
in een heel ver land
hij knikt deftig naar de mensen
die staan te kijken langs de kant
de koning wuift ze toe
vanaf de rug
van een grote

NEE!
Miriam Bruijstens. Uit: Ik huppel naar je lach. Illustraties Iris Boter. Van Goor, 2019.
Herkenbare situaties in eenvoudige,  rijmende versjes over te veel nadenken, schaatsen, verstoppen of boos zijn. Het leven van alledag, geportretteerd met het hoofd van een kind van 7, 8, 9 jaar. Afwisselende tekeningen, sfeervol, dromerig of juist uitbundig.
Leeftijd 6+

 

 

Kindjes, kindjes, zet jullie rond mij.
Pyamaatjes aan, de knuffels erbij.
Tandjes gepoetst en pipi gedaan?
Gordijntjes toe, nachtlampje aan.

De volgende versjes over foute figuurtjes,
duiveltjes klein vol duiveltjeskuurtjes.
Vijf vreemde duivels vol duiveltjesgrillen,
zijn vaak dichterbij dan je zou willen.

We beginnen meteen met Duiveltje Een.
Dit klein rood geval, herken je meteen:
hij houdt zonder blozen van heel boze kindjes,
blazende, razende, heel slecht-gezindjes.

Van vuistjes die knijpen, van knarsende tandjes,
van stampende voetjes en kletsende handjes.
Van kindjes die brullen, die grommen of gillen,
die niet netjes vragen, maar moeten en willen.

Zelf heeft hij geen vriendjes, is altijd alleen.
Hij plaagt en hij pest en hij is heel gemeen.
Hij wil steeds de baas zijn, alles bevelen,
is vals en oneerlijk, zo mag je niet spelen.
[…]
Robin Aerts. Uit: Duivelsversjes. Illustraties Xavier Mariën. De Eenhoorn, 2019.
Duiveltjes die van kinderen houden die niks lusten, zich niet willen wassen en overal troep maken in de hoop dat je kinderen het tegenovergestelde gaan doen: dat leest lekker voor aan je kroost.
De boodschap in deze ritmische, strak rijmende versjes over vijf duiveltjes wordt er luidkeels ingewreven, met her en der al te nadrukkelijke rijmdwang: blijf rustig, eet veel groente, ruim je kamer op, was je goed met zeep en vooral: laat je niet bang maken.
Nogal braaf dus maar door het zingende karakter van de tekst stoort dat minder dan je zou denken. De schrijver is dan ook bassist van de Vlaamse rockgroep Het Zesde Metaal, zijn muzikale achtergrond sijpelt door in dit boek.
Ook de illustraties zijn flink rock & roll, met zichtbare invloeden uit de stripboeken- en popcultuur. De duiveltjes hebben lange tanden en horentjes, bijten en spuwen vuur in aardekleuren als rood, grijs, bruingeel en zwart.
Dit niet-lievige maar wel brave prentenboek is niet voor ieder kind maar voor sommigen vast heel geweldig.
Leeftijd5+